|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 25 148.
Handelingen II 1996-1997, zie vergadering d.d. 12 december 1996.
Kamerstukken I 1996-1997, 25 148 (121, 121a).
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering d.d. 17 december 1996.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 19 december 1996, Stb.
1996, 665, houdende wijziging van de Organisatiewet sociale
verzekeringen en enkele andere wetten. Inwerkingtreding: 1 januari
1997.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is enkele wetten te wijzigen voor het geval dat het
wetsvoorstel Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en het
wetsvoorstel Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
niet op 1 januari 1997 tot wet zijn verheven en in werking zijn
getreden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 1996 ingediende
voorstel van wet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Kamerstukken II 1995-1996, 24 877) niet op 1 januari 1997 tot wet is
verheven en in werking is getreden, wordt artikel 118 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen vervangen door:
Art. 118.
Hoofdstuk IV van deze wet vervalt met ingang van 1 maart 1997.
Art.
II. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 047) niet op 1 januari 1997 tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel XVI wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste en derde
lid wordt de zinsnede "de leeftijd van 50 jaar" telkens vervangen door: de
leeftijd van 45 jaar.
2. Aan het derde lid worden
twee zinnen toegevoegd, luidende: De artikelen 24 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
34 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals die artikelen luidden op de
dag voorafgaande aan
die waarop deze wet in werking treedt, blijven tot een bij ministeriële
regeling te bepalen latere datum dan de datum van inwerkingtreding
van deze wet van toepassing op een persoon die op de dag voorafgaande
aan die waarop deze wet in werking treedt, recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering en die op de dag van inwerkingtreding van deze
wet de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt maar niet die van 50. Ten aanzien
van de in de tweede zin bedoelde persoon beziet de bedrijfsvereniging
op de aldaar bedoelde latere datum of er gronden aanwezig zijn voor
herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3. In het vierde lid wordt
de zinsnede "De in het derde lid bedoelde latere datum" vervangen
door: De in de eerste zin van het derde lid bedoelde latere datum.
B. [MvT]
In artikel XX, eerste en
derde lid, wordt de zinsnede "de leeftijd van 50 jaar" telkens vervangen
door: de leeftijd van 45 jaar.
C. [MvT]
Artikel XXIV wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste en derde
lid wordt de zinsnede "50 jaar" telkens vervangen door: 45 jaar.
2. Aan het derde lid wordt
een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van de
eerste zin wordt met de daarin genoemde persoon gelijkgesteld de
persoon die op de dag van inwerkingtreding van deze wet de leeftijd van 45
jaar heeft bereikt maar niet die van 50, met dien verstande dat op een
door Onze Minister te bepalen latere datum voor die gelijk te stellen
persoon wordt bezien of er gronden aanwezig zijn voor herziening of
intrekking van het pensioen uit hoofde van ziekten of gebreken.
3. In het vierde lid wordt
de zinsnede "De in het derde lid bedoelde latere datum" vervangen
door "De in de eerste zin van het derde lid bedoelde latere datum" en
wordt de zinsnede "De datum bedoeld in het derde lid" vervangen door:
Deze datum.
D. [MvT]
In artikel XXV, derde lid,
wordt de zinsnede "50 jaar of ouder is" vervangen door: 45 jaar of
ouder is.
Art. III.
[MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 047) niet op 1 januari 1997 tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt artikel 2 van de Tijdelijke wet
beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid:
a. vervallen de onderdelen b,
d en f;
b. worden de onderdelen c en
e verletterd tot onderdelen b en c;
c. wordt aan het einde van
het nieuwe onderdeel b na de puntkomma de aanduiding "of"
toegevoegd;
d. wordt aan het einde van
het nieuwe onderdeel c de aanduiding "; of" vervangen door een punt.
2. In het derde lid wordt de
zinsnede "de leeftijd van 50 jaar" vervangen door: de leeftijd van 45
jaar.
Art. IV.
[MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 047) niet op 1 januari 1997 tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt in artikel 52, derde lid, van de
Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid de zinsnede "de leeftijd van 50
jaar" vervangen
door: de leeftijd van 45 jaar.
Art. V.
[MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 047) tot wet wordt verheven en in werking treedt, vervallen de
artikelen 75b, 75c en 75d van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
en wordt in artikel XVI, derde lid, van
de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
"de bedrijfsvereniging"
vervangen door: het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
Art. VI.
[MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 047) niet op 1 januari 1997 tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt artikel 26 van dat wetsvoorstel
of van die nog niet in
werking getreden wet vervangen door:
Art. 26. Wet van 21 december 1995
tot nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten (technische verbeteringen in verband
met de wetten TAV, TBA en
TZ, alsmede enige andere wijzigingen)
De Wet van 21 december 1995 (Stb. 1995, 691) tot nadere wijziging van een
aantal socialezekerheidswetten (technische verbeteringen in verband
met de wetten TAV, TBA en
TZ, alsmede enige andere wijzigingen) wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel XXXVI wordt
vervangen door twee nieuwe artikelen, luidende:
Art. XXXVI.
-1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen gaat voor de jaren 1998 en 1999 elk jaar een
overeenkomst met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
aan. Op grond van deze
overeenkomst verleent de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
diensten die erop zijn gericht dat moeilijk plaatsbare werkloze
werknemers die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk
IIa of IIb van de Werkloosheidswet
en niet behoren tot door Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid aangewezen categorieën van personen,
geschikt worden gemaakt voor inschakeling in de arbeid, in het bijzonder
door middel van scholing en bijzondere inspanningen voor de
arbeidsbemiddeling.
-2. Ter uitvoering van de in
het eerste lid bedoelde overeenkomsten stelt het Landelijk instituut
sociale verzekeringen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds voor de
hierna genoemde jaren de daarbij vermelde budgetten vast waarvan de
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen of de uitvoeringsinstellingen gemaakte uitvoeringskosten zijn
uitgezonderd:
a. 1998: ƒ50 000 000,00;
b. 1999: ƒ50 000 000,00.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen stelt vóór 1 augustus 1997 respectievelijk 1
augustus 1998 voor respectievelijk 1998 en 1999 binnen het voor dat jaar
krachtens het tweede lid beschikbare budget voor elke sector en elk
sectoronderdeel als bedoeld in artikel 49 van de
Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 een deelbudget vast.
-4. Uiterlijk op 1 oktober
1997 respectievelijk 1 oktober 1998 stelt het Landelijk instituut sociale
verzekeringen vast in welke mate ten laste van het deelbudget dat voor
respectievelijk 1998 en 1999 is vastgesteld, verplichtingen zijn
aangegaan jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Indien niet ten laste van
het gehele deelbudget verplichtingen jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
zijn aangegaan, verdeelt het Landelijk instituut sociale
verzekeringen vóór 1 november 1997 respectievelijk 1 november 1998 het restant
van het deelbudget of de deelbudgetten over de deelbudgetten waarvoor
wel volledig verplichtingen jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
zijn aangegaan.
-5. De uitvoeringskosten die
het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de
uitvoeringsinstellingen maken ter uitvoering van de vorige leden worden uit het Algemeen
Werkloosheidsfonds vergoed.
-6. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit de onder
hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie de gegevens te verstrekken die noodzakelijk
zijn voor de verlening van diensten op grond van overeenkomsten als
bedoeld in het eerste lid.
-7. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen stelt Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid in kennis van alle afspraken die met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
zijn gemaakt over de inzet van de in het tweede lid bedoelde
budgetten.
Art. XXXVIa.
-1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen is bevoegd aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
een vergoeding te betalen voor de door deze organisatie verleende
diensten gericht op het geschikt maken voor inschakeling in de arbeid,
in het bijzonder door scholing, en voor bijzondere inspanningen voor
de arbeidsbemiddeling, van moeilijk plaatsbare werkloze
werknemers die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk
IIa of IIb van de Werkloosheidswet
en die niet behoren tot door Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid aangewezen categorieën van personen.
-2. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen stelt ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds
voor de in het eerste lid bedoelde vergoeding voor het jaar
1997 ƒ45 000 000,00 ter beschikking. Dit bedrag wordt vermeerderd met het
deel van het budget voor het jaar 1996, dat is vastgesteld op ƒ50 000 000,00,
voor zover daarvoor op 31 december 1996 geen verplichtingen jegens
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zijn aangegaan.
-3. Naast de in het tweede
lid vermelde bedragen brengt het Landelijk instituut sociale
verzekeringen de kosten van beheer en administratie in verband met de uitvoering
van het eerste lid ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-4. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen zijn bevoegd uit de onder
hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie de gegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het eerste lid.
B.
In artikel XLIX, eerste lid,
wordt de puntkomma aan het einde van onderdeel g vervangen door
een punt en vervalt onderdeel h.
Art. VIa.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 047) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in
artikel 5, derde lid, "opgericht bij notariële akte op 19 december
1995"
vervangen door: opgericht op 4 juni 1952.
Art. VII.
[MvT]
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
’s-Gravenhage, 19 december
1996
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de drieëntwintigste
december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|