|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 25 117.
Handelingen II 1996-1997, blz. 3071.
Kamerstukken I 1996-1997, 25 117 (122, 122a).
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering d.d. 21 januari 1997.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 23 januari 1997, Stb.
1997, 33, houdende nadere wijziging van de Algemene
Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet
en enige andere wetten (aanpassing in verband met gebleken knelpunten
en onbillijkheden). Inwerkingtreding: 5 februari 1997.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is, met het oog op het voorkomen van onbillijkheden, in de Wet
van 21 december 1995, Stb. 1995, 691, de Algemene
Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet
de mogelijkheid te openen om nadere en zo nodig afwijkende regels te
stellen met betrekking tot de zogenaamde klokureneis en, in verband met
enige gebleken knelpunten, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. Wet van 21 december 1995, Stb. 1995, 691 [MvT
+ bis]
Voor de tekst van artikel XII van de Wet van 21 december 1995,
Stb.
1995, 691, tot nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten
(technische verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en TZ,
alsmede enige andere wijzigingen) wordt de aanduiding "-1."
geplaatst, waarna aan:
a. onderdeel a na "op de eerste
dag van dat kwartaal volgde" wordt toegevoegd: of aanspraak krijgt
op een tegemoetkoming in de studiekosten als bedoeld in hoofdstuk III
van de Wet tegemoetkoming studiekosten; [MvT]
b. het artikel een nieuw lid wordt
toegevoegd, luidende: [MvT]
-2. Bij ministeriële regeling kunnen voor de toepassing van het
eerste lid, onderdeel a, nadere en zo nodig afwijkende regels
worden gesteld met betrekking tot artikel 26,
eerste lid, onderdeel a, van de Algemene
Kinderbijslagwet.
Art.
II. Algemene Kinderbijslagwet [MvT]
Aan artikel 7 van de Algemene
Kinderbijslagwet wordt een dertiende lid toegevoegd, luidende:
-13. Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdeel a.
Art.
III. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet [MvT]
In artikel 38, eerste lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt na "nabestaandenuitkering" telkens ingevoegd: of
tijdelijke weduwenuitkering.
Art.
IV. Algemene nabestaandenwet [MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 24, eerste lid, komt te luiden:
-1. Het recht op halfwezenuitkering eindigt met ingang van de eerste dag
van de maand volgend op die:
a. waarin niet langer aan de voorwaarden voor het verkrijgen van
een halfwezenuitkering, bedoeld in artikel 22,
eerste en tweede lid, wordt voldaan; of
b. waarin de halfwees de leeftijd van 18 jaar bereikt.
B. [MvT]
Aan artikel 26 wordt een vierde lid
toegevoegd, luidende:
-4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdeel a.
C. [MvT]
Aan artikel 69, eerste lid, wordt een volzin
toegevoegd, luidende: Daarbij wordt inkomen bestaande uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet op de tijdelijke
uitkering in mindering gebracht.
D. [MvT]
In artikel 70 wordt "artikel
69" vervangen door: de artikelen 67,
69 en 71.
E. [MvT]
Aan artikel 71 wordt een vierde lid
toegevoegd, luidende:
-4. Tot en met 31 december 1997 wordt in geval van samenloop van een
wezenuitkering met een naar aard en strekking daarmee overeenkomende
uitkering op grond van de wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba,
een volkenrechtelijke organisatie of een andere mogendheid, laatstbedoelde
uitkering, in afwijking van het bij of krachtens artikel
20 bepaalde, niet op de wezenuitkering in mindering gebracht.
Art.
V. Inwerkingtreding [MvT]
-1. Deze wet treedt, met uitzondering van artikel
I, onder a, in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien
verstande dat artikel I, onder b, terugwerkt
tot en met 1 oktober 1995, artikel II tot en met 1
oktober 1996 en de artikelen III en IV,
onderdeel A, B, D en E, terugwerken tot en met 1 juli 1996.
-2. Artikel I, onder a,
treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 1997,
treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met
1 januari 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
23 januari 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de vierde
februari
1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|