St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

HUURSUBSIDIEWET ¹
[zie ook normbedragen Hsw]

Versie 24 april 1997

(Recente versie Wet op de huurtoeslag)

 

1. Ingevolge artikel IV, onderdeel H, van de Wet van 23 juni 2005 tot wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang, de Huursubsidiewet en enige andere wetten (Stb. 2005, 345) is de citeertitel van de Huursubsidiewet vervangen door "Wet op de huurtoeslag", red.

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1996-1997, 25 090.
Handelingen II 1996-1997, blz. 3590-3651, 3761-3793, 3814-3818.
Kamerstukken I 1996-1997, 25 090 (197, 197a, 197b, 197c).
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering d.d. 22 april 1997

 

 

WET van 24 april 1997, Stb. 1997, 197, houdende nieuwe regels over het verstrekken van huursubsidies (Huursubsidiewet). Inwerkingtreding: 1 juli 1997 (Stb. 1997, 268).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet individuele huursubsidie te herzien, ter matiging van de huurlasten van huishoudens met lagere inkomens, ter vereenvoudiging van de wettelijke bepalingen, alsmede ter vergroting van de doelmatigheid van de huursubsidieverstrekking;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  10

Wijziging andere wetten, overgangs- en slotbepalingen

 

Art. 51.
1. Artikel 3a van de Wet op de huurcommissies komt te luiden:
Art. 3a.
-1. De voorzitter van de huurcommissie verstrekt op verzoek van een huurder van woonruimte ten behoeve van een aanvraag om huursubsidie krachtens de Huursubsidiewet binnen vier weken een verklaring omtrent de redelijkheid van de huurprijs en de juistheid van andere gegevens betreffende de woonruimte, één en ander voor zover van belang voor de toepassing van die wet, in de gevallen die bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 28 van genoemde wet zijn aangewezen.
-2. Indien de voorzitter de verklaring niet binnen vier weken verstrekt, stelt hij de huurder hier onmiddellijk van in kennis onder vermelding van de redenen daarvoor en geeft daarbij aan binnen welke termijn de verklaring zal worden verstrekt.
2. In artikel 2, tweede lid, van de Huurprijzenwet woonruimte wordt aan het slot van de eerste volzin toegevoegd: , dan wel bij de aanvang van de bewoning een huurprijs zijn overeengekomen die hoger is dan het op dat tijdstip in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewet genoemde bedrag.
3. In artikel 6, derde lid, onderdeel b, van de Huisvestingswet wordt aan onderdeel b voor de punt toegevoegd: , dan wel het bedrag op het tijdstip van de aanwijzing, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewet.
4. In de artikelen 43, tweede lid onderdeel c, en 122, eerste lid onderdeel f, van de Algemene bijstandswet, in artikel 45, eerste lid onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt de zinsnede "de Wet individuele huursubsidie" telkenmale vervangen door: de Huursubsidiewet.
5. Artikel 475d, vijfde lid, onderdeel b, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt te luiden:
b. de voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten verminderd met ontvangen huursubsidie of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Huursubsidiewet, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huursubsidiebedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Huursubsidiewet ten hoogste aanspraak heeft. Bij het in mindering te brengen bedrag wordt een bijdrage op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel d of onderdeel e, en een daarmee overeenkomende ophoging op grond van de Algemene bijstandswet buiten beschouwing gelaten.

 

Art. 58.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli van een bij koninklijk besluit te bepalen jaar, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, dat zes maanden later in werking treedt, en met uitzondering van artikel 10, dat in werking treedt op het tijdstip, bedoeld in artikel 56.¹
-2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 39, 40, 44 en 45 in werking met ingang van de 1 juli die volgt op het bij koninklijk besluit bepaalde jaar, bedoeld in het eerste lid.
-3. Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden de daarin voorkomende bedragen aangepast overeenkomstig artikel 27, met als uitgangspunt dat de laatste aanpassing daarvan per 1 juli 1997 heeft plaatsgevonden.
-4. Het derde lid blijft buiten toepassing als deze wet met ingang van 1 juli 1997 in werking treedt.

1. Bij Besluit van 25 juni 1997, Stb. 1997, 268, is het jaar van inwerkingtreding bepaald op 1997, red.

 

Art. 59.
Deze wet wordt aangehaald als: Huursubsidiewet.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 april 1997

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
D.K.J. Tommel

 

Uitgegeven de vijftiende mei 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x