|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 25 280.
Handelingen II 1997-1998, blz. 815.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 280 (59, 59a).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 4 november 1997.
WET van 6 november 1997, Stb.
1997, 510, tot aanpassing van bijzondere wetten aan de
derde tranche van
de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet derde tranche Awb I).
Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997,
581).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
gewenst is de bijzondere wetten aan te passen aan de
derde tranche van
de Algemene wet bestuursrecht;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
1
Wijziging
van de Algemene wet bestuursrecht
Enig artikel.
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 3:1, eerste lid,
onderdeel b, wordt "is afdeling 3.6" vervangen door: zijn de
afdelingen 3.6
en 3.7.
B.
Aan artikel 4:37, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. het uitoefenen van
controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van
Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde
financiële beheer en de financiële verantwoording daarover.
C.
In artikel 5:18 worden het
tweede en derde lid vernummerd tot derde en
tweede lid.
D.
In artikel 5:33, eerste lid,
tweede volzin, wordt na "bedrag" ingevoegd: , verhoogd met de op de invordering vallende kosten,.
E.
In artikel 10:39, eerste
lid, wordt "rechtshandeling naar burgerlijk recht" vervangen door: privaatrechtelijke rechtshandeling.
F.
Artikel 10:44, vierde lid,
komt te luiden:
-4. Indien bezwaar is gemaakt
of beroep is ingesteld tegen het geschorste besluit, duurt de
schorsing evenwel voort tot dertien weken nadat op het bezwaar of
beroep onherroepelijk is beslist.
HOOFDSTUK
10
Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art. 1.
De Algemene bijstandswet
wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 5 vervalt
onderdeel a, alsmede de aanduiding "b." voor onderdeel
b.
B.
Aan artikel 21 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Op de verlening van
bijzondere bijstand is titel 4.2 van de Algemene wet
bestuursrecht niet van
toepassing.
C.
In artikel 68 vervallen het
derde en het vierde lid, onder vernummering van het vijfde en zesde lid
tot derde en vierde lid.
D.
In artikel 111, derde lid,
wordt "premies" vervangen door: subsidies.
E.
Artikel 120, eerste lid,
wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen slechts met toestemming van de gemeenteraad aan gemeenteambtenaren mandaat verlenen tot het
nemen van besluiten inzake
de verlening van bijstand. Burgemeester en wethouders geven daarbij
algemene instructies.
2. In het tweede lid wordt "De in het eerste lid bedoelde
opdracht" vervangen door: Het in het
eerste lid bedoelde mandaat.
Art. 5.
De Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 16 komt te luiden:
Art. 16.
Besluiten van een Regionaal
Bestuur kunnen door het Centraal Bestuur worden vernietigd. In afwijking van
artikel 10:35 van de Algemene wet
bestuursrecht kan
vernietiging alleen geschieden wegens strijd met het recht, met de landelijke
begroting of met het landelijk beleidsplan, dan wel met het doel, genoemd in
artikel 3.
B.
Artikel 55, eerste en tweede
lid, komt te luiden:
-1. Het Centraal Bestuur stelt de landelijke begroting en het landelijk beleidsplan vast. Besluiten
tot vaststelling van de landelijke begroting en het landelijk beleidsplan
behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De besluiten worden daartoe
vóór 1 december aan Onze Minister voorgelegd.
-2. Onze Minister kan zijn
goedkeuring onthouden indien de landelijke begroting of het landelijk beleidsplan niet verenigbaar is met de
conclusies van het
overeenkomstig artikel 44, eerste lid, met inachtneming van het in artikel 3
genoemde doel, gevoerde overleg. Het niet tijdig bekendmaken van een
besluit omtrent goedkeuring of een besluit tot verdaging van de
beslissing omtrent goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot
goedkeuring geacht wordt te zijn genomen.
C.
Artikel 56 komt te luiden:
Art. 56.
Het Centraal Bestuur stelt
de Regionale Besturen in kennis van besluiten omtrent goedkeuring als bedoeld in artikel 55.
D.
In artikel 58, derde lid,
wordt "onder goedkeuring van Onze Minister" vervangen door: met toestemming van Onze Minister.
E.
Artikel 66 komt te luiden:
Art. 66.
Een besluit tot het aangaan
van een geldlening wordt door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd.
F.
Artikel 81 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid wordt "is bevoegd tot het verlenen van
subsidie" vervangen door: kan subsidie
verstrekken.
2. In het tweede lid wordt "subsidieverlening" vervangen door:
subsidieverstrekking.
G.
Artikel 82 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Onderdeel e komt te
luiden:
e. het subsidieplafond, de
periode waarvoor het subsidieplafond geldt en de wijze waarop het beschikbare bedrag wordt verdeeld;.
2. In onderdeel g wordt "voorlopige
subsidietoezegging" vervangen door: "subsidieverlening"
en wordt "definitieve vaststelling" vervangen door: vaststelling.
H.
Artikel 87, tweede tot en
met vijfde lid, wordt vervangen door:
-2. Het besluit omtrent
goedkeuring wordt binnen vier weken na de datum waarop Onze
Minister het desbetreffende besluit heeft ontvangen, bekendgemaakt. Het niet
tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit
tot verdaging van de beslissing omtrent goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht
wordt te zijn genomen.
-3. Goedkeuring kan slechts
worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen
belang.
I.
Artikel 88 komt te luiden:
Art. 88.
Besluiten van het Centraal Bestuur kunnen bij koninklijk besluit worden vernietigd. Een besluit tot
schorsing of vernietiging, dan wel tot opheffing of verlenging van een
schorsing, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
Art. 14.
De Wet van 13 december 1972
tot bevriezing van het kinderbijslagbedrag voor het
eerste kind, alsmede oprichting van het Fonds Voorheffing
Pensioenverzekering (Stb. 1972, 702) wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 4b wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het derde lid wordt "behoeven voorafgaande
goedkeuring" vervangen door: behoeven de goedkeuring.
2. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. Goedkeuring als bedoeld
in het derde lid kan slechts worden onthouden wegens strijd met
het recht of het algemeen belang.
B.
Artikel 4f vervalt.
Art. 17.
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 1 vervalt
onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b tot en met
e tot onderdelen a tot en
met d.
B.
In artikel 16 vervallen het
derde en het vierde lid, onder vernummering van het vijfde en het zesde
lid tot derde en vierde lid.
C.
In artikel 34, derde lid,
wordt "premies" vervangen door: subsidies.
D.
Artikel 43 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen slechts met toestemming van de gemeenteraad aan gemeenteambtenaren mandaat verlenen tot het
nemen van besluiten inzake
de verlening van bijstand. Burgemeester en wethouders geven daarbij
algemene instructies.
2. In het tweede lid wordt "opdracht" vervangen door: mandaat.
Art. 18.
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 1, eerste lid,
vervalt onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b tot en met
f
tot onderdelen a tot en met e.
B.
In artikel 16 vervallen het
tweede en het derde lid, onder vernummering van het vierde en het vijfde
lid tot tweede en het derde lid.
C.
In artikel 34, derde lid,
wordt "premies" vervangen door: subsidies.
D.
Artikel 43 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen slechts met toestemming van de gemeenteraad aan gemeenteambtenaren mandaat verlenen tot het
nemen van besluiten inzake
de verlening van bijstand. Burgemeester en wethouders geven daarbij
algemene instructies.
2. In het tweede lid wordt "opdracht" vervangen door: mandaat.
Art. 23.
Aan artikel 5 van de Wet
voorzieningen gehandicapten wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-5. Op de financiële
tegemoetkomingen is titel 4.2 van de Algemene wet
bestuursrecht niet van
toepassing.
HOOFDSTUK
12
Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Art. 2.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 49, eerste lid,
wordt "aanwijzingen" vervangen door: beleidsregels.
B.
In artikel 65 wordt "de
artikelen 81 tot en met 83" vervangen door: artikel
81.
Art. 35.
De Ziekenfondswet wordt
gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 58 komt te luiden
als volgt:
Art. 58.
De Ziekenfondsraad stelt een
reglement voor zijn werkzaamheden vast. Hierin kan worden geregeld dat de Ziekenfondsraad zijn bevoegdheden
delegeert aan de voorzitter
of een commissie uit de Raad. Het reglement behoeft de toestemming van
Onze Minister.
B.
In artikel 61 wordt "aanwijzingen" vervangen door: beleidsregels.
C.
Artikel 68 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het vierde lid wordt "één maand" vervangen door: vier weken.
2. Het zesde lid komt te
luiden:
-6. De Ziekenfondsraad is
bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het vierde lid bedoelde verplichtingen.
D.
In artikel 72, eerste lid,
wordt "aanwijzingen" vervangen door: beleidsregels.
E.
Artikel 73, tweede lid, komt
te luiden:
-2. Besluiten tot uitgaven
als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, behoeven de toestemming van
Onze Minister. Het besluit omtrent toestemming wordt binnen
vier weken bekendgemaakt.
F.
Artikel 81 komt te luiden:
Art. 81.
-1. Een besluit van de Ziekenfondsraad, van een commissie of van de voorzitter kan bij
koninklijk besluit worden vernietigd.
-2. Van een besluit tot
vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
G.
Artikel 82 vervalt.
H.
Artikel 83 vervalt.
HOOFDSTUK
14
Slotbepalingen
Art. 1.
De tekst van de Algemene wet
bestuursrecht wordt in het Staatsblad geplaatst.
Art. 2.
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 11 december 1997, Stb. 1997, 581, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, red.
Art. 3.
Deze wet wordt aangehaald
als: Aanpassingswet derde tranche Awb I.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
6 november 1997
BEATRIX
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de achttiende
november 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|