|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 25 090.
Handelingen II 1996-1997, blz. 3590-3651, 3761-3793, 3814-3818.
Kamerstukken I 1996-1997, 25 090 (197, 197a, 197b, 197c).
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering d.d. 22 april 1997
WET van 24 april 1997, Stb.
1997, 197, houdende nieuwe regels over het verstrekken van huursubsidies
(Huursubsidiewet). Inwerkingtreding: 1 juli 1997 (Stb.
1997, 268).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Wet individuele huursubsidie te herzien, ter matiging
van de huurlasten van huishoudens met lagere inkomens, ter
vereenvoudiging van de wettelijke bepalingen, alsmede ter vergroting van
de doelmatigheid van de huursubsidieverstrekking;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
10
Wijziging
andere wetten, overgangs- en slotbepalingen
Art. 51.
1. Artikel 3a van de Wet op
de huurcommissies komt te luiden:
Art. 3a.
-1. De voorzitter van de
huurcommissie verstrekt op verzoek van een huurder van woonruimte ten behoeve van een aanvraag om
huursubsidie
krachtens de Huursubsidiewet
binnen vier weken een verklaring omtrent de redelijkheid van de
huurprijs en de juistheid van andere gegevens betreffende de woonruimte,
één en ander voor zover van belang voor de toepassing van die wet, in
de gevallen die bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 28
van genoemde wet zijn aangewezen.
-2. Indien de voorzitter de
verklaring niet binnen vier weken verstrekt, stelt hij de huurder hier onmiddellijk van in kennis onder vermelding van
de redenen daarvoor en
geeft daarbij aan binnen welke termijn de verklaring zal worden
verstrekt.
2. In artikel 2, tweede lid,
van de Huurprijzenwet woonruimte wordt aan het slot van de eerste
volzin toegevoegd: , dan wel bij de aanvang van de bewoning een huurprijs
zijn overeengekomen die hoger is dan het op dat tijdstip in artikel 13,
eerste lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewet genoemde bedrag.
3. In artikel 6, derde lid,
onderdeel b, van de Huisvestingswet
wordt aan onderdeel b
voor de punt
toegevoegd: , dan wel het bedrag op het tijdstip van de aanwijzing, genoemd in
artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewet.
4. In de artikelen 43,
tweede lid onderdeel c, en 122, eerste lid onderdeel f, van de
Algemene
bijstandswet,
in artikel 45, eerste lid onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in artikel
45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt de zinsnede "de Wet
individuele huursubsidie" telkenmale vervangen door: de
Huursubsidiewet.
5. Artikel 475d, vijfde lid,
onderdeel b, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering komt te
luiden:
b. de voor rekening van de
schuldenaar komende woonkosten verminderd met ontvangen huursubsidie of woonkostentoeslag, voor
zover de woonkosten, na deze
vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel
17, tweede lid, van de Huursubsidiewet, met dien verstande dat de
verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het
huursubsidiebedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste
inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Huursubsidiewet ten hoogste
aanspraak heeft. Bij het in mindering te brengen bedrag wordt een bijdrage op grond van artikel 21, eerste lid,
onderdeel d of onderdeel e,
en een daarmee overeenkomende ophoging op grond van de Algemene
bijstandswet buiten beschouwing gelaten.
Art. 58.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 juli van een bij koninklijk besluit te
bepalen jaar, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, dat zes maanden later in
werking treedt, en met uitzondering van artikel 10, dat in werking treedt op
het tijdstip, bedoeld in artikel 56.¹
-2. In afwijking van het
eerste lid treden de artikelen 39, 40, 44 en 45 in werking met ingang van de 1
juli die volgt op het bij koninklijk besluit bepaalde jaar, bedoeld in
het eerste lid.
-3. Met ingang van de dag van
inwerkingtreding van deze wet worden de daarin voorkomende bedragen aangepast overeenkomstig artikel 27,
met als uitgangspunt dat de
laatste aanpassing daarvan per 1 juli 1997 heeft plaatsgevonden.
-4. Het derde lid blijft
buiten toepassing als deze wet met ingang van 1 juli 1997 in werking
treedt.
1. Bij Besluit
van 25 juni 1997, Stb. 1997, 268, is het jaar van
inwerkingtreding bepaald op 1997, red.
Art. 59.
Deze wet wordt aangehaald
als: Huursubsidiewet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
D.K.J. Tommel
Uitgegeven de vijftiende
mei 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|