|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 25 051.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2590-2598, 2643-2644.
Kamerstukken I 1995-1996, 25 051 (108, 108a)
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering van 11 december 1996.
WET van 13 december 1996, Stb.
1996, 655, houdende aanpassing van de loon- en
inkomstenbelasting c.a., met het oog op
vereenvoudiging van de wetgeving en vermindering
van de administratieve lasten van
het bedrijfsleven (Wet aanpassing loon- en
inkomstenbelasting c.a. 1997). Inwerkingtreding: 1 januari 1997.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
de Wet op
de loonbelasting 1964 en in samenhang daarmee enige
andere wetten aan te passen, met het oog op vermindering van de
administratieve lasten van het bedrijfsleven;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art.
IX.
In de Coördinatiewet
Sociale Verzekering worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A.1. In artikel
6, eerste
lid, onderdeel s, wordt "artikel 34a" vervangen
door: artikel 31, tweede
lid, onderdeel f.
A.2. In het eerste lid,
onderdeel v, wordt "de waarde daarvan" vervangen door: de waarde
welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend.
A.3. In het eerste lid wordt
na onderdeel w, onder vervanging van de punt aan het slot door een
puntkomma, toegevoegd:
x. verstrekkingen van
consumpties tijdens de werktijd, niet zijnde maaltijden;
y. verstrekking en
terbeschikkingstelling van computers en bijbehorende apparatuur, alsmede
vergoedingen van de kosten daarvan, voor zover de waarde in het
economische verkeer van de computers en de apparatuur tezamen in het
kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren niet meer
bedraagt dan ƒ5000,00 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dienen tot
verwerving van het loon.
A.4. In het negende lid
wordt "artikel 34a, negende lid" vervangen door: artikel 32, zesde lid.
B.1. Artikel
8, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Niet in geld genoten loon
wordt in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden
toegekend, met dien
verstande dat voor zover de verwerving van het loon het gebruik of verbruik
daarvan meebrengt, de waarde wordt gesteld op ten hoogste het bedrag van
de besparing.
B.2. Aan het tweede lid
wordt toegevoegd: Daarbij kan, indien zulks de uitvoering van deze wet
bevordert, zo nodig in afwijking van het eerste lid, de waarde worden gesteld op
ten hoogste het bedrag van de besparing.
Art.
X.
In artikel 9 van de Wet
financiering volksverzekeringen wordt "(Stb. 1964, 521), met uitzondering van
loon ter zake waarvan de belasting ingevolge artikel 34a van de Wet
op de loonbelasting 1964 is verschuldigd door de inhoudingsplichtige"
vervangen door: met uitzondering van eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31,
tweede lid, onderdeel f, van die
wet.
Art. XIX.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 januari 1997, met uitzondering van artikel
VII, onderdeel A en B, en artikel VIII, onderdeel F, die in werking treden met
ingang van 1 juli 1997, en artikel VIII, onderdeel A, B, C, D, E, G en H,
dat
in werking treedt met ingang van 1 januari 1998.
-2. Met betrekking tot de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de
vennootschapsbelasting
vinden artikel VII, onderdeel A en B, en artikel VIII, onderdeel F, voor het
eerst toepassing met betrekking tot tijdvakken welke aanvangen op of na 1
januari 1996.
-3. In afwijking van het
tweede lid wordt de heffingsrente met betrekking tot de inkomstenbelasting en
de vennootschapsbelasting die worden geheven over een tijdvak dat
aanvangt in het kalenderjaar 1996, enkelvoudig berekend over het tijdvak
dat aanvangt zes maanden na het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven en eindigt op de dag
van de dagtekening van het
aanslagbiljet dan wel op de dag van de dagtekening van het
afschrift van de uitspraak of van de kennisgeving waaruit van de vermindering
blijkt.
-4. In afwijking van het
tweede lid wordt de heffingsrente met betrekking tot de loonbelasting die
betrekking heeft op het kalenderjaar 1996, indien een naheffingsaanslag wordt
opgelegd aan de werknemer dan wel aan hem een teruggaaf wordt
verleend, enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt zes maanden na
het einde van het kalenderjaar waarop de nageheven belasting dan wel
de teruggaaf betrekking heeft en eindigt op de dag van de dagtekening
van het aanslagbiljet dan wel op de dag van de dagtekening van het
afschrift van de beschikking of van het afschrift van de uitspraak of van de
kennisgeving waaruit van de teruggaaf of de vermindering blijkt.
-5. In afwijking van het
tweede lid wordt de invorderingsrente, ingeval bij vermindering van een
voorlopige aanslag die is opgelegd over een tijdvak dat aanvangt in het
kalenderjaar 1996 het bedrag aan te vergoeden invorderingsrente meer
beloopt dan ƒ5000,00, enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt zes
maanden na het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt
geheven en eindigt op de dag van de dagtekening van de
kennisgeving waarmee de vermindering wordt bekendgemaakt, met dien
verstande dat de te vergoeden invorderingsrente ten minste op ƒ5000,00 wordt
gesteld. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder de
te vergoeden invorderingsrente mede begrepen de
invorderingsrente die is vergoed bij voorafgaande verminderingen ter zake van dezelfde
aanslag.
-6. Met betrekking tot de
vermogensbelasting vinden artikel VII, onderdeel A en B, en
artikel VIII, onderdeel F, voor het eerst toepassing met betrekking tot het
kalenderjaar 1997.
-7. Deze wet wordt aangehaald
als: Wet aanpassing loon- en inkomstenbelasting c.a. 1997.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
13 december 1996
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de drieëntwintigste
december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|