|
rblz.|1|
Kamerstukken II
1996-1997, 25 188
Wijziging
van de Ziekenfondswet en de
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten teneinde enige nadere regels te stellen inzake
de toepasselijkheid van afdeling 7.1 van de
Algemene wet bestuursrecht
ten aanzien van geschillen op grond
van die wetten over aanspraken of daarmee overeenkomende uitkeringen
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Voorbereiding
van het wetsvoorstel |
| 3 |
Strekking
van het wetsvoorstel |
|
xArtikelsgewijs |
| xx |
Artikelen
I t/m III |
[Algemeen,
red.]
Inleiding
Ingevolge artikel
IV van onderdeel 6 "Overgangs- en slotbepalingen" van de Wet van 16
december 1993 tot wijziging van de Wet
op de rechterlijke organisatie,
de Algemene wet bestuursrecht, de Wet
op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet
en andere
wetten alsmede intrekking
van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet
voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie) (Stb. 1993,
650) is afdeling 7.1 van de Algemene wet
bestuursrecht (verder te
noemen: Awb) gedurende drie jaren na de datum van inwerkingtreding van
die wet (dus tot 1 januari 1997) niet van toepassing op bepaalde
geschillen.
Voor zover hier van belang, betreft deze uitzondering de geschillen over besluiten op grond van
onder andere de Ziekenfondswet (verder te noemen: Zfw) en de
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten (verder te noemen: AWBZ) inzake aanspraken (op
verstrekkingen onderscheidenlijk zorg) en daarmee overeenkomende uitkeringen.
Ingevolge het tweede lid
van artikel IV blijft afdeling 7.1 van de Awb
voorts ook na 1 januari
1997 nog buiten toepassing ten aanzien van geschillen over
dergelijke besluiten indien vóór die datum een voorstel van wet is ingediend
inzake de toepasselijkheid van afdeling 7.1
ten aanzien van die
besluiten. In het laatste geval - en dus met de indiening van dat wetsvoorstel
vóór 1 januari 1997 - blijft afdeling 7.1 buiten
toepassing totdat die wet
in werking treedt of tot de dag waarop vaststaat dat het voorstel van wet
niet tot wet zal worden verheven.
Op grond van de artikelen
74 van de Zfw en 58 van de
AWBZ geldt thans - in plaats van
de bezwaarschriftprocedure - een andere verplichte voorprocedure voor
belanghebbenden die overwegen een beroep in te stellen tegen een
beschikking betreffende een aanspraak of een daarmee overeenkomende uitkering,
de zogenaamde adviesprocedure. Daarmee onderscheiden de Zfw
en
de AWBZ zich van de andere wetten waarvoor de
bezwaarschriftprocedure tijdelijk buiten toepassing is verklaard en die geen
voorprocedure kennen.
rblz.|2|
De
adviesprocedure houdt
in dat belanghebbende, alvorens beroep in te kunnen stellen, eerst
het advies van de Ziekenfondsraad moet inwinnen. In de artikelen
76 van de Zfw en 60 van de
AWBZ is in samenhang daarmee een
voorziening getroffen die het mogelijk maakt dat belanghebbenden
tijdens de adviesprocedure zo nodig een voorlopige voorziening kunnen
vragen.
Tot het tijdelijk niet
van toepassing doen zijn van de bezwaarschriftprocedure en het invoeren van een
verplichte adviesprocedure bij de Ziekenfondsraad
is
destijds besloten op grond van een aantal in de memorie van toelichting
bij het voorstel van Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke
organisatie (Kamerstukken II 1991-1992, 22 495, nr. 3, blz. 271) aangegeven
overwegingen. Deze overwegingen hadden, voor zover hier van belang,
betrekking op de aan invoering van een bezwaarschriftprocedure
in medische zaken verbonden bestuurlijke lasten en de onzekerheid ten
aanzien van de zeefwerking van de bezwaarschriftprocedure in medische zaken. Door
voor de AAW-voorzieningen [AAW: Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, red,]
wel al de bezwaarschriftprocedure
in te voeren, kon met die procedure in medische zaken ervaring worden
opgedaan, zodat de effecten zichtbaar zouden kunnen worden van
toepasselijkheid van die procedure in zaken van medische aard. Uit een
evaluatie zou vervolgens moeten blijken of de voordelen van een bezwaarschriftprocedure in medische zaken wellicht
aanmerkelijk kleiner
zouden zijn dan gebruikelijk, in welk geval hernieuwde besluitvorming
zou kunnen plaatsvinden en de uitkomsten daarvan in een wetsvoorstel zouden kunnen worden neergelegd.
Voorbereiding
van het wetsvoorstel
Aan de Ziekenfondsraad
en
de Vergadering van rechtbankpresidenten is verzocht hun oordeel te
geven omtrent de wenselijkheid van het handhaven van de
adviesprocedure in verstrekkingengeschillen bij de Ziekenfondsraad.
De Voorzitter van de
Vergadering van rechtbankpresidenten heeft in een brief van 11 juni 1996
medegedeeld dat de presidenten, na inwinning van het advies van het
Landelijk overleg van voorzitters van de sectoren bestuursrecht,
voorstander zijn van handhaving van de adviestaak bij de Ziekenfondsraad;
formalisering daarvan ware naar het oordeel van de presidenten te realiseren
door van de desbetreffende besluiten administratief beroep open te stellen op
de Ziekenfondsraad (als bijlage bij deze toelichting gevoegd).¹
1. Redactie: ter inzage gelegd bij
de afdeling Parlementaire Documentatie.
De
Ziekenfondsraad heeft
zich bij brief van 20 juni 1996 op het standpunt gesteld dat de bezwaarschriftprocedure ook voor de
verstrekkingengeschillen
dient te gaan gelden, met dien verstande dat het bestuursorgaan advies aan
de Ziekenfondsraad zou moeten vragen alvorens een bezwaar
ongegrond te verklaren (eveneens als bijlage bij deze toelichting
gevoegd).¹
1. Ter inzage gelegd bij
de afdeling Parlementaire Documentatie.
De
Ziekenfondsraad memoreert welke motieven destijds in 1966 hebben geleid tot het invoeren
van een verplichte adviesprocedure bij de Ziekenfondsraad. Leidende
gedachte daarbij was dat van de invloed van de Ziekenfondsraad bij
dergelijke geschillen, gelet op de goodwill, ervaring en deskundigheid
van de Raad, een selecterende en appaiserende werking zou uitgaan. Bij
invoering van de AWBZ in 1968 is de regeling ook in die wet
opgenomen. Van meet af aan is de uitvoering van deze taak gedelegeerd aan
een daartoe ingestelde Commissie voor beroepszaken.
De adviesprocedure bij de
Ziekenfondsraad heeft vanaf het begin met name een zeeffunctie
gehad, waardoor vele gerechtelijke procedures zijn rblz.|3|
voorkomen. Een tweede
aspect van de adviesprocedure is het bevorderen van de eenheid van wetstoepassing. Door inschakeling van de Raad bij
geschillen wordt
eenduidige interpretatie van de wettelijke bepalingen bevorderd. Voorts speelt
de adviesprocedure een belangrijke rol voor de beleids- en toezichtswerkzaamheden van de Ziekenfondsraad. Door zijn
bemoeiing met de
geschillen in de adviesprocedure komt de Raad op het spoor van knelpunten en
lacunes in de uitvoeringspraktijk. Dat stelt de Raad in de gelegenheid
daarover zo nodig aan de minister en anderen signalen te geven. Voorts
is de aldus opgedane kennis van belang bij het uitoefenen van toezicht.
De
Ziekenfondsraad gaat
vervolgens in op de gevolgen van de invoering van de Awb
voor
de verstrekkingengeschillen. De vóór de invoering van de Awb
voorgeschreven aanvraag van een voor beroep vatbare beslissing (vbvb)
vormde een soort voorprocedure die als drempel fungeerde voor de adviesprocedure en het beroep op de rechter.
Voordat een vbvb werd
afgegeven, vond de facto een heroverweging plaats. Daardoor bleef
voor 1994 het aantal adviesvragen beperkt. Door het vervallen van de vbvb
en het invoeren van de verplichting tot vermelding van de
beroepsmogelijkheden en de verplichte adviesprocedure onder afwijzende
beschikkingen is het aantal door de Commissie voor
beroepszaken van de Raad te behandelen zaken aanmerkelijk gegroeid. In
1995 werden 160 tot 170 zaken per maand ontvangen, tegenover circa
260 zaken gemiddeld per jaar over de jaren 1990-1994.
Het vervallen van de vbvb
en het niet van toepassing zijn van de bezwaarschriftprocedure
impliceert dat het verzoek om inlichtingen van de Commissie voor
beroepszaken voor de zorgverzekeraar vaak het eerste signaal is dat er een
geschil bestaat. De zorgverzekeraar heeft derhalve nog geen gelegenheid
gehad tot heroverweging. Het gevolg daarvan is dat dossiers soms
onvolledig zijn, er onvoldoende medisch onderzoek heeft plaatsgevonden of
er onvoldoende is gemotiveerd. De ervaring leert dat deze euvels vaak in
een later stadium van de procedure worden hersteld. Soms laten
zorgverzekeraars de vermelding van de adviesprocedure weg en vermelden in
plaats daarvan dat de verzekerde zich met eventuele bezwaren tot hem dient te wenden.
Eén en ander lijkt te wijzen
op een behoefte bij
verzekeraars aan een mogelijkheid tot heroverweging in eigen huis van de
primaire beschikking. Anderzijds, aldus nog steeds de Ziekenfondsraad, is het
maar de vraag of verzekeraars, in het licht van een streven naar marktgericht
werken, over de hele linie wel gelukkig zijn met de introductie van de
bezwaarschriftprocedure in hun organisatie. De Ziekenfondsraad besluit
dit deel van zijn overwegingen met de waarneming dat de
zorgverzekeraars na een zekere gewenningsperiode hun organisaties
geleidelijk aan toch lijken te hebben aangepast aan de eisen van de Awb.
De
Ziekenfondsraad vermeldt vervolgens dat de toename van werklast de Commissie voor
beroepszaken heeft gedwongen - in afwachting van een meer definitieve
wettelijke regeling - voorlopige organisatorische en procedurele maatregelen
te nemen, teneinde de binnenkomende zaken in een acceptabel tempo te kunnen afhandelen. Desalniettemin is gebleken
dat het niet mogelijk is
binnen de wettelijke termijn (van orde) van acht weken, welke niet kan
worden verlengd, advies uit te brengen. Daarbij speelt niet alleen het aantal zaken een rol, maar ook het feit dat nog
inlichtingen bij de
zorgverzekeraar moeten worden ingewonnen.
Vooralsnog wordt
gestreefd naar afhandeling van een verzoek om advies binnen zes maanden, doch
ook dat wordt niet steeds gehaald. In een enkel geval geeft dat
belanghebbenden aanleiding om een voorlopige voorziening te vragen.
rblz.|4|
De Raad wijst erop dat
voor de medische geschillen in het kader van de WAO, de
Ziektewet en de AAW, waarvoor de bezwaarschriftprocedure eveneens is opgeschort,
geen enkele voorprocedure geldt. Vanuit de rechterlijke macht is
aangedrongen op een voorprocedure zowel om de werklast te verlichten
als om te bevorderen dat de medische en arbeidskundige herbeoordeling van de
beroepsfase zou verschuiven naar de fase van bestuurlijke
heroverweging.
Inmiddels heeft het
Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming (Tica) een advies
uitgebracht over het op korte termijn bij wijze van proef invoeren van een medische
bezwaarprocedure voor deze wetten. Deze proef loopt op het
ogenblik. De voor invoering van de bezwaarschriftprocedure in deze geschillen
noodzakelijke wetgeving is thans aanhangig in de Eerste Kamer. In
verband daarmee is het aangewezen dat de noodzakelijke regelgeving
voor de Zfw en de AWBZ
afzonderlijk tot stand wordt gebracht.
De
Ziekenfondsraad maakt vervolgens een
vergelijking tussen de bezwaarschriftprocedure en de adviesprocedure bij
de Commissie voor beroepszaken. De pro’s en contra’s van beide
procedures worden tegenover elkaar gezet. Belangrijkste pro’s van de
bezwaarschriftprocedure zijn de tijdwinst voor belanghebbende en de
mogelijkheid voor de verzekeraar om eventuele gebreken te herstellen.
Ook het belang van een mondelinge toelichting van zijn bezwaar door
verzekerde moet niet worden onderschat. Daar staat tegenover dat een
deel van de voordelen van de adviesprocedure voor de signaalfunctie (wat
betreft het toezicht en de uitvoeringstoets) zouden wegvallen. De Raad
stelt vervolgens vast dat de Commissie voor beroepszaken inderdaad een
zeeffunctie vervult. Minder dan 30% van de adviesvragers gaat in beroep
bij de rechter. Zelfs indien slechts de voor belanghebbenden ongunstige
adviezen in de beschouwing worden betrokken, is de omvang van de
zeeffunctie aanzienlijk. De Raad wijst erop dat de adviezen van de
Commissie voor beroepszaken zowel voor de rechterlijke macht als voor de
verzekeraars gezag hebben. Verzekeraars volgen veelal het advies op.
Voorts memoreert de Raad de betekenis van de
adviesprocedure voor de eenheid van rechtstoepassing. Juist in een
situatie waarin dagelijks vele beslissingen omtrent verstrekkingen
worden genomen en slechts enkele daarvan aan het oordeel van de rechter
worden onderworpen, is het verschaffen van een eenduidige uitleg van
regelgeving in een vroeg stadium voor een gelijke rechtsbedeling van
groot belang. Het invoeren van een bezwaarschriftprocedure zou hieraan
afbreuk doen.
De
Raad komt op grond van
zijn overwegingen tot de conclusie dat een combinatie van beide
procedures als geïntegreerde procedure voor verstrekkingengeschillen
tot stand zou moeten komen. Daarbij zou deze zodanig moeten worden
vormgegeven dat slechts waar dat zinvol is, namelijk daar waar de
onmiskenbare voordelen van de adviesrol van de Ziekenfondsraad hun
vruchten kunnen afwerpen, het advies van de Raad moet worden gevraagd. Een
dergelijke regeling zou bovendien kunnen leiden tot een
substantiële daling van het aantal adviesaanvragen bij de Raad en tot aanlevering
van complete dossiers. Aldus zou bij de Raad grote tijdwinst bij de
behandeling van adviezen kunnen worden gerealiseerd.
Nadien heeft de
Ziekenfondsraad mij er bij brief van 16 augustus 1996 (als bijlage bij deze
toelichting gevoegd) ¹ nog op gewezen dat het wenselijk is de
verplichte adviesprocedure bij een voorgenomen ongegrondverklaring van
een bezwaar niet te doen gelden indien het geschil betrekking heeft
op de te betalen bijdrage. Voor zover geschillen over de te betalen eigen
bijdrage geen betrekking hebben op de medische rblz.|5|
aspecten van de
aanspraak, ben ik van oordeel dat dit voorstel van de Ziekenfondsraad kan
worden opgevolgd.
1. Ter inzage gelegd bij
de afdeling Parlementaire Documentatie.
Ook Zorgverzekeraars
Nederland (ZN) heeft mij van zijn gevoelen ter zake op de hoogte
gesteld. De organisatie wijst erop dat de gecombineerde procedure de
uitvoeringspraktijk zal bemoeilijken en zal leiden tot toename van
administratieve lasten voor zorgverzekeraars; verder verwacht ZN dat het
aantal geschillen door het laagdrempelige karakter van de
bezwaarschriftprocedure zal toenemen en dat de zeeffunctie niet groot zal zijn.
Strekking
van het wetsvoorstel
Het onderhavige voorstel
van wet strekt ertoe de invoering van de bezwaarschriftprocedure
in verstrekkingengeschillen te doen plaatsvinden onder de hiervoor
beschreven restrictie dat in nader aangegeven gevallen het advies van de
Ziekenfondsraad moet worden ingewonnen, alvorens op het bezwaarschrift
wordt beslist. De gevallen waarin advies moet worden gevraagd, zijn,
kort gezegd, die zaken waarin het uitvoeringsorgaan voornemens is het bezwaar
niet of niet volledig gegrond te verklaren.
In de gekozen opzet zijn
de zorgverzekeraars zelf verantwoordelijk voor het inrichten van de bezwaarschriftprocedure. In de daarvoor in
aanmerking komende
gevallen wordt die procedure echter uitgebreid met een tussentijdse
inschakeling van de Ziekenfondsraad als adviseur. Er is niet voor gekozen de
Ziekenfondsraad in te schakelen als adviescommissie als bedoeld in artikel
7:13 van de Awb. Een dergelijke inschakeling
zou in de eerste plaats
in strijd zijn met het uitgangspunt dat de zorgverzekeraars zelf verantwoordelijk zijn voor de inrichting van de
bezwaarschriftprocedure.
Bovendien zou aanwijzing van de Ziekenfondsraad als adviescommissie in de
zin van artikel 7:13 Awb
neerkomen op een aanmerkelijke verzwaring van de taak van de Ziekenfondsraad.
Ook in praktische zin
lijkt het ongewenst dat de Ziekenfondsraad alle aan de deugdelijke
voorbereiding van een beslissing op bezwaar verbonden werkzaamheden, zoals het
horen van de verzekerden en eventuele deskundigen en het
concipiëren van de te nemen beslissingen, zou gaan verrichten voor de naar
schatting ten minste 2500 bezwaarprocedures per jaar. In de gekozen opzet
zal de Ziekenfondsraad daarom alleen in die bezwaarschriftprocedures
adviseren waarin het advies een waardevolle aanvulling kan zijn voor
de heroverweging door de zorgverzekeraar zelf.
Deze tussenkomst van de
Ziekenfondsraad in de bezwaarschriftprocedure doet naar mijn mening
geen afbreuk aan de met de Awb beoogde bevordering van
de eenheid, de systematisering en, waar mogelijk, vereenvoudiging
van de administratieve wetgeving. Zij sluit juist in hoge mate aan bij de
met de Awb beoogde doelstellingen. Wel zal één en ander bijdragen aan de
beoogde zeefwerking van de bezwaarschriftprocedure. De verzekerde zal immers
eerder overtuigd zijn van de juistheid van een
beslissing op bezwaar indien deze mede is gebaseerd op een door de
Ziekenfondsraad uitgebracht advies over de al dan niet juiste wetstoepassing
door de zorgverzekeraar. Door de voorgestelde combinatie van advies- en bezwaarschriftprocedure blijven bovendien
twee andere belangrijke
functies van de huidige adviesprocedure, de signaalfunctie en de
bevordering van de rechtseenheid, behouden.
Aangezien door de
combinatie van de bezwaarschriftprocedure met de adviesprocedure de
voordelen van beide worden gecombineerd, mag er naar mijn oordeel van uit
worden gegaan dat de zeefwerking van de nieuwe procedure ten
minste even groot zal zijn als die van de adviesprocedure. Na verloop van tijd,
wanneer de uitvoeringsorganen met die rblz.|6|
procedure de nodige
ervaring zullen hebben opgedaan, zal de zeefwerking zelfs nog kunnen
toenemen. Bovendien blijft gewaarborgd dat de medische herbeoordeling
niet in de beroepsfase, maar in de fase van bestuurlijke
heroverweging plaatsvindt.
Met ZN ben ik van mening
dat invoering van de bezwaarschriftprocedure zal kunnen leiden tot
grotere administratieve lasten voor de zorgverzekeraars. Dat is
evenwel een aspect waarmee alle bestuursorganen te maken hebben als
gevolg van de toepasselijkheid van de Awb.
Er is geen bijzondere
reden om op dit punt nog langer een uitzondering te doen gelden. De
veronderstelling dat er sprake zal kunnen zijn van een toename van het aantal
procedures deel ik niet. In de voorbije periode is er, mogelijk als gevolg
van de verplichting om in de beschikking op deze procedure te wijzen,
sprake geweest van een aanzienlijke toename in aantallen
adviesprocedures, zoals op andere terreinen een toename is waar te nemen wat
betreft
bezwaarschriftprocedures. Een omvangrijke verdere toename ligt naar
mijn mening niet in de rede, te meer omdat er naar mijn mening, wat
betreft de toegankelijkheid, nauwelijks verschil is tussen de bezwaarschriftprocedure en de adviesprocedure.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikelen I, onderdeel
A, en II, onderdeel A
De nieuwe artikelen
74
van de Zfw en 58 van de
AWBZ vormen een specifieke aanvulling op
afdeling 7.1 van de Awb. Alvorens wordt beschikt
op een bezwaar inzake een
aanspraak op een verstrekking of op zorg dan wel een daarmee
overeenkomende uitkering, is het uitvoeringsorgaan (dat wil zeggen het ziekenfonds,
de ziektekostenverzekeraar die als zodanig is toegelaten ingevolge de AWBZ
of het uitvoerend orgaan dat ingevolge de AWBZ is aangemeld)
ingevolge het eerste lid van die bepalingen verplicht eerst het advies van
de Ziekenfondsraad in te winnen. De formulering brengt (met het woord
"daaromtrent") tot uitdrukking dat het advies moet worden ingewonnen omtrent
de voorgenomen beslissing op bezwaar, dat wil zeggen over de concept-beslissing welke wordt opgesteld nadat het
uitvoeringsorgaan het
bezwaarschrift op de daarvoor voorgeschreven wijze heeft afgewikkeld.
Die verplichting geldt
ingevolge het tweede lid niet indien het een geschil over een te
betalen eigen bijdrage betreft, doch slechts voor zover de hoogte van de bijdrage
niet afhankelijk is van een medisch oordeel. Het oogmerk waarmee naast de
bezwaarschriftprocedure in bepaalde gevallen toch nog een
adviesprocedure wordt gehandhaafd (eenduidige interpretatie van de
aanspraken in relatie tot het medische aspect), is hierbij niet aan de orde.
Bovendien wordt aldus bewerkstelligd dat het aantal zaken waarover de
Ziekenfondsraad moet adviseren zoveel mogelijk wordt beperkt.
Het derde lid bevat nog
een aantal uitzonderingen op het bepaalde in het eerste lid. Zo
behoeft geen advies van de ZFR [Ziekenfondsraad, red.] te worden gevraagd indien het bezwaar
kennelijk niet-ontvankelijk is; deze uitzondering ligt in de rede, aangezien
daarbij de eventuele medische aspecten van de zaak niet inhoudelijk aan de
orde komen.
Voorts is een
uitzondering opgenomen voor de gevallen waarin geheel aan het bezwaar wordt
tegemoet gekomen. Daarmee wordt de verzekeraars de gelegenheid gegeven om
kennelijke misslagen of onzorgvuldigheden op snelle wijze te
herstellen.
De formulering van de
onderdelen a en b van het derde lid is ontleend aan artikel
7:3, onderdeel a
en d, van de Awb, waarin is geregeld in welke
gevallen van het horen
van belanghebbenden kan worden afgezien. Onderdeel b van dat
artikel is niet overgenomen. Voor de beoordeling van rblz.|7|
de vraag of een bezwaar
terecht als "kennelijk ongegrond" is aangemerkt, is materiedeskundigheid
vereist. Met name de vraag of een bepaalde hulpvorm al dan niet
onder de aanspraken is begrepen, kan lang niet altijd eenvoudig worden afgedaan, mede omdat het antwoord daarop door de
jaren heen kan
veranderen. Daarbij kan gedacht worden aan het criterium "gebruikelijk in de
kring der beroepsgenoten". Bij de ZFR is de kennis hieromtrent gebundeld
aanwezig. De adviezen van de ZFR zijn dan ook een zinvolle aanvulling
voor de verzekeraar en eventueel in een later stadium voor de rechter.
Onderdeel c van artikel 7:3 Awb
is ook niet overgenomen; in onderdeel
c is een op de situatie toegesneden specifieke formulering gekozen voor
het geval dat de Ziekenfondsraad er geen behoefte aan heeft te
adviseren. Eveneens is niet overgenomen het deel van artikel
7:3 Awb,
onderdeel d, dat betrekking heeft op de belangen van andere belanghebbenden;
gezien de aard van de aan de orde zijnde beschikkingen zijn er
geen derde-belanghebbenden ingeval het uitvoeringsorgaan naar aanleiding van een bezwaarschrift alsnog de
gewenste zorg toewijst.
Toegevoegd is een derde
mogelijkheid om zonder advies van de Ziekenfondsraad op een
bezwaar te beslissen. Die mogelijkheid betreft het geval dat de
Ziekenfondsraad er niet in zou slagen tijdig advies uit te brengen of laat weten in
een bepaald geval geen aanleiding te zien om een advies uit te
brengen. Wat betreft het eerstbedoelde geval verwijs ik naar de toelichting op
het vierde lid. Het tweede geval biedt de Ziekenfondsraad de mogelijkheid om in
gevallen waarin er naar zijn oordeel op basis van een eerste bestudering van de casus geen reden is om advies
uit te brengen, daarvan
af te zien; dat kan zich voordoen indien aan een zaak naar het oordeel van
de Ziekenfondsraad geen nieuwe interpretatieve aspecten verbonden zijn.
Hoewel de Raad in zijn reactie niet op opneming van een
dergelijke bepaling heeft aangedrongen, acht ik het in het licht van het beoogde
doel - de bemoeiing van de Raad beperken tot gevallen waarin dat
meerwaarde heeft - wenselijk ook deze mogelijkheid op te nemen.
Het uitvoeringsorgaan zal
veelal eerst bezien of er redenen zijn het bezwaar niet-ontvankelijk
te achten dan wel geheel aan het bezwaar tegemoet te komen. Indien
dat niet het geval is, zal het uitvoeringsorgaan eerst de
bezwaarschriftprocedure verder moeten afwikkelen en daarna, indien niet alsnog geheel
aan het bezwaar wordt tegemoet gekomen, het advies van de
Ziekenfondsraad moeten vragen. Daarbij zal evenwel, uitgaande van de
verplichting om binnen ten hoogste 21 weken te beslissen
(vijfde lid), rekening moeten worden gehouden met de maximale duur van de
adviesprocedure bij de Ziekenfondsraad. Dat betekent dat het advies
van de Raad in elk geval uiterlijk na ongeveer tien weken zal moeten worden
gevraagd. Uiteraard zal de Ziekenfondsraad slechts naar behoren
kunnen adviseren indien hem daartoe alle benodigde stukken worden
verstrekt. Daartoe behoren in ieder geval een afschrift van de
beschikking waarop het geschil betrekking heeft, van het bezwaarschrift, van het
verslag van de hoorzitting indien belanghebbende is gehoord en van de
voorgenomen beslissing op bezwaar. In het vierde lid is tot uitdrukking
gebracht dat de termijn voor de Ziekenfondsraad pas begint te lopen nadat
alle relevante stukken hem zijn overgelegd. De beslistermijn van het
uitvoeringsorgaan blijft echter ongewijzigd indien aanlevering van de
volledige gegevens of bescheiden aan de Ziekenfondsraad tot opschorting van diens
termijn heeft geleid.
Het vierde lid legt vast
dat de Ziekenfondsraad slechts tien weken heeft voor het uitbrengen van
advies. De Ziekenfondsraad heeft deze beperking niet voorgesteld. In het
algemeen mag, de vermindering van de werklast in aanmerking nemend,
worden verondersteld dat de Raad binnen tien weken zal moeten kunnen adviseren, te meer nu de Raad op basis van een
compleet dossier zal
kunnen adviseren over een concept-beslissing op bezwaar en de bevoegdheid
krijgt om in bepaalde gevallen niet te rblz.|8|
adviseren. Naar mijn
mening dient echter, indien het advies niet tijdig wordt uitgebracht, het
belang van belanghebbende bij een spoedige beslissing na verloop van
tijd voorrang te krijgen op het belang van het bevorderen en bewaken van
de eenheid van de toepassing van de aansprakenregelgeving.
Indien geen advies
behoeft te worden gevraagd, geldt ingevolge artikel
7:10 van de Awb een
beslistermijn van zes of tien weken, welke met vier weken kan worden
verlengd. Het vijfde lid bepaalt dat de beslistermijn van het uitvoeringsorgaan
ingeval advies wordt gevraagd van de Ziekenfondsraad in
afwijking van artikel 7:10 van de Awb
wordt gesteld op 21 weken na
ontvangst van het bezwaarschrift. Verder uitstel is slechts mogelijk met
toestemming van betrokkene.
Artikelen I, onderdeel
B, en II, onderdeel B
De schrapping van de
artikelen 76 van de Zfw
en 60 van de AWBZ
houdt verband met het van
toepassing worden van de bezwaarschriftprocedure. Ingevolge artikel 8:81
van de Awb kan immers na het indienen van een
bezwaarschrift zo nodig
een voorlopige voorziening worden gevraagd, zodat deze afzonderlijke bepalingen niet langer noodzakelijk zijn.
Artikel III
Dit wetsvoorstel is bij
de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediend vóór 1 januari 1997.
Ingevolge het tweede lid van artikel
IV van onderdeel 6 "Overgangs- en slotbepalingen"
van de Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke
organisatie blijft afdeling 7.1 van de Awb
na 1 januari 1997 nog buiten
toepassing ten aanzien van geschillen over besluiten inzake
aanspraken totdat deze wet in werking treedt of tot de dag waarop vaststaat dat
het voorstel van wet niet tot wet zal worden verheven. Artikel
III,
eerste lid, van het wetsvoorstel voorziet in een overgangsregeling voor
beschikkingen genomen vóór de inwerkingtreding van deze wet, inhoudende
dat daarvoor de oude procedure nog blijft gelden. Het tweede
lid van artikel III bevat een uitzondering op de in het eerste lid
neergelegde overgangsbepaling. Deze uitzondering heeft betrekking op die
beschikkingen inzake te betalen eigen bijdragen waarvoor onder de nieuwe
regeling de adviesprocedure niet zal gelden. Voor dergelijke
beschikkingen blijft het oude recht slechts van kracht indien door de Ziekenfondsraad
reeds een advies is uitgebracht. Indien belanghebbende na
ontvangst van een advies beroep heeft ingesteld of nog wenst in te stellen,
wordt dit volgens de oude regeling afgewikkeld. Voor zover evenwel ten
aanzien van een - niet van een medisch oordeel afhankelijke - beschikking inzake een eigen bijdrage nog geen advies van de Ziekenfondsraad is
gevraagd of verkregen, wordt de nieuwe wettelijke regeling onmiddellijk van
kracht. In de tweede volzin is geregeld dat een ingediend verzoek om advies wordt aangemerkt als bezwaarschrift.
Ingevolge artikel 2:3 van
de Awb moet de Ziekenfondsraad dit bezwaarschrift
doorzenden naar het
bevoegde uitvoeringsorgaan. Voorts is bepaald dat op dit
bezwaarschrift moet worden beslist binnen de ingevolge artikel 7:10
van de Awb geldende termijn vanaf het tijdstip van
inwerkingtreding van deze
wet.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|