|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 409.
Handelingen II 1997-1998, blz. 3026-3033, 3208-3210.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 409 (198, 198a, 198b, 198c, 198d, 198e,
198f).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 31 maart 1998.
WET van 2 april 1998, Stb.
1998, 228, tot wijziging van enkele onderwijswetten en
technische wijziging van enkele andere wetten in
verband met het tot stand brengen van onder
meer een Wet
op het primair onderwijs en een Wet
op de expertisecentra. Inwerkingtreding: 1 augustus 1998.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is om een deel van het speciaal
onderwijs tezamen met het basisonderwijs te regelen in een Wet
op het primair onderwijs, om een deel van het voortgezet speciaal
onderwijs tezamen met het voortgezet onderwijs te regelen in de Wet
op het voortgezet onderwijs, om het overige speciaal en voortgezet speciaal
onderwijs te regelen in een Wet
op de expertisecentra en om enige technische
wijzigingen aan te brengen in enkele andere wetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Beroepswet relevante artikelen, red.]
1
Wijziging,
intrekking en plaatsing in Staatsblad van diverse wetten
Art.
XXIII.
Wijziging van de Beroepswet
In onderdeel A, punt 8, van
de bijlage bij de Beroepswet wordt
"de artikelen 38, 39, tweede
lid, 43 en 43a van de Wet
op het voortgezet onderwijs" vervangen
door "de artikelen 38, 39, tweede lid, 43, 43a, 153, tweede lid, en 173 van de
Wet op het
voortgezet onderwijs", wordt "de artikelen 20, tweede lid, en
32 van de Wet op het basisonderwijs" vervangen door "de
artikelen 33, tweede lid, en 52 van de Wet
op het primair onderwijs" en
wordt "de artikelen 28, tweede lid, en 42 van de Interimwet op het speciaal
onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs" vervangen door:
de artikelen 33, tweede lid, en 55 van de Wet
op de expertisecentra.
3
Inwerkingtreding
Art.
LVI.
Inwerkingtreding
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 augustus 1998, met uitzondering van:
a. artikel I, onderdeel H,
voor wat betreft artikel 13d, en artikel XXXII, die in werking treden met
ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze
wet wordt geplaatst; en
b. artikel XLIV, dat in
werking treedt met ingang van 1 augustus 1999.
-2. Artikel I is voor wat
betreft de datum 1 mei in artikel 13b, eerste lid, voor het eerst van
toepassing op het schooljaar 1999-2000.
-3. Artikel I is voor wat
betreft artikel 13c, tweede lid, onderdeel a, voor het eerst van toepassing op de
inzet van de formatie voor het schooljaar 1999-2000.
-4. Artikel I is voor wat
betreft de artikelen 92 en 94 voor het eerst van toepassing op de programma’s
van eisen voor het jaar 2000 en voor wat betreft artikel 95b op de
overdracht van de vergoeding voor materiële instandhouding met
betrekking tot het jaar 2000.
-5. Artikel I is voor wat
betreft artikel 96b1 en artikel 96h voor het eerst van toepassing op de
formatie voor het schooljaar 1999-2000.
-6. Artikel I is voor wat
betreft de artikelen 96c1 en 96c2 voor het eerst van toepassing op de
overdracht van formatierekeneenheden ten behoeve van het schooljaar 1999-2000.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de
hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
2 april 1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
T. Netelenbos
De Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen
Uitgegeven de achtentwintigste
april 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|