St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

AANPASSINGSWET  DERDE  TRANCHE  AWB  II

Versie 4 december 1997

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 464.
Handelingen II 1997-1998, blz. 1541.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 464 (113, 113a).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 2 december 1997.

 

 

WET van 4 december 1997, Stb. 1997, 580, tot aanpassing van bijzondere wetten aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet derde tranche Awb II). Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997, 581).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de bijzondere wetten aan te passen aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  6

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

Art. 1.
De Organisatiewet Sociale verzekeringen 1997 wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 58, vierde lid, komt te luiden:.
-4. Indien het Landelijk instituut sociale verzekeringen een besluit neemt dat afwijkt van een ontwerp van een overeenkomst, bedoeld in artikel 44, brengt dit instituut de reden voor die afwijking ter kennis van de betrokken sectorraad.
B.
Artikel 59, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:
b. Onze Minister heeft ingestemd met de statuten van deze rechtspersoon.
C.
Artikel 62, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel b wordt "goedkeuring" vervangen door: instemming.
2. In onderdeel c wordt "goedkeuring van" vervangen door: instemming met.
D.
Artikel 103 komt te luiden:
Art. 103.
-1. Indien een besluit goedkeuring behoeft ingevolge een wet die wordt uitgevoerd door het College van toezicht sociale verzekeringen, de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen of een uitvoeringsinstelling, kan de goedkeuring worden onthouden op de grond dat het besluit in strijd met het recht of met het algemeen belang is, of niet voldoet aan eisen van doelmatigheid.
-2. Indien ingevolge een wet, bedoeld in het eerste lid, een handeling de instemming behoeft van Onze Minister, zijn de artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
E.
Artikel 104 komt te luiden:
Art. 104.
-1. Een besluit van het College van toezicht sociale verzekeringen, de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen of een uitvoeringsinstelling kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
-2. Indien een besluit naar het oordeel van het College van toezicht sociale verzekeringen voor vernietiging in aanmerking komt, doet het College daarvan binnen twee dagen nadat het besluit te zijner kennis is gekomen mededeling aan Onze Minister. Het College geeft hiervan tegelijkertijd kennis aan het bestuursorgaan dat het besluit nam en zo nodig aan het orgaan dat met de uitvoering van het besluit is belast.
-3. Het College van toezicht sociale verzekeringen draagt zorg voor de totstandkoming van stukken waaruit de gronden voor zijn in het tweede lid bedoelde oordeel blijken en zendt deze stukken binnen één week na de in het tweede lid bedoelde mededeling aan Onze Minister.
-4. Een besluit ten aanzien waarvan het tweede lid is toegepast, wordt niet of niet verder uitgevoerd voordat van Onze Minister de mededeling is ontvangen dat voor schorsing of vernietiging geen gronden bestaan. Indien het besluit niet binnen vier weken na dagtekening van de in het tweede lid bedoelde mededeling is geschorst of vernietigd, wordt het uitgevoerd.
-5. Indien een bekendgemaakt besluit niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt dit door de rechtspersoon die het besluit heeft genomen, bekendgemaakt.
-6. Het koninklijk besluit tot schorsing, opheffing of verlenging van de schorsing of tot vernietiging wordt in het Staatsblad geplaatst.
F.
De artikelen 105 en 106 vervallen.

 

 

HOOFDSTUK  10

Algemene wet bestuursrecht c.a.

 

Art. 1.
De Wet van 20 juli 1996 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht) (Stb. 1996, 333) wordt gewijzigd als volgt:
A.
Aan artikel III, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Op deze subsidies is het recht van toepassing zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
B.
Artikel V komt te luiden:
Art. V.
Degene die volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bevoegd was een besluit te nemen of een andere handeling te verrichten, welke bevoegdheid na dat tijdstip als gevolg van deze wet, de Aanpassingswet derde tranche Awb I of de Aanpassingswet derde tranche Awb II niet meer door hem zou kunnen worden uitgeoefend, behoudt niettemin deze bevoegdheid totdat in overeenstemming met deze wet, de Aanpassingswet derde tranche Awb I of de Aanpassingswet derde tranche Awb II in de bevoegdheid is voorzien, doch niet langer dan dertien weken na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
C.
Artikel VI wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een tweede lid, luidende:
-2. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop deze wet in werking treedt voor de toepassing van:
a. de Wet op het basisonderwijs;
b. de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
d. de Wet educatie en beroepsonderwijs;
e. de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
f. de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
g. de TNO-wet;
h. de Wet op de studiefinanciering;
i. de Wet tegemoetkoming studiekosten;
j. de Les- en cursusgeldwet;
k. de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
l. de Leerplichtwet 1969.
3. Toegevoegd wordt een derde lid, luidende:
-3. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld, waarop titel 4.2 van deze wet in werking treedt voor de toepassing van de Mediawet.

 

 

HOOFDSTUK  11

Slotbepalingen

 

Art. 1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹

1. Bij Besluit van 11 december 1997, Stb. 1997, 581, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, red.

 

Art. 2.
Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet derde tranche Awb II.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 4 december 1997

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm

 

Uitgegeven de achttiende december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x