|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997,
24 698.
Handelingen II 1996-1997, blz. 1658-1708, 1757-1784, 1931-1974,
2185-2187.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 698 (97, 97a, 97b, 97c, 97d, 97e).
Handelingen I 1996-1997, zie vergaderingen d.d. 15 en 22 april 1997.
MEMORIE VAN TOELICHTING
WET
van 24 april 1997, Stb. 1997, 175, tot wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en enkele andere wetten in verband met
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Wet premiedifferentiatie en
marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen).
Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997,
391), zie artikel IX.
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
te wijzigen zodat op grond
van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering te heffen premies
gedifferentieerd worden en werkgevers de mogelijkheid krijgen het risico
van de arbeidsongeschiktheidsverzekering van hun werknemers bepaalde
tijd zelf te dragen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Wijziging
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Art. I.
[MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt
gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 1 wordt de punt aan het einde van onderdeel f vervangen door
een puntkomma en worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
g. Arbeidsongeschiktheidskas: de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld in
artikel 73;
h. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend,
bedoeld in artikel 75, eerste lid.
B.
[MvT]
De artikelen 2a en 2b
vervallen.
C.
[MvT]
In artikel 6, tweede lid, onderdeel f, vervalt ", de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel deze wet en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet tezamen".
D.
[MvT]
In artikel 17, vijfde lid, wordt "artikel 58, eerste of derde lid, van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: artikel 65b,
eerste of derde lid.
E.
[MvT]
Aan artikel 18 wordt een tiende lid toegevoegd, luidende:
-10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent een afwijkende wijze van vaststelling van de mate van
arbeidsongeschiktheid in gevallen waarin recht bestaat op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet en een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een andere wettelijke
regeling ter verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige
arbeidsongeschiktheid.
F.
[MvT]
In artikel 22 vervallen het tweede lid en de aanduiding "-1." voor het
eerste lid.
G.
[MvT]
In artikel 23, eerste lid, wordt onderdeel c vervangen door:
c. de persoon ten aanzien van wie voorzieningen als bedoeld in artikel
65 worden getroffen of overwogen of aan wie een vergoeding of toelage
als bedoeld in artikel 65b is verleend of wordt overwogen.
H.
[MvT]
In artikel 34 wordt het tweede lid vervangen door:
-2. De bedrijfsvereniging stelt de belanghebbende van de mogelijkheid van
het doen van een aanvraag schriftelijk in kennis uiterlijk vier maanden
vóór de datum waarop:
a. de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
19, eerste lid,
verstrijkt;
b. de periode waarover de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend,
verstrijkt.
I.
Na artikel 36a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 36b.
-1. De intrekking of verlaging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
die voortvloeit uit het door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep,
vindt niet eerder plaats dan zes weken na de dag waarop de beslissing op
bezwaar is bekendgemaakt of de uitspraak is gedaan. De eerste zin is van
overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of
beroep omdat de bedrijfsvereniging geheel of gedeeltelijk is tegemoet
gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de uitkering door eigen schuld of
toedoen van de werknemer ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
vastgesteld.
J.
[MvT]
De artikelen 37 en 38 worden vervangen door:
Art. 37. [MvT]
-1. Ter zake van toeneming van arbeidsongeschiktheid vindt herziening van
een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, onverminderd de artikelen 39
en 39a, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 52
weken heeft geduurd.
-2. De in het eerste lid bedoelde herziening vindt niet plaats indien de
uitkeringsgerechtigde bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid
uitsluitend verzekerd is op grond van artikel 7b, dan wel
artikel
7b en
artikel 7a, onderdeel a, en de toeneming kennelijk is voortgekomen uit
een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, is voortgekomen.
-3. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste
lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
Art. 38.
[MvT]
-1. Ter zake van toeneming van arbeidsongeschiktheid vindt herziening van
een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, onverminderd artikel
39,
plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken
heeft geduurd.
-2. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, doch minder dan 80%, wegens
afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, doch binnen vier weken na de
dag met ingang waarvan die uitkering is herzien, de
arbeidsongeschiktheid weer toeneemt, is het eerste lid van toepassing,
onder afwijking van artikel 37.
-3. Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het
eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid
samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier
weken opvolgen.
K.
[MvT]
In artikel 39a, tweede lid, wordt "minder dan één maand" vervangen
door: minder dan vier weken.
L.
[MvT]
Artikel 43a wordt als volgt gewijzigd:
1º. In het tweede lid wordt "minder dan
één
maand" vervangen door:
minder dan vier weken.
2º. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een
nieuw vierde lid ingevoegd, luidende:
-4. In de gevallen waarin artikel 20 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten geen toepassing vindt omdat artikel 29b
van de
Ziektewet toepassing kan vinden, wordt het aan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag te leggen dagloon niet
lager gesteld dan de grondslag die voor de berekening van de laatstelijk
ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in aanmerking werd
genomen, dan wel de grondslag die in aanmerking zou zijn genomen indien
na het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel
6, eerste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 6, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, recht zou hebben bestaan op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een laatstbedoelde wet,
zoals die sinds de beëindiging van die uitkering onderscheidenlijk
sinds het einde van die wachttijd op grond van artikel 7 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 7 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten zou zijn herzien.
M.
[MvT]
In het vierde lid van artikel 44 wordt na de zinsnede "alsmede van de
dientengevolge niet uitbetaalde vakantie-uitkeringen" ingevoegd: ,
vermeerderd met het bedrag aan premies dat de bedrijfsvereniging bij
uitbetaling daarover op grond van enige wet verschuldigd zou zijn en dat
niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht,.
N.
[MvT]
In artikel 46 vervallen het tweede lid en de aanduiding "-1." voor het
eerste lid.
O.
[MvT]
Artikel 46a vervalt.
P.
In artikel 50 wordt, onder vernummering van het derde tot en met zevende
lid tot vierde tot en met achtste lid, het tweede lid vervangen door
twee nieuwe leden, luidende:
-2. De bedrijfsvereniging kan een uitkering als bedoeld in het eerste
lid over een door haar te bepalen tijdvak bij wege van voorschot
betaalbaar stellen indien onzekerheid bestaat over het recht op of de
hoogte van de uitkering of de hoogte van het te betalen bedrag aan
uitkering. Een verleend voorschot wordt verrekend met het definitief
vastgestelde bedrag aan uitkering dat over het desbetreffende tijdvak
wordt betaald.
-3. Onverminderd het tweede lid schort de bedrijfsvereniging de betaling
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op of schorst zij de betaling,
indien zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het
gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere uitkering bestaat;
c. degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend of
zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in
artikel 25, 28 of 80
niet of niet behoorlijk is nagekomen.
Q.
[MvT]
Artikel 52 vervalt.
R.
[MvT]
In artikel 53 vervalt het elfde lid.
S.
[MvT]
Artikel 58 vervalt.
T.
In artikel 59d vervalt ", 58".
U.
[MvT]
Het opschrift voor artikel 60 "HOOFDSTUK
IIA. Reïntegratiemaatregelen"
wordt vervangen door: HOOFDSTUK IIA. Reïntegratiemaatregelen, samenloop,
verstrekkingen die onvervreemdbaar zijn en verstrekkingen die niet
vatbaar zijn voor beslag
V.
[MvT]
In artikel 64 vervalt de zinsnede "binnen de grenzen van het daarvoor
gereserveerde budget, bedoeld in artikel 76, vierde lid,".
W.
[MvT]
Na artikel 64 worden drie paragrafen ingevoegd, luidende:
§ 6. Voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de
arbeidsgeschiktheid en andere voorzieningen
Art. 65.
[MvT
+
bis]
-1. De bedrijfsvereniging kan voorzieningen die strekken tot behoud of
herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid
bevorderen, toekennen aan de werknemer, ook indien deze de in artikel 19
bedoelde wachttijd van 52 weken doormaakt.
-2. De bedrijfsvereniging kan op de werkgever die zonder deugdelijke
grond weigert mee te werken aan de toepassing van het eerste lid, ten
aanzien van een tot hem in dienstbetrekking staande persoon een bedrag
verhalen gelijk aan het loon dat die persoon niet ontvangt, omdat het
eerste lid geen toepassing heeft kunnen vinden.
-3. De bedrijfsvereniging kan een persoon als bedoeld in het eerste lid
in aanmerking brengen voor voorzieningen welke strekken tot verbetering
van zijn leefomstandigheden indien het vervoersvoorzieningen betreft die
deel uitmaken van, dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen
waarvoor hij op grond van het eerste lid in aanmerking is of wordt
gebracht.
-4. De bedrijfsvereniging kan de in het eerste en derde lid bedoelde
voorzieningen blijven verstrekken na het eindigen van de verzekering op
grond van deze wet en na de intrekking van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking
tot dit artikel nadere regels gesteld.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zo nodig
afwijkende regels gesteld omtrent de toekenning van een voorziening op
grond van dit artikel indien de werknemer tevens verzekerde is op grond
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of
jonggehandicapte is in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, dan wel op grond
van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komt voor de
toekenning van een voorziening die naar aard en strekking overeenkomt
met een voorziening als bedoeld in dit artikel.
Art. 65a.
[MvT
+
bis]
-1. De bedrijfsvereniging kan de werkgever die één of meer
werknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet arbeid
gehandicapte werknemers of één of meer personen die de wachttijd
van 52 weken, bedoeld in artikel 19, doormaken, in dienst heeft, in
aanmerking brengen voor een vergoeding van de kosten welke voortvloeien
uit de naleving van een onherroepelijk geworden eis als bedoeld in
artikel 6 van eerdergenoemde wet, dan wel van de kosten die overigens
voortvloeien uit de noodzakelijke aanpassing van de samenstelling en
toewijzing van arbeid, de inrichting van arbeidsplaatsen, de productie-
en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen aan
vorenbedoelde werknemers, alsmede uit de aanpassing van de inrichting
van het bedrijf voor zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de
deelneming van die werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee
samenhangende verblijf in het bedrijf.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan nader worden
geregeld in welke gevallen en tot welke hoogte een vergoeding wordt
verleend. Daarbij kan worden bepaald dat, in nader te omschrijven
gevallen, een beslissing omtrent een vergoeding slechts mag worden
genomen na goedkeuring van Onze Minister.
Art. 65b.
[MvT
+
bis]
-1. Indien het toekennen van een voorziening als bedoeld in artikel 65
tot gevolg heeft dat betrokkene geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan
verrichten en uit dien hoofde inkomen derft, heeft hij tijdens de duur
van die voorziening aanspraak op een toelage die overeenkomt met het
bedrag van het gederfde inkomen, met dien verstande dat de toelage of,
ingeval een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt genoten, de toelage
vermeerderd met die uitkering, per dag het dagloon, bedoeld in artikel
21, niet te boven gaat. De bedrijfsvereniging kan, indien het bedrag per
dag aan gederfd inkomen meer bedraagt dan het dagloon, bedoeld in
artikel 21, een hogere toelage verlenen dan bedoeld in de eerste zin.
-2. Indien naar het oordeel van de bedrijfsvereniging daartoe aanleiding
bestaat, kan tijdens de duur van een voorziening als bedoeld in artikel
65 een vergoeding worden verleend wegens kosten van onderhoud en
huisvesting.
-3. De bedrijfsvereniging kan toelagen wegens inkomensderving, alsmede
vergoedingen verlenen anders dan bedoeld in het eerste en tweede lid.
§ 7. Samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met andere
uitkeringen
Art. 65c.
[MvT
+
bis]
-1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van
arbeidsongeschiktheidsuitkering met arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van andere wetten.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter
voorkoming of beperking van samenloop van
arbeidsongeschiktheidsuitkering met uitkering op grond van de sociale
wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba of van een andere mogendheid.
§ 8. Verstrekkingen die onvervreemdbaar zijn en verstrekkingen die niet
vatbaar voor beslag zijn
Art. 65d.
[MvT
+
bis]
-1. Onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening zijn:
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering en de vakantie-uitkering op grond
van deze wet;
b. de voorziening, bedoeld in artikel 65;
c. de vergoeding, bedoeld in artikel 65b, tweede lid;
d. de toelage, bedoeld in artikel 65b, eerste en derde lid.
-2. Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of benaming
ook verleend, is steeds herroepelijk.
-3. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
Art. 65e.
[MvT
+
bis]
Niet vatbaar voor beslag zijn:
a. de verhoging, bedoeld in artikel 22;
b. de voorziening, bedoeld in artikel 65;
c. de vergoeding, bedoeld in artikel 65b, tweede lid;
d. de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel
53.
X.
[MvT]
Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:
1º. Het eerste lid, onderdeel c, wordt vervangen door:
c. indien betrokkene recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of
op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten die is toegekend met ingang van een dag gelegen vóór
de dag
waarop hij recht heeft op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering: door de bedrijfsvereniging die de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft toegekend.
2º. Het tweede lid wordt vernummerd tot derde lid, waarna een lid wordt
toegevoegd, luidende:
-2. Indien betrokkene in geval van arbeidsongeschiktheid recht heeft op
toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering en met ingang van
dezelfde dag recht heeft op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, geschiedt de
toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering door de
bedrijfsvereniging tegenover welke hij de aanspraak op
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft.
3º. In het nieuwe derde lid wordt "het vorige
lid" vervangen door:
het eerste lid.
Y.
Artikel 70 komt als volgt te luiden:
Art. 70.
De bedrijfsvereniging die bevoegd is tot toekenning, herziening of
heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is tevens bevoegd met
betrekking tot de uitvoering van hoofdstuk IIa.
Z.
Artikel 71 komt als volgt te luiden:
Art. 71.
-1. Indien artikel 68, eerste lid, onderdeel a, van toepassing is, wordt
de arbeidsongeschiktheidsuitkering betaald door de bedrijfsvereniging
die bevoegd is tot toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering,
ook indien één of meer werkgevers eigenrisicodrager zijn.
-2. In de situatie, bedoeld in het eerste lid, verhaalt de
bedrijfsvereniging op de eigenrisicodrager, naar rato van de loonsom en
met inachtneming van het derde lid, de door hem verschuldigde
arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsmede de op grond van enige wet over
deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in
mindering kunnen worden gebracht.
-3. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt niet verhaald op de eigenrisicodrager indien de werknemer met behoud van hetzelfde loon bij die
werkgever arbeid is blijven verrichten.
-4. Onze Minister kan omtrent de betaling en het verhaal regels stellen,
zo nodig in afwijking van dit artikel.
AA.
[MvT]
Hoofdstuk III, paragraaf 2, wordt vervangen door:
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds en arbeidsongeschiktheidskas
Art. 72.
[MvT]
Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming beheert en
administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven,
bedoeld in artikel 76, eerste lid, alsmede de middelen benodigd voor het
vormen en in stand houden van een reserve, in de vorm van een
Arbeidsongeschiktheidsfonds dat deel uitmaakt van het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming.
Art. 73.
[MvT]
Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming beheert en
administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven,
bedoeld in artikel 76, tweede lid, alsmede de middelen benodigd voor het
vormen en in stand houden van een reserve, in de vorm van een
Arbeidsongeschiktheidskas die deel uitmaakt van het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming.
Art. 74.
[MvT]
Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming kan in het
belang van de bij deze wet geregelde verzekering ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds toelagen verlenen aan instellingen of
organisaties die ten doel hebben het nemen of bevorderen van maatregelen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de
arbeidsgeschiktheid.
BB.
[MvT]
Na hoofdstuk III wordt een nieuw hoofdstuk IIIa
ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIIA. Eigen risico dragen door de werkgever
Art. 75.
[MvT]
-1. De bedrijfsvereniging verleent aan een werkgever op aanvraag
toestemming om het risico van betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf te dragen indien de werkgever een
schriftelijke garantie of een verzekeringsovereenkomst overlegt waaruit
blijkt dat een kredietinstelling of een verzekeraar zich jegens de
bedrijfsvereniging verplicht, op het eerste verzoek van de
bedrijfsvereniging waarbij de bedrijfsvereniging schriftelijk meedeelt
dat de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van dit
risico niet worden nagekomen, die verplichtingen na te komen. De
toestemming wordt niet verleend gedurende drie jaren nadat het door de
werkgever zelf dragen van het in de eerste zin bedoelde risico is beëindigd.
-2. Onder een kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid wordt
verstaan een op grond van artikel 52, tweede lid, van de Wet
toezicht kredietwezen 1992 geregistreerde kredietinstelling.
-3. Onder een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan
een verzekeraar:
1º. die in het bezit is van de op grond van artikel 24, eerste lid, van
de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning of heeft
voldaan aan de op grond van de artikelen 37 of 38 van die
wet vereiste
procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland; of
2º. die heeft voldaan aan de vereiste procedure, bedoeld in de
artikelen 111, eerste lid, onderdeel a tot en met c, of tweede lid,
113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdeel a tot en met
c,
of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting
naar Nederland betreft.
-4. De garantie of verzekeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid,
wordt voor onbepaalde tijd afgegeven, strekt zich uit tot
rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot
het risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever als bedoeld in
artikel 75b, vierde en zesde lid, en bepaalt dat de desbetreffende
kredietinstelling of verzekeraar zich verplicht om de opzegging of, in
geval van beëindiging anders dan door opzegging, de beëindiging
van de garantie of de verzekeringsovereenkomst onverwijld te melden aan
de bedrijfsvereniging.
-5. Geen uit de wettelijke bepalingen betreffende de garantie of de
verzekeringsovereenkomst of een uit deze garantie of
verzekeringsovereenkomst zelf voortvloeiende nietigheid, verweer of
verval kan door de kredietinstelling of verzekeraar aan de
bedrijfsvereniging worden tegengeworpen.
-6. De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend met ingang
van 1 januari of 1 juli van enig jaar, mits de aanvraag ten minste
dertien weken vóór de desbetreffende datum is ingediend. Aan een
startende werkgever wordt op zijn verzoek toestemming verleend met
ingang van het tijdstip waarop deze start.
-7. Het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het
eerste lid:
a. eindigt met ingang van de dag waarop de schriftelijke garantie of
verzekeringsovereenkomst eindigt, onderscheidenlijk met ingang van de
dag waarop de eigenrisicodrager in staat van faillissement is verklaard
of ophoudt werkgever te zijn;
b. wordt door de bedrijfsvereniging op 1 januari of 1 juli van enig jaar
beëindigd op aanvraag van de werkgever, mits deze aanvraag ten minste
dertien weken vóór de desbetreffende datum is ingediend;
c. kan door de bedrijfsvereniging zonder aanvraag van de werkgever met
onmiddellijke ingang worden beëindigd indien de rechtbank de
noodregeling, bedoeld in hoofdstuk IX van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993, onderscheidenlijk de bijzondere voorziening als
bedoeld in hoofdstuk X van de Wet
toezicht kredietwezen 1992 heeft
uitgesproken over de betrokken verzekeraar onderscheidenlijk
kredietinstelling.
Art. 75a.
[MvT]
-1. De eigenrisicodrager draagt gedurende de periode van vijf jaar nadat
de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan het risico van de
betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die is toegekend:
a. aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19 van de
Ziektewet tot de eigenrisicodrager in dienstbetrekking stond en ter zake van die
ongeschiktheid de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
19, heeft
doorgemaakt;
b. met toepassing van artikel 43a, eerste lid, onderdeel a, nadat de
arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend aan de werknemer, bedoeld in
onderdeel a, is ingetrokken op grond van artikel
43, eerste lid;
c. met toepassing van artikel 43a, eerste lid, onderdeel b, aan de
werknemer, bedoeld in onderdeel a, die aan het einde van de wachttijd
ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of
gebreken, maar geen recht had op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was.
-2. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend met
toepassing van artikel 43a, eerste lid, vangt de in het eerste lid
bedoelde periode van vijf jaar aan na het verstrijken van de wachttijd
van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op
een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
b. als gevolg van het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens recht
bestaat op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
artikel 20 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of
artikel 19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-4. De eigenrisicodrager betaalt, met inachtneming van artikel
71, de
door de bedrijfsvereniging toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering
namens de bedrijfsvereniging aan de werknemer, bedoeld in het eerste
lid. Indien de eigenrisicodrager de arbeidsongeschiktheidsuitkering
niet betaalt, wordt deze betaald door de bedrijfsvereniging en op hem
verhaald.
-5. Indien de door de bedrijfsvereniging toegekende
arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of ten dele niet aan de
werknemer, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald wegens het genieten
van loon als bedoeld in artikel 44, derde lid, wordt na afloop van een
kalenderkwartaal het gezamenlijke bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de niet-uitbetaalde
vakantie-uitkeringen, vermeerderd met het bedrag aan premies dat de eigenrisicodrager bij wel-uitbetaling daarover op grond van enige wet
verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan
worden gebracht, door de eigenrisicodrager aan ’s Rijks kas
afgedragen.
Art. 75b.
[MvT]
-1. Indien een werkgever eigenrisicodrager wordt, wordt het risico van
de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de werknemer,
bedoeld in artikel 75a, die is ingegaan vóór de dag waarop deze
werkgever eigenrisicodrager wordt, vanaf die dag door de eigenrisicodrager gedragen, overeenkomstig
artikel 75a.
-2. In geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een
dergelijke overgang bij faillissement, waarbij de werkgever die de
onderneming overdraagt geen eigenrisicodrager is en de werkgever die de
onderneming verkrijgt eigenrisicodrager is of wordt, wordt door de eigenrisicodrager het in het derde lid beschreven risico zelf gedragen.
-3. Het tweede lid betreft het risico van de betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, overeenkomstig artikel 75a, die is of
wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking
stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen.
-4. Indien de werkgever wiens onderneming wordt overgenomen als bedoeld
in het tweede lid eigenrisicodrager is, gaat het risico van de betaling
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, overeenkomstig artikel 75a, die
is of wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking
stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, over op de
werkgever die de onderneming verkrijgt, ook indien hij geen eigenrisicodrager is.
-5. Indien het zelf dragen van het risico eindigt of wordt beëindigd
anders dan als gevolg van overgang van onderneming van de werkgever,
bedoeld in het vierde lid, blijft de werkgever het risico van de
betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dragen, overeenkomstig artikel 75a, die is of wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste
dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid tot hem in
dienstbetrekking stond. Indien de werkgever in staat van faillissement
is verklaard of ophoudt werkgever te zijn, wordt de in de eerste zin
bedoelde uitkering betaald door de bedrijfsvereniging en verhaald op de
kredietinstelling of verzekeraar, bedoeld in artikel
75, eerste lid.
-6. Indien de onderneming van de werkgever, bedoeld in het vijfde lid,
wordt overgenomen als bedoeld in het tweede lid en de werkgever die de
onderneming verkrijgt geen eigenrisicodrager is, gaan de verplichtingen
met betrekking tot de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering,
bedoeld in het vijfde lid, over op de laatstgenoemde werkgever.
-7. Indien slechts een deel van de onderneming overgaat als bedoeld in
het tweede lid, vindt het tweede, vierde en zesde lid toepassing naar
rato van het deel van de loonsom dat het overgegane deel van de
onderneming deel uitmaakte van de gehele onderneming in het kalenderjaar
voorafgaande aan dat van overgang.
Art. 75c.
[MvT]
-1. De gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel
78, eerste lid, is
niet verschuldigd:
a. door de eigenrisicodrager over het loon van de tot hem in
dienstbetrekking staande werknemers;
b. door de startende werkgever als bedoeld in artikel
75, zesde lid,
over het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande werknemers, in
afwachting van de door de bedrijfsvereniging te verlenen toestemming als
bedoeld in artikel 75, eerste lid.
-2. De eigenrisicodrager die ter dekking van het risico, bedoeld in
artikel 75, eerste lid, een verzekering heeft afgesloten, mag de door
hem ter zake van die verzekering verschuldigde premie niet verhalen op
de werknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken, is
nietig.
Art. 75d.
[MvT]
-1. De eigenrisicodrager is niet verplicht tot het doen van de aangifte
van ongeschiktheid tot werken, bedoeld in artikel 38 van de
Ziektewet.
-2. De eigenrisicodrager doet, zeven maanden nadat de ongeschiktheid tot
werken van een werknemer voor wie hij het risico, bedoeld in artikel 75a, eerste lid, draagt, zijn verstreken, aangifte van die ongeschiktheid
bij de bedrijfsvereniging waarbij hij is aangesloten. De werkgever geeft
daarbij de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken op. Voor het
bepalen van het tijdvak van zeven maanden worden tijdvakken van
ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-3. Onverminderd het tweede lid doet de eigenrisicodrager aangifte van
de ongeschiktheid tot werken van een werknemer voor wie hij het in artikel 75a, eerste lid, bedoelde risico draagt, op de laatste werkdag
voordat de dienstbetrekking eindigt.
Art. 75e.
-1. De eigenrisicodrager stelt, uiterlijk dertien weken na het ontstaan
van de ongeschiktheid tot werken van de werknemer voor wie hij het
risico, bedoeld in artikel 75a, eerste lid, draagt, een reïntegratieplan op als bedoeld in
artikel 71a. Hij behoeft dit plan
niet aan de bedrijfsvereniging over te leggen. Artikel 71a, tweede tot
en met vijfde lid, is ten aanzien van die werkgever niet van toepassing.
-2. Het reïntegratieplan, bedoeld in het eerste lid, wordt door de
bedrijfsvereniging opgesteld:
a. op verzoek van de eigenrisicodrager; of
b. op verzoek van de werknemer voor wie het risico, bedoeld in artikel 75a, eerste lid, wordt gedragen, indien de eigenrisicodrager geen
reïntegratieplan heeft opgesteld of een reïntegratieplan heeft
opgesteld dat niet aan de op grond van het vierde lid gestelde
minimumeisen voldoet.
-3. Indien de werknemer voor wie het risico, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, wordt gedragen, weigert mee te werken aan een geneeskundige
behandeling of aan zijn genezing, of aan een voorziening tot behoud,
herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, of anderszins
weigert mee te werken aan zijn herintreding in het arbeidsproces, kan de
werkgever de bedrijfsvereniging verzoeken toepassing te geven aan
artikel 21, vierde lid, 24, 25 of
28.
-4. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming stelt
minimumeisen ten aanzien van de begeleiding van de werknemer, bedoeld in
artikel 75a, eerste lid, door de eigenrisicodrager gericht op het
herstel van de arbeidsgeschiktheid, teneinde de herintreding van die
werknemer in het arbeidsproces te bevorderen.
-5. De bedrijfsvereniging stelt drie jaar nadat de
arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 75a, eerste lid, is ingegaan, vast of de werkgever de in het vijfde lid
bedoelde minimumeisen heeft nageleefd. Indien de werkgever deze eisen
zonder deugdelijke grond niet of niet naar behoren heeft nageleefd, legt
de bedrijfsvereniging hem een boete op van ƒ25 000,00. De artikelen 29a, derde, vierde en zesde lid,
29b, 29c, 29e, eerste lid, eerste
volzin, en tweede lid, en 29g, eerste, vijfde, zevende, negende en tiende
lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 75f.
-1. De bedrijfsvereniging brengt bij de eigenrisicodrager de kosten in
rekening ter zake van:
a. de beoordeling van de aanvraag, bedoeld in artikel
75, eerste lid;
b. de betaling van de uitkering door de bedrijfsvereniging en het
verhaal op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 75a, vierde lid;
c. het opstellen van het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 75e,
tweede lid.
-2. De bedrijfsvereniging vergoedt aan de eigenrisicodrager op aanvraag
de schade die deze lijdt door toepassing van artikel 36b, eerste lid.
-3. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming stelt,
onder goedkeuring van Onze
Minister, regels met betrekking tot het
eerste lid.
Art. 75g.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld met betrekking tot dit hoofdstuk.
CC.
[MvT]
Hoofdstuk IV wordt vervangen door:
HOOFDSTUK IV. Financiering
§ 1. Middelen tot dekking van de uitgaven
Art. 76.
[MvT
+
bis]
-1. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, alsmede de middelen benodigd voor het
vormen en in stand houden van een reserve in het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, worden verkregen door het heffen van de in
artikel 76a, onderdeel a, bedoelde basispremie.
-2. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de
Arbeidsongeschiktheidskas, alsmede de middelen benodigd voor het vormen
en in stand houden van een reserve in de Arbeidsongeschiktheidskas,
worden verkregen door het heffen van de in artikel 76a, onderdeel
b,
bedoelde gedifferentieerde premie.
-3. Onze
Minister stelt regels omtrent de vorming en instandhouding van
de reserve in het Arbeidsongeschiktheidsfonds en in de
Arbeidsongeschiktheidskas alsmede omtrent de belegging van de middelen.
Art. 76a.
[MvT
+
bis]
De premie die door de werkgever verschuldigd is, bestaat uit:
a. een basispremie waarop de artikelen 76b,
77, 77a,
77b, 77c, 77d
en
77e van toepassing zijn;
b. een gedifferentieerde premie waarop de artikelen 76b
en
78 van
toepassing zijn.
Art. 76b.
[MvT
+
bis]
-1. De werkgever betaalt de basispremie en de gedifferentieerde premie
aan de bedrijfsvereniging.
-2. De werkgever mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op de
werknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken, is
nietig.
Art. 76c.
[MvT
+
bis]
Ten gunste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds komen:
a. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door het heffen van de basispremie;
b. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel 29a;
c. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel 75f, eerste lid;
d. de gelden die de
bedrijfsvereniging met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 90
ontvangt in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid,
onderdeel a;
e. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel 46 in verband
met uitkeringen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdeel
a;
f. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel 57 in verband
met uitkeringen als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdeel
a;
g. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel XIV van de Wet
afschaffing malus en bevordering reïntegratie;
h. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door het heffen van de vervangende premie,
bedoeld in artikel 78, zevende lid, over door de eigenrisicodrager te
betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Art. 76d.
[MvT
+
bis]
-1. Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van artikel 76f
en
artikel
76g:
a. de door de
bedrijfsvereniging te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, alsmede
de op grond van
enige wet over deze uitkeringen door de bedrijfsvereniging verschuldigde
premies die niet op deze uitkeringen
in mindering kunnen
worden gebracht;
b. de kosten die zijn
verbonden aan de uitvoering van deze wet;
c. de in artikel 60
bedoelde loonsuppletie die wordt toegekend aan personen die op grond van
deze wet recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
d. de in artikel 62
bedoelde loonkostensubsidie die wordt toegekend aan werkgevers die een
privaatrechtelijke dienstbetrekking of daarmee gelijkgestelde
arbeidsverhouding zijn aangegaan met een persoon die op grond van deze wet recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e. de in artikel 64
bedoelde kosten van opleiding of scholing van een persoon die op grond van
deze wet recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
f. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 65;
g. de vergoedingen,
bedoeld in artikel 65a;
h. de toelagen en
vergoedingen, bedoeld in artikel 65b;
i. de toelagen, bedoeld
in artikel 74;
j. de voorzieningen,
toelagen en vergoedingen die worden verstrekt op grond van artikel 16a en
16b van de Wet arbeid gehandicapte werknemers;
k. de in artikel XIII van
de Wet
afschaffing malus en bevordering reïntegratie bedoelde bonusuitkeringen;
l. de gelden die door
toepassing van artikel 79 worden overgeheveld naar de Arbeidsongeschiktheidskas;
m. de schade, bedoeld in
artikel 75f, tweede lid, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager;
n. het gezamenlijke
bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakantie-uitkeringen die niet zijn uitbetaald wegens het genieten
van loon als bedoeld in artikel
44, derde lid, en dat op grond van artikel
44, vierde lid, wordt
afgedragen aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het bedrag aan premies dat de
bedrijfsvereniging bij wel-uitbetaling daarover op grond van enige wet
verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden
gebracht.
-2. Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds
niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds dan met toestemming van Onze
Minister.
Art. 76e.
[MvT
+
bis]
Ten gunste van de
Arbeidsongeschiktheidskas komen:
a. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt door het heffen van de gedifferentieerde premie;
b. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in
artikel 65, tweede lid;
c. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 75a, vierde lid en
artikel 75b, vijfde lid;
d. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt met toepassing van artikel 46 in verband
met uitkeringen als bedoeld in artikel 76f, eerste lid;
e. de gelden die de
bedrijfsvereniging ontvangt met toepassing van artikel 57 in verband
met uitkeringen als bedoeld in artikel 76f, eerste lid;
f. de gelden die de
bedrijfsvereniging met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 90
ontvangt in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76f, eerste lid;
g. de gelden die door
toepassing van artikel 79 worden overgeheveld uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds;
h. met inachtneming van
artikel 76c, onderdeel h, de gelden die de bedrijfsvereniging ontvangt door het heffen van de vervangende premie,
bedoeld in artikel 78,
zevende lid.
Art. 76f.
[MvT
+
bis]
-1. Ten laste van de
Arbeidsongeschiktheidskas komen gedurende de periode van vijf jaar te
rekenen vanaf de dag waarop een arbeidsongeschiktheidsuitkering
is ingegaan:
a. de door de
bedrijfsvereniging te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, alsmede
de op grond van
enige wet over deze uitkeringen door de bedrijfsvereniging verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen
in mindering kunnen
worden gebracht;
b. het gezamenlijke
bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakantie-uitkeringen die in de in de aanhef bedoelde periode niet
zijn uitbetaald wegens het genieten van loon als bedoeld in artikel
44, derde lid, en dat op
grond van artikel
44, vierde lid, wordt afgedragen aan ’s Rijks kas,
vermeerderd met het bedrag aan premies dat de bedrijfsvereniging bij wel-uitbetaling
daarover op grond van enige wet verschuldigd zou zijn en dat niet op
de uitkeringen in mindering kan worden gebracht.
-2. Indien een
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend met toepassing van artikel
43a, eerste lid, onderdeel a, vangt de in het eerste lid bedoelde periode van
vijf jaar aan op de dag waarop de in artikel 43a, eerste lid, onderdeel
a,
bedoelde ingetrokken arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan.
-3. Indien een
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend met toepassing van artikel
43a, eerste lid, onderdeel b, vangt de in het eerste lid bedoelde periode van
vijf jaar aan na het verstrijken van de in artikel
43, eerste lid, onderdeel
b, bedoelde wachttijd van 52 weken.
-4. Het eerste lid is niet
van toepassing:
a. indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
b. indien als gevolg van
het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens recht bestaat op
toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 20 van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
c. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die niet kan worden verhaald als
bedoeld in
artikel 71, derde lid.
-5. Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas
niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas
dan met toestemming van Onze
Minister.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden
gesteld met betrekking tot dit artikel.
Art. 76g.
[MvT
+
bis]
De gelden gemoeid met de
in artikel 76d, eerste lid, onderdeel c, d en e, bedoelde
reïntegratiemaatregelen die ten laste kunnen worden
gebracht van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, worden per kalenderjaar, per
reïntegratiemaatregel en per bedrijfsvereniging door het Tijdelijk instituut voor
coördinatie en afstemming, onder goedkeuring van het College van toezicht
sociale verzekeringen, gemaximeerd.
Art. 76h.
[MvT
+
bis]
Het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming kan, onder goedkeuring van het College van toezicht
sociale verzekeringen, regels
stellen omtrent de
verrekening tussen het Arbeidsongeschiktheidsfonds en de
bedrijfsverenigingen van ontvangen premies en overige ontvangsten enerzijds en
van verstrekte uitkeringen en gemaakte kosten anderzijds.
§ 2. De basispremie
Art. 77.
[MvT
+
bis]
-1. De basispremie wordt
door de bedrijfsvereniging geheven in een overeenkomstig dit artikel vastgesteld percentage van het loon dat, in het
tijdvak waarover de
betaling loopt, is genoten door de werknemer.
-2. Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming stelt voor de berekening van
de
basispremie, onder goedkeuring van Onze
Minister, een voor alle takken van
bedrijf en beroep gelijk percentage vast, alsmede de periode waarvoor dit
percentage zal gelden.
-3. Indien Onze Minister
zijn goedkeuring onthoudt aan een door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming op grond van het tweede lid vastgesteld
percentage of vastgestelde periode, stelt hij het percentage of de periode
vast.
Art. 77a.
[MvT
+
bis]
-1. Indien een herziening
van het in artikel 77 bedoelde percentage ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1 januari, gaat de
bedrijfsvereniging bij de
berekening en de inning van de premie uit van een door het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming, onder goedkeuring van Onze
Minister, voor alle takken van bedrijf en beroep vast te stellen gemiddeld
percentage dat zal gelden voor het gehele kalenderjaar.
-2. Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming kan, onder goedkeuring van Onze
Minister, regels stellen volgens welke de bedrijfsvereniging bevoegd is in de bij die
regels aan te wijzen gevallen uit te gaan van de percentages,
bedoeld in artikel 77.
Art. 77b.
[MvT
+
bis]
-1. De basispremie is niet
verschuldigd over het loon van gehandicapte werknemers als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, van de Wet arbeid gehandicapte werknemers
indien het totaalbedrag van de loonsom van deze werknemers die tot
de werkgever in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som
van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
ten minste gelijk is aan 5 procent van de loonsom van de
werkgever in dat kalenderjaar.
-2. Indien het eerste lid
toepassing vindt, kent de bedrijfsvereniging voorts een korting toe op
de door de werkgever in het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde
basispremie, die gelijk is aan een
percentage van het
premieplichtige loon van de werkgever in dat kalenderjaar, doch ten
hoogste tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat
kalenderjaar. Bij de vaststelling van het in de eerste zin bedoelde premieplichtige
loon van de werkgever blijft het bedrag aan loon van de gehandicapte
werknemers, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing indien het loon wordt verkregen uit een dienstbetrekking
op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening.
Art. 77c.
[MvT
+
bis]
-1. De bedrijfsvereniging
kent aan de werkgever die één of meer opdrachten verleent aan een bedrijf waar arbeid wordt verricht onder
aangepaste omstandigheden
als bedoeld in de Wet Sociale Werkvoorziening, een korting toe op de
door de werkgever verschuldigde basispremie indien twee derde van de
netto toegevoegde waarde die met de opdrachten is gemoeid
ten minste gelijk is aan 5 procent van de loonsom van de werkgever
in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-2. De korting, bedoeld in
het eerste lid, is gelijk aan een percentage van twee derde van de netto
toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is
aan het premiepercentage, bedoeld in artikel 77.
-3. Indien het eerste lid
toepassing vindt, kent de bedrijfsvereniging voorts een korting toe op
de door de werkgever in het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is aan een
percentage van het
premieplichtige loon van de werkgever in dat kalenderjaar, doch ten
hoogste tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat
kalenderjaar.
Art. 77d.
[MvT
+
bis]
Onverminderd de artikelen 77b en 77c
is de werkgever die
één of meer opdrachten verleent aan
een bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in de Wet Sociale Werkvoorziening,
de basispremie niet
verschuldigd over het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande
gehandicapte werknemers, bedoeld in artikel 77b, en wordt door de
bedrijfsvereniging een korting toegekend op de door hem verschuldigde
basispremie overeenkomstig artikel 77b, tweede lid, en
artikel 77c,
tweede en derde lid, indien de som van twee derde van de netto toegevoegde
waarde, bedoeld in artikel 77c, eerste lid, en het totaalbedrag, bedoeld in
artikel 77b, eerste lid, ten minste gelijk is aan 5 procent van de loonsom
van de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdracht is verleend.
Art. 77e.
[MvT]
-1. Het gemiddelde
premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 77b
en
artikel
77c, wordt vastgesteld door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en
afstemming.
-2. De in artikel 77b,
tweede lid, en artikel 77c, derde lid, bedoelde percentages worden bij
ministeriële regeling vastgesteld.
-3. Met betrekking tot de
artikelen 77b, 77c en 77d
kunnen bij algemene maatregel van bestuur
nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
§ 3. De
gedifferentieerde premie
Art. 78.
[MvT
+
bis]
-1. De gedifferentieerde
premie wordt door de bedrijfsvereniging geheven in een overeenkomstig dit artikel vastgesteld percentage van het
loon dat, in het tijdvak waarover de betaling loopt, is genoten door de werknemer.
-2. Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming stelt, onder goedkeuring van Onze
Minister:
a. voor de berekening van
de gedifferentieerde premie een voor alle takken van bedrijf en
beroep gelijk rekenpercentage vast, alsmede de periode waarover dit
percentage zal gelden;
b. voor de berekening van
het rekenpercentage, bedoeld in onderdeel a, een voor alle takken
van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage vast, alsmede de periode
waarover dit percentage zal gelden.
-3. De bedrijfsvereniging
stelt elk jaar met ingang van 1 januari voor elke bij haar aangesloten
werkgever een opslag of korting vast waarmee voor die werkgever het in het
tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage wordt verhoogd
respectievelijk verlaagd.
-4. De bedrijfsvereniging
stelt in geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een
dergelijke overgang bij faillissement, de vastgestelde opslag of
korting, bedoeld in het derde lid, opnieuw vast voor de werkgever die een
onderneming of een deel daarvan verkrijgt en de werkgever die een deel
van zijn onderneming overdraagt.
-5. De verhoging en
verlaging van de gedifferentieerde premie bedraagt op verzoek van een kleine
werkgever als bedoeld in de algemene maatregel van bestuur,
bedoeld in het zesde lid, per kalenderjaar maximaal één procentpunt. Een verzoek als bedoeld in de eerste zin wordt ten minste
dertien weken vóór
de aanvang van enig kalenderjaar ingediend. De maximering, bedoeld in
de eerste zin, eindigt op het moment dat de kleine werkgever de
minimumpremie bedoeld in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in
het zesde lid, weer verschuldigd is.
-6. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld:
a. omtrent de wijze
waarop het rekenpercentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en het
gemiddelde percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden vastgesteld;
b. omtrent de wijze
waarop de in het derde of vierde lid bedoelde opslag of korting door de
bedrijfsvereniging op basis van het arbeidsongeschiktheidsrisico
wordt berekend;
c. omtrent de percentages
die op grond van dit artikel ten hoogste aan een werkgever in rekening
mogen worden gebracht en omtrent de percentages die op grond
van dit artikel ten minste aan een werkgever in rekening moeten worden
gebracht.
-7. In afwijking van het
eerste lid wordt over een uitkering op grond van deze wet, de
Ziektewet,
de Werkloosheidswet, over een toeslag op grond van de
Toeslagenwet en over het loon uit een dienstbetrekking op grond
van de Wet Sociale
Werkvoorziening in plaats van een gedifferentieerde premie een vervangende
premie vastgesteld. Het percentage van de vervangende premie is
gelijk aan het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
-8. Behalve voor degene
die loon ontvangt uit een dienstbetrekking op grond van de Wet Sociale
Werkvoorziening wordt het zevende lid niet toegepast ingeval de bedrijfsvereniging de uitkering, vermeerderd met de
daarover door de
werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in
artikel 8, 9 of 11 van deze wet en in
artikel 9, 10 of 12 van de Werkloosheidswet
en de
Ziektewet, onafhankelijk van het voortbestaan van de
dienstbetrekking met die werkgever.
-9. Indien Onze Minister
zijn goedkeuring onthoudt aan een door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming op grond van tweede lid, onderdeel a of
onderdeel b, vastgesteld percentage of vastgestelde periode, stelt hij het
percentage of de periode vast.
Art. 79.
[MvT
+
bis]
Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de overheveling
van gelden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds naar de Arbeidsongeschiktheidskas.
DD.
[MvT]
In artikel 84 wordt het
derde lid vervangen door:
-3. De premie bedraagt een
door de bedrijfsvereniging te bepalen percentage van het in het
eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer
bedraagt dan de in artikel 76a bedoelde basispremie, vermeerderd met een
premieopslag die wordt berekend op grond van het in artikel
78, tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage.
EE.
[MvT]
Artikel 84a vervalt.
FF.
[MvT]
Hoofdstuk VII wordt
vervangen door:
HOOFDSTUK VII. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
§ 1. Algemeen
Art. 87.
[MvT]
Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de termijn
waarbinnen een beschikking op aanvraag ingevolge deze wet dient
te worden gegeven. Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 1999.
Art. 87a.
[MvT]
In afwijking van artikel
7:2 van de Algemene wet bestuursrecht
wordt de belanghebbende in een
bezwaarschriftprocedure ten aanzien van een besluit inzake de premie
die verschuldigd is op grond van deze wet op zijn verzoek gehoord.
Art. 87b.
[MvT]
Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen
besluiten
waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 87c.
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen dertien weken na ontvangst van
het bezwaarschrift.
Art. 87d.
Indien bezwaar wordt
gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist de bedrijfsvereniging, in afwijking
van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken
of, indien zij advies vraagt aan een deskundige die niet onder haar
verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken na ontvangst van
het bezwaarschrift.
Art. 87e.
Het bezwaar of beroep van
een werkgever tegen de in artikel 75a, vierde lid, bedoelde betaling
dan wel tegen de in artikel 78, derde of vierde lid, bedoelde opslag of
korting kan niet zijn gegrond op de grief dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering
ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
§ 2. Medische besluiten
Art. 88.
[MvT]
In deze paragraaf wordt
verstaan onder:
a. medisch besluit: een besluit waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag
ligt;
b. werknemer: degene op
wiens medische gegevens de beoordeling betrekking heeft;
c. de werkgever: de
belanghebbende bij een medisch besluit, die niet de werknemer is.
Art. 88a.
[MvT]
-1. De werkgever heeft
slechts recht op inzage in, dan wel kennisname of toezending van enig
stuk dat medische gegevens bevat, indien de werknemer hiervoor toestemming heeft gegeven.
-2. De toestemming wordt
schriftelijk gegeven.
-3. De toestemming kan te
allen tijde schriftelijk worden ingetrokken.
-4. Tijdens het horen in
bezwaar of ter zitting van de rechtbank kan de toestemming ook mondeling
worden ingetrokken.
Art. 88b.
De artikelen 88c en 88d
zijn, voor zover nodig in afwijking van de Algemene wet
bestuursrecht, van toepassing indien de in artikel
88a bedoelde toestemming niet
is gegeven.
Art. 88c.
[MvT]
-1. Inzage in dan wel
kennisname of toezending van enig stuk dat medische gegevens bevat,
is voorbehouden aan een gemachtigde van de werkgever, die arts is.
-2. De gemachtigde, die
arts is, treedt in de plaats van de werkgever bij:
a. de voorbereiding van
een medisch besluit;
b. het opstellen van een
bezwaar- of beroepschrift; en
c. de behandeling van een
bezwaar of beroep, voor zover betrekking hebbend op medische
gegevens.
Art. 88d.
[MvT]
-1. De bedrijfsvereniging
vermeldt de motivering van een medisch besluit, voor zover betrekking hebbend op medische gegevens, op een
aparte bijlage.
-2. De bijlage wordt niet
aan de werkgever verstrekt.
-3. Desgevraagd wordt de
bijlage verstrekt aan de gemachtigde van de werkgever, die arts is.
-4. Het tweede en derde
lid zijn van overeenkomstige toepassing op een rapport of een advies van
een arts of een psycholoog waarnaar bij de motivering van een
medisch besluit wordt verwezen.
Art. 88e.
[MvT]
Bij de bekendmaking van
een medisch besluit wordt gewezen op de artikelen 88a tot en met
88d en 88f.
Art. 88f.
[MvT]
In afwijking van artikel
6:5 van de Algemene wet bestuursrecht
worden de gronden van het
bezwaar en beroep die betrekking hebben op medische gegevens, op een
aparte bijlage vermeld.
Art. 88g.
[MvT]
De artikelen 7:4, zesde
lid, 8:29 en 8:32, tweede lid, van de
Algemene wet bestuursrecht zijn
niet van toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens
bevatten.
Art. 88h.
[MvT]
-1. In afwijking van
artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht
vindt het onderzoek ter
zitting, voor zover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten
deuren plaats.
-2. In de uitnodiging als
bedoeld in artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht
wordt
mededeling gedaan van het bepaalde in het vorige lid.
Art. 88i.
[MvT]
De toepassing van de
artikelen 8:81 tot en met 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht,
alsmede de behandeling van het hoger beroep als bedoeld in artikel 18
van de Beroepswet, geschiedt voor zover nodig met
inachtneming van deze
paragraaf.
GG.
[MvT]
Artikel 90 wordt als
volgt gewijzigd:
1º. In het eerste lid
vervalt de tweede zin.
2º. Toegevoegd wordt een
derde lid, luidende:
-3. De eigenrisicodrager
treedt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid in de plaats
van de bedrijfsvereniging voor zover hij het risico van de betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering draagt.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
II. [MvT]
Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, komen, met
inachtneming van artikel
V en artikel 21a van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP:
a. de op grond van
paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP door het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel te betalen
WAO-conforme uitkeringen,
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het
Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel
verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht;
b. de kosten die zijn
verbonden aan de uitvoering van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP;
c. 90 procent van de
uitgaven, daaronder tevens begrepen de uitvoeringskosten ter zake van de aan de beroepsmilitair, bedoeld in
artikel A 1, eerste lid,
onderdeel b, van de Algemene militaire pensioenwet, alsmede de persoon die op
grond van het tweede lid, onderdeel b, van dat artikel daaronder wordt
begrepen, toegekende pensioenen wegens ziekte of gebreken bij een mate
van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel E 6, tweede lid, van
laatstgenoemde wet, van ten minste 15 procent, met inachtneming van de
eventuele verhoging en bijzondere verhoging op grond van de artikelen E
7, E 8 of E 9 van laatstgenoemde wet;
d. de uitgaven, daaronder
tevens begrepen de uitvoeringskosten, ter zake van de beroepsmilitair, bedoeld in artikel
A 1, eerste lid, onderdeel
b,
van de Algemene militaire pensioenwet, alsmede de persoon die op grond van het tweede lid,
onderdeel b, van dat artikel daaronder wordt begrepen, op grond van de
voor hem geldende rechtspositieregeling inzake
arbeidsongeschiktheid na ontslag toegekende uitkering overeenkomstig de bepalingen van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, voor zover het een
uitkering betreft in een periode die niet eerder ingaat dan na 52 weken,
te rekenen vanaf de eerste dag waarop de arbeidsongeschiktheid is
ontstaan;
e. de voorzieningen,
vergoedingen en toelagen die overeenkomstig de artikelen
65, 65a en
65b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
worden toegekend op grond
van artikel 32 van de Wet
privatisering ABP dan wel op grond van
artikel 38 van die wet
juncto artikel 32 van die
wet;
f. de voorzieningen,
vergoedingen en toelagen die overeenkomstig de artikelen
65, 65a en
65b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
door Onze Minister van
Defensie worden toegekend op grond van artikel X 5 van de
Algemene militaire pensioenwet aan personen die op grond van de Algemene
militaire pensioenwet recht hebben op een pensioen ter zake van
ziekte of gebreken als bedoeld in die wet, alsmede de uitvoeringskosten
ter zake;
g. de loonsuppletie die
op grond van artikel 32 van de Wet
privatisering ABP met overeenkomstige
toepassing van artikel 60 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegekend aan personen die op grond van paragraaf 9 van
de Wet privatisering
ABP recht hebben op een WAO-conforme uitkering
als bedoeld in die wet;
h. de loonsuppletie die
op grond van artikel X 6 van de Algemene militaire pensioenwet met
overeenkomstige toepassing van artikel 60 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegekend aan
personen die op grond van
de Algemene militaire pensioenwet recht hebben op een pensioen
ter zake van ziekte of gebreken als bedoeld in die wet, alsmede de
uitvoeringskosten ter zake;
i. de loonkostensubsidie
die op grond van artikel 32 van de Wet
privatisering ABP met overeenkomstige toepassing van
artikel 62 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegekend aan werkgevers die een
dienstbetrekking of daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding zijn aangegaan met een
persoon die op grond van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP recht heeft op een WAO-conforme uitkering als bedoeld in
die wet;
j. de kosten van
opleiding of scholing die op grond van artikel 32 van de Wet
privatisering ABP met
overeenkomstige toepassing van artikel 64 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering worden gemaakt ten
behoeve van een persoon
die op grond van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP recht
heeft op een WAO-conforme uitkering als bedoeld in die
wet;
k. de kosten van
opleiding of scholing die op grond van artikel X 6 van de Algemene militaire
pensioenwet met overeenkomstige toepassing van artikel 64 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering worden gemaakt ten behoeve van
een persoon die op grond van de Algemene militaire pensioenwet
recht heeft op een pensioen ter zake van ziekte of gebreken als bedoeld in
die wet, alsmede de uitvoeringskosten ter zake;
l. de reïntegratie-uitkeringen die op grond van artikel 32 van de
Wet privatisering
ABP overeenkomstig artikel 63 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering door het Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel,
bedoeld in artikel 21 van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP, worden toegekend aan personen die op grond van paragraaf 9 van
de Wet privatisering
ABP recht hebben op een WAO-conforme uitkering
als bedoeld in die wet;
m. de reïntegratie-uitkeringen die op grond van artikel X 6 van de Algemene militaire
pensioenwet overeenkomstig artikel 63 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering door Onze
Minister van Defensie
worden toegekend aan
personen die op grond van de Algemene militaire pensioenwet recht hebben
op een pensioen ter zake van ziekte of gebreken als bedoeld in
die wet, alsmede de uitvoeringskosten ter zake;
n. het gezamenlijke
bedrag van de WAO-conforme uitkeringen en de vakantie-uitkeringen die
met overeenkomstige toepassing van artikel 44, derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering niet zijn uitbetaald en dat met overeenkomstige toepassing van
artikel 44, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt afgedragen aan ’s Rijks kas,
vermeerderd met het bedrag aan premies dat het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel
bij wel-uitbetaling daarover
op grond van enige wet verschuldigd zou zijn en dat niet op deze
uitkeringen in mindering kan worden gebracht.
Art.
III. [MvT]
Artikel 21a van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP wordt vervangen door een
nieuw artikel, luidende:
Art. 21a.
-1. Zo nodig in afwijking
van artikel II van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen komen ten laste
van het FAOP:
a. gedurende de periode
van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop een WAO-conforme
uitkering op grond van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP is ingegaan, de op grond van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP te
betalen WAO-conforme uitkeringen, alsmede de op grond van enige wet over
deze uitkeringen door het FAOP verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
b. het gezamenlijke
bedrag van de WAO-conforme uitkeringen en de vakantie-uitkeringen die
in de in de onderdeel a bedoelde periode met overeenkomstige toepassing van
artikel 44, derde lid, van de
WAO niet
zijn uitbetaald en dat
met overeenkomstige toepassing van artikel 44, vierde lid, van de WAO
wordt afgedragen aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het bedrag aan
premies dat het FAOP bij wel-uitbetaling daarover op grond van enige wet
verschuldigd zou zijn en dat niet op deze uitkeringen in mindering kan worden
gebracht;
c. de uitgaven met
betrekking tot de uitvoering van de Wet arbeid gehandicapte werknemers,
bedoeld in artikel 11, eerste lid, van die wet.
-2. Indien een
WAO-conforme uitkering met overeenkomstige toepassing van artikel 43a, eerste lid, onderdeel
a, van de WAO wordt toegekend, vangt de in
het eerste lid bedoelde periode van vijf jaar aan op de dag waarop de
overeenkomstig artikel 43a, eerste lid, onderdeel a, bedoelde ingetrokken
WAO-conforme uitkering is ingegaan.
-3. Indien een
WAO-conforme uitkering met overeenkomstige toepassing van artikel 43a, eerste lid, onderdeel
b, van de WAO wordt toegekend, vangt de in
het eerste lid bedoelde periode van vijf jaar aan na het verstrijken van de
wachttijd van 52 weken overeenkomstig artikel 19 van de WAO.
-4. Het eerste lid is niet
van toepassing, indien:
a. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien
op grond
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
b. als gevolg van het
intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens recht bestaat op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van artikel 20 van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden
gesteld met betrekking tot dit artikel.
Art.
IV. [MvT]
-1. In afwijking van
artikel II komen ten laste van Onze Minister van Defensie gedurende de
periode van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop een in artikel II,
onderdeel c, bedoeld pensioen is ingegaan of een in artikel II, onderdeel
d, bedoelde uitkering is ingegaan, de uitgaven met betrekking tot de in
artikel II, onderdeel c, bedoelde te betalen pensioenen en de in
artikel II,
onderdeel d, bedoelde te betalen uitkeringen, alsmede de op grond van enige wet
over deze pensioenen en uitkeringen door Onze Minister van
Defensie verschuldigde premies die niet op deze pensioenen in mindering kunnen worden gebracht.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing, indien:
a. de uitkering of het
pensioen wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
b. als gevolg van het
intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens recht bestaat op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van artikel 20 van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-3. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden
gesteld met betrekking tot dit artikel.
Art. V.
[MvT]
De gelden gemoeid met de
in artikel II, onderdeel g, h, i, j en k, bedoelde
reïntegratiemaatregelen die ten laste kunnen worden gebracht
van het Arbeidsongeschiktheidsfonds worden voor het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering
overheidspersoneel,
bedoeld in artikel 21 van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP, en Onze Minister van Defensie per kalenderjaar
en per reïntegratiemaatregel door het Tijdelijk Instituut voor coördinatie en afstemming, onder goedkeuring van het
College van toezicht
sociale verzekeringen, gemaximeerd.
Art.
VI. [MvT]
-1. De in artikel 77 van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
bedoelde basispremie is
verschuldigd door:
a. de werkgever, bedoeld
in artikel 23, eerste lid, van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP, met betrekking tot werknemers als
bedoeld in artikel 22 van die
wet;
b. Onze Minister van Defensie met betrekking tot militairen, bedoeld in artikel 28, eerste lid,
onderdeel b, onder 3º, van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP en met betrekking tot gewezen militairen, bedoeld in artikel 28,
vierde lid, onderdeel a, onder 2º en 3º, van die
wet.
-2. De op grond van het
eerste lid verschuldigde basispremie wordt door het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel,
bedoeld in artikel 21 van
de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP, geheven bij de in
het eerste lid, onderdeel a, bedoelde werkgevers. Het Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering stort de op grond van de eerste volzin geheven
basispremies in het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
-3. De artikelen 77 tot en
met 77e van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn van overeenkomstige
toepassing op het eerste lid. Voor de overeenkomstige toepassing van artikel
77, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt de zinsnede
"het loon dat,
in het tijdvak waarover
de betaling loopt, is genoten door de werknemer" gelezen: het loon,
bedoeld in artikel 26a, tweede en derde lid, van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP.
-4. Onze Minister
kan in
overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Defensie regels stellen met
betrekking tot de
vaststelling van het loon voor de in het derde lid bedoelde overeenkomstige
toepassing van de artikelen 77 tot en met 77e
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
VII. [MvT]
-1. Onder uitkeringen en
pensioenen als bedoeld in artikel 75b
en in artikel 76f van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, in artikel 21a van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP en in artikel IV van deze
wet wordt
uitsluitend verstaan de uitkeringen en pensioenen die zijn ingegaan op of
na de dag van inwerkingtreding van deze wet.
-2. Onder overgang van een
onderneming als bedoeld in artikel 78, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt uitsluitend
verstaan de overgang van een onderneming
die heeft plaatsgevonden
op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet.
Art.
VIII.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Art.
IX.
-1. De artikelen van deze
wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het
eerste lid treden van
artikel I, onderdeel FF,
de artikelen 87b en 87d
in
werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad waarin deze
wet wordt geplaatst, dan wel het Staatsblad waarin de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 1996, treden de in de eerste zin
genoemde artikelen in werking met ingang van de eerste dag van de
kalendermaand na zowel de datum van uitgifte van Staatsblad waarin deze
wet wordt geplaatst als de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt geplaatst.
1. Bij Besluit
van 2 september 1997, Stb. 1997, 391, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, met uitzondering van het in
artikel I, onderdeel BB, opgenomen artikel 75 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, dat in werking treedt met ingang
van 1 oktober 1997, red.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de negenentwintigste
april 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|