St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

KADERWET  DIENSTPLICHT

Versie 13 maart 1997

(Recente versie)

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 24 245.
Handelingen II 1995-1996, blz. 5884-5911, 6044-6045.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 245 (287); 1996-1997, 24 245 (3, 3a, 3b, 3c).
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering d.d. 11 maart 1997.

 

 

WET van 13 maart 1997, Stb. 1997, 139, houdende bepalingen met betrekking tot de militaire dienstplicht alsmede wijziging van enige wetten en overgangsrecht (Kaderwet dienstplicht). Inwerkingtreding: 1 mei 1997 (Stb. 1997, 163), zie artikel 71.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ingevolge artikel 98, derde lid, eerste volzin, en het additionele artikel XXX van de Grondwet regels te stellen met betrekking tot de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping van dienstplichtigen in werkelijke dienst en de oproeping van dienstplichtigen in buitengewone omstandigheden; dat het voorts gewenst is de afzonderlijke regelingen op het gebied van de dienstplicht samen te voegen tot een Kaderwet dienstplicht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  5

Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen

 

§ 2.  Wijziging regelgeving

 

Art. 42. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt na "beschouwd" toegevoegd: dan wel hij die dienstplichtige is in de zin van de Kaderwet dienstplicht.

 

Art. 48. Algemene wet bestuursrecht
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 8:1, tweede lid, wordt de zinsnede "of een dienstplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen" vervangen door: of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht.
B.
Artikel 8:4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt de zinsnede "of een dienstplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen" vervangen door: of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht.
2. In onderdeel i wordt de zinsnede "voor zover het keuring, herkeuring, inlijving, werkelijke dienst, groot verlof of ontslag betreft, tenzij het besluit betrekking heeft op vrijwillige opkomst, verlenging van werkelijke dienst of kostwinnersvergoeding," vervangen door: voor zover het keuring, herkeuring, werkelijke dienst, groot verlof of diensteindiging betreft, tenzij het besluit betrekking heeft op verlenging van werkelijke dienst of kostwinnersvergoeding,.
C.
In artikel 8:41, derde lid, onderdeel a, ten tweede, wordt de zinsnede "of een dienstplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, in de Wet rechtstoestand dienstplichtigen" vervangen door: of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht.

 

Art. 49. Beroepswet
De Beroepswet wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 18, eerste lid, onderdeel a, wordt de zinsnede "of een dienstplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, in de Wet rechtstoestand dienstplichtigen" vervangen door: of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht.
B.
In artikel 22, tweede lid, onderdeel a, ten tweede, wordt de zinsnede "of een dienstplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, in de Wet rechtstoestand dienstplichtigen" vervangen door: of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht.

 

 

§ 4.  Inwerkingtreding en citeertitel

 

Art. 71. Inwerkingtreding
-1. Deze wet treedt, met uitzondering van paragraaf 2 van hoofdstuk 5, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
-2. Paragraaf 2 van hoofdstuk 5 treedt in werking met ingang van 1 januari 1997, met uitzondering van artikel 46, dat in werking treedt bij het in het eerste lid genoemde koninklijk besluit.
-3. In afwijking van artikel 39, eerste en tweede lid, worden de paragrafen 3 en 5 van hoofdstuk 1, met uitzondering van artikel 19, derde lid, alsmede de hoofdstukken 2 en 3, met uitzondering van de artikelen 27, derde lid, 35, 37 en 38, bij inwerkingtreding van deze wet opgeschort.
-4. De in het derde lid bedoelde opschorting is niet van toepassing bij de oproeping van dienstplichtigen als bedoeld in artikel 64.
-5. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het bij koninklijke boodschap van 29 juli 1994 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van de noodwetgeving aan de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en nieuwe regels ter harmonisatie van de terminologie voor buitengewone omstandigheden waarin noodwetgeving kan worden toegepast en de procedures volgens welke een uitzonderingstoestand in werking wordt gesteld (Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden; Kamerstukken 23 791) nog niet in werking is getreden, vervalt in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht de zinsnede "en dienstplichtigen buitengewoon in werkelijke dienst zijn".

1. Bij Besluit van 4 april 1997, Stb. 1997, 163, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 mei 1997, red.

 

Art. 72. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet dienstplicht.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 13 maart 1997

 

BEATRIX

 

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
W. Kok

De Minister van Defensie,
J.J.C. Voorhoeve

De Staatssecretaris van Defensie,
J.C. Gmelich Meijling

 

Uitgegeven de derde april 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x