|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 641.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2049-2050.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 641 (137, 137a, 137b).
Handelingen I 1997-1998, zie vergaderingen d.d. 22 en 23 december 1997.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 24 december 1997, Stb.
1997, 789, tot nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten
en enige andere wetten, houdende wijziging/intrekking van de Wet
Werkloosheidsvoorziening, eenvormige definiëring van de term
gezamenlijke huishouding en technische alsmede enige andere wijzigingen
(Veegwet SZW 1997). Inwerkingtreding: 31 december 1997, zie
artikel LXXII.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Wet
Werkloosheidsvoorziening te wijzigen en op een later
tijdstip in te trekken, te komen tot een eenvormige definiëring van de
term gezamenlijke huishouding in een aantal socialezekerheidswetten en
voorts, in verband met gebleken onvolkomenheden, die wetten en enige
andere wetten aan te passen en daarnaast ook enige andere wijzigingen
daarin aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
I
Wijziging
Wet Werkloosheidsvoorziening en daarmee verband houdende wijzigingen in
andere wetten
§ 1.
Wijziging Wet
Werkloosheidsvoorziening
Art. I.
Wet Werkloosheidsvoorziening [MvT]
De hoofdstukken I tot en
met VI alsmede de hoofdstukken IX en X van de Wet
Werkloosheidsvoorziening vervallen.
§ 2.
Wijziging wetten in
verband met wijziging Wet Werkloosheidsvoorziening
Art.
II. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 7, onderdeel c
tot en met e, wordt vervangen door:
c. degene die wegens
werkloosheid niet werkt en die ingevolge een door Onze Minister aan te wijzen, van overheidswege getroffen regeling
uitkering ontvangt;
d. in door Onze Minister
aan te wijzen gevallen degene die wegens werkloosheid niet werkt,
doch aan wie geen uitkering wordt verleend op grond van enige bepaling
van de Werkloosheidswet, van het uitkeringsreglement werkloosheidsverzekering
van het Landelijk instituut sociale verzekeringen
of van een
regeling als bedoeld in onderdeel c.
B. [MvT]
Artikel 13, vierde lid,
wordt vervangen door:
-4. Degene die krachtens
een regeling als bedoeld in artikel 7, onderdeel c, uitkering ontvangt,
wordt geacht op elke dag waarover hij die uitkering ontvangt, een loon te
ontvangen gelijk aan die uitkering.
C. [MvT]
In artikel 66, vierde
lid, wordt de zinsnede "ingevolge artikel 7, onderdeel d en e"
vervangen door: ingevolge artikel 7, onderdeel c en d.
Art.
III.
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid [MvT]
Artikel 50 van de
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid vervalt.
Art.
IV. Wet overhevelingstoeslag opslagpremies [MvT]
In artikel 1, eerste lid,
onderdeel a, van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies vervalt de
zinsnede "alsmede de Wet
Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485),
voor zover gebaseerd op artikel 5c van die
wet".
Art. V.
Wet aanpassing
uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies [MvT]
De Wet aanpassing
uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3, eerste lid,
vervalt de zinsnede ", artikel 5b, derde lid, van de WWV".
B. [MvT]
De artikelen 66 tot en
met 69 vervallen.
C. [MvT]
In artikel 70 wordt de
zinsnede "Voor de toepassing van de artikelen 30 en 40 van de WWV" vervangen door: Voor de toepassing van artikel 40
van de WWV.
D. [MvT]
Artikel 72 vervalt.
E. [MvT]
Artikel 81, tweede lid,
vervalt.
Art.
VI. Algemene bijstandswet [MvT]
In artikel 125, eerste lid, onderdeel c, van de
Algemene bijstandswet vervalt de zinsnede: de
Wet
Werkloosheidsvoorziening.
Art.
VII. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
[MvT]
In artikel 48, eerste
lid, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers vervalt
de zinsnede ", de Wet
Werkloosheidsvoorziening,".
Art.
VIII. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
[MvT]
In artikel 48, eerste
lid, onderdeel c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen vervalt
de zinsnede ", de Wet
Werkloosheidsvoorziening".
Art.
IX. Ziekenfondswet [MvT]
In artikel 3, vierde lid,
onderdeel a, van de Ziekenfondswet vervalt de
zinsnede ", hoofdstuk IIIa van de Wet
Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485)".
Art.
X.
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 [MvT]
Artikel 19, derde lid,
van de Wet
uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wordt
vervangen door:
-3. Met inkomsten uit
tegenwoordige arbeid worden gelijkgesteld uitkeringen op grond van
de Ziektewet en de Werkloosheidswet, alsmede de daarmede vergelijkbare
uitkeringen welke worden verleend aan het overheidspersoneel.
Art.
XI.
Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 [MvT]
Artikel 28, derde lid,
van de Wet
uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 wordt
vervangen door:
-3. Met inkomsten uit
tegenwoordige arbeid worden gelijkgesteld uitkeringen op grond van
de Ziektewet en de Werkloosheidswet, alsmede de daarmede vergelijkbare
uitkeringen welke worden verleend aan het overheidspersoneel.
Art.
XII. Deltaschadewet [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel c, van de Deltaschadewet vervalt de zinsnede "of de
Wet
Werkloosheidsvoorziening".
Art.
XIII. Wet concentratie strafbaarstelling frauduleuze
gedragingen [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van het Wetboek
van Strafrecht en andere wetten met het oog op de
opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige
strafbepalingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen
aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie strafbaarstelling frauduleuze
gedragingen) (Kamerstukken 23 993) op
het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet of op een later tijdstip
tot wet wordt verheven en in werking treedt, vervalt artikel XII van
die wet.
Art.
XIV. Aanpassingswet geregistreerd partnerschap [MvT]
Indien het op 18 juni
1997 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van wetgeving aan de invoering van het geregistreerd partnerschap in
Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek (Aanpassingswet
geregistreerd partnerschap;
Kamerstukken II 1996-1997, 25 407) op het tijdstip van inwerkingtreding van
deze
wet of op een later tijdstip tot wet wordt verheven, vervalt artikel
5 van hoofdstuk 9 van die wet.
HOOFDSTUK
II
Intrekking
Wet Werkloosheidsvoorziening en daarmee verband houdende wijzigingen in
andere wetten
§ 1.
Intrekking Wet
Werkloosheidsvoorziening
Art.
XV.¹ Wet
Werkloosheidsvoorziening [MvT]
De Wet
Werkloosheidsvoorziening wordt ingetrokken.
1. Nog niet in werking
getreden (zie artikel LXXII, eerste lid), red.
§ 2.
Wijziging
Beroepswet
Art.
XVI.¹ Beroepswet [MvT]
In onderdeel C van de bijlage bij de Beroepswet vervalt:
12. Wet
Werkloosheidsvoorziening.
1. Nog niet in werking
getreden (zie artikel LXXII, eerste lid), red.
HOOFDSTUK
III
Gezamenlijke
huishouding
Art.
XVII. Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden een
nieuw derde tot en met zevende lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B.
[MvT]
Artikel 35 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Van het eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede "indien de overledene niet duurzaam
van de andere echtgenoot gescheiden leefde".
2. Onder vernummering van
het zesde tot en met elfde lid tot derde tot en met achtste lid
vervallen het derde tot en met vijfde lid.
C.
[MvT]
Artikel 64, zesde lid,
vervalt.
D.
[MvT]
De derde afdeling wordt
als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift wordt
vervangen door: DERDE AFDELING. Bezwaar en beroep in cassatie
2. Na artikel 75b wordt
een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
§ 3. Beroep in cassatie
Art. 75c. [MvT]
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel
1,
derde tot en met zevende lid, en de daarop berustende bepalingen.
-2. Op dit beroep zijn de
voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van
de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige
toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt
van een gerechtshof.
Art.
XVIII. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden een
nieuw derde tot en met zevende lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
Artikel 53 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede "indien de overledene niet duurzaam
van de andere echtgenoot gescheiden leefde".
2. Onder vernummering van
het zesde tot en met elfde lid tot derde tot en met achtste lid
vervallen het derde tot en met vijfde lid.
C. [MvT]
Artikel 81, vijfde lid,
vervalt.
D. [MvT]
Hoofdstuk VII wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het opschrift wordt
vervangen door: HOOFDSTUK VII. Bepalingen in verband met de Algemene wet
bestuursrecht en beroep in cassatie
2. Na artikel 87e wordt
een nieuw artikel 87f ingevoegd, luidende:
Art. 87f.
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel
1,
derde tot en met zevende lid, en de daarop berustende bepalingen.
-2. Op dit beroep zijn de
voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van
de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige
toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt
van een gerechtshof.
Art.
XIX. Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet [MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden een
nieuw derde tot en met zevende lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
Artikel 44 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede "indien de overledene niet duurzaam
van de andere echtgenoot gescheiden leefde".
2. Onder vernummering van
het zesde tot en met elfde lid tot derde tot en met achtste lid
vervallen het derde tot en met vijfde lid.
C. [MvT]
Artikel 80, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de
artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 4 en de op die artikelen
berustende bepalingen.
Art.
XX. Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde tot en met
zesde lid komen te luiden:
-3. In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
2. Aan het artikel wordt
een nieuw zevende lid toegevoegd, luidende:
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
In artikel 39 wordt de
zinsnede "het bepaalde bij of krachtens artikel
1, derde, vierde, vijfde of
zesde lid" vervangen door: artikel 1, derde tot en met zevende lid, en de
daarop berustende bepalingen.
Art.
XXI. Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
[MvT]
Artikel 43a, derde lid,
onderdeel a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid komt te
luiden:
a. als ongehuwd
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie
hij gehuwd is.
Art.
XXII. Algemene Ouderdomswet [MvT]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde tot en met
zesde lid komen te luiden:
-3. In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
2. Aan het artikel wordt
een nieuw zevende lid toegevoegd, luidende:
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
In artikel 53, eerste lid,
wordt de zinsnede "het bepaalde bij of krachtens een van de artikelen
1,
derde, vierde, vijfde of zesde lid, 2, 3 en
6" vervangen door: de
artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2,
3 en 6 en de op die artikelen
berustende bepalingen.
Art.
XXIII. Algemene
nabestaandenwet [MvT]
De Algemene
nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:
j. gezamenlijke
huishouding: een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel
3, tweede tot
en met zesde lid.
B. [MvT]
Artikel 3 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt de zinsnede "de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding
voert" vervangen door: de
ongehuwde meerderjarige
die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke
huishouding voert.
2. In het vierde lid
wordt de zinsnede "de belanghebbenden" vervangen door: de
betrokkenen.
3. Het vierde lid,
onderdeel a, komt te luiden als volgt:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld.
C. [MvT]
In artikel 16, eerste
lid, onderdeel b, artikel 67, derde en vierde lid, en
artikel 71, derde lid, vervalt de
zinsnede "als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met zesde lid".
D. [MvT]
In artikel 66, eerste
lid, wordt de zinsnede "het bepaalde bij of krachtens een der artikelen
6, 7 en
13" vervangen door: de artikelen 3, tweede tot en met zesde lid,
6, 7 en
13 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Art.
XXIV.
Coördinatiewet
Sociale Verzekering [MvT]
De Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden een
nieuw vierde tot en met achtste lid toegevoegd, luidende:
-4. In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-5. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-6. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vijfde lid.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het zesde lid, onderdeel d.
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vijfde lid.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel e, onder 1º, vervalt de zinsnede "dan wel degene met wie hij
duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie
geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat,".
2. In het eerste lid,
onderdeel p, wordt de zinsnede "artikel 35 van de Ziektewet" vervangen
door: artikel 1 van de Ziektewet.
3. In het derde lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede ", dan wel degenen met wie zij duurzaam een
gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd en met wie geen
bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat".
C. [MvT]
In artikel 18c, eerste
lid, wordt de zinsnede "het bepaalde bij of krachtens de artikelen
4 tot en met 8"
vervangen door: de artikelen 1, vierde tot en met achtste lid,
4 tot en
met 8 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Art.
XXV.
Algemene bijstandswet [MvT]
Na artikel 139 van de
Algemene bijstandswet wordt een nieuw artikel
139a ingevoegd, luidende:
Art. 139a.
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel
3,
tweede tot en met zesde lid, en de daarop berustende bepalingen.
-2. Op dit beroep zijn de
voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van
de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige
toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt
van een gerechtshof.
Art.
XXVI. Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers [MvT]
Na artikel 60a van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers wordt een nieuw artikel 60b
ingevoegd, luidende:
Art. 60b.
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel
3,
tweede tot en met zesde lid, en de daarop berustende bepalingen.
-2. Op dit beroep zijn de
voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van
de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige
toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt
van een gerechtshof.
Art.
XXVII. Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen [MvT]
Na artikel 60a van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen wordt een nieuw artikel 60b
ingevoegd, luidende:
Art. 60b.
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel
3,
tweede tot en met zesde lid, en de daarop berustende bepalingen.
-2. Op dit beroep zijn de
voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van
de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige
toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt
van een gerechtshof.
Art.
XXVIII. Wet voorzieningen
gehandicapten [MvT]
De Wet voorzieningen
gehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde tot en met
vijfde lid komen te luiden:
-3. Voor de toepassing van
deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
2. Onder vernummering van
het zesde lid tot achtste lid worden een nieuw zesde en zevende
lid ingevoegd, luidende:
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
Na artikel 10 wordt een
nieuw artikel 11 ingevoegd, luidende:
Art. 11.
-1. Tegen uitspraken van
de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in
cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel
1,
derde tot en met zevende lid, en de daarop berustende bepalingen.
-2. Op dit beroep zijn de
voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van
de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige
toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt
van een gerechtshof.
Art.
XXIX. Uitstel wijziging verlening voorzieningen Wvg [MvT]
Indien de toepassing van
artikel XXVIII, onderdeel A, onder 1, leidt tot wijziging in de verlening
van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen op grond
van de Wet voorzieningen gehandicapten, gaat deze wijziging eerst
één jaar na inwerkingtreding van deze wet in.
Art.
XXX. Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt een
derde tot en met zevende lid toegevoegd, luidende:
-3. In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. De aanduiding "-1." voor het
eerste lid vervalt , alsmede het tweede tot en met vierde lid.
2. De zinsnede "niet
duurzaam gescheiden van hem levende" vervalt.
C. [MvT]
Artikel 61 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede "indien de overledene niet duurzaam
van de andere echtgenoot gescheiden leefde".
2. Onder vernummering van
het vijfde tot en met tiende lid tot derde tot en met achtste lid
vervallen het derde en vierde lid van artikel 61.
3. In het tot achtste lid
vernummerde tiende lid wordt "het negende lid" vervangen door: het
zevende lid.
D. [MvT]
In artikel 98, eerste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 3 tot en met 6" vervangen door: de
artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 3 tot en met 6 en de op die artikelen
berustende bepalingen.
Art.
XXXI. Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt een
derde tot en met zevende lid toegevoegd luidende:
-3. In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met
wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk
zijn gesteld;
b. uit hun relatie een
kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de
één
door de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding
die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en
gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van
het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander,
zoals bedoeld in het vierde lid.
B. [MvT]
Artikel 53 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede "indien de overledene niet duurzaam
van de andere echtgenoot gescheiden leefde".
2. Onder vernummering van
het zesde tot en met tiende lid tot derde tot en met zevende lid
vervallen het derde tot en met vijfde lid.
C. [MvT]
In artikel 72, eerste
lid, wordt de zinsnede "artikel 3" vervangen door: de
artikelen 1, derde tot en
met zevende lid, en 3 en de op die artikelen berustende bepalingen.
Art.
XXXII. Vervallen artikel XIX [MvT]
Indien artikel II van de
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen vóór
het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet in werking is
getreden, vervalt artikel XIX van deze wet.
HOOFDSTUK
IV
Andere
wijzigingen
Art.
XXXIII.
Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
[MvT
+ bis + bis]
Artikel 29 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "de artikelen 29a
en
29b" vervangen door: het
tweede lid, onderdeel e, en de artikelen 29a
en
29b. [MvT]
2. In het tweede lid,
onderdeel d, wordt de zinsnede "artikel 7" vervangen door:
artikel 7
of 8a. [MvT]
3. Aan het vijfde lid
wordt een derde volzin toegevoegd, luidende: In de gevallen waarin de
tweede volzin toepassing vindt, worden gedurende de
desbetreffende periode van 52 weken de eerste twee dagen van de
ongeschiktheid tot werken waarover op grond van het tweede lid, onderdeel a en b, geen
ziekengeld wordt uitgekeerd, slechts eenmaal in aanmerking genomen. [MvT]
B.
[MvT]
Artikel 32, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Indien de verzekerde
ter zake van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte zowel recht
heeft op toekenning van ziekengeld krachtens deze wet als op
herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen
28, 29 en 29a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de artikelen 38, 39 en
39a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald, voor zover:
a. het bedrag waarmee
de arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet in verband met die herziening is
verhoogd, overtreft,
indien uitsluitend artikel 28, 29 of 29a van die
wet van toepassing is; en
b. het bedrag waarmee
de arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met die
herziening is verhoogd,
overtreft, indien zowel artikel 28, 29 of 29a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet als artikel 38, 39 en
39a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing zijn, dan wel uitsluitend
artikel 38, 39 en
39a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is.
C.
[MvT]
Na artikel 32 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 32a.
Indien de verzekerde ter
zake van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte zowel recht heeft
op ziekengeld krachtens deze wet als op toekenning van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met het bepaalde in artikel
32a
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, dan wel in artikel 43a
van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt het ziekengeld
slechts uitbetaald, voor zover het:
a. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet overtreft indien uitsluitend artikel 32a van
die wet
van toepassing is; en
b. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft indien zowel artikel 32a van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet als artikel 43a
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing zijn, dan wel uitsluitend laatstgenoemd artikel van toepassing is.
D.
[MvT]
Aan artikel 33 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
E.
[MvT]
In artikel 35, tweede en
zevende lid, wordt de zinsnede "artikel 29, negende lid" vervangen
door: artikel 29, vierde lid.
F.
[MvT
+ bis]
Artikel 38 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt
de zinsnede "niet later dan de tweede dag van die geschiktheid"
vervangen door: niet later dan op de vierde dag van die geschiktheid. [MvT]
2. Het vierde lid wordt
vervangen door: [MvT]
-4. Indien de werkgever de
verplichting, bedoeld in het tweede of derde lid, niet of niet
behoorlijk is nagekomen, legt het Landelijk instituut sociale verzekeringen
hem een
boete op van ten hoogste ƒ1000,00. De artikelen 45a, derde, vierde en
zesde lid, 45b, 45c,
45e, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en
45g,
eerste, vierde, zesde, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige
toepassing.
G.
[MvT
+ bis]
Artikel 38a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt de zinsnede "niet later dan op de derde dag van die
ongeschiktheid"
vervangen door: niet later dan op de vierde dag van die ongeschiktheid. [MvT]
2. Het derde lid wordt
vervangen door: [MvT]
-3. Indien de werkgever
jegens wie de verzekerde aanspraak heeft op loon als bedoeld in
artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek de melding, bedoeld in het
tweede lid, later doet dan in dat lid is voorgeschreven, gaat het ziekengeld niet
eerder in dan met ingang van de datum van die melding.
-4. Indien de verzekerde,
na een ziekmelding als bedoeld in het eerste en tweede lid, weer geschikt
is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan de werkgever of,
indien de verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf 3
van de eerste afdeling van deze wet, aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op
de tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop hij weer geschikt
is tot het verrichten van zijn arbeid.
-5. De werkgever meldt, na
ontvangst van de in het vierde lid bedoelde melding, aan het
Landelijk instituut sociale verzekeringen zo spoedig mogelijk, doch in elk
geval niet later dan op de tweede dag na de hersteldmelding door de
verzekerde, de eerste dag waarop die verzekerde weer geschikt is tot het
verrichten van zijn arbeid.
-6. Indien de werkgever
jegens wie de verzekerde geen aanspraak heeft op loon als bedoeld in
artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek de verplichting, bedoeld
in het vijfde lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt het
Landelijk instituut sociale verzekeringen hem een boete op van ten hoogste
ƒ1000,00. De artikelen 45a, derde, vierde en
zesde lid, 45b, 45c,
45e, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en
45g, eerste, vierde, zesde,
achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
H. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 45 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel d, wordt de zinsnede "artikel 38a, eerste en derde
lid" vervangen
door: artikel 38a, eerste lid. [MvT]
2. Het eerste lid,
onderdeel e, wordt vervangen door: [MvT]
e. indien de verzekerde
zich niet houdt aan de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften;
3. Aan het tweede lid
wordt een zin toegevoegd, luidende: Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt. [MvT]
I. [MvT]
Aan artikel 45a, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
J. [MvT]
In artikel 45g, achtste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
K. [MvT]
Na artikel 47 wordt een
nieuw artikel 47a ingevoegd, luidende:
Art. 47a.
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
kan het ziekengeld over een door hem te bepalen
tijdvak bij wege van voorschot betaalbaar stellen indien
onzekerheid bestaat over het recht op of de hoogte van het ziekengeld of de hoogte
van het te betalen bedrag aan ziekengeld. Een verleend voorschot wordt
verrekend met het definitief vastgestelde bedrag aan ziekengeld dat
over het desbetreffende tijdvak wordt betaald.
-2. In afwijking van het
eerste lid betaalt het Landelijk instituut sociale verzekeringen geen
voorschot indien onzekerheid bestaat over het recht op loon als bedoeld in
artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
-3. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen schort de betaling van ziekengeld op of schorst
de betaling, indien het van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft
dat:
a. het recht op
ziekengeld niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere
ziekengelduitkering bestaat;
c. de verzekerde of zijn
wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 49
niet of niet behoorlijk is nagekomen.
L. [MvT]
Het vierde en vijfde lid
van artikel 64 worden vernummerd tot derde en vierde lid.
M. [MvT]
In artikel 70 wordt de
zinsnede "geen aanspraak op betaling van loon kan maken" vervangen
door: geen aanspraak kan maken op betaling van loon als bedoeld in
artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
N. [MvT]
In artikel 87a wordt,
onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een nieuw derde lid ingevoegd, luidende:
-3. De werkgever kan een
verzekeringsovereenkomst met betrekking tot zijn verplichting tot doorbetaling van loon als bedoeld in 629, eerste lid,
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek opzeggen met ingang van de dag dat de algemene maatregel
van bestuur, bedoeld in het eerste lid, te zijnen aanzien in werking
treedt of, indien de opzegging later geschiedt, met ingang van de dag
waarop deze de verzekeraar bereikt. In het geval dat de premie is
vooruitbetaald, wordt deze door de verzekeraar naar evenredigheid aan de
werkgever terugbetaald.
O.
Artikel 2b, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
Art.
XXXIV.
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 29, eerste
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
B. [MvT]
In de artikelen 29a,
eerste en tweede lid, 29b, eerste tot en met vijfde lid,
29c, tweede lid,
29d,
tweede lid, 29e, eerste lid, en 29f
wordt na "belanghebbende"
telkens ingevoegd: of
zijn wettelijke vertegenwoordiger.
C. [MvT]
Aan artikel 29a, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
D. [MvT
+ bis]
Artikel 29g wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het achtste lid
wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de artikelen 475c tot en met
475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering. [MvT]
2. In het achtste en
negende lid wordt na "belanghebbende" telkens ingevoegd: of zijn
wettelijke vertegenwoordiger. [MvT]
E. [MvT]
Aan artikel 34 wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-8. Indien de toepassing
van het derde lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Landelijk instituut sociale verzekeringen
bevoegd de uitkering ambtshalve toe
te kennen of voort te zetten.
F. [MvT
+ bis]
Artikel 40 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "alsmede toekenning van ziekengeld krachtens de Ziektewet
heeft plaatsgevonden, wordt met ingang van de dag na
beëindiging van het ziekengeld op grond van artikel
29, vijfde lid, van
die
wet" vervangen door: alsmede toekenning van ziekengeld krachtens de Ziektewet
heeft plaatsgevonden dan wel
loondoorbetaling heeft
plaatsgevonden op grond van artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, wordt met ingang van de dag na beëindiging van het
ziekengeld op grond van artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet
dan wel na
afloop van de in artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tijdvak van 52 weken. [MvT]
2. Het derde en vierde
lid worden vervangen door: [MvT]
-3. In geval van herziening
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met toegenomen arbeidsongeschiktheid tijdens het ontvangen
van een vervolguitkering
wordt, met inachtneming van de tweede tot en met vierde volzin van dit
lid, met ingang van de dag waarop het recht op die herziening bestaat,
een loondervingsuitkering toegekend. Voor de duur van die
loondervingsuitkering is, in afwijking van artikel 21a, de leeftijd van de
betrokkene op de dag van ingang van de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
bepalend. Toekenning van een loondervingsuitkering is slechts mogelijk indien de betrokkene bij de
toeneming van de
arbeidsongeschiktheid ter zake van het verrichten van werkzaamheden op grond
van deze wet verzekerd was en de duur van die uitkering langer is dan
de duur van de loondervingsuitkering waarop recht bestond
onmiddellijk voorafgaande aan de datum van ingang van de vervolguitkering. De
duur van de toe te kennen loondervingsuitkering wordt verminderd met de
duur van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering. Tijdens de duur van die
loondervingsuitkering bestaat geen recht op vervolguitkering.
-4. Na afloop van de in
het derde lid bedoelde loondervingsuitkering geldt voor de berekening
van het vervolgdagloon, in afwijking van artikel 21b, derde lid, een
percentage van tweemaal het aantal verstreken jaren tussen het 15de jaar en de
leeftijd van de betrokkene op de dag van ingang van de herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld.
G. [MvT]
In artikel 41, tweede
lid, wordt na de zinsnede "krachtens de Ziektewet" ingevoegd: dan wel na
afloop van het in artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tijdvak van 52 weken.
H. [MvT]
Onder vernummering van
het bij de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte tot stand gekomen
artikel
43b tot artikel 43c wordt
artikel 43c vervangen door:
Art. 43c.
De
arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in geval van herziening van die
uitkering op grond van de
artikelen 38 en 39a, wordt niet uitbetaald gedurende het verlengde
tijdvak waarin recht bestaat op loon op grond van artikel 629, eerste
lid, tweede volzin, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
I. [MvT]
In de artikelen 44,
tweede lid, en 47, eerste lid, wordt "één maand" vervangen door: vier
weken.
J. [MvT]
In artikel 48, tweede
lid, wordt de zinsnede "Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen
38, derde lid, en 39, eerste lid, onderdeel c," vervangen door: Voor de
toepassing van de artikelen 38, derde lid, 39, eerste lid, onderdeel c,
en 39a.
K. [MvT]
Aan artikel 57 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
L. [MvT
+ bis + bis
+ bis]
Artikel 71a wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door: [MvT]
-1. Gelijktijdig met de
aangifte van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel
38, eerste lid,
van de Ziektewet, legt de werkgever aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
een door hem in overleg met de werknemer opgesteld
adequaat reïntegratieplan over ten behoeve van de herintreding van de
werknemer in het arbeidsproces. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen stelt regels inzake voorlopige of volledige reïntegratieplannen en
eventueel noodzakelijke vervolgplannen en stelt minimumeisen waaraan
deze plannen moeten voldoen.
2. Onder vernummering van
het tweede tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zevende lid
worden een nieuw tweede en derde lid ingevoegd, luidende als volgt: [MvT]
-2. De werkgever, bedoeld
in artikel 38a, derde lid, van de Ziektewet, legt, uiterlijk nadat de ongeschiktheid van de werknemer dertien weken
heeft geduurd, aan het
Landelijk instituut sociale verzekeringen een door hem in overleg met de
werknemer opgesteld adequaat voorlopig of volledig reïntegratieplan over ten behoeve van de herintreding van de
werknemer in het
arbeidsproces. Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken worden
tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. De tweede en
derde volzin van het eerste lid zijn van toepassing.
-3. In afwijking van het
tweede lid, eerste volzin, legt de werkgever van de verzekerde, bedoeld in
artikel 29a van de Ziektewet, het in dat lid bedoelde
reïntegratieplan over uiterlijk nadat de ongeschiktheid van de werknemer dertien weken
heeft geduurd na de beëindiging van het recht op ziekengeld in verband
met bevalling. Voor het bepalen van het tijdvak van dertien weken worden
tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. In het tot vierde lid
vernummerde tweede lid wordt de zinsnede "het eerste lid" vervangen
door "het eerste, tweede of derde lid" en wordt "ƒ1000,00" vervangen
door: ten hoogste ƒ1000,00. [MvT]
4. In het tot vijfde lid
vernummerde derde lid wordt "ƒ10 000,00" vervangen door: ten
hoogste ƒ10 000,00. [MvT]
5. In het tot zevende lid
vernummerde vijfde lid wordt "artikel 29g, eerste, vijfde, zevende,
negende en tiende lid" vervangen door: artikel 29g, eerste, vierde,
vijfde, achtste en negende lid.
M. [MvT]
Artikel 81, eerste lid,
onderdeel a, wordt vervangen door:
a. degene wiens
verplichte verzekering is geëindigd en te wiens aanzien op grond van
gebleken omstandigheden redelijkerwijze valt aan te nemen dat onderbreking
van die verplichte verzekering van korte duur zal zijn, dan wel die
beschikbaar is om arbeid te aanvaarden als bedoeld in artikel
16, eerste lid,
onderdeel b, van de Werkloosheidswet.
N.
In artikel 87, tweede
volzin, wordt "1999" gewijzigd in: 2000.
Art.
XXXV. Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet [MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6, achtste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 29,
30, 31, 42,
44 en 45 van de
Ziektewet"
vervangen door: artikel 29,
30, 31, 42,
44 of 45 van de Ziektewet.
B. [MvT]
Aan artikel 20, eerste
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
C. [MvT]
In de artikelen 20a,
eerste en tweede lid, 20b, eerste tot en met vijfde lid, 20c, tweede lid,
20d,
tweede lid, 20e, eerste lid, en 20f wordt na "belanghebbende"
telkens ingevoegd: of
zijn wettelijke vertegenwoordiger.
D. [MvT]
Aan artikel 20a, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
E. [MvT
+ bis]
Artikel 20g wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het achtste lid
wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de artikelen 475c tot en met
475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering. [MvT]
2. In het achtste en
negende lid wordt na "belanghebbende" telkens ingevoegd: of zijn
wettelijke vertegenwoordiger. [MvT]
F. [MvT]
Aan artikel 24 wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-7. Indien de toepassing
van het derde lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Landelijk instituut sociale verzekeringen
bevoegd de uitkering ambtshalve toe
te kennen of voort te zetten.
G. [MvT]
In artikel 29a, tweede
lid, en 32a, tweede lid, wordt "één maand" vervangen door: vier
weken.
H.
[MvT]
In artikel 30, tweede
lid, wordt na de zinsnede "krachtens de Ziektewet" ingevoegd: dan wel na
afloop van de in artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tijdvak van 52 weken.
I. [MvT]
In artikel 32b wordt de
zinsnede "ingevolge artikel 1638c, eerste lid, tweede volzin, van
Boek 7a van
het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: ingevolge artikel 629,
eerste lid, tweede volzin, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
J. [MvT]
In artikel 39, tweede
lid, wordt de zinsnede "Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen
28, derde lid, en 29, eerste lid, onderdeel c," vervangen door: Voor de
toepassing van de artikelen 28, derde lid, 29, eerste lid, onderdeel c,
en 29a.
K. [MvT]
Aan artikel 48 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
L.
Artikel 3b, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
Art.
XXXVI. Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 17b, zesde
lid, onderdeel c, wordt "artikel 9, vierde en vijfde lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering" vervangen door: artikel
9, vijfde en zesde lid, van
de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
B. [MvT]
In artikel 18, tweede
lid, wordt "haar" vervangen door: hem.
C. [MvT]
Artikel 19, zesde lid,
wordt vervangen door:
-6. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
is bevoegd ten aanzien van een werknemer of
groep werknemers in bijzondere gevallen af te wijken van het eerste
lid, onderdeel l.
D. [MvT
+ bis]
Artikel 25 wordt als
volgt gewijzigd:
1. De zinsnede "op haar verzoek" wordt vervangen door: op zijn verzoek.
[MvT]
2. Aan het artikel wordt
een zin toegevoegd, luidende: [MvT]
Deze verplichting geldt niet voor zover een recht op uitkering niet geldend kan worden
gemaakt als gevolg van een blijvend gehele weigering.
E. [MvT]
Artikel 26, eerste lid,
onderdeel d, komt te luiden:
d. zich als werkzoekende
bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te laten registreren en die
registratie tijdig te doen verlengen indien hem daartoe het recht toekomt op
grond van artikel 69 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996;.
F. [MvT
+ bis]
Artikel 27 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt na de zinsnede "het recht op uitkering zou zijn geëindigd"
ingevoegd: of niet zou zijn ontstaan. [MvT]
2. Aan het vierde lid
wordt een zin toegevoegd, luidende: [MvT]
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
G. [MvT]
Aan artikel 27a, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
H. [MvT]
In artikel 27g, derde
lid, wordt de zinsnede "op haar verzoek" vervangen door: op zijn verzoek.
I. [MvT]
Artikel 30 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "zij" vervangen door: hij.
2. In het tweede lid
wordt "De bedrijfsvereniging" vervangen door "Het Landelijk instituut sociale verzekeringen" en wordt "zij" vervangen door: hij.
J. [MvT]
Aan artikel 36 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
K. [MvT]
Artikel 39a vervalt.
L. [MvT]
In artikel 52d wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een nieuw vierde lid
ingevoegd, luidende:
-4. Indien na het ontstaan
van het recht op kortdurende uitkering aansluitend of na
verrichte arbeid het recht op loongerelateerde uitkering of vervolguitkering is
herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal
arbeidsuren waarnaar beide rechten zijn berekend, vermeerderd met het
resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal
arbeidsuren, bedoeld in artikel 52a in verbinding met
artikel 16,
voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren op grond
waarvan het recht op kortdurende uitkering is ontstaan.
M. [MvT]
In artikel 66, eerste
lid, wordt "zij" vervangen door: hij.
N. [MvT]
In artikel 85, zesde lid,
wordt "de bedrijfsvereniging" vervangen door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
O. [MvT
+ bis]
Artikel 89 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid
wordt, onder vervanging van de punt achter onderdeel f door een
puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: [MvT]
g. de bijdragen van de
werkgever of werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in
artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997;.
2. Na onderdeel g wordt
een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: [MvT]
h. de bedragen die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing
van artikel 45a van de Ziektewet, voor zover deze verband houden met
op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de
Ziektewet te betalen uitkeringen.
P. [MvT]
Aan artikel 90, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt achter onderdeel g door een puntkomma, een nieuw onderdeel
h toegevoegd,
luidende:
h. de uitvoeringskosten,
voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de
artikelen 38, vierde lid, en 39 van de Ziektewet
en niet reeds op grond van
onderdeel d ten laste van een wachtgeldfonds worden gebracht, alsmede de
uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering
van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
Q. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 92 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt
de zinsnede "ontvangt door de uitoefening van haar bevoegdheid op grond
van artikel 36" vervangen door: ontvangt door de toepassing van
artikel 36. [MvT]
2. Onder vervanging van
de punt achter onderdeel e door een puntkomma wordt een
nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: [MvT
+ bis]
f. de bedragen die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van
artikel 45a van de Ziektewet, voor zover deze verband houden met te
betalen uitkeringen op grond van de Ziektewet, anders dan op grond van
artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van die
wet.
R. [MvT]
In artikel 93, onderdeel d, wordt "de bedrijfsvereniging" vervangen door
"het Landelijk instituut sociale verzekeringen" en vervalt aan het slot van dat onderdeel
"en".
S.
Artikel 2a, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
T.
Artikel 6, onderdeel b,
wordt vervangen door:
b. die als vrijwilliger
werkzaamheden verricht als politiebeambte, alsmede van degene die
als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht bij de
gemeentelijke brandweer.
Art.
XXXVII. Toeslagenwet
De Toeslagenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
In artikel 11a, eerste
lid, onderdeel c, wordt de zinsnede "recht op uitkering" vervangen
door: recht op toeslag.
B. [MvT]
Aan artikel 14, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
C. [MvT]
Aan artikel 14a, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
D. [MvT]
In artikel 14g, achtste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
E. [MvT]
Aan artikel 20 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
F.
Artikel 1a, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
Art.
XXXVIII. Algemene ouderdomswet
A.¹ [MvT]
Aan artikel 17b, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm
van verwijtbaarheid
ontbreekt.
B. [MvT]
Aan artikel 17c, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
C. [MvT]
In artikel 17i, achtste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
D. [MvT]
Aan artikel 24 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan de Sociale Verzekeringsbank, onder voorwaarden die
Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het
terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te
boven gaat.
E.
Artikel 5, tweede volzin,
komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
F.
In artikel 17a, eerste
lid, onderdeel a en c, vervalt "en".
1. Volgens de redactie
dient boven "A." te worden ingevoegd: De Algemene
Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:.
Art.
XXXIX. Algemene
nabestaandenwet [MvT]
De Algemene
nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 worden de
onderdelen c en d vervangen door:
c. de Bank: de Sociale Verzekeringsbank, bedoeld in
hoofdstuk 3 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
d. College van toezicht
sociale verzekeringen: het College van toezicht sociale
verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;.
B. [MvT]
Artikel 22, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Voor de toepassing van
deze paragraaf en paragraaf 4 van deze afdeling alsmede van de
afdelingen II en III van dit hoofdstuk wordt, in
afwijking van hoofdstuk 1, onder nabestaande verstaan: de ouder van een halfwees of de persoon
die als ware hij ouder zorg draagt voor een halfwees die tot zijn
huishouden behoort.
C.
In de artikelen 35, 36,
tweede lid, en 53, eerste lid, wordt de zinsnede "de
artikelen 49 of
57"
vervangen door: artikel 49 of 57.
D. [MvT
+ bis]
Artikel 38 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden: [MvT]
-1. Indien de nabestaande,
het ouderloos kind of zijn wettelijke vertegenwoordiger een
verplichting op grond van artikel 36, tweede lid, of
37 opgelegd of de
verplichting, bedoeld in artikel 89, vierde lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in
artikel 35, niet binnen de
door de Bank daarvoor
vastgestelde termijn is nagekomen, weigert de Bank de uitkering
tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
2. Aan het tweede lid
wordt een zin toegevoegd, luidende: [MvT]
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
E. [MvT]
Aan artikel 39, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
F. [MvT]
In artikel 45, achtste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
G. [MvT]
Aan artikel 53 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan de Sociale Verzekeringsbank, onder voorwaarden die
Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het
terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te
boven gaat.
H. [MvT]
Artikel 57, eerste en
tweede lid, komt als volgt te luiden:
-1. Indien degene aan wie
uitkering op grond van deze wet is toegekend in een
inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen
en de Bank van de desbetreffende inrichting of van de gemeente die de
opnamekosten betaalt het verzoek ontvangt om de uitkering aan die
inrichting of die gemeente uit te betalen, is de Bank bevoegd dat verzoek
zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
-2. Indien degene aan wie
uitkering op grond van deze wet is toegekend op grond van
artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld
in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de
artikelen 11 en 12 van
die wet, dan wel een
bijdrage verschuldigd is
op grond van artikel 15 van de Overgangswet
verzorgingshuizen, is de
Bank bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van
aan degene aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging
uit te betalen aan de Ziekenfondsraad.
I.
In artikel 33, vijfde
lid, tweede volzin, wordt "1999" gewijzigd in: 2000.
Art. XL.
Algemene
Kinderbijslagwet [MvT]
De Algemene
Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Het tweede lid van
artikel 1 vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B. [MvT]
In artikel 7, derde lid,
onderdeel a, onder iiº, wordt de zinsnede "vermoedelijk het eerstkomende
jaar"
vervangen door: hetzij het afgelopen jaar, hetzij vermoedelijk het
eerstkomende jaar.
C. [MvT]
Artikel 11, derde lid,
komt te luiden:
-3. Wanneer bij het
vaststellen van het aantal kinderen waarvoor over een kalenderkwartaal
recht op kinderbijslag bestaat, voor één of meer kinderen de mate waarin
deze kinderen door de verzekerde worden onderhouden hiervoor
bepalend is, wordt het totaal eigen inkomen, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens
artikel 9,
eerste en tweede lid, van
deze kinderen over dat kalenderkwartaal in aanmerking genomen,
ongeacht of ten aanzien van deze kinderen gedurende het gehele
kwartaal aan de overige voorwaarden, bedoeld in artikel 7 in verbinding
met artikel 8, is voldaan.
D. [MvT]
In artikel 15 wordt de
zinsnede "of de persoon aan wie" vervangen door: alsmede de persoon
aan wie of de instelling waaraan.
E. [MvT]
Aan artikel 17, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
F. [MvT]
Aan artikel 17a, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
G. [MvT]
In artikel 17g, achtste
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
H. [MvT]
In artikel 20 wordt na "bestaande in een ander land," toegevoegd: of ingevolge een regeling
van een volkenrechtelijke organisatie,.
I. [MvT]
Aan artikel 24 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan de Sociale Verzekeringsbank, onder voorwaarden die
Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het
terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te
boven gaat.
J. [MvT]
In artikel 31, eerste
lid, wordt de zinsnede "krachtens één van de artikelen
1, tweede lid, 2, 3 en
6" vervangen door: krachtens artikel
2, 3 of 6.
K.
Artikel 5b, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
Art.
XLI. Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid [MvT]
De Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 24 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "die voor de toepassing van de Toeslagenwet
niet als
gehuwd wordt aangemerkt" vervangen door: die voor de toepassing van de
Wet op de
loonbelasting 1964 in tariefgroep 2 is ingedeeld.
2. In het tweede lid
wordt na "hoofdstuk IIa of IIb
van de nieuwe Werkloosheidswet" een
zinsnede ingevoegd, luidende: dan wel, indien tegelijkertijd recht
bestaat op meerdere uitkeringen op grond van de nieuwe Werkloosheidswet,
het totaalbedrag van die uitkeringen.
B.
[MvT]
In artikel 48, eerste
lid, wordt de zinsnede "die voor de toepassing van de Toeslagenwet
niet als
gehuwd wordt aangemerkt" vervangen door: die voor de toepassing van de
Wet op de
loonbelasting 1964 in tariefgroep 2 is ingedeeld.
C.
[MvT]
Artikel 1a, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
Art.
XLII. Coördinatiewet
Sociale Verzekering [MvT]
De Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 9, tweede lid,
wordt de zinsnede "wordt het in de vorige volzin genoemde bedrag van
ƒ193,00
door Onze Minister
met ingang van dezelfde datum herzien" vervangen
door: wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze
Minister, met ingang van dezelfde datum herzien.
B. [MvT]
In artikel 15a wordt de
zinsnede "de bedrijfsvereniging die het dwangbevel heeft
uitgevaardigd"
vervangen door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
C.
Artikel 3c, tweede
volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
Art.
XLIII.
Algemene bijstandswet [MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, onderdeel a, wordt de zinsnede "de Algemene Weduwen- en
Wezenwet" vervangen door: de Algemene
nabestaandenwet.
B. [MvT]
In artikel 14f, vierde
lid, wordt "de betrokken bedrijfsvereniging" vervangen door: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen.
C. [MvT]
In artikel 63, eerste
lid, wordt "titel 3 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door:
de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.
D. [MvT]
In artikel 75, eerste en
tweede lid, wordt "de bedrijfsvereniging" vervangen door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
E. [MvT]
Na artikel 78a wordt een
nieuw artikel 78b ingevoegd, luidende:
Art. 78b.
In afwijking van artikel
78 kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister
kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het
terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te
boven gaat.
F.
In artikel 103, derde
lid, wordt de zinsnede "op grond van deze afdeling" vervangen
door: op grond van dit hoofdstuk.
G.
Artikel 113, eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. ervoor zorg te dragen
dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 69 van de Arbeidsvoorzieningswet
1996;.
H.
In artikel 125, eerste
lid, aanhef en onder a, vervalt de zinsnede "en personen".
I. [MvT]
Aan artikel 137a wordt
een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot termijnen waarbinnen de diensten en inspanningen, bedoeld in
het eerste lid, worden verleend.
J.
In artikel 45, tweede
lid, wordt "Ten aanzien van een inkomen uit een bedrijf of zelfstandig
beroep worden de daarover verschuldigde inkomstenbelasting en premies
volksverzekeringen" vervangen door: Bij de bijstandverlening aan
een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen
waarover geen
loonbelasting is geheven.
Art.
XLIV. Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 11 wordt "titel 3 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: de
artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.
B. [MvT]
Na artikel 25a wordt een
nieuw artikel 25b ingevoegd, luidende:
Art. 25b.
In afwijking van artikel
25 kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister
kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het
terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te
boven gaat.
C.
Artikel 35, eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. ervoor zorg te dragen
dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 69 van de Arbeidsvoorzieningswet
1996;.
D.
In artikel 48, eerste
lid, aanhef en onder a, vervalt de zinsnede "en personen".
E. [MvT]
Aan artikel 59a wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot termijnen waarbinnen de diensten en inspanningen, bedoeld in
het eerste lid, worden verleend.
Art.
XLV. Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
[MvT]
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 11 wordt "titel 3 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: de
artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.
B. [MvT]
In artikel 20f, vierde
lid, wordt "de betrokken uitvoeringsinstelling" vervangen door: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen.
C. [MvT]
Na artikel 25a wordt een
nieuw artikel 25b ingevoegd, luidende:
Art. 25b.
In afwijking van artikel
25 kunnen burgemeester en wethouders, onder voorwaarden die Onze Minister
kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het
terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te
boven gaat.
D.
Artikel 35, eerste lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. ervoor zorg te dragen
dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 69 van de Arbeidsvoorzieningswet
1996;.
E.
In artikel 48, eerste
lid, aanhef en onder a, vervalt de zinsnede "en personen".
F. [MvT]
Aan artikel 59a wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot termijnen waarbinnen de diensten en inspanningen, bedoeld in
het eerste lid, worden verleend.
Art.
XLVI. Jeugdwerkgarantiewet [MvT]
De Jeugdwerkgarantiewet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, onder 1, artikel 2, derde lid, onderdeel f, en artikel
34, derde lid, onderdeel b, wordt de zinsnede "ingevolge hoofdstuk
IIa
van de Wet tegemoetkoming studiekosten" vervangen door: ingevolge
hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming
studiekosten.
B. [MvT]
In artikel 2, derde lid,
vervalt onderdeel h en wordt onderdeel i verletterd tot
onderdeel h.
Art.
XLVII. Wet van 24 april 1996, Stb. 1996, 248 [MvT]
De Wet van 24 april 1996, Stb. 1996, 248, tot wijziging van de socialezekerheidswetten in
verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve
sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering
van ten onrechte betaalde uitkeringen en de invordering daarvan (Wet
boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid) wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel V, onderdeel H,
wordt vervangen door:
H.
Artikel 26 wordt als
volgt gewijzigd:
Aan het slot van het
artikel wordt, onder vervanging van de punt door een komma, toegevoegd:
alsmede door de met toepassing van artikel 14a
verkregen boeten.
B. [MvT]
Artikel XX wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b vervalt "en 45, negende lid," en wordt de zinsnede
"ingevolge de artikelen
49 en 47" vervangen door: ingevolge
artikel 49 of 57.
2. Onderdeel d wordt verletterd tot onderdeel
e.
3. Na onderdeel c wordt
een nieuw onderdeel d toegevoegd, luidende:
d. vervalt in 45, negende lid, "dan wel de instelling aan welke ingevolge de
artikelen 49 of 57 de uitkering wordt
uitbetaald,";.
4. Onderdeel e wordt
vervangen door:
e. wordt artikel 46,
derde lid, onderdeel c, vervangen door:
c. de nabestaande, het
ouderloos kind of zijn wettelijke vertegenwoordiger dan wel de instelling aan
welke ingevolge artikel 49 of 57 de uitkering wordt
uitbetaald, een verplichting, bedoeld in artikel
35, 36, tweede lid, of 37, niet is
nagekomen.
Art.
XLVIII. Burgerlijk
Wetboek [MvT]
Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In de artikelen 629,
derde lid, en 635, derde lid, wordt "de bedrijfsvereniging waarbij deze is
aangesloten" vervangen door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
B. [MvT]
Artikel 629a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "de bedrijfsvereniging waarbij de werkgever is aangesloten" vervangen
door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
2. In het zevende lid
wordt "de bedrijfsvereniging" vervangen door: het Landelijk instituut
sociale verzekeringen.
C. [MvT]
Artikel 674 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt de zinsnede "de laatste dag van de tweede maand volgend op die
waarin het overlijden plaatsvond" vervangen door: tot en met één
maand na de dag van het overlijden.
2. In het vierde lid
wordt na de zinsnede "een wettelijk voorgeschreven ziekte- of
arbeidsongeschiktheidsverzekering" toegevoegd: en krachtens
de Toeslagenwet.
Art.
XLIX. Wet
van 19 december 1996, Stb. 1996, 665 [MvT]
In artikel V van de Wet
van 19 december 1996, Stb. 1996, 665, houdende wijziging van de
Organisatiewet sociale verzekeringen en enkele andere wetten, vervalt de
zinsnede "vervallen de artikelen 75b, 75c en 75d
van de
Invoeringswet
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en".
Art. L.
Wet premieregime bij
marginale arbeid [MvT]
De Wet premieregime bij
marginale arbeid wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3, derde lid,
komt te luiden:
-3. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
termijn waarbinnen een beschikking op aanvraag ingevolge deze wet wordt
gegeven. Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1
januari 2000.
B. [MvT]
Na artikel 9 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 9a.
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist het Landelijk instituut sociale verzekeringen
binnen dertien weken na ontvangst van
het bezwaarschrift.
Art. LI.
Arbeidsvoorzieningswet 1996 [MvT]
In artikel 7 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt de zinsnede "artikel
14, tweede of
vijfde lid, van de Algemene bijstandswet, artikel
20, eerste of vierde lid, van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers of artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen" vervangen door: artikel
14, eerste lid of vierde lid,
van de Algemene bijstandswet, artikel
20, eerste lid of derde lid, van de
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of
artikel 20, eerste lid of vierde
lid, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen.
Art.
LII.
Overgangswet verzorgingshuizen [MvT]
In artikel 68 van de Overgangswet
verzorgingshuizen wordt de zinsnede "artikel
57, eerste lid,
van de Algemene nabestaandenwet" vervangen door:
artikel 57, tweede
lid, van de Algemene nabestaandenwet.
Art.
LIII. Besluit fondsen en
spaarregelingen [MvT
+ bis]
Het Besluit
fondsen en spaarregelingen berust op artikel 631, derde lid, onderdeel c en
d, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.
LIV. Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen [MvT]
De Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel XVII wordt
een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. In afwijking van het
eerste lid wordt voor de toepassing van:
a. artikel 53, eerste
lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de zinsnede
"tot
en
met de laatste dag der tweede maand volgende op die waarin
het overlijden plaatsvond" gelezen: tot en met één maand na de dag van
het overlijden; en
b. voor de toepassing van
artikel 53, tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering slechts als echtgenoot aangemerkt
niet-gehuwde personen van
verschillend of gelijk geslacht die duurzaam een gezamenlijke
huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in
de eerste graad bestaat.
B. [MvT]
In artikel XIX, tweede
lid, wordt het woord "vanaf" vervangen door "op of na" en wordt de
zinsnede "in het eerste lid van respectievelijk genoemd artikel 33 en
44" vervangen door: in het eerste en tweede lid van respectievelijk
genoemd artikel 33 en
44.
C.
Artikel XI, vijfde lid,
tweede volzin, komt te luiden: Deze algemene maatregel
van bestuur vervalt op 1 januari 2000.
Art.
LV. Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 [MvT]
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
In de artikelen 7, tweede
lid, 22, derde lid, en 35, derde lid, wordt "de zevende titel a
van Boek 7a
van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: de tiende titel van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
B. [MvT]
Artikel 18 vervalt.
C. [MvT]
Artikel 18 komt te
luiden:
Art. 18.
-1. De Sociale Verzekeringsbank heeft een bestuur, bestaande uit ten hoogste negen leden, twee
plaatsvervangende leden en een voorzitter. Onze Minister
bepaalt het
aantal leden.
-2. De leden en de
voorzitter hebben ieder één stem.
D. [MvT
+ bis]
Artikel 38, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel c wordt
de zinsnede "en onderdeel i" vervangen door: en subonderdeel 9.
[MvT]
2. Aan het slot van het
eerste lid worden, onder vervanging van de punt door een komma, twee nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:
[MvT]
j. op verzoek van een
werkgever toestemming te geven als bedoeld in artikel 629, derde lid, onderdeel
c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de belangen van de
betrokken werknemer onevenredig worden geschaad;
k. door Onze Minister aangewezen algemene maatregelen van bestuur en door Onze Minister aangewezen ministeriële regelingen uit te voeren.
E. [MvT]
Artikel 52 komt te
luiden:
Art. 52.
-1. Een werkgever is van
rechtswege aangesloten bij de krachtens artikel 51 vastgestelde sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij als
werkgever doet
verrichten.
-2. Indien een werkgever
werkzaamheden doet verrichten die behoren tot verschillende
sectoren, is hij van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe de werkzaamheden
behoren waarvoor hij als werkgever in de regel het grootste bedrag
aan loon betaalt of vermoedelijk zal betalen.
-3. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
kan met betrekking tot de aansluiting van één of
meer categorieën van werkgevers bij een sector regels stellen die
afwijken van het eerste of tweede lid. Deze regels behoeven de goedkeuring
van Onze Minister.
F. [MvT]
Artikel 53 komt te
luiden:
Art. 53.
-1. De werkgever die
ingevolge artikel 52 bij een sector is aangesloten of ophoudt bij een sector
aangesloten te zijn, doet daarvan schriftelijk melding bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
-2. Een melding als
bedoeld in het eerste lid is geen aanvraag in de zin van artikel
1:3, derde
lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
-3. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen deelt een werkgever zo spoedig mogelijk
mede
bij welke sector en vanaf welke datum hij ingevolge artikel 52 is
aangesloten. Indien de mededeling afwijkt van de melding, bedoeld in het
eerste lid, geldt de mededeling als een beschikking.
-4. In afwijking van
artikel 52, tweede lid, is het Landelijk instituut sociale verzekeringen bevoegd
ambtshalve of op verzoek te besluiten dat een werkgever met ingang van
een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan te
geven datum voor door het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan
te wijzen werkzaamheden is aangesloten bij een andere sector dan de
sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij overigens doet
verrichten.
G. [MvT]
Artikel 55 komt te
luiden:
Art. 55.
Tegen een besluit
ingevolge hoofdstuk 4, paragraaf 3, kan een belanghebbende beroep instellen bij
de
Centrale Raad van Beroep.
H. [MvT]
In artikel 65, eerste
lid, wordt de zinsnede "74, eerste, vierde en vijfde lid" vervangen door:
74,
eerste, derde en vierde lid.
I. [MvT]
Artikel 80, derde lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede "en de
kosten van uitvoering van overeenkomsten als bedoeld in artikel 43"
vervalt.
2. De zinsnede "wachtgeldfondsen" wordt vervangen door:
wachtgeldfondsen, alsmede aan de
Ziekenfondsraad en de Sociaal-Economische Raad.
J. [MvT]
In artikel 87, derde lid,
wordt "het eerste lid" vervangen door: het eerste en tweede lid.
K. [MvT]
In artikel 101, eerste
lid, onderdeel c, wordt de zinsnede "voor zover de persoon op wie de in de
onderdelen a, b of c bedoelde gegevens betrekking hebben daartoe
schriftelijk toestemming heeft verleend" vervangen door: voor
zover de persoon op wie de gegevens betrekking hebben daartoe schriftelijk toestemming heeft verleend.
L.
In artikel 105, eerste
lid, wordt de zinsnede "is strijd is" vervangen door: in strijd is.
M. [MvT]
In artikel 107 wordt de
zinsnede "de artikelen 52, derde lid en
97" vervangen door: de
artikelen 52, derde lid, 89 en
97.
N.
In artikel 114, tweede
volzin, wordt "1999" gewijzigd in: 2000.
Art.
LVI. Wijziging van de ZW, WAO, AAW, AOW ¹ en Anw in verband met
wetsvoorstel wijziging vreemdelingenwet en enige andere wetten
[MvT]
Indien de artikelen X, XI,
XII, XIV en XVI van het bij koninklijke boodschap van 26 juni
1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en
enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens
bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen
en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de
vreemdeling in Nederland (Kamerstukken 24 233) vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet tot wet zijn verheven en in werking zijn getreden of
op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet worden
verheven en in werking treden:
a. wordt in de artikelen 41, eerste lid, van de Ziektewet,
50a, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
41b, eerste lid, van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en 15a, eerste lid, van de
Toeslagenwet
"De bedrijfsvereniging" vervangen door: Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
[MvT]
b. wordt in de artikelen 41, tweede lid, van de Ziektewet,
50a, tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
41b, tweede lid,
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en 15a, tweede lid, van de
Toeslagenwet
"de bedrijfsvereniging" vervangen door: het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
[MvT]
c. wordt het tweede
onderdeel h van artikel 1 van de Algemene nabestaandenwet
verletterd tot onderdeel
i. [MvT]
1. Volgens de redactie
dient "AOW" te vervallen.
Art.
LVII. Wet
Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement [MvT]
De Wet
Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement wordt als volgt
gewijzigd:
1. In artikel 1, eerste
lid, wordt de punt aan het einde van onderdeel d vervangen door een puntkomma en wordt na onderdeel
d een onderdeel
toegevoegd, luidende:
e. lid van het bestuur
van het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 2
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, lid van het bestuur
van de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 3
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, of lid van het
bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 4
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.
2. In artikel 2, eerste
lid, wordt de punt aan het einde van onderdeel f vervangen door een puntkomma en wordt na onderdeel
f een onderdeel
toegevoegd, luidende:
g. lid van het bestuur
van het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd
in hoofdstuk 2
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, lid van het bestuur
van de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 3
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, of lid van het
bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 4
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.
Art.
LVIII. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 35 wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-8. Indien de toepassing
van het vierde lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Landelijk instituut sociale verzekeringen
bevoegd de uitkering ambtshalve toe
te kennen of voort te zetten.
B. [MvT]
Aan artikel 47, eerste
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
C. [MvT]
Aan artikel 48, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
D. [MvT]
In artikel 54, negende
lid, wordt de zinsnede "de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering" vervangen door: de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering.
E. [MvT]
Aan artikel 63 wordt een
zesde lid toegevoegd, luidende:
-6. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
F.
In artikel 95, tweede
volzin, wordt "1999" gewijzigd in: 2000.
Art.
LIX. Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 28 wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-8. Indien de toepassing
van het vierde lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Landelijk instituut sociale verzekeringen
bevoegd de uitkering ambtshalve toe
te kennen of voort te zetten.
B. [MvT]
Aan artikel 39, eerste
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een
maatregel wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid
ontbreekt.
C. [MvT]
Aan artikel 40, tweede
lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van
verwijtbaarheid
ontbreekt.
D. [MvT]
Aan artikel 55 wordt een
vijfde lid toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van
terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
E.
In artikel 69, tweede
volzin, wordt "1999" gewijzigd in: 2000.
Art. LX.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers [MvT]
Indien artikel XVIII van
het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van
wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten
teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te
koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland
(Kamerstukken 24 233) vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze
wet tot wet is verheven en in werking is getreden of op of na het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet wordt verheven en in
werking treedt, wordt in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers "rechtmatig" vervangen door: niet rechtmatig.
Art.
LXI. Tijdelijke wijziging Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
Werkloosheidswet en Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
[MvT
+ bis + bis
+ bis + bis
+ bis + bis]
-1. Gedurende de periode 1
maart 1996 tot en met 31 maart 1997 wordt in artikel
40, eerste
lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
na de zinsnede
"op grond
van artikel 29, vijfde lid, van die wet" ingevoegd: dan wel na
afloop van de in artikel 1638c, eerste lid, van Boek
7a van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tijdvak van 52 weken. [MvT]
-2. Gedurende de periode 1
maart 1996 tot en met 31 maart 1997 wordt in de artikelen 41,
tweede lid, van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en 30, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet na de zinsnede "krachtens de Ziektewet" ingevoegd: dan wel na
afloop van de in artikel 1638c, eerste lid, van Boek
7a van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tijdvak van 52 weken. [MvT]
-3. Gedurende de periode 1
maart 1996 tot en met 28 februari 1997 wordt in artikel
89,
eerste lid, van de Werkloosheidswet, onder vervanging van de punt achter
onderdeel f door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd,
luidende: [MvT]
g. de bijdragen van de
werkgever of werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in
artikel 56a van de Organisatiewet sociale verzekeringen.
-4. Gedurende de periode 1
maart 1997 tot en met 31 maart 1997 wordt in artikel
38, eerste
lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997, onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een nieuw
onderdeel j toegevoegd, luidende: [MvT]
j. op verzoek van een
werkgever toestemming te geven als bedoeld in artikel 1638c, derde lid, onderdeel
c, van Boek
7a van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de
belangen van de betrokken werknemer onevenredig worden geschaad.
-5. Gedurende de periode 1
augustus 1996 tot en met 28 februari 1997 wordt in artikel
89,
eerste lid, van de Werkloosheidswet, onder vervanging van de punt achter
onderdeel g door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd,
luidende: [MvT]
h. de bedragen die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel 45a
van de
Ziektewet, voor zover deze verband houden met op grond van
artikel 29,
tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet
te betalen uitkeringen.
-6. Gedurende de periode 1
maart 1996 tot en met 31 maart 1997 wordt in artikel
90, eerste
lid, van de Werkloosheidswet, onder vervanging van de punt achter onderdeel
g door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: [MvT]
h. de uitvoeringskosten,
voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de
artikelen 38, vierde lid, en 39 van de Ziektewet
en niet reeds op grond van
onderdeel d ten laste van een wachtgeldfonds worden gebracht, alsmede de
uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering
van artikel 1638c, derde lid, onderdeel c, van Boek
7a van het Burgerlijk Wetboek.
-7. Gedurende de periode 1
augustus 1996 tot en met 28 februari 1997 wordt in artikel 92 van
de Werkloosheidswet, onder vervanging van de punt achter onderdeel e
door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: [MvT]
f. de bedragen die de
bedrijfsvereniging ontvangt door toepassing van artikel 45a
van de
Ziektewet, voor zover deze verband houden met te betalen uitkeringen op
grond van de Ziektewet, anders dan op grond van
artikel 29, tweede lid,
onderdeel a, b en c, van die
wet.
Art.
LXII. Organisatiewet sociale verzekeringen [MvT]
Voor de periode 1 januari
1997 tot en met 28 februari 1997 kunnen, indien in de middelen tot
dekking van de uitgaven verbonden aan de uitvoering van een door
de Sociale Verzekeringsbank uit te voeren regeling wordt voorzien
door het Rijk, bij ministeriële regeling regels worden gesteld ten aanzien van het beheer van gelden, uitvoeringskosten
en verslaglegging als
bedoeld in hoofdstuk VI van de Organisatiewet sociale verzekeringen,
zoals deze wet op 28 februari 1997 luidde.
Art.
LXIII. Wet inkomensvoorziening kunstenaars [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 12 oktober 1996 ingediende voorstel van Wet inkomensvoorziening kunstenaars
(Kamerstukken 25 053)
tot wet wordt verheven,
wordt in artikel 3, onderdeel a, van die wet "titel 3 van
Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek" vervangen door: de artikelen 10, eerste lid, en 11 van
Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.
LXIV. Wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten
[MvT]
Indien artikel XXIII van
het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van
wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten
teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te
koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland
(Kamerstukken 24 233) vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze
wet tot wet is verheven en in werking is getreden of op of na het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet wordt verheven en in
werking treedt, wordt in artikel XXIII, tweede lid, van die wet "Algemene
Bijstandswet" vervangen door: Algemene
bijstandswet.
Art.
LXV. Wet houdende
bepalingen in verband met de aanpassing van de uitvoeringsorganisatie
sociale verzekeringen per 1 januari 1996 [MvT]
De Wet houdende
bepalingen in verband met de aanpassing van de uitvoeringsorganisatie
sociale verzekeringen per 1 januari 1996 wordt ingetrokken.
Art.
LXVI. Wet van 3 april 1985, Stb. 1985, 215 [MvT
+ bis]
Artikel 2, tweede lid,
van de Wet van 3 april 1985, Stb. 1985, 215, houdende overgangsmaatregel met betrekking tot loonbetalingen tijdens ziekte en
aanvullingen op de
wettelijke ziekengelduitkering (overgangsmaatregel bovenwettelijke
uitkeringen) wordt vervangen door:
-2. Het eerste lid geldt
zo nodig in afwijking van artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.
LXVII. Tijdelijke wet
inkomensvoorziening gewezen binnenvaartondernemers
Indien het bij
koninklijke boodschap van 8 oktober 1996 ingediende voorstel van wet houdende
bepalingen inzake het treffen van een inkomensvoorziening voor
gewezen zelfstandigen in de binnenvaart (Tijdelijke
wet inkomensvoorziening gewezen binnenvaartondernemers; Kamerstukken 25 045) tot
wet wordt verheven, wordt de puntkomma aan het slot van artikel 1,
eerste lid, onderdeel b, van die
wet vervangen door een punt.
Art.
LXVIII. Wet
aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies [MvT]
In artikel 24 van de Wet
aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies wordt de zinsnede
"wezenpensioen op grond van de AWW" vervangen door:
wezenuitkering op grond van de Anw.
Art.
LXIX. Wet inschakeling werkzoekenden [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 28 november 1996 ingediende voorstel van wet regeling
voor de totstandkoming van een gemeentelijk werkfonds voor
voorzieningen ter bevordering van de toetreding tot het arbeidsproces van
langdurig werklozen en jongeren (Wet inschakeling
werkzoekenden)
(Kamerstukken 25 122) tot wet is verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, tweede lid,
vervalt de punt en wordt aan het artikellid de zinsnede toegevoegd: dan
wel een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder
a, van de Algemene Kinderbijslagwet.
B. [MvT]
In artikel 4, zevende
lid, onderdeel b, wordt "in hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming
studiekosten." vervangen door: in hoofdstuk II of III van
de Wet tegemoetkoming studiekosten.
C. [MvT]
In artikel 15, tweede
lid, wordt de zinsnede "met uitzondering van die bedoeld in artikel
12,
tweede lid," vervangen door: met uitzondering van die bedoeld in artikel
12, derde lid, voor zover die ouder dan 23 jaar is,.¹
D. [MvT]
In artikel 23, eerste
lid, komt onderdeel a te luiden:
a. in afwijking van
artikel 11, de dienstbetrekking van de jongere die op de datum van inwerkingtreding van deze wet 21 jaar of ouder is, wordt
opgezegd tegen de dag
gelegen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet, tenzij hij
eerder de leeftijd van 27 jaar bereikt, in welk geval de
dienstbetrekking wordt opgezegd tegen de dag waarop hij die leeftijd bereikt;
E. [MvT]
Artikel 30 wordt
vervangen door:
Art. 30. Wijziging
Algemene Kinderbijslagwet
Artikel 7 van de Algemene
Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
1. Het zesde lid vervalt,
onder vernummering van het zevende lid tot zesde lid.
2. De tweede volzin van
het tot zesde vernummerde zevende lid wordt vervangen door: Een in
het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt voorts niet als werkloos
aangemerkt indien dat kind een passende dienstbetrekking als
bedoeld in de vorige volzin niet heeft aanvaard of door eigen toedoen niet
heeft verkregen of behouden.
3. Het achtste lid wordt
vernummerd tot zevende lid en komt te luiden:
-7. Het kind, bedoeld in
het tweede lid, onderdeel c, wordt niet als werkloos aangemerkt
indien het een vergoeding ontvangt op grond van artikel
23, derde lid,
van de Wet inschakeling werkzoekenden.
4. Onder vernummering van
het negende en tiende lid tot achtste en negende lid komt het
negende lid te luiden:
-9. Een in het tweede lid,
onderdeel c, bedoeld kind wordt voor het recht op kinderbijslag meegerekend zolang het werkloos is.
5. Het elfde, twaalfde en
dertiende lid worden vernummerd tot tiende, elfde en twaalfde lid.
1. Volgens de redactie
dient "die ouder dan 23 jaar is" te worden vervangen door: die
23 jaar of ouder is.
Art.
LXX. Wijziging artikel LVIII, onderdeel D
[MvT]
Indien artikel 54 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel
XXII, onderdeel
O, van het bij koninklijke
boodschap van 21 juni
1997 ingediende voorstel van Aanpassingswet nieuwe en
gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen (Kamerstukken 25 415) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
deze wet in werking zijn
getreden, wordt in artikel LVIII, onderdeel D, van deze wet de zinsnede
"artikel 54, negende lid," vervangen door:
artikel 54, achtste lid,.
Art.
LXXI. Overgangsrecht in verband met artikel LV [MvT]
-1. Ten aanzien van de
mogelijkheid om beroep in te stellen tegen een besluit als bedoeld in
artikel 55 van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 dat vóór de datum
van inwerkingtreding van artikel LV, onderdeel E, F en
G, van
deze wet is bekendgemaakt, is het recht zoals dat geldt vanaf die datum
van toepassing.
-2. Artikel
6:15, derde
lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van beroepschriften tegen besluiten als bedoeld in
het eerste lid die op en na de datum van inwerkingtreding van artikel
LV, onderdeel E,
F en G, van deze wet zijn ingediend bij de rechtbank.
-3. De behandeling van het
beroep tegen een besluit als bedoeld in
artikel 55 van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 dat vóór de datum van
inwerkingtreding van artikel LV, onderdeel E, F en
G, van deze wet is ingediend bij
de rechtbank wordt vanaf die datum voortgezet door de Centrale Raad van
Beroep, tenzij op die datum partijen zijn uitgenodigd op een
zitting van de rechtbank te verschijnen of schriftelijk toestemming hebben
gegeven voor het achterwege blijven van het onderzoek ter zitting.
-4. De rechtbank
informeert partijen over de verdere behandeling van het beroep door de
Centrale Raad van Beroep.
Art.
LXXIa. Wet sociale werkvoorziening
In artikel 38, onderdeel B, van de Wet sociale werkvoorziening wordt de zinsnede "vervallen de onderdelen D en
E van artikel
36" vervangen door:
vervallen de onderdelen D
en E van artikel 37.¹
1. Zie artikel
37 van de Wet van 11 september 1997, Stb.
1997, 465, red.
Art.
LXXIb. Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
In artikel 6, derde lid,
van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 wordt "1997" vervangen door: 1998.
Art.
LXXIc.
Arbeidstijdenwet
De Arbeidstijdenwet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 2:4, derde
lid, onderdeel a, wordt na "varen" ingevoegd: , vliegen.
B.
Artikel 5:9 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
laatste volzin, wordt "zijn de artikelen 5:8, eerste lid, onderdeel, en
5:10"
vervangen door: is artikel 5:10.
2. Aan het eerste lid
wordt een nieuwe volzin toegevoegd, die luidt: Indien door toepassing
van de eerste volzin arbeid wordt verricht in nachtdienst, welke arbeid
eindigt vóór of op 02.00 uur, zijn artikel 5:8, eerste lid, en de bij of
krachtens artikel 5:12 gestelde regels ten aanzien van de arbeid in nachtdienst niet van toepassing.
3. Aan het derde lid
wordt een nieuwe volzin toegevoegd, die luidt: Indien door toepassing
van het eerste lid, eerste volzin, arbeid wordt verricht in nachtdienst,
welke arbeid eindigt vóór of op 02.00 uur, zijn artikel 5:8, derde lid,
en de bij of krachtens artikel 5:12 gestelde regels ten aanzien van de arbeid in
nachtdienst niet van toepassing.
C.
In artikel 5:11, zevende
lid, wordt na "onderdeel b" ingevoegd: en de bij of krachtens artikel
5:12, gestelde regels ten aanzien van het aantal malen dat arbeid in nachtdienst
wordt verricht.
Art.
LXXId. Wet vaartijden en
bemanningssterkte binnenvaart
De Wet
vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 5, eerste lid,
wordt gewijzigd als volgt:
1. In de aanhef wordt "In het belang van de veiligheid" vervangen door: In het belang van de
arbeidsbescherming en de veiligheid.
2. De onderdelen b tot en
met e worden verletterd tot onderdelen c tot en met f en wordt na onderdeel
a een
nieuw onderdeel b ingevoegd, dat luidt:
b. de naleving van de
rusttijden van bemanningsleden.
B.
Artikel 11 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid
wordt "Onze Minister wijst onder hem" vervangen door: Onze Minister en
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijzen onder hen.
2. In het tweede lid
wordt "Onze Minister" vervangen door: Onze Minister en Onze minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
C.
In artikel 14 wordt na "de vervulling van hun taak," ingevoegd: de arbeidsbescherming.
D.
Artikel 16 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid
wordt "c", "d" en "e" vervangen door respectievelijk
d, e en f.
2. In het tweede lid
wordt "e" vervangen door: f.
Art.
LXXIe. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Indien het voorstel van
Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
(Kamerstukken II 1995-1996, 24 698, nr. 2) en het voorstel
van wet houdende wijziging van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en
enige andere wetten in verband met het integreren van het middelenbeheer
van de sociale fondsen (geïntegreerd
middelenbeheer) (Kamerstukken II 1996-1997, 25 342, nr. 2)
tot wet zijn verheven en in werking zijn getreden, vervalt artikel
76, derde
lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
LXXIf. Werkloosheidswet
Indien het voorstel van
Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
(Kamerstukken II 1995-1996, 24 698, nr. 2) en het voorstel
van wet houdende wijziging van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en
enige andere wetten in verband met het integreren van het middelenbeheer
van de sociale fondsen (geïntegreerd
middelenbeheer) (Kamerstukken II 1996-1997, 25 342, nr. 2)
tot wet zijn verheven en in werking zijn getreden, vervalt artikel
79,
tweede lid, van de Werkloosheidswet en vervalt
de aanduiding "-1." voor het
eerste lid van artikel 79 van de Werkloosheidswet.
Art.
LXXIg. Kaderwet
SZW-subsidies
In de Kaderwet
SZW-subsidies wordt na artikel 8, onder vernummering van artikel 9 en 10
tot artikel 10 en 11, een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 9.
Deze wet is, met
uitzondering van artikel 3, derde lid, van overeenkomstige toepassing op
spoedeisende, tijdelijke verstrekking door Onze Minister
van aanspraken
op financiële middelen, niet zijnde subsidies, behoudens indien die
aanspraak wordt verstrekt krachtens een andere wet.
Art.
LXXIh. Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling
In artikel 5, tweede lid,
van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling wordt
"richtlijnen" vervangen door: nadere
regels.
Art.
LXXIi. Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
Indien het bij
koninklijke boodschap van 1 september 1997 ingediende voorstel van wet vaststelling van nieuwe regels met betrekking tot de (re)integratie van
arbeidsgehandicapten (Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
Kamerstukken 25 478) tot wet wordt verheven, wordt in artikel
50,
eerste lid, tweede volzin, van die wet "1999" vervangen door: 2000.
Art.
LXXIj. Wet van
19 december 1996, Stb. 1996, 665
Artikel IV van de Wet van
19 december 1996, Stb. 1996, 665, houdende wijziging van de
Organisatiewet sociale verzekeringen en enkele andere wetten, werkt terug tot
en met 1 augustus 1993.
HOOFDSTUK
V
Slotbepalingen
Art.
LXXII. Inwerkingtreding [MvT]
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van de artikelen XV en
XVI, die in werking treden met ingang van een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip, de artikelen XXXIV, onderdeel N, XXXVI, onderdeel T,
XLIII,
onderdeel I, XLIV, onderdeel E, XLV, onderdeel
F, LXXIa, LXXIb
en
LXXIh,
die in werking treden met ingang van 1 januari 1998, en artikel LV,
onderdeel C, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 1999.
-2. Indien hoofdstuk 9 van
het bij koninklijke boodschap van 18 juni 1997 ingediende voorstel van
wet tot aanpassing van wetgeving aan de
invoering van het geregistreerd partnerschap in Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek (Aanpassingswet
geregistreerd partnerschap; Kamerstukken 25 407) op het moment van inwerkingtreding van deze wet
nog niet tot wet is
verheven en in werking is getreden, treden de artikelen XVII tot en met
XXXII, in
afwijking van het eerste lid, eerst in werking op de dag na
inwerkingtreding van voornoemd hoofdstuk 9.
-3. Deze wet werkt terug
wat betreft artikel XXXIII, onderdeel A, tot en met 1 maart 1996, wat
betreft de artikelen XXXIV, onderdeel F, onder 1, G en
H, XXXV, onderdeel H en I,
XXXVI, onderdeel P, XLVIII, onderdeel A en B,
LIII, LV, onderdeel A en D, onder 2, en
LXVI tot en met 1 april 1997,
wat
betreft artikel XXXIV, onderdeel F, onder 2, tot en met 25 januari 1994, wat
betreft artikel XXXV, onderdeel F, tot en met de dag voorafgaande aan die
waarop artikel II van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen in werking treedt, wat betreft de artikelen
XXXVI, onderdeel B, C, D, onder 1,
H, I, M. N,
O, Q, onder 2, en R,
XXXIX, onderdeel A en D, onder 1, XLII, onderdeel
B, XLIII, onderdeel D, en
LV,
onderdeel B, tot en met 1 maart 1997, wat betreft de artikelen
XXXVI, onderdeel
Q, onder 1, en XLVII tot en met 1 augustus 1996, wat
betreft artikel XXXIX, onderdeel H, tot en met 2 oktober 1996, wat betreft
de artikelen XLIII, onderdeel B, en LI tot en met 1 juli 1997 en wat betreft
artikel XLVI tot en met 29 december 1995, wat betreft de artikelen LVI,
LX, LXIII, LXIV en
LXIX tot en met de datum waarop het in die
artikelen genoemde voorstel van wet in werking is getreden.
Art.
LXXIII. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Veegwet SZW 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Het Oude Loo, 24
december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de dertigste
december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|