|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997, 24 776.
Handelingen II 1996-1997, blz. 1658-1708, 1757-1784, 1931-1974, 2187.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 776 (94, 94a, 94b, 94c, 94d, 94e).
Handelingen I 1996-1997, zie vergaderingen d.d. 15 en 22 april 1997.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 24 april 1997, Stb.
1997, 178, houdende overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming
van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen).
Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997,
391), zie artikel LVII.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
te
regelen, de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet in te trekken en in verband
daarmee enige wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. I.
Algemene begrippen
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. het Tijdelijk instituut
voor coördinatie en afstemming: het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in hoofdstuk IV van de
Organisatiewet sociale verzekeringen;
c. bedrijfsvereniging: een
bedrijfsvereniging als bedoeld in hoofdstuk V van de Organisatiewet
sociale verzekeringen;
d.
Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in
artikel 72
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
e. Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in
artikel 34 van de
Wet financiering volksverzekeringen,
zoals dit artikel luidde op de dag vóór de dag van inwerkingtreding van
deze wet;
f.
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen: het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen, bedoeld in artikel 78 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
g.
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten: het Arbeidsongeschiktheidsfonds
jonggehandicapten, bedoeld in artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-2. Onder Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt verstaan: de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende
bepalingen, zoals die
wet en
die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet, met inbegrip van alle bij of krachtens wet met betrekking
tot bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
getroffen invoerings- en overgangsbepalingen die op die dag van kracht
waren.
Art.
II.
Intrekking AAW
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt ingetrokken, onverminderd de artikelen
IV, VIII, zesde lid, IX, XIII,
XIV, XXIV en XXV.
-2. De algemene maatregelen
van bestuur mede op grond van achtereenvolgens de artikelen 5 en 43 van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet getroffen, berusten na de inwerkingtreding van deze wet mede op
achtereenvolgens de artikelen 2, zevende lid, en
59, tiende lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en achtereenvolgens de
artikelen 2, achtste lid, en 51, negende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten. De algemene
maatregel van bestuur op
grond van artikel 59b van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet getroffen, berust na de inwerkingtreding van
deze wet op artikel 28 van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en invoeringsbepalingen met betrekking tot de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet en de Werkloosheidswet
Art.
III.
Beschikkingen
inzake werkvoorzieningen
Beschikkingen van de
bedrijfsverenigingen op grond van artikel 57, met uitzondering van het tweede
lid, onderdeel b en c, en beschikkingen van de bedrijfsverenigingen op grond van de artikelen
57a en 58 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet worden met betrekking tot personen die verzekerd zijn
op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering aangemerkt als beschikkingen
op grond van onderscheidenlijk de
artikelen 65, 65a en 65b
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
IV.
Beschikkingen
inzake leefvoorzieningen
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen voor
voorzieningen op grond van artikel 57, tweede lid, onderdeel b en
c, van die
wet, gedaan vóór de inwerkingtreding van deze wet, alsmede op de
beschikkingen van de bedrijfsverenigingen tot toekenning van deze
voorzieningen. De uitgaven in verband met deze beschikkingen komen
ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art. V.
Beschikkingen inzake
vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beschikkingen van de
bedrijfsverenigingen op grond van artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet worden aangemerkt als
beschikkingen op grond van
artikel 81, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
VI.
Verhoging WAO-uitkering
De persoon die op de dag vóór inwerkingtreding van deze wet recht had op verhoging van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 46a
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering behoudt deze verhoging zolang hij daar op
grond van dat artikel recht op zou hebben als dat artikel en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet nog van kracht zouden zijn geweest. De
verhoging wordt aangemerkt als uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
VII.
Samenloop AAW- en
WAO-uitkering vrijwillig verzekerden
Artikel 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van
toepassing op de persoon, bedoeld in artikel X, ten aanzien van wie de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet op grond van artikel XI van toepassing
blijft, met dien verstande dat in artikel 84a
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
in plaats van "Algemene Arbeidsongeschiktheidswet"
wordt gelezen: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Art.
VIII.
Overgang
vermogensbestanddelen AAf en FAOP
-1. Alle
vermogensbestanddelen die door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en
afstemming
afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds gaan over op het
Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen,
overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
-2. Met het oog op de
toepassing van artikel II, onderdeel a, b, e, g,
i, j en l, van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen draagt het Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld
in artikel 21 van de Wet financiële voorzieningen privatisering
ABP, een deel van zijn in artikel 21d, eerste volzin, van die wet
bedoelde aanwezige vermogen over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds,
bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Het in de eerste zin bedoelde deel van het vermogen bestaat uit een
bedrag dat het resultaat is van een breuk waarvan de teller wordt
gevormd door het aanwezige vermogen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds,
bedoeld in artikel 72 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
vermenigvuldigd met de lasten van het Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld in artikel
21a van
de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, en de noemer door de
lasten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel
76, derde
lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-3. De toepassing van het
tweede lid geldt de aldaar genoemde aanwezige vermogens en lasten op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van deze wet.
-4. Onder "artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" en
"artikel 76,
derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" in het tweede lid,
tweede
zin, genoemd, wordt verstaan de artikelen 72 en
76, derde
lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel en dat
artikellid luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet.
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het tweede
lid.
-6. De bepalingen betrekking
hebbend op het beheer en de administratie van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, zoals die vóór de datum van inwerkingtreding
van deze wet in de Organisatiewet sociale verzekeringen en de Wet
financiering volksverzekeringen voorkomen, blijven van kracht voor
zolang dit beheer en deze administratie nog plaatsvinden ter uitvoering
van hetgeen bij en krachtens het eerste lid is bepaald.
Art.
IX.
AAW-declaraties
De op basis van artikel 8,
derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet bij het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming ingediende
declaraties die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn
afgehandeld, worden met ingang van die datum afgehandeld door het
Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming ten laste van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art.
X.
Overgangsbepaling
inzake artikel 17 Wajong
Artikel 17, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten is niet
van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte die op de
dag vóór de inwerkingtreding van deze wet recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
buiten Nederland gevestigd was, zolang laatstgenoemde omstandigheid
voortduurt.
Art.
XI.
Overgangsbepaling
inzake artikel 29b ZW
Voor de toepassing van
artikel 29b, eerste lid, van de Ziektewet, zoals dit artikellid luidt na
inwerkingtreding van deze wet, wordt een uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
6 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, genoten of doorgemaakt vóór
de dag van inwerkingtreding van deze wet, aangemerkt als
uitkering of wachttijd als bedoeld in een wet, genoemd in artikel 29b,
eerste lid, van de Ziektewet.
HOOFDSTUK
3
Overgangsbepalingen
met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen
§ 1.
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XII.
Personenkring WAZ
-1. De bepalingen van deze
paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op personen die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet waren verzekerd op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en op wie een omstandigheid
als bedoeld in artikel XIII van toepassing is, welke
omstandigheid rechtstreeks voortvloeit uit het hebben verworven van winst
of inkomsten uit werkzaamheden verricht in het bedrijfs- en
beroepsleven als:
a. zelfstandige;
b. meewerkende echtgenoot;
c. verzekerde op grond van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat met betrekking
tot deze werkzaamheden een andere wettelijke regeling inzake tegemoetkoming in de geldelijke gevolgen van langdurige
arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was.
-2. Als zelfstandige dan wel
als meewerkende echtgenoot wordt aangemerkt de persoon die op
grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
winst geniet uit bedrijf of zelfstandig uitgeoefend beroep of twee
personen die op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
echtgenoten van elkaar zijn en samenwerken in de uitoefening van een
bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, waarbij ieder van de
echtgenoten een deel van de winst geniet.
Art.
XIII.
Toepasselijkheid
AAW- en WAZ-bepalingen op personenkring
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
wet op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van
de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a. wiens
arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en
uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, nog
niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
had, met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering,
onmiddellijk na afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52
weken of binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;
b. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet in aanmerking was gebracht voor
een voorziening als bedoeld in artikel 57, met uitzondering van een voorziening als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel b en c, van dat
artikel, een inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 59b, dan wel een
vergoeding of toelage als bedoeld in artikel 58 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet met betrekking tot die voorziening,
inkomenssuppletie, vergoeding of toelage;
d. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a of 37 van
die wet
in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. De artikelen 3a, 10,
tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, eerste lid, 13, 14, 15, 16, 17, 18,
19, 20, 20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f,
20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33,
36a, 37, 39, 40, 41, 41a, 43, 44, 45, 47, 48, 48a,
48b, 50, 52, 53,
55, 56, 57, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b en
c, 58, 59b,
61, 62, 63, 65, 78, 86, 87 en 88 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde
persoon.
-3. De toepasselijkheid van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon
niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van
zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, voorziening,
inkomenssuppletie, vergoeding of toelage, anders dan op grond van het eerste
lid.
-4. Ten aanzien van de in het
eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen
8, zesde,
zevende en achtste lid, 9, eerste lid, 10,
12, vijfde lid, 13,
14, 15, 16,
18, 19, 20,
21, 25, 26,
27, 28, 29,
30, 31, 32,
33, 36, 37,
38, 40, 41,
42, 43, 44,
45, 46, 47,
48, 49, 50,
51, 52, 53,
54, 55, 56,
57, 58, 59,
60, 61, 62,
63, 64, 65,
66, 67, 70,
82, 84, 85,
86, 87, 94,
97, 99, 100 en
101 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van toepassing.
-5. Beschikkingen ten aanzien
van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van
bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-6. De persoon, bedoeld in
het eerste lid, ten aanzien van wie geen beschikking als bedoeld in
het vijfde lid is genomen, wordt vanaf de dag van inwerkingtreding van
deze wet aangemerkt als verzekerde in de zin van artikel
3, tweede lid,
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-7. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit
artikel niet voorziet, dan
wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze
regels kunnen onder meer inhouden:
a. de aanwijzing van andere categorieën personen dan de in het eerste lid
genoemde op wie dit
artikel mede van toepassing is;
b. het buiten toepassing
verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
dan de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het
tweede lid het alsnog van toepassing verklaren van één of meer artikelen in
dat lid genoemd;
c. het van toepassing
verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen dan de in het vierde lid genoemde, dan wel in
afwijking van het vierde lid het alsnog buiten toepassing verklaren van
één
of meer artikelen in dat lid genoemd;
d. het geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
personen;
e. het van toepassing
verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het
eerste tot en met derde lid voortvloeit.
§ 2.
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XIV.
Van toepassing
blijvende AAW-bepalingen
-1. Voor een persoon die als
verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, recht krijgt
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die
wet, blijven:
a. de artikelen 5, 12,
tweede tot en met vierde lid, en 23 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op 31
december 1986, van toepassing indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;
b. indien onderdeel a niet
van toepassing is, artikel 5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
zoals dat artikel luidde op 31 juli 1993, van toepassing indien hij op
die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en op 1 augustus 1993 de
leeftijd van 50 jaar heeft bereikt;
c. de artikelen 24 en 26 van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden
op 31 juli 1993, van toepassing indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 50 jaar heeft
bereikt.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel
niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties
leidt, zo nodig in afwijking van het eerste lid, artikelen van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot een
bij die maatregel te bepalen datum, gelegen vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde duur van toepassing blijven
op een persoon als bedoeld in het eerste lid.
§ 3.
Overgangsbepalingen
ten aanzien van vrijwillig verzekerden op grond van de Ziektewet
Art.
XV.
Personenkring
De bepalingen van deze
paragraaf zijn van toepassing op de vrouw die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet was verzekerd op grond van de vrijwillige verzekering van de
Ziektewet uit
hoofde van werkzaamheden als
bedoeld in artikel XII, eerste lid.
Art.
XVI.
Recht op
bevallingsuitkering ZW
De vrouw wier bevalling
blijkens een verklaring van een arts of een verloskundige waarop de
vermoedelijke bevallingsdatum wordt aangegeven binnen zes weken na de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is te
verwachten, heeft uitsluitend recht op uitkering in verband met bevalling op de
voet van de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen.
Gedurende dat recht heeft zij geen recht op uitkering in verband met
bevalling op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Art.
XVII.
Behoud recht op
bevallingsuitkering op grond van ZW
-1. De vrouw wier bevalling vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet heeft plaatsgevonden en
in verband daarmee recht op uitkering in verband met bevalling heeft op grond van de
Ziektewet, behoudt dat recht
zolang de duur daarvan op
grond van de bepalingen van die wet niet is verstreken. Tijdens die duur
heeft zij geen recht op uitkering in verband met bevalling op grond van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de samenloop van een uitkering in
verband met bevalling op
grond van de Ziektewet als bedoeld in het eerste lid met een andere
uitkering die de persoon, bedoeld in het eerste lid, op grond van enige
wettelijke regeling ontvangt.
§ 4.
Uitkeringsrecht in
verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen
Art.
XVIII.
Toepasselijkheid
WAZ ten aanzien van bevallingsuitkering
De vrouw die verzekerd is op
grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft recht op
uitkering in verband met haar bevalling indien haar bevalling op of na de dag van inwerkingtreding van
deze wet plaatsvindt en op
haar artikel XV, noch artikel XVI, van toepassing is.
Art.
XIX.
Uitzondering
meldingsplicht
Ten aanzien van de vrouw die
vanaf de dag van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is verzekerd
en wier bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige
binnen drie maanden na de dag van inwerkingtreding van deze wet is te
verwachten, blijft artikel 34 van die wet buiten toepassing.
§ 5.
Overige invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Art.
XX.
AAW-uitkering basis
voor vakantiebijslag
Voor de toepassing van de
artikelen 25 en 26 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt onder
arbeidsongeschiktheidsuitkering of uitkering in verband met bevalling tevens verstaan de arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art.
XXI.
Toekenningsperiode
WAZ-uitkering
-1. In afwijking van artikel
35, eerste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt het
tijdvak van toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering tot een nader bij algemene maatregel
van bestuur te bepalen
tijdstip gesteld op vijf jaar. Bij algemene maatregel van bestuur kan voorts
worden bepaald dat na het in de eerste zin bedoelde tijdstip, tot nog
een later tijdstip, een tijdvak van vier jaar in aanmerking wordt genomen.
-2. De wijziging van het
tijdvak, bedoeld in het eerste lid, brengt geen wijziging in de
tijdvakken
zoals die gelden ter zake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn
toegekend of
voortgezet op een tijdstip gelegen vóór het tijdstip van
wijziging van het tijdvak.
Art.
XXII.
AAW- en WAZ-verzekering
één verzekering
Aaneensluitende
verzekeringen op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen gelden als één verzekering.
HOOFDSTUK
4
Overgangsbepalingen
ten aanzien van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten
§ 1.
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XXIII.
Personenkring
Wajong
De bepalingen van deze
paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op de persoon die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet:
a. verzekerd was op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat enige andere
wettelijke regeling inzake tegemoetkoming in de geldelijke gevolgen
van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was;
b. op wie op die dag een
situatie als bedoeld in artikel XXIV van toepassing was; en
c. op wie artikel XII niet
van toepassing is.
Art.
XXIV.
Toepasselijkheid
AAW- en Wajong-bepalingen op personenkring
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
wet op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van
de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a. wiens
arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en
uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, nog
niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
had, met betrekking tot het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering,
onmiddellijk na afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52
weken of binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;
b. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet in aanmerking was gebracht voor
een voorziening als bedoeld in artikel 57, met uitzondering van een voorziening als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel b en c, van dat
artikel, dan wel een vergoeding of toelage als bedoeld in artikel 58 van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet met betrekking tot die
voorziening, vergoeding of toelage;
d. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a of 37 van
die wet
in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. De artikelen 3a, 10,
tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20,
20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f,
20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33,
36a, 37, 39, 40, 41, 41a, 43, 44, 45, 47, 48, 48a,
48b, 50, 52, 53, 55, 56, 57, met
uitzondering van het tweede lid, onderdeel b en c, 58, 61, 62, 63, 65,
78, 86, 87 en 88 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon.
-3. De toepasselijkheid van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon
niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van
zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, voorziening, vergoeding of
toelage, anders dan op grond van het eerste lid.
-4. Ten aanzien van de in het
eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen
7, 8, 9,
11,
vijfde lid, 12, 13,
14, 15, 16,
17, 18, 19,
20, 21, 22,
23, 24, 25,
26, 27, 29,
30, 31, 33,
34, 35, 36,
37, 38, 39,
40, 41, 42,
43, 44, 45,
46, 47, 48,
49, 50, 51,
52, 53, 54,
55, 56, 57,
58, 59, 62,
66, 68, 74,
75 en 76 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing.
-5. Beschikkingen ten aanzien
van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van
bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit
artikel niet voorziet, dan
wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze
regels kunnen onder meer inhouden:
a. de aanwijzing van andere categorieën personen dan de in het eerste lid
genoemde op wie dit
artikel van toepassing is;
b. het buiten toepassing
verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
dan in de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het
tweede lid, het alsnog van toepassing verklaren van één of meer artikelen in
dat lid genoemd;
c. het van toepassing
verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten dan de in het vierde lid genoemde, dan wel
in afwijking van het vierde lid het alsnog buiten toepassing verklaren
van één of meer artikelen in dat lid genoemd;
d. het geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
personen;
e. het van toepassing
verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het
eerste tot en met derde lid voortvloeit.
§ 2.
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XXV.
Van toepassing
blijvende AAW-bepalingen
-1. Voor de persoon die als
jonggehandicapte, bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, recht krijgt
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet
blijft artikel
5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat artikel luidde op
31 juli 1993, van toepassing indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die
wet.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel
niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties
leidt, zo nodig in afwijking van het eerste lid, artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot een
bij die maatregel te bepalen datum, gelegen vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde duur van toepassing blijven
op een persoon als bedoeld in het eerste lid.
§ 3.
Overige invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Art.
XXVI.
AAW-uitkering
basis voor vakantiebijslag
Voor de toepassing van de
artikelen 21 en 22 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt
onder arbeidsongeschiktheidsuitkering tevens verstaan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art.
XXVII.
Toekenningsperiode
Wajong-uitkering
-1. In afwijking van artikel
28, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt de
periode van toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering tot een nader bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen tijdstip gesteld op vijf jaar. Bij algemene
maatregel van bestuur kan
voorts worden bepaald dat na het in de eerste zin bedoelde tijdstip, tot
nog een later tijdstip, een termijn van vier jaar in aanmerking wordt genomen.
-2. De wijziging van de
termijn, bedoeld in het eerste lid, brengt geen wijziging in de
termijnen
zoals die gelden ter zake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn
toegekend of
voortgezet op een tijdstip gelegen vóór het tijdstip van
wijziging van de termijn.
Art.
XXVIII.
AAW-verzekering
en Wajong één verzekering
Aaneensluitende verzekering
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en jonggehandicapt zijn in de zin van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt als één ononderbroken verzekering
dan wel situatie van jonggehandicapt zijn aangemerkt.
HOOFDSTUK
5
Wijziging
van verschillende wetten
Art.
XXIX.
Organisatiewet
sociale verzekeringen [MvT]
De Organisatiewet sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt
subonderdeel 3 vervangen door:
3º. het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, bedoeld in artikel 78 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
2. In onderdeel h wordt na
subonderdeel 9 een subonderdeel ingevoegd, luidende:
10º. het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 63 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
3. In onderdeel n wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1987, 90)" vervangen door:
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
4. Na onderdeel n wordt,
onder vervanging van de punt aan het eind van dat onderdeel door een
puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
o. sectorale
arbeidsongeschiktheidskas: een sectorale arbeidsongeschiktheidskas
als bedoeld in artikel 73 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. [MvT]
Artikel 17 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid, wordt "het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds"
vervangen door: het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten.
2. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. De bedrijfsvereniging kan
uitgaven die, ingevolge een besluit van het College op grond van het
eerste lid, niet ten laste van de in het eerste lid genoemde Algemeen Werkloosheidsfonds, het Arbeidsongeschiktheidsfonds
of het Toeslagenfonds kunnen worden gebracht ten laste brengen van wachtgeldfondsen of
sectorale arbeidsongeschiktheidskassen.
C. [MvT]
In artikel 18 wordt "of
hoofdstuk III, paragraaf 2, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: , hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf
1, en afdeling 2,
paragraaf 2, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of
hoofdstuk
2, afdeling 1, paragraaf 1, en afdeling 2, paragraaf
2, van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
D. [MvT]
In artikel 56 wordt "de Toeslagenwet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, de Toeslagenwet.
E. [MvT]
Artikel 68 vervalt.
F. [MvT]
In artikel 68a, eerste lid,
vervalt steeds de zinsnede ", onverminderd artikel 68,"
G. [MvT]
Artikel 78 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "fonds of een wachtgeldfonds" vervangen door: fonds, sectorale
arbeidsongeschiktheidskas of wachtgeldfonds.
2. In het derde en zesde lid
wordt "wachtgeldfonds" vervangen door: sectorale arbeidsongeschiktheidskas of wachtgeldfonds.
H. [MvT]
In artikel 85, vierde lid,
wordt "en 4º bedoelde fondsen, alsmede aan de wachtgeldfondsen" vervangen
door: 4º en 10º bedoelde fondsen, alsmede aan de sectorale
arbeidsongeschiktheidskassen en de wachtgeldfondsen.
I. [MvT]
Artikel 89 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
2. In het derde lid wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
J. [MvT]
In artikel 99, onderdeel c,
vervalt de zinsnede ", de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet".
K.
In artikel 108 wordt de
zinsnede "20a, vierde lid, en 48, vierde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: 48, vierde lid, en
63, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, 40, vierde lid, en 55, vierde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Art.
XXX.
Coördinatiewet
Sociale Verzekering [MvT]
Artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te
luiden:
-3. Bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt
geheven, blijft, wat het deel van de premie dat ten gunste komt van het
wachtgeldfonds van de bedrijfsvereniging betreft, het bij dezelfde
werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag dat wordt
verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister
vastgesteld
bedrag met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het
loon heeft genoten.
2. Het vierde lid wordt
vervangen door:
-4. Bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt
geheven, blijft, wat het door de werkgever en door de werknemer
verschuldigde gedeelte van het deel van de premie dat ten gunste komt van
het
Algemeen Werkloosheidsfonds betreft, het bij dezelfde werkgever genoten
loon buiten aanmerking tot een bedrag dat wordt verkregen door
vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag met het
aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het
loon heeft genoten. Het bedrag, genoemd in de eerste zin, kan voor de
werkgever en voor de werknemer verschillend worden vastgesteld.
Art.
XXXI.
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Voor de tekst van artikel 79
wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd,
luidende:
-2. Indien bezwaar wordt
gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist de bedrijfsvereniging binnen zeventien weken of, indien zij advies vraagt aan
een deskundige die niet
onder haar verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken
na ontvangst van het bezwaarschrift.
B.
Na artikel 79 wordt een
nieuw artikel 79a ingevoegd, luidende:
Art. 79a.
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art.
XXXII.
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
Artikel 6 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de
directeur-grootaandeelhouder.
2. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Het eerste en tweede lid
zijn alleen van toepassing op de aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen.
3. Aan het artikel wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van
Financiën, regels
gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het
eerste lid,
onderdeel d, wordt verstaan.
Art.
XXXIII.
Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
Na artikel XXVII van de Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen worden twee nieuwe artikelen
ingevoegd, luidende:
Art. XXVIIa.
-1. In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen dertien weken na
ontvangst van het
bezwaarschrift.
-2. Indien bezwaar wordt
gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist de bedrijfsvereniging binnen zeventien weken of, indien zij advies vraagt aan
een deskundige die niet
onder haar verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken
na ontvangst van het bezwaarschrift.
Art. XXVIIb.
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art.
XXXIV.
Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de
directeur-grootaandeelhouder.
2. Aan het artikel wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van
Financiën, regels
gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het
eerste lid,
onderdeel d, wordt verstaan.
B.
Na artikel 11 wordt een
nieuw artikel 11a ingevoegd, luidende:
Art. 11a.
-1. Het ziekengeld van de
werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
arbeid ter zake waarvan
ziekengeld wordt uitgekeerd,
in dienstbetrekking stond tot een werkgever die het in artikel 75a,
eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering bedoelde risico zelf draagt,
wordt uitbetaald door tussenkomst van deze werkgever.
-2. Artikel 11, derde lid, is
van overeenkomstige toepassing.
C. [MvT]
Artikel 29b, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. De werknemer die in de
drie jaren voorafgaand aan zijn dienstbetrekking:
a. recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten; of
b. de wachttijd van 52
weken, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel
7, tweede lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
6, eerste
lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, heeft doorgemaakt en
aansluitend aan die wachttijd niet arbeidsongeschikt is als bedoeld in die
wetten;
heeft vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken
recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte die gelegen zijn in de drie jaren na aanvang van de
dienstbetrekking.
D. [MvT]
Artikel 69, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig
verzekerde, met uitzondering van de persoon die verzekerd is op
grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, heeft recht
op ziekengeld in verband met haar bevalling.
E.
De derde afdeling wordt
vervangen door:
DERDE AFDELING. Bezwaar
§ 1. Algemeen
Art. 73.
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 74.
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen dertien weken na ontvangst van
het bezwaarschrift.
§ 2. Geschillen van
geneeskundige aard
Art. 75.
Deze paragraaf is van
toepassing op geschillen van geneeskundige aard omtrent het al dan niet
bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken.
Art. 75a.
In afwijking van artikel
6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het
indienen van een bezwaarschrift twee weken.
Art. 75b.
-1. In afwijking van
artikel 7:4, eerste lid, van de Algemene
wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden
nog tijdens het horen nadere stukken indienen.
-2. In afwijking van
artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene
wet bestuursrecht worden het
bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende
stukken:
a. voorafgaand aan het
horen aan belanghebbenden gezonden; dan wel
b. ten minste twee dagen
voorafgaand aan de hoorzitting voor belanghebbenden ter inzage gelegd.
-3. In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen vier weken na
ontvangst van het
bezwaarschrift.
Art.
XXXV.
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst van het
artikel wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Aan het eind van
onderdeel b vervalt "en".
3. De punt aan het eind
van onderdeel c wordt vervangen door een puntkomma, waarna een
nieuw onderdeel wordt toegevoegd, luidende:
d. die
directeur-grootaandeelhouder is.
4. Aan het artikel wordt
een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van
Financiën, regels
gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het
eerste
lid, onderdeel d, wordt verstaan.
B.
Artikel 81 wordt
vervangen door:
Art. 81.
-1. De premie is
verschuldigd door werkgevers en werknemers.
-2. Het deel van de premie
dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds van de bedrijfsvereniging
is verschuldigd door de werkgever.
-3. Het deel van de premie
dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds is gedeeltelijk verschuldigd door de werkgever en
gedeeltelijk door de
werknemer. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welk gedeelte door de
werkgever en welk gedeelte door de werknemer is verschuldigd.
-4. Bij de vaststelling
van de door werkgevers en werknemers verschuldigde premie die ten gunste
komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds blijft de premie, bedoeld
in artikel 68 van de Ziektewet, buiten beschouwing.
C.
Artikel 85, vierde lid,
wordt vervangen door:
-4. De in het derde lid
bedoelde vervangende premie is door de werkgever verschuldigd.
D. [MvT]
Aan artikel 93 wordt,
onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel f door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. de te betalen reïntegratie-uitkeringen ter zake van proefplaatsingen als bedoeld in
artikel 63
van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
XXXVI.
Wet
financiering volksverzekeringen [MvT]
De Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+
bis]
In artikel 1 wordt de
puntkomma aan het eind van onderdeel d vervangen door een punt en vervalt onderdeel
e.
B. [MvT
+
bis]
In artikel 2 wordt de
puntkomma aan het eind van onderdeel c vervangen door een punt en vervalt onderdeel
d.
C. [MvT
+
bis]
In artikel 11 vervalt het
derde lid en vervalt "en
derde" in het vierde lid, dat wordt vernummerd tot
derde lid.
D. [MvT
+
bis]
In artikel 25 wordt ",
de vrijwillige nabestaandenverzekering en de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door:
en de vrijwillige nabestaandenverzekering.
E. [MvT
+
bis]
In artikel 26, eerste
lid, wordt de puntkomma aan het einde van onderdeel a vervangen door een punt en vervallen
":
a." en onderdeel b.
F. [MvT
+
bis]
In artikel 27, derde lid,
wordt ", de vrijwillige nabestaandenverzekering en de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen
door: en de vrijwillige nabestaandenverzekering.
G. [MvT
+
bis]
De artikelen 34, 35 en
37
vervallen.
Art.
XXXVII.
Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid,
onderdeel f, wordt vervangen door:
f. loondervingsuitkering:
een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van
de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede
een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen;.
B.
Aan artikel 38 wordt een
tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Indien het
bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een bezwaar
tegen een
besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag
ligt, zijn de artikelen 79, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, 87d van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en XXVIIa, tweede lid, van de Wet terugdringing beroep op
de arbeidsongeschiktheidsregelingen van overeenkomstige toepassing.
Art.
XXXVIII.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers [MvT]
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel c, onder 4º, vervalt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980,
28),".
B. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel d, onder 2º, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, welke
is toegekend op grond van artikel 6, eerste lid,
onderdeel b, van die
wet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid
van minder dan 80%.
Art.
XXXIX.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen [MvT]
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, onder 3º, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
B. [MvT]
In artikel 6, tweede lid,
wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
C. [MvT]
Artikel 48, eerste lid,
onderdeel b, wordt vervangen door:
b. de
rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting,
premies
volksverzekeringen of premie op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
Art. XL.
Algemene
bijstandswet [MvT]
De Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, onderdeel a, vervalt ", de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet".
B. [MvT]
Artikel 2, onderdeel b,
wordt vervangen door:
b. premies
werknemersverzekeringen: de premie op grond van de Werkloosheidswet.
C. [MvT]
In artikel 8, vierde lid,
wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Art.
XLI.
Wet arbeid
gehandicapte werknemers [MvT]
De Wet arbeid
gehandicapte werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onderdeel b, subonderdeel 1, wordt
vervangen door:
1º. aan wie een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;.
2. In onderdeel b, subonderdeel 3,
wordt "voor wie, met toepassing van artikel 57, eerste lid, of artikel
57a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: voor wie,
met toepassing van artikel 65 of artikel 65a
van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
3. Na onderdeel b, subonderdeel 4,
wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:
5º. die in verband met
arbeidsongeschiktheid, op grond van het Pensioenreglement van de
Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de
Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau een
uitkering is toegekend;.
B. [MvT]
Na artikel 16 worden drie
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 16a.
-1. De bedrijfsvereniging
kan voorzieningen die strekken tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid
bevorderen, toekennen aan
een persoon als bedoeld in de ministeriële regeling, bedoeld in
artikel 16, derde lid, tenzij aan hem op grond van of met overeenkomstige
toepassing van artikel 65 van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
artikel 30 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
of artikel
24 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten dergelijke voorzieningen kunnen worden toegekend.
-2. De bedrijfsvereniging
kan een persoon aan wie op grond van het eerste lid voorzieningen
kunnen worden toegekend, in aanmerking brengen voor
voorzieningen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden indien
het vervoersvoorzieningen betreft die deel uitmaken van dan wel
rechtstreeks samenhangen met voorzieningen waarvoor hij op grond van
het eerste lid in aanmerking is of wordt gebracht.
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit
artikel nadere regels gesteld.
Art. 16b.
-1. Indien het toekennen
van een voorziening als bedoeld in artikel 16a tot gevolg heeft dat een
persoon met een arbeidshandicap geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan verrichten en uit dien hoofde inkomsten derft,
heeft hij tijdens de duur
van die voorziening aanspraak op een toelage die overeenkomt met het
bedrag van de gederfde inkomsten.
-2. Indien naar het
oordeel van de bedrijfsvereniging daartoe aanleiding bestaat, kan tijdens de
duur van een voorziening als bedoeld in artikel 16a een vergoeding worden
verleend wegens kosten van onderhoud en huisvesting.
-3. De bedrijfsvereniging
kan toelagen wegens inkomstenderving alsmede vergoedingen verlenen anders dan bedoeld in het eerste en
tweede lid.
-4. De vergoeding op grond
van dit artikel is niet vatbaar voor beslag.
Art. 16c.
In de uitvoering van de
artikelen 16a en 16b wordt voorzien door de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging.
Art.
XLII.
Wet op de
ondernemingsraden [MvT]
De Wet op de
ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 25, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel j door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
k. vaststelling van een
regeling met betrekking tot het zelf dragen van het risico, bedoeld in
artikel 75a, eerste lid, van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. [MvT]
In artikel 27, eerste
lid, onderdeel b, wordt "een regeling met betrekking tot een
pensioenverzekering" vervangen door: een regeling met
betrekking tot een ouderdoms- of nabestaandenpensioenverzekering.
Art.
XLIII.
Arbeidsomstandighedenwet [MvT]
Artikel 18, eerste lid,
onderdeel c, van de Arbeidsomstandighedenwet wordt vervangen door:
c. het uitvoeren van:
1º. het
arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 24a;
2º. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten;.
Art.
XLIV.
Ziekenfondswet [MvT]
De Ziekenfondswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3, eerste lid,
onderdeel d, wordt de zinsnede "dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering
ingevolge de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28), berekend naar een arbeidsongeschiktheid
van ten minste 45%, ontvangt" vervangen door: dan wel een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
of op grond
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten,
berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%,
ontvangt, dan wel een uitkering in verband met bevalling op
grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
ontvangt
indien betrokkene op de dag voorafgaande aan de dag waarop haar
recht op die uitkering ingaat, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.
B. [MvT]
In artikel 4, tweede lid,
onderdeel d, wordt "krachtens de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 8 of artikel 90 van
genoemde
wet geen recht op
toekenning van een
zodanige uitkering hebben" vervangen door: op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art.
XLV.
Wet op de
toegang tot ziektekostenverzekeringen [MvT]
In artikel 16, tweede
lid, onderdeel a, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen
wordt "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Art.
XLVI.
Wet op de
inkomstenbelasting 1964 [MvT]
De Wet op de
inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 5, derde lid,
onderdeel d, wordt "artikel 45, eerste lid, onderdeel
g" vervangen door: artikel 45, eerste lid, onderdeel
g en j.
B. [MvT]
In artikel 8, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel g
door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
h. voordelen bestaande
uit uitkeringen en aanspraken op uitkeringen op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
C. [MvT]
In artikel 8a, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel c
door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
d. premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
D. [MvT]
Aan artikel 30a wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
-3. In afwijking in
zoverre van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, behoren uitkeringen op
grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
steeds tot
de in dat onderdeel a bedoelde inkomsten in de vorm van bepaalde
periodieke uitkeringen en verstrekkingen die van publiekrechtelijke aard
zijn.
E. [MvT]
Aan artikel 36, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel n
door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
F. [MvT]
In artikel 45, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel i
door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
j. premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
G. [MvT]
In artikel 48, derde lid,
wordt, onder wijziging van de onderdeelaanduidingen b en c in
c en d, na
onderdeel a ingevoegd:
b. verminderd met de als
persoonlijke verplichtingen aan te merken premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;.
Art.
XLVII.
Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP [MvT]
De Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP, zoals die
wet komt te luiden indien het bij
koninklijke boodschap van 24 april 1996 bij de Tweede Kamer ingediende voorstel van
Wet premiedifferentiatie en
marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tot wet wordt verheven, wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 21, tweede lid,
komt te luiden:
-2. Het FAOP heeft tot
doel:
a. zorg te dragen voor de
uitvoering van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP, alsmede de artikelen 49, 50, vierde lid, 51 en 76 van
die wet;
b. zorg te dragen voor de
uitvoering van de Wet arbeid gehandicapte werknemers, bedoeld in
artikel 11, eerste lid, van die wet;
c. de middelen bijeen te
brengen en te beheren die nodig zijn voor de dekking van de uitgaven
van het FAOP ter zake van de WAO-conforme uitkeringen en de
voorzieningen overeenkomstig de artikelen 65,
65a en 65b
van de WAO, bedoeld
in artikel 32 van de Wet
privatisering ABP.
B. [MvT]
Na artikel 21a worden
drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 21b. [MvT]
De in artikel 21, tweede
lid, onderdeel c, bedoelde middelen worden verkregen door het heffen
van de in artikel 23 bedoelde invaliditeitspremie.
Art. 21c. [MvT]
Ten gunste van het FAOP
komen:
a. de gelden die het FAOP
ontvangt door het heffen van de sectorale premie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel
b;
b. de gelden die het FAOP
op grond van artikel 32 van de Wet
privatisering ABP met overeenkomstige
toepassing van artikel 65, tweede lid, van de WAO
ontvangt;
c. de gelden die het FAOP
op grond van artikel 76, eerste lid, van de Wet
privatisering ABP met
overeenkomstige toepassing van artikel 90 van de WAO
ontvangt in
verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 21a, onderdeel a.
Art. 21d. [MvT]
Het FAOP vormt een
vermogensreserve ter grootte van 10 procent van het totaal van de in
artikel 21a bedoelde uitgaven van het FAOP per kalenderjaar. De
sectorale premie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, is mede
bestemd voor de instandhouding van deze vermogensreserve.
C. [MvT]
De artikelen 23 tot en
met 26 worden vervangen door vijf nieuwe artikelen, luidende:
Art. 23. [MvT]
-1. De
invaliditeitspremie, bedoeld in artikel 21b, bestaat uit:
a. de in artikel 77b van
de WAO bedoelde basispremie die ten gunste komt van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in
artikel 72 van de
WAO;
b. een sectorale premie
die ten gunste komt van het FAOP.
-2. De basispremie, waarop
de artikelen 77, 77a
en
77b van de WAO van toepassing zijn, en de
sectorale premie, waarop de artikelen 24 en 25 van toepassing zijn, zijn
verschuldigd door elke werkgever.
Art. 24. [MvT]
-1. De werkgever betaalt
de invaliditeitspremie aan het FAOP.
-2. De werkgever mag de
door hem verschuldigde invaliditeitspremie niet verhalen op de werknemer.
-3. De werkgever is
invaliditeitspremie verschuldigd voor iedere in zijn dienst dan wel te zijnen
laste komende werknemer.
-4. Onverminderd artikel
77 van de WAO wordt de invaliditeitspremie betaald over het loon dat
een werknemer in een uitbetalingstermijn heeft of geacht wordt te hebben
ontvangen.
-5. Iedere werkgever doet
zo spoedig mogelijk na het verstrijken van elke uitbetalingstermijn,
doch uiterlijk vóór het einde van de maand volgende op die termijn, aan het bestuur van het FAOP per werknemer en
per dienstverhouding
gespecificeerd opgave van het loon over bedoelde termijn en zo nodig van
de voor die termijn geldende deeltijdfactor.
-6. Het bestuur van het
FAOP kan met het oog op de inning van de invaliditeitspremie ambtshalve een heffingsgrondslag vaststellen,
wijzigen of intrekken.
-7. De werkgever betaalt
de door hem verschuldigde invaliditeitspremie aan het FAOP vóór het
einde van de maand volgende op de uitbetalingstermijn waarop die invaliditeitspremie betrekking heeft.
-8. De werkgever is aan
het FAOP de wettelijke rente verschuldigd over bedragen die niet tijdig
zijn voldaan.
Art. 25. [MvT]
-1. De invaliditeitspremie
wordt door het FAOP geheven in een overeenkomstig dit
artikel vastgesteld percentage van de in artikel 26a bedoelde
heffingsgrondslag.
-2. De invaliditeitspremie
bedraagt een door het bestuur van het FAOP vast te stellen percentage van de in artikel
26a bedoelde heffingsgrondslag.
Het in de eerste volzin bedoelde percentage bedraagt de som van:
a. het door het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in artikel 31 van
de Organisatiewet sociale verzekeringen, op basis van artikel
77,
tweede lid, van de WAO vastgestelde percentage van de in dat artikel
bedoelde basispremie; en
b. het door het bestuur
van het FAOP op basis van artikel 26 vastgestelde percentage van de in
artikel 23, eerste lid, onderdeel b, bedoelde sectorale premie.
-3. In afwijking van het
tweede lid en van artikel 77, eerste lid, van de WAO
bedraagt de invaliditeitspremie over het loon uit een deeltijdbetrekking
het met de deeltijdfactor vermenigvuldigde percentage van de in artikel
26a bedoelde
heffingsgrondslag.
-4. Het bestuur van het
FAOP stelt het in het tweede lid bedoelde percentage op zodanige
manier vast dat per kalenderjaar de uitgaven van het FAOP, bedoeld in
artikel 21a, zijn gedekt alsmede de in artikel 21d bedoelde vermogensreserve
in stand wordt gehouden. Daarbij wordt tevens rekening gehouden
met de opbrengst van de belegging van de vermogensreserve.
Art. 26. [MvT]
-1. Het percentage van de
in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, bedoelde sectorale premie, alsmede
de periode waarvoor dit percentage zal gelden, worden door het bestuur
van het FAOP vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister
en de
Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.
-2. Indien de in het
eerste lid bedoelde overeenstemming niet wordt bereikt, wordt het in het
eerste lid bedoelde percentage voor de duur van drie maanden vastgesteld
bij ministeriële regeling.
Art. 26a. [MvT]
-1. De in artikel 23,
eerste lid, onderdeel a, bedoelde basispremie wordt geheven over de heffingsgrondslag. De in de eerste zin bedoelde
heffingsgrondslag is het
in artikel VI, derde lid, tweede zin, van de Wet premiedifferentiatie en
marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen juncto artikel
77, eerste
lid, van de WAO bedoelde loon.
-2. De in artikel 23,
eerste lid, onderdeel b, bedoelde sectorale premie wordt geheven over de
heffingsgrondslag. De in de eerste volzin bedoelde heffingsgrondslag is het
loon dat de werknemer in een uitbetalingstermijn van dezelfde werkgever
heeft of geacht wordt te hebben ontvangen, voor zover dit loon, herleid
naar een jaarbedrag, niet uitgaat boven het bedrag dat wordt verkregen door
het bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering, te vermenigvuldigen met 261.
-3. Indien de werknemer
die ambtenaar is zijn betrekking niet feitelijk vervult wegens het vervullen van een andere betrekking op grond van
waarvan hij eveneens
ambtenaar is, wordt de heffingsgrondslag, bedoeld in het tweede lid, voor
de eerstbedoelde betrekking zoveel mogelijk verminderd met de
heffingsgrondslag voor de laatstbedoelde betrekking.
D. [MvT]
Artikel 29, tweede lid,
alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid vervallen.
E. [MvT]
Artikel 30 vervalt.
F. [MvT]
Artikel 49, tweede lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. een voorstel omtrent
de vast te stellen sectorale premie, bedoeld in artikel 23, eerste lid,
onderdeel b, die toereikend is voor de dekking van de in artikel
21a bedoelde
uitgaven.
Art.
XLVIII.
Wet
privatisering ABP [MvT]
De Wet privatisering
ABP wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 32, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede "en de
artikelen 80, 88, 89 en
92 tot en met 98c van de WAO" wordt vervangen
door: en de artikelen 80, 87,
87a, 87b,
87c, 87d,
88,
88a tot en met 88i,
89 en 92 tot en met 98c van de WAO.
2. De zinsnede ",
alsmede de artikelen 57 tot en met 58 juncto 14, 16 tot en met 20, 48 en 78 van
de AAW
en de op de artikelen 57 tot en met 58 van die
wet berustende
bepalingen" vervalt.
B. [MvT]
Artikel 32, zesde lid,
vervalt.
C. [MvT]
In het tot zesde lid
vernummerde oude zevende lid van artikel 32 vervallen de woorden "en
van de AAW".
D. [MvT]
Na artikel 32 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 32a.
-1. De werkgever van de in
artikel 32 bedoelde overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer is verplicht een
geval waarin de
arbeidsongeschiktheid in de zin van dat artikel voortduurt uiterlijk in de zesde maand na aanvang van de arbeidsongeschiktheid bij het FAOP te melden.
De werkgever geeft
daarbij de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid op. Voor het bepalen van
het tijdvak van zes maanden worden tijdvakken van arbeidsongeschiktheid
samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder
dan vier weken opvolgen.
-2. Als werkgever van de
in het eerste lid bedoelde gewezen overheidswerknemer die recht heeft op een
uitkering ter zake van werkloosheid wordt beschouwd de
instantie van wie betrokkene de uitkering ter zake van werkloosheid
ontvangt.
-3. Het FAOP kan omtrent
de uitvoering van dit artikel voorschriften geven.
E. [MvT]
In artikel 33, eerste
lid, wordt de zinsnede "In afwijking van de op de artikelen 57,
57a en 58
van de AAW
berustende bepalingen" vervangen door: In afwijking van de
op grond van artikel 32, eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijnde, op de
artikelen 65, 65a en 65b
van de WAO berustende, bepalingen.
F. [MvT]
In artikel 46, eerste
lid, vervallen de woorden "en de AAW".
G. [MvT]
Artikel 63 vervalt.
Art.
XLIX.
Voorzieningen
op grond van Wet privatisering ABP [MvT]
Degene die op grond van
artikel 38 van de Wet
privatisering ABP in aanmerking is gebracht
voor een voorziening overeenkomstig artikel 57, 57a of 58 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, waarvan de duur niet eindigt op of vóór
de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt met ingang van de
laatstgenoemde datum in aanmerking gebracht voor een voorziening
overeenkomstig artikel 65, 65a
of
65b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van artikel 32, eerste lid, van de
Wet privatisering
ABP.
Art. L.
Verhoging WAO-conforme uitkering
De persoon die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet met overeenkomstige toepassing van
artikel
46a van de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van artikel 32, eerste lid,
van de Wet
privatisering ABP recht had op een verhoging van de WAO-conforme arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in paragraaf 9
van de Wet
privatisering ABP, behoudt deze verhoging zolang hij daar op grond van de genoemde
artikelen recht op zou hebben als die artikelen en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet nog van kracht zouden zijn geweest op de dag van
inwerkingtreding van deze wet. De verhoging wordt aangemerkt als
WAO-conforme uitkering op grond van paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP.
Art. LI.
Algemene
militaire pensioenwet [MvT]
De Algemene militaire pensioenwet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel X 5 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Onze Minister kan een
beroepsmilitair, een gewezen beroepsmilitair die krachtens deze wet
aanspraak of uitzicht heeft op een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid, alsmede een dienstplichtige in werkelijke
dienst, met overeenkomstige toepassing van de artikelen
65, 65a en
65b van de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, in aanmerking brengen voor
voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid en
andere voorzieningen.
2. Het tweede en derde
lid vervallen.
3. Het vierde, vijfde en
zesde lid worden vernummerd tot tweede, derde en vierde lid.
4. In het tot tweede lid
vernummerde vierde lid wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. [MvT]
In artikel X 6, eerste
lid, wordt "hoofdstuk
IIa van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering"
vervangen door: De paragrafen 1 tot en met 5 van hoofdstuk
IIa van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
LII.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen [MvT]
Aan artikel 5, eerste
lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt een
zin toegevoegd, luidende: Hoofdstuk IIa van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering is van overeenkomstige
toepassing.
Art.
LIII.
Burgerlijk
Wetboek [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 7 oktober 1993 ingediende voorstel van wet tot
vaststelling van titel 7.10 (arbeidsovereenkomst) van het nieuw Burgerlijk
Wetboek (kamerstukken II 1993-1994, 23 438, nrs. 1-2) tot wet is verheven en in
werking is getreden, wordt het Burgerlijk
Wetboek als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 629, vierde lid,
eerste zin, wordt vervangen door: Het loon wordt verminderd
met het bedrag van enige geldelijke uitkering die de
werknemer toekomt krachtens enige wettelijke voorgeschreven verzekering of krachtens
enige verzekering of uit enig fonds waarin de werknemer niet
deelneemt.
B. [MvT]
Aan het slot van artikel
631, derde lid, wordt een nieuwe zin toegevoegd, luidende: Onder enig ander fonds
als bedoeld in onderdeel c wordt niet verstaan een fonds dat tot doel
heeft aan de werkgever of aan de werknemer een uitkering te doen die
verband houdt met het recht van de werknemer op doorbetaling van loon
tijdens ziekte, zwangerschap of bevalling als bedoeld in artikel 629,
eerste lid, of met de betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in
artikel
75a van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
LIV.
Wet brutering
overhevelingstoeslag lonen
Aan artikel 2, tweede
lid, van de Wet
brutering overhevelingstoeslag lonen wordt een zin
toegevoegd, luidende: Daarbij kan dit
percentage voor verschillende categorieën inhoudingsplichtigen of personen verschillend
worden vastgesteld.
HOOFDSTUK
6
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
LV.
Wijzigingen in
verband met Invoeringswet Osv 1997
Indien het bij
koninklijke boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
invoering van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen
1997; Kamerstukken 25 047) in werking
is getreden, wordt in de artikelen 74 en 75b, derde lid, van de Ziektewet, 79, tweede lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
87c en 87d van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel XXVIIa
van de
Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen "de
bedrijfsvereniging" vervangen door: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Art.
LVI.
Van toepassing
blijvend recht inzake bezwaar en beroep
-1. Met betrekking tot de
mogelijkheid tot het maken van bezwaar en het instellen van beroep
tegen besluiten, die geen betrekking hebben op het verzekerd zijn of op de
verschuldigde premie, op grond van:
a. de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de Ziektewet;
c. de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met uitzondering van de artikelen 57, 57a en
58;
d. de Toeslagenwet over
de toeslag op een uitkering op grond van de in de onderdelen a tot en
met c genoemde wetten;
e. de Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen;
die zijn bekendgemaakt vóór de datum van inwerkingtreding als bedoeld in
artikel LVII,
tweede lid, blijven de wettelijke bepalingen van toepassing zoals deze
golden vóór die datum.
-2. Met betrekking tot de
in het eerste lid bedoelde besluiten die zijn bekendgemaakt binnen
dertien weken na de inwerkingtreding als bedoeld in artikel LVII, tweede
lid, en die reeds aan een heroverweging onderworpen zijn geweest, vindt
afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht geen toepassing.
-3. Met betrekking tot de
behandeling van het beroep of hoger beroep tegen een besluit op
grond van de Ziektewet dat is bekendgemaakt vóór de datum van
inwerkingtreding als bedoeld in artikel LVII, tweede lid, en dat uitsluitend
betrekking heeft op het bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken,
blijft het recht van toepassing zoals het gold vóór die datum.
Art.
LVII.
Inwerkingtreding
-1. Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen, onderdelen of subonderdelen
verschillend kan worden vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het
eerste lid treden de artikelen XXXI, XXXIII,
XXXIV, onderdeel E, XXXVII, onderdeel
B, XLVIII, onderdeel A, onder 1, LV
en LVI in werking met
ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt
geplaatst, dan wel het Staatsblad waarin de Wet premiedifferentiatie en
marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 1996, treden de in de eerste zin
bedoelde artikelen in werking met ingang van de eerste dag van de
kalendermaand na zowel de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze
wet wordt geplaatst als de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de
Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
wordt geplaatst.
-3. Indien de datum van
inwerkingtreding als bedoeld in het tweede lid is gelegen na 1 januari
1997, is
afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht
tot die
datum niet van toepassing op besluiten die geen betrekking hebben op de
verzekeringsplicht of de verschuldigde premie op grond van:
a. de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de Ziektewet;
c. de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met uitzondering van de artikelen 57, 57a en
58;
d. de Toeslagenwet over
de toeslag op een uitkering op grond van de in de onderdelen a tot en
met c genoemde wetten;
e. de Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f. paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP.
1. Bij Besluit
van 2 september 1997, Stb. 1997, 391, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, met uitzondering van het in
artikel XLII, onderdeel A, opgenomen artikel 25, eerste lid, onderdeel k,
van de Wet op
de ondernemingsraden, dat in werking treedt met ingang van
19 september 1997, red.
Art.
LVIII.
Deze wet wordt aangehaald
als: Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.¹
1. Ten
tijde van het advies van de Raad van State
luidde de citeertitel nog Invoeringswet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Invoeringswet
Pemba), red.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de negenentwintigste
april 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|