|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 617.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2049-2050.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 617 (134, 134a, 134b).
Handelingen I 1997/98, zie vergaderingen d.d. 22 en 23 december 1997.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 24 december 1997, Stb.
1997, 793, tot wijziging van de Werkloosheidswet, houdende onder meer
verlenging van de periode gedurende welke de uitkeringen ten laste van
een wachtgeldfonds komen. Inwerkingtreding: 1 januari 1998.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het,
met het oog op het terugdringen van het beroep op de sociale zekerheid,
wenselijk is de periode gedurende welke de uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet
ten laste van een wachtgeldfonds komen te verlengen van
dertien weken tot zes maanden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 85, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Het deel van de premie
dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds wordt door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen bepaald op een percentage van het loon van
de werknemer dat voor verschillende categorieën van werkgevers
kan verschillen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent
nadere regels worden gesteld.
B.
[MvT]
In artikel 90, eerste lid,
onderdeel a, van de Werkloosheidswet wordt "de eerste dertien
weken"
vervangen door: de eerste zes maanden.
C.
[MvT]
De eerste zin van artikel 94
wordt vervangen door: Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen stelt elk jaar voor elk wachtgeldfonds afzonderlijk een maximum
vast dat in een boekjaar op grond van artikel 90 ten laste
van dat
wachtgeldfonds komt.
D.
[MvT]
Artikel 102 wordt vervangen
door:
Art. 102.
-1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen stelt voor een sector als bedoeld in artikel
51,
eerste lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 een wachtgeldfonds in.
-2. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen beheert de middelen, bedoeld in artikel
89, en de
uitgaven, bedoeld in artikel 90, eerste lid,
gezamenlijk en administreert
deze middelen en uitgaven met betrekking tot elk wachtgeldfonds
afzonderlijk.
E.
[MvT]
Aan artikel 116 wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Een door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen vastgesteld maximum als bedoeld in
artikel 94, eerste zin, behoeft de goedkeuring van Onze
Minister. Indien Onze
Minister zijn goedkeuring onthoudt aan het door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen vastgestelde maximum, stelt hij dat maximum zelf
vast.
Art. II.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 1998.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Het Oude Loo, 24
december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.G.H. de Grave
Uitgegeven de dertigste
december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|