|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 873.
Handelingen II 1997-1998, blz. 5355.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 873 (318).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 28 april 1998.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 april 1998, Stb.
1998, 267, tot wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten
strekkend tot verduidelijking van het in die wetten opgenomen begrip
verzekerde en de met het verzekerd zijn onlosmakelijk verbonden
premieplicht (Wet verduidelijking verzekerings- en premieplicht).
Inwerkingtreding 15 mei 1998.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is een aantal socialeverzekeringswetten
te wijzigen met het
oog op de verduidelijking van de verzekeringspositie van personen wier
verzekering voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag
of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie en met het oog
op de met de verzekering onlosmakelijk verbonden premieplicht op grond
van die wetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
I
Wijziging
van wetten
Art. I.
Ziektewet [MvT]
In de Ziektewet wordt na
artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3a.
Zo nodig in afwijking van
artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als werknemer
beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als werknemer
beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. II.
Werkloosheidswet [MvT]
In de Werkloosheidswet
wordt na artikel 3 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3a.
Zo nodig in afwijking van
artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als werknemer
beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als werknemer
beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. III.
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
In de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt na
artikel 3 een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 3a.
Zo nodig in afwijking van
artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als werknemer
beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als werknemer
beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. IV.
Algemene Ouderdomswet [MvT]
In de Algemene Ouderdomswet
wordt na artikel 6 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 6a.
Zo nodig in afwijking van
artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde
aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als verzekerde
aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. V.
Algemene nabestaandenwet [MvT]
In de Algemene nabestaandenwet wordt na artikel 13 een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 13a.
Zo nodig in afwijking van
artikel 13 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde
aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als verzekerde
aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. VI.
Algemene Kinderbijslagwet [MvT]
In de Algemene Kinderbijslagwet wordt na artikel 6 een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 6a.
Zo nodig in afwijking van artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde
aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als verzekerde
aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. VII.
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten [MvT]
In de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten wordt na artikel 5a een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 5b.
Zo nodig in afwijking van
artikel 5 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde
aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als verzekerde
aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
Art. VIII.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
In de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt na artikel 3 een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 3a.
Zo nodig in afwijking van
artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde
aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet
voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. wordt niet als verzekerde
aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere
mogendheid van toepassing is.
HOOFDSTUK
II
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
IX.
Premieplicht Algemene Arbeidsongeschiktheidswet [MvT]
Voor de toepassing van
artikel 6 van de Wet financiering volksverzekeringen
wordt in perioden gelegen vóór 1 januari 1998:
a. mede als verzekerde in de
zin van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze wet luidde vóór 1
januari 1998, aangemerkt de persoon van wie in die
perioden de verzekering voortvloeit uit de toepassing van bepalingen
van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie;
b. niet als verzekerde in de
zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze wet
luidde vóór 1 januari 1998, aangemerkt de persoon op wie in die
perioden op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing
is.
Art.
X. Premieplicht Algemene Weduwen- en Wezenwet [MvT]
Voor de toepassing van
artikel 6 van de Wet financiering volksverzekeringen
wordt in perioden gelegen vóór 1 juli 1996:
a. mede als verzekerde in de
zin van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, zoals deze wet
luidde vóór 1 juli 1996, aangemerkt de persoon van wie in die perioden de
verzekering voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag
of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
b. niet als verzekerde in de
zin van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, zoals deze wet
luidde vóór 1 juli 1996, aangemerkt de persoon op wie in die perioden op
grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.
Art.
XI.
Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst en werkt:
a. wat de artikelen I,
II en
III betreft terug tot en met 1 januari 1992;
b. wat de artikelen IV,
VI, VII, IX en X betreft terug tot en met 1 januari
1989;
c. wat artikel V betreft
terug tot en met 1 juli 1996;
d. wat artikel VIII betreft
terug tot en met 1 januari 1998.
Art.
XII.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet verduidelijking verzekerings- en premieplicht.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 april 1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de veertiende
mei 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|