|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 692.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2249.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 692 (139, 139a).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering van 16 december 1997.
WET van 18 december 1997, Stb.
1997, 735, houdende wijzigingen van technische
aard van enige belastingwetten c.a. Inwerkingtreding 1 januari 1998, zie
artikel XXV.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is technische reparaties in
enkele belasting- en daarmee samenhangende wetten aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art. XVI.
In artikel 15 van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt, onder vernummering van het vijfde
tot en met het achtste lid tot onderscheidenlijk zesde tot en met negende
lid, na het vierde lid ingevoegd:
-5. Zolang de ontvanger met
de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op
grond van artikel 19 van de Invorderingswet
1990, alsmede verrekenen op
grond van artikel 24 van die
wet.
Art. XVIII.
In de Wet sociale werkvoorziening worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
A.
In artikel 32 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Aan onderdeel A wordt
toegevoegd: Voorts worden de onderdelen f tot en met i
verletterd tot e tot
en met h.
2. Aan onderdeel B wordt
toegevoegd: Voorts worden de aanduidingen "f", "g",
"h" en "i"
vervangen door onderscheidenlijk: e, f, g en h.
B.
In artikel 34 wordt "vervalt "e,""
vervangen door: wordt "c, d, e, g en i" vervangen door:
c, d,
f en h.
Art.
XXI.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 28 november 1996 ingediende voorstel van wet regeling
voor de totstandkoming van een gemeentelijk werkfonds voor voorzieningen
ter bevordering van de toetreding tot het arbeidsproces van langdurig
werklozen en jongeren (Wet inschakeling
werkzoekenden) (Kamerstukken 25 122) tot wet is verheven en in werking
is getreden, worden het derde
en vierde lid van artikel 24 van die wet
vervangen door:
-3. Indien voor de werknemer,
bedoeld in het eerste lid, tot de datum van inwerkingtreding van
deze wet, op grond van artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, zoals
deze artikelen luidden tot de datum van inwerkingtreding van deze
wet, een recht op premievrijstelling bestond, wordt vanaf de datum van
inwerkingtreding van deze wet het voor de werknemer geldende loon
verhoogd met een bedrag, zodat de werknemer onder aftrek van de op het
loon in te houden loonbelasting en premies ingevolge de socialeverzekeringswetten een nettoloon
ontvangt dat gelijk is aan het nettoloon
dat aan de werknemer in de arbeidsovereenkomst met de banenpool werd
betaald. Deze toeslag wordt betaald tot het tijdstip waarop het loon
zonder toeslag leidt tot genoemd nettoloon en wordt uitsluitend voor de
toepassing van artikel 31, tweede lid, onderdeel c, van de Wet
op de loonbelasting 1964 aangemerkt als uitkering van publiekrechtelijke aard en
blijft buiten beschouwing bij op het inkomen van de werknemer afgestemde
publiekrechtelijke uitkeringen of verstrekkingen.
-4. Indien in aansluiting op
een arbeidsovereenkomst met de banenpool of een dienstbetrekking als
bedoeld in het eerste lid een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan of een
ambtelijke aanstelling wordt verkregen waarvoor op grond van een
algemeen verbindend voorschrift is bepaald dat het aanvangsloon het
voor de werknemer geldende minimumloon is en het loon in die
arbeidsverhouding wordt verhoogd met een bedrag dat onder aftrek van de op het
loon in te houden loonbelasting en premies ingevolge de socialeverzekeringswetten leidt tot het
nettoloon dat gelijk is aan het loon dat vóór de
datum van inwerkingtreding van deze wet aan een werknemer in de
arbeidsovereenkomst met de banenpool werd betaald, is de tweede volzin
van het derde lid van overeenkomstige toepassing.
Art. XXV.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 januari 1998, met uitzondering van artikel I,
onderdeel C, E, F en H, artikel II, onderdeel B, onder 2, en artikel XVII,
onderdeel A, die terugwerken tot en met 1 januari 1997.
-2. Deze wet vindt toepassing
nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij
het begin van het kalenderjaar 1998 is toegepast.
-3. Indien de artikelen 32 en
34 van de Wet sociale werkvoorziening in werking treden, treedt, in
afwijking van het eerste lid, artikel XVIII in werking op het tijdstip
onmiddellijk voorafgaand aan dat waarop die artikelen in werking treden.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
18 december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de negenentwintigste
december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|