|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1993-1994, 1994-1995, 1995-1996, 1997-1998, 23 652.
Handelingen II 1995-1996, 561-564, 2177-2180, 2388-2389.
Kamerstukken I 1997-1998, 23 652 (146).
Handelingen I 1997-1998, zie vergaderingen d.d. 22 en 23 december 1997.
WET van 24 december 1997, Stb.
1997, 779, tot wijziging van de regeling betreffende het
verlenen van bijdragen van rijkswege aan de
Algemene Kas, bedoeld in artikel 71 van de Ziekenfondswet, en het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten, alsmede tot het treffen van
een wettelijke basis voor het verlenen van rijksbijdragen aan de instellingen die een
publiekrechtelijke ziektekostenvoorziening
uitvoeren. Inwerkingtreding: 1 januari 1998, zie artikel IV.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat van de zijde van de Algemene Rekenkamer bezwaren
zijn geuit tegen het verlenen van voorschotten op de
rijksbijdragen aan de Algemene Kas, bedoeld in artikel 71 van de
Ziekenfondswet, en
het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, voordat de hoogte daarvan overeenkomstig de wettelijke regels is
vastgesteld;
dat de hoogte van de
rijksbijdragen evenwel in belangrijke mate afhankelijk is van
beslissingen gedurende het begrotingsjaar ten aanzien van de allocatie van
begrotings- en premiemiddelen en dat derhalve op grond van de thans geldende
voorschriften tijdige bevoorschotting niet kan plaatsvinden;
dat het in verband daarmee
wenselijk is de wettelijke procedures inzake het verlenen van
rijksbijdragen te wijzigen;
dat het voorts wenselijk is
een wettelijke basis te scheppen voor het verlenen van rijksbijdragen
aan de instellingen die een publiekrechtelijke ziektekostenvoorziening
uitvoeren;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
De Ziekenfondswet
wordt
gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 14a komt te
luiden:
Art. 14a.
-1. De middelen tot dekking
van de uitgaven van de verplichte verzekering worden gevonden door:
a. het heffen van premies;
b. het verlenen van een
bijdrage door het uitvoeringsorgaan van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden.
-2. Onze Minister kan
jaarlijks een bijdrage verlenen aan de Algemene Kas, bedoeld in artikel
71,
tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de
begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage
wordt betaald in gelijke maandelijkse delen.
-3. Onze Minister kan in
overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad besluiten de bijdrage te wijzigen. Van zodanig besluit wordt
schriftelijk mededeling
gedaan aan de beide kamers van de Staten-Generaal indien de bijdrage
daardoor met meer dan ƒ25 000 000,00 toeneemt of afneemt. De
maandelijkse betalingen worden met het genomen besluit in overeenstemming gebracht, tenzij in een geval als
bedoeld in de tweede volzin
binnen veertien dagen door één der kamers van de Staten-Generaal de
wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen
over de wijziging van de bijdrage. Indien één der kamers van de
Staten-Generaal na het ontvangen van de bedoelde inlichtingen als haar oordeel uitspreekt dat de wijziging van de bijdrage
voorafgaande machtiging bij
wet behoeft, zal de wijziging eerst plaatsvinden nadat een daarop betrekking
hebbend voorstel van wet tot wijziging van de begroting
tot wet zal zijn verheven.
B.
Na artikel 17 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 17a.¹
-1. Onze Minister
verleent,
voor zover de wetgever daarvoor de nodige middelen beschikbaar stelt,
op aanvraag aan de instellingen die een publiekrechtelijke
ziektekostenvoorziening uitvoeren een bijdrage in de premiederving die voor deze
instellingen optreedt als gevolg van de verlaging van het
werknemersdeel van de procentuele premie die heeft plaatsgevonden ter
compensatie van relatief negatieve koopkrachteffecten die voor de deelnemers aan
publiekrechtelijke ziektekostenregelingen het gevolg kunnen zijn van de heffing van nominale premie.
-2. De bijdrage wordt
vastgesteld op het product van het bedrag dat voor het verlenen van zodanige bijdragen beschikbaar is en een
breuk
waarvan de teller gelijk is
aan het totaal van de heffingsgrondslagen van de deelnemers van de
desbetreffende instelling van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar
waarop de bijdrage betrekking heeft en de noemer gelijk is aan het
totaal van de heffingsgrondslagen van de deelnemers van alle
instellingen in dat jaar. Op de bijdrage kunnen voorschotten worden
verstrekt.
-3. De bijdrage wordt slechts
verstrekt indien de instelling schriftelijk heeft verklaard dat de bijdrage geheel wordt aangewend ter verlaging van
de procentuele premie die
aan de deelnemers in rekening wordt gebracht en dat aan de deelnemers
voor henzelf en hun gezinsleden voor het desbetreffende jaar
maandelijks een nominale premie in rekening wordt gebracht die vergelijkbaar
is met de nominale premie ingevolge deze wet.
-4. Bij ministeriële
regeling wordt bepaald wat onder heffingsgrondslag wordt verstaan en hoe
de heffingsgrondslag wordt vastgesteld, alsmede wat wordt verstaan onder
instelling, deelnemer en gezinslid.
1. zie artikel
IV, red.
Art. II.
De Wet financiering
volksverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:
A.
In de artikelen 11,
tweede lid, 12, 17,
39, derde lid, onderdeel f en g, vierde lid, vijfde lid en
zesde lid, 41, tweede en vierde lid, 42,
44, eerste en tweede lid, en 47 wordt
telkens de zinsnede "Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur"
vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport.
B.
Artikel 39 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan
het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het bedrag dat daarvoor
in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor
dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse
delen. Artikel 14a, derde lid, van de
Ziekenfondswet
is van
overeenkomstige toepassing.
2. Toegevoegd wordt een
zevende lid, luidende:
-7. Onverminderd het bepaalde
in het tweede lid wordt jaarlijks aan het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten een bijdrage verleend voor de uitvoering van de Regeling Ziekenfondsraad Abortusklinieken 1992 dan
wel de regeling die de
Ziekenfondsraad ter vervanging van die regeling overeenkomstig het derde
lid, onderdeel h, en vierde lid, vaststelt. Op de bijdrage worden voorschotten
verleend. De bijdrage voor enig jaar is gelijk aan het saldo van de
uitgaven en ontvangsten in het desbetreffende jaar met betrekking tot de
uitvoering van de bedoelde regeling, voor zover door Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanvaard. De Ziekenfondsraad neemt een
specificatie van de ontvangsten en uitgaven op in het verslag en de
rekening, bedoeld in artikel 51, derde lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Onze Minister voornoemd stelt de
bijdrage uiterlijk drie
maanden na ontvangst van het verslag en de rekening vast.
Art. III.
Voor de toepassing van
artikel 39, zevende lid, van de Wet financiering
volksverzekeringen worden
uitgaven en ontvangsten met betrekking tot het Besluit Ziekenfondsraad
Abortusklinieken 1992 welke na het tijdstip van
inwerkingtreding van deze
wet hebben plaatsgevonden, gelijkgesteld met uitgaven en ontvangsten met
betrekking tot de in dat artikellid bedoelde regeling.
Art. IV.
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari van het jaar volgende op het jaar waarin zij in het
Staatsblad wordt geplaatst. De
artikelen 14a van de Ziekenfondswet
en 39 van de Wet financiering
volksverzekeringen, zoals
die luidden onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijven van
toepassing op de rijksbijdragen aan de Algemene Kas, bedoeld in artikel 71 van de
Ziekenfondswet, en aan het
Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten voor de jaren vóór het jaar waarin deze wet in werking
treedt. Artikel 17a van de Ziekenfondswet
werkt terug tot en met 1
januari 1989 en vervalt met ingang van 1 januari 1998.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Het Oude Loo, 24
december 1997
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.H.G. de Grave
Uitgegeven de dertigste
december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|