|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 661.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2940.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 661 (193, 193a, 193b, 193c).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1329.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 9 april 1998, Stb.
1998, 278, houdende wijziging van de Algemene
bijstandswet, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de
Ziektewet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, de Toeslagenwet, de Algemene
Ouderdomswet, de
Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene
nabestaandenwet, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten met betrekking tot
terugvordering en verhaal (terugvordering en verhaal in verband met
herziening van het debiteurenbeleid). Inwerkingtreding: 1 januari
1999 (Stb.
1998, 386).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is nieuwe regels te stellen omtrent terugvordering en verhaal
van kosten van bijstand en
uitkeringen op grond van socialevoorzieningswetten en
socialeverzekeringswetten, alsmede daarmee verband houdende wijzigingen in
andere wetten aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Na artikel 78a wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 78b.¹
-1. In afwijking van artikel
78 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering
of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 65, eerste lid.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek
op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet
op die goederen verhaald kunnen worden.
-4. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
B.
Artikel 87, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 14f is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders
de aflossingsbedragen lager vaststellen.
C.
[MvT]
In artikel 95 wordt "artikel 93 en
94" vervangen door:
artikel 93 of 94.
D.
[MvT]
Na artikel 96 wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 96a.
-1. Indien degene die
bijstand ontvangt of heeft ontvangen en ten aanzien van wie door de
rechter een verhaalsbedrag verschuldigd ingevolge artikel 93 of
94
is vastgesteld, zijn woonplaats verplaatst naar een andere gemeente en
aldaar bijstand ontvangt of heeft ontvangen, gaat de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak
op de andere gemeente over.
-2. De vertrekgemeente blijft
bevoegd tot tenuitvoerlegging voor zover het gaat om betalingsachterstanden
ter zake van verhaal van bijstand die
door die gemeente is
verleend.
E.
[MvT]
Artikel 101 wordt
vervangen door:
Art. 101.
Degene op wie verhaal wordt
gezocht, is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders
de inlichtingen te verstrekken die voor verhaal ingevolge dit
hoofdstuk van belang zijn.
F.
[MvT]
Artikel 108 wordt
vervangen door:
Art. 108.
De verplichting tot het
instellen van een vordering tot toekenning van een uitkering tot levensonderhoud kan, onverminderd
artikel
108a, slechts
aan de bijstand worden verbonden indien het betreft een uitkering ten laste van de echtgenoot, de
gewezen echtgenoot of de ouder, indien:
a. die vordering kan worden
ingesteld samen met een verzoek tot echtscheiding, scheiding van
tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en
bed; of
b. de echtgenoot, de gewezen
echtgenoot of de ouder buiten Nederland verblijft en de verplichting noodzakelijk is om op grond van een uitspraak
van de Nederlandse rechter
onderhoudsaanspraken in het buitenland geldend te maken onder
toepassing van het op 20 juni 1956 te New York tot stand gekomen Verdrag
inzake verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud (Trb. 1957,
121).
G.
[MvT]
Na artikel 108 wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 108a.
Indien ten aanzien van de
belanghebbende een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens
Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek die
uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders
aan de bijstand verplichtingen verbinden die ertoe strekken dat de
belanghebbende aan de tenuitvoerlegging van de uitspraak meewerkt.
H.
[MvT]
Artikel 134 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Voor de vaststelling van
de in het eerste en tweede lid bedoelde ten laste van de gemeente gebleven kosten van algemene bijstand wordt de
verhouding berekend tussen
het totaal van de in hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2 en
3, bedoelde
bijstandsnormen en het totaal aan toeslagen op grond van artikel
33.
Vervolgens worden in de aldus berekende verhouding op de voormelde bijstandsnormen in mindering gebracht:
a. het totaal van de
verlagingen van de uitkeringen op grond van artikel
14;
b. het totaal van de
bedragen die de gemeente ontvangt door toepassing van artikel 14a;
c. de in aanmerking genomen
inkomsten van alle belanghebbenden gezamenlijk;
d. de ontvangsten met
betrekking tot terugvordering en verhaal van algemene bijstand, voor
zover
die bijstand is verleend in 1996 of in een later jaar, en voor zover
deze ontvangsten minder zijn dan, of gelijk zijn aan, een ten aanzien van de
gemeente door Onze Minister te bepalen bedrag; alsmede
e. alle overige ontvangsten
van de gemeente in verband met de verlening van algemene
bijstand, voor zover die bijstand is verleend in 1996 of in een later jaar.
2. Toegevoegd wordt een
zesde lid, dat luidt als volgt:
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de vaststelling van het bedrag, bedoeld in het derde
lid, onderdeel d.
I.
[MvT]
Na artikel 134 wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 134a.
De gemeente betaalt aan het
Rijk 25% van het bedrag van de ontvangsten met betrekking
tot terugvordering en verhaal van algemene bijstand, voor zover die
bijstand is verleend in 1996 of in een later jaar, en voor zover deze ontvangsten
meer zijn dan het bedrag, bedoeld in artikel 134, derde lid, onderdeel d.
1. Zie artikel
XIX, onderdeel a, red.
Art.
II.
Artikel 15, eerste lid, van
de Invoeringswet herinrichting Algemene
Bijstandswet wordt
vervangen door:
-1. Ten aanzien van de
vergoeding van kosten van algemene bijstand door het Rijk, alsmede het
niet aanvaardbaar verklaren van kosten van algemene bijstand, over
tijdvakken vóór of op de peildag, blijft het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk
IV, paragraaf 2 en 3, en artikel 81c van de Algemene Bijstandswet
van toepassing, met dien verstande dat ter zake van terugvordering
en verhaal van die kosten artikel 134a
van de nieuwe
Algemene bijstandswet
van overeenkomstige toepassing is.
Art.
III. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Na artikel 25a wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 25b.¹
-1. In afwijking van artikel
25 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering
of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 13, eerste lid.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
B. [MvT]
Artikel 28, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 20f is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders
de aflossingsbedragen lager vaststellen.
1. Zie artikel
XIX, onderdeel b, red.
Art.
IV. [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Na artikel 25a wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 25b.¹
-1. In afwijking van artikel
25 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van terugvordering
of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 13, eerste lid.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
B. [MvT]
Artikel 28, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 20f is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, burgemeester en wethouders
de aflossingsbedragen lager vaststellen.
1. Zie artikel
XIX, onderdeel c, red.
Art. V.
[MvT]
De Werkloosheidswet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 36, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de
betrokken werknemer:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 25.
B. [MvT]
Artikel 36a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 27g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 36b wordt
vervangen door:
Art. 36b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 36, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen 36, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en
36a.
Art.
VI. [MvT]
De Ziektewet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 33, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de
betrokken verzekerde:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 49.
B. [MvT]
Artikel 33a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 45g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 33b wordt
vervangen door:
Art. 33b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 33, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen 36, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en
33a.
Art.
VII. [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 57, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de
belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 80.
B. [MvT]
Artikel 57a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 29g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 57b wordt
vervangen door:
Art. 57b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 57, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen 57, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en
57a.
Art.
VIII. [MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 48, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de
belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid, onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 78.
B. [MvT]
Artikel 48a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 20g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 48b wordt
vervangen door:
Art. 48b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 48, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen
48, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en artikel 48a.
Art.
IX. [MvT]
De Toeslagenwet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 20, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene
die aanspraak heeft gemaakt op een toeslag, of zijn wettelijke
vertegenwoordiger:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 12.
B. [MvT]
Artikel 20a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 14g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 20b wordt
vervangen door:
Art. 20b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 20, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen 20, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en
20a.
Art.
X. [MvT]
De Algemene Ouderdomswet
wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 24, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan de Sociale Verzekeringsbank besluiten van terugvordering
of van verdere terugvordering af te zien, indien de pensioengerechtigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 49.
B. [MvT]
Artikel 24a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 17i is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, de Sociale Verzekeringsbank
de
aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 24b wordt
vervangen door:
Art. 24b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 24, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. De Sociale Verzekeringsbank
stelt regels met betrekking tot de artikelen 24, eerste,
vierde, vijfde en zesde lid, en 24a.
Art.
XI. [MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 24, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan de Sociale Verzekeringsbank besluiten van terugvordering
of van verdere terugvordering af te zien, indien de verzekerde, dan
wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op
grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 15.
B. [MvT]
Artikel 24a, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 17g is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende
drie jaar de beslagvrije
voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, de Sociale Verzekeringsbank
de
aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 24b wordt
vervangen door:
Art. 24b.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 24, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. De Sociale Verzekeringsbank
stelt regels met betrekking tot de artikelen 24, eerste,
vierde, vijfde en zesde lid, en 24a.
Art.
XII. [MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 53, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan de Sociale Verzekeringsbank besluiten van terugvordering
of van verdere terugvordering af te zien, indien de nabestaande of het
ouderloos kind of zijn wettelijke vertegenwoordiger, of de instelling aan welke
ingevolge de artikelen 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 35.
B. [MvT]
Artikel 54, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 45 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen
van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet,
bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, de Sociale Verzekeringsbank
de
aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 55 wordt
vervangen door:
Art. 55.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 53, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. De Sociale Verzekeringsbank
stelt regels met betrekking tot de artikelen 53, eerste,
vierde, vijfde en zesde lid, en 54.
Art.
XIII. [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 63, tweede,
derde, vierde en vijfde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde,
zesde en zevende lid en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd,
die luiden als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de
belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 70.
B. [MvT]
Artikel 64, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 54 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen
van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet,
bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 65 wordt
vervangen door:
Art. 65.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel 63, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen 63, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, en
64.
Art.
XIV. [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 55, tweede, derde
en vierde lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid
en een nieuw tweede en derde lid worden tussengevoegd, die luiden
als volgt:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van
terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de
belanghebbende:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-3. De in het tweede lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 62.
B. [MvT]
Artikel 56, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Artikel 46 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen
van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet,
bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Artikel 57 wordt
vervangen door:
Art. 57.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot artikel
55, tweede en derde lid, nadere regels
worden gesteld.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot de artikelen
55, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 56.
Art.
XV. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van het Wetboek
van Strafrecht en andere wetten met het oog op
opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige strafbepalingen
inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen
aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie
strafbaarstelling frauduleuze gedragingen; Kamerstukken 23 993) tot wet wordt
verheven en in werking treedt, wordt na artikel 140 van de
Algemene bijstandswet
een artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 141.
-1. Degene die niet voldoet
aan de verplichting omschreven in artikel 101 wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste één maand of een geldboete van de tweede
categorie.
-2. Het in het eerste lid
omschreven feit is een overtreding.
Art.
XVI. [MvT]
Indien deze wet in werking
treedt voordat het bij koninklijke boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet tot wijziging van het
Wetboek van
Strafrecht en
andere wetten met het oog op opneming in het Wetboek van Strafrecht van
eenvormige strafbepalingen inzake het verstrekken van onware
gegevens en het nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen om tijdig
gegevens te verstrekken (concentratie
strafbaarstelling frauduleuze gedragingen;
Kamerstukken 23
993) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in
artikel 143, eerste lid, van de Algemene bijstandswet
"de artikelen 14a, vierde lid,
65, vijfde lid, 86, tweede lid,
121 en
122" vervangen door: de artikelen 14a, vierde lid,
65, vijfde lid, 86, tweede lid,
101, 121 en
122.
Art.
XVII. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 17 september 1997 ingediende voorstel van Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten (Kamerstukken II 1996-1997, 25 478) tot wet
is of wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 21 wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 21a.
-1. In afwijking van artikel
21 kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van terugvordering
af te zien, indien de persoon van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 45.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
B. [MvT]
Artikel 21, zesde lid, wordt
vervangen door:
-6. Artikel 29g, vijfde tot
en met tiende lid, van de WAO is van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de
belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen
475c
en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te
boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
C. [MvT]
Na artikel 35 wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 35a.
-1. In afwijking van artikel
35 kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
besluiten van terugvordering
af te zien, indien de persoon van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet
volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd met de daarover
verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen
betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend
met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van
de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in
de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering,
niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet
het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting,
bedoeld in artikel 45.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
D. [MvT]
Artikel 35, zevende lid,
wordt vervangen door:
-7. Artikel 29g van de WAO is
van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien
het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de
beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Landelijk instituut sociale verzekeringen
de aflossingsbedragen lager vaststelt.
Art.
XVIII. [MvT]
Indien dit wetsvoorstel tot
wet wordt verheven en in werking treedt, vervalt artikel VIII van
deze wet indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen in werking treedt of de
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen vóór dat tijdstip in werking
is getreden.
Art.
XIX.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 29 september 1997 ingediende voorstel van wet nadere wijziging van een aantal
socialezekerheidswetten
en enige andere wetten,
houdende wijziging/intrekking van de Wet
Werkloosheidsvoorziening,
eenvormige definiëring van de term gezamenlijke huishouding en technische
alsmede enige andere wijzigingen (Veegwet SZW 1997;
Kamerstukken 25 641)
tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt:
a. in artikel I, onderdeel A, "Na artikel 78a
wordt een artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Artikel
78b" vervangen door: Na artikel 78b
wordt een artikel ingevoegd, dat luidt
als volgt: Artikel 78c;
b. in artikel III "Na
artikel 25a wordt een artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Artikel
25b"
vervangen door: Na artikel
25b wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt: Artikel 25c;
c. in artikel IV "Na
artikel 25a wordt een artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Artikel
25b"
vervangen door: Na artikel 25b wordt een artikel ingevoegd, dat luidt als
volgt: Artikel 25c;
d. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 36 van de Werkloosheidswet wordt
toegevoegd als vijfde lid vernummerd tot zesde lid;
e. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 33 van de Ziektewet wordt toegevoegd als vijfde
lid vernummerd tot zesde lid;
f. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt toegevoegd als vijfde lid vernummerd tot zesde lid;
g. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 48 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt toegevoegd als vijfde lid vernummerd
tot zesde lid;
h. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 20 van de Toeslagenwet wordt
toegevoegd als vijfde lid vernummerd tot zesde lid;
i. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 24 van de Algemene Ouderdomswet wordt toegevoegd als vijfde lid vernummerd tot zesde lid;
j. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 24 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt toegevoegd als vijfde lid vernummerd tot zesde
lid;
k. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 53 van de Algemene nabestaandenwet wordt toegevoegd als vijfde lid vernummerd tot zesde
lid;
l. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt toegevoegd als
zesde lid vernummerd tot
zevende lid;
m. het lid dat in de Veegwet
SZW 1997 aan artikel 55 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt toegevoegd
als vijfde lid vernummerd
tot zesde lid.
Art.
XX.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
gesteld.¹
1. Bij Besluit
van 24 juni 1998, Stb. 1998, 386, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1999, met uitzondering van de artikelen I,
onderdeel A en B, III, IV en
XIX, die in werking treden met ingang van 1 augustus 1998, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
9 april 1998
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de negentiende
mei 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|