|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 687.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2180-2199, 2389.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 687 (161, 161a).
Handelingen I 1997-1998, zie vergaderingen d.d. 22 en 23 december 1997.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 24 december 1997, Stb.
1997, 777, houdende wijziging van de Ziekenfondswet in verband met
aanpassing van de gronden voor de ziekenfondsverzekering (herstructurering
Ziekenfondswet). Inwerkingtreding: 1 januari 1998.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om de gronden te wijzigen voor de ziekenfondsverzekering
van bepaalde categorieën van personen van 65 jaar of ouder en voor
bepaalde categorieën van uitkeringsgerechtigden jonger dan 65 jaar;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
In de Ziekenfondswet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, wordt
als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d komt te
luiden:
d. verzekerde: een
verzekerde ingevolge deze wet en, tenzij het tegendeel blijkt, een
medeverzekerde;.
2. Onder vervanging van de
punt aan het einde van onderdeel f door een puntkomma wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:
g. particuliere
ziektekostenverzekering: een overeenkomst van directe verzekering die strekt tot
vergoeding van kosten van geneeskundige hulp, met uitzondering van
overeenkomsten van arbeidsongeschiktheidsverzekering, overeenkomsten van
ongevallenverzekering, overeenkomsten van reisverzekering en andere
overeenkomsten van verzekering waarbij kosten van geneeskundige
hulp uitsluitend aanvullend worden gedekt.
B.
Artikel 2 vervalt.
C.
[MvT]
Artikel 3 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Verzekerd is:
a. de werknemer in de zin
van de Ziektewet wiens loon, verdiend in één of meer
dienstbetrekkingen in de zin van de Ziektewet, niet meer bedraagt dan ƒ62 200,00 per
jaar, met dien verstande dat:
1e. ten aanzien van degene
die ingevolge artikel 7 van de Ziektewet als
werknemer in de zin van die
wet wordt beschouwd, gedurende het eerste jaar voor zover hij recht
heeft op een werkloosheidsuitkering berekend naar 70% van het dagloon, de
verzekering ingevolge deze wet wordt beoordeeld naar zijn
verzekeringssituatie zoals deze gold op de dag voorafgaande aan die waarop
dat artikel op hem van toepassing werd;
2e. ten aanzien van degene
die ingevolge artikel 8 van de Ziektewet als
werknemer in de zin van die
wet wordt beschouwd, de verzekering ingevolge deze wet wordt
beoordeeld naar zijn verzekeringssituatie op de dag voorafgaande aan die
waarop dat artikel op hem van toepassing werd;
b. degene die naar de
omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en:
- een uitkering ontvangt
ingevolge de Algemene nabestaandenwet; dan wel
- een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering
ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend
naar een arbeidsongeschiktheid van
ten minste 45%; of
- een uitkering ontvangt
in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen indien betrokkene op de dag voorafgaande aan de dag
waarop haar recht op die uitkering ingaat verzekerde was;
c. vanaf de eerste dag van
de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zal bereiken, degene die
naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en op de
laatste dag van de voorafgaande maand verzekerde was;
d. degene die behoort tot
de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen
van personen.
2. In het tweede lid wordt "het eerste lid, onderdeel
b" gewijzigd in "het eerste lid, onderdeel d" en
wordt "het eerste lid, onderdeel d" gewijzigd in: het
eerste lid, onderdeel b.
3. In het derde lid wordt "het eerste lid, onderdeel
b" gewijzigd in: het eerste lid, onderdeel d.
4. Het zevende lid komt te
luiden:
-7. Het eerste lid, onderdeel c,
is slechts van toepassing indien betrokkene in het tijdvak van vijf jaar
onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar
bereikt ten minste drie jaar verzekerde is geweest. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen categorieën
van personen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing
is de in de eerste volzin genoemde voorwaarde of de voorwaarde
dat zij op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de maand
waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken verzekerde waren.
5. In het achtste lid wordt "het eerste lid, onderdeel
c of d" gewijzigd in: het eerste lid, onderdeel b of
c.
D.
[MvT
+ bis]
Artikel 3b komt te luiden:
Art. 3b.
-1. Artikel 3, eerste lid,
onderdeel b, is niet van toepassing op:
a. degene die recht heeft op
een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen indien hij deelneemt dan wel op de
dag voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op die uitkering
ingaat, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor
ambtenaren als bedoeld in artikel 4, zestiende
lid, onderdeel b;
b. degene die een uitkering
ingevolge de Algemene nabestaandenwet
ontvangt wegens het
overlijden van een persoon die op de dag van zijn overlijden deelnam aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren als bedoeld in
artikel 4, zestiende lid, onderdeel b, indien die uitkering met ingang van de
eerste dag van de maand van dat overlijden wordt ontvangen;
c. degene die een uitkering
ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt indien hij
deelneemt dan wel op de dag voorafgaande aan de eerste dag van de maand met
ingang waarvan de uitkering wordt ontvangen, deelnam aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren als bedoeld in
artikel 4, zestiende lid, onderdeel b.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen door Onze Minister, in overeenstemming met
Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, andere categorieën van
personen worden aangewezen op wie artikel 3,
eerste lid, onderdeel b, niet
van toepassing is.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen
worden aangewezen op wie, indien zij de wens daartoe te kennen geven,
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing is. Bij die regeling wordt
voorzien in hetgeen verder ter zake regeling behoeft.
E.
[MvT]
Na artikel 3b wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3c.
-1. Verzekerde is voorts
degene van 65 jaar of ouder die zich daartoe heeft aangemeld bij een
ziekenfonds indien hij naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande
woonachtig is, op de dag voorafgaande aan de dag waarop de verzekering
ingevolge deze wet ingaat verzekerd was op grond van een particuliere ziektekostenverzekering en het inkomen van
hem en zijn eventuele
echtgenote niet hoger is dan ƒ39 550,00. Bij de aanmelding bij een
ziekenfonds overlegt de verzekerde een verklaring van de Sociale Verzekeringsbank
waaruit blijkt dat het inkomen van hem en zijn eventuele echtgenote
niet hoger is dan het bedrag, genoemd in de eerste volzin.
-2. De verzekering ingevolge
het eerste lid gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de dag
van aanmelding.
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt onder inkomen verstaan alle inkomsten waarover
ingevolge de artikelen 3 en 48 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964
inkomstenbelasting verschuldigd is. Bij ministeriële regeling wordt
vastgesteld welk tijdvak voor de bepaling van het inkomen in aanmerking
wordt genomen en worden regels gesteld ter uitvoering van de tweede
volzin van het eerste lid.
-4. Artikel 3a is van
overeenkomstige toepassing op het bedrag, genoemd in het eerste lid.
F.
[MvT]
Artikel 4, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Medeverzekerde is de
echtgenote of echtgenoot van de verzekerde indien deze jonger is dan 65
jaar en behoort tot het huishouden van de verzekerde en de verzekerde
als haar of zijn kostwinner is aan te merken.
G.
In artikel 5, vijfde lid,
wordt "verplicht verzekerd" gewijzigd in "verzekerd" en wordt
"verplicht verzekerde" gewijzigd in "verzekerde" en
in de artikelen 7, eerste
lid, 14a, 19, eerste lid,
65, eerste lid, 73, eerste lid,
onderdeel a en b, 83a en 83b,
eerste lid, wordt "verplichte verzekering" telkens gewijzigd in:
verzekering.
H.
[MvT]
Artikel 18 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid wordt "elke krachtens
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, aangewezen groep van
verzekerden, alsmede voor de verzekerden, bedoeld in artikel
3, eerste
lid, onderdeel c en d," gewijzigd in: de verzekerden, bedoeld in
artikel 3, eerste
lid, onderdeel b en c, voor elke krachtens artikel
3, eerste lid, onderdeel d,
aangewezen groep van verzekerden, alsmede voor de verzekerden, bedoeld in
artikel 3c,.
2. In het derde lid wordt "artikel
3, eerste lid, onderdeel c" gewijzigd in: de artikelen
3, eerste lid,
onderdeel c, en 3c.
Art. II.
[MvT]
Verzekerden die op of na 1
juli 1994 verzekerd zijn geworden ingevolge artikel
3, eerste lid, onderdeel c, van de Ziekenfondswet, zoals dat artikelonderdeel
luidde onmiddellijk vóór de
datum van inwerkingtreding van deze wet, worden geacht te
hebben voldaan aan de in artikel 3, eerste lid,
onderdeel c, en zevende lid, van
de Ziekenfondswet genoemde voorwaarden.
Art. III.
[MvT]
In afwijking van artikel II
kan de rechthebbende op een pensioen ingevolge de Algemene
Ouderdomswet die op de laatste dag van de maand vóór de maand waarin
hij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt verzekerd was ingevolge een
particuliere ziektekostenverzekering en ziekenfondsverzekerd is
geworden ingevolge het bepaalde in artikel 3,
eerste lid, onderdeel c, van de Ziekenfondswet, zoals dat artikel luidde sedert
1 juli 1994 tot de datum van
inwerkingtreding van deze wet, op zijn verzoek worden ontheven van
de ziekenfondsverzekering. Bij ministeriële regeling wordt voorzien in
hetgeen verder ter zake regeling behoeft.
Art. IV.
[MvT]
In de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen vervallen de artikelen 5, 9, 13, 16, 17,
19, 20, 21, 22, 23, 23a en 24.
Art. V.
[MvT]
Een ontheffing van de
ziekenfondsverzekering tot 1 april 1998 die is verleend met toepassing van
artikel 16, vierde lid, van de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaande aan de
inwerkingtreding van deze wet, geldt als een ontheffing van de
ziekenfondsverzekering ingevolge artikel 3b, derde lid,
van de Ziekenfondswet,
tenzij de betrokkene vóór 1 augustus 1998 aan een ziekenfonds te kennen
geeft niet langer gebruik te willen maken van de geboden mogelijkheid om
niet verzekerd te zijn ingevolge de Ziekenfondswet. In
laatstbedoeld geval is de betrokkene vanaf 1 april 1998 niet langer van de
verzekering ingevolge de Ziekenfondswet uitgezonderd.
Art. VI.
[MvT]
Na de inwerkingtreding van
deze wet berust het Aanwijzingsbesluit verplicht verzekerden
Ziekenfondswet ¹ op artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van
de Ziekenfondswet.
1. Zie Aanwijzingsbesluit
verzekerden Zfw, red.
Art. VII.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de
aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen
aan rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (Kamerstukken
II 1994-1995, 24 233) tot wet wordt verheven en na deze
wet in werking treedt, wordt artikel XX van
die wet gewijzigd als volgt:
A.
De onderdelen A en B komen
te luiden:
A.
Aan artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. vreemdeling: hetgeen
daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.
B.
In hoofdstuk II wordt
ingevoegd een artikel 2, luidende:
Art. 2.
Vreemdelingen die niet
rechtmatig in Nederland verblijf genieten in de zin van artikel 1b,
aanhef
en onder 1, van de Vreemdelingenwet zijn niet verzekerd ingevolge deze
wet.
C.¹
In onderdeel C wordt in de
tekst van artikel 3, tiende lid, de zinsnede "artikel
2, tweede
lid,"
vervangen door: artikel 2.
1. Volgens de redactie
dient de aanduiding "C" te worden vervangen door: B.
Art. VIII.
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 1998.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Het Oude Loo, 24
december 1997
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de dertigste
december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|