|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997,
1997-1998, 25 478.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2074-2086, 2161-2162.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 478 (141, 141a, 141b, 141c, 141d,
141e, 141f, 141g, 141h).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1410-1425, 1433-1451.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 23 april 1998, Stb.
1998, 290, houdende vaststelling van nieuwe regels met betrekking tot de
(re)integratie van arbeidsgehandicapten (Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten). Inwerkingtreding: 1 juli 1998 (Stb.
1998, 369).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de integratie en reïntegratie van arbeidsgehandicapten een
krachtige impuls te geven, daartoe bestaande wettelijke instrumenten uit
te breiden en institutionele belemmeringen die aan de integratie en reïntegratie
van arbeidsgehandicapten in de weg staan weg te nemen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. 1. Algemene
begrippen
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Osv 1997: Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;
c. Landelijk instituut
sociale verzekeringen: het Landelijk
instituut sociale verzekeringen,
bedoeld in hoofdstuk 4 van de Osv 1997;
d. uitvoeringsinstelling:
een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel
41, derde lid, van de
Osv 1997;
e.
Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996;
f. arbodienst: de persoon
aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet een certificaat als bedoeld in artikel 18,
tweede lid, van die wet is
verleend;
g. WAO: Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. WAZ: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
i. Wajong: Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
j. WW: Werkloosheidswet;
k. WBIA: Tijdelijke wet
beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
l. ZW: Ziektewet;
m. AAW: Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
n. Wsw: Wet sociale werkvoorziening;
o. Wiw: Wet inschakeling werkzoekenden;
p. dienstbetrekking: een
dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de WAO of een op grond van
artikel 4 of 5 van de WAO daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding;
q. werknemer: de persoon die
in dienstbetrekking werkzaam is;
r. werkgever: de persoon tot
wie een werknemer in dienstbetrekking staat;
s. zelfstandige: de
zelfstandige, bedoeld in artikel 4, aanhef en onder a, van de WAZ.
-2. Een dienstbetrekking in
de zin van de Wiw wordt voor de toepassing van deze wet niet als dienstbetrekking aangemerkt.
Art. 2.
Arbeidsgehandicapte
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt onder arbeidsgehandicapte
verstaan:
a. de persoon die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, de
WAZ of de Wajong;
b. de persoon aan wie op
grond van een wettelijk voorschrift in verband met ziekte of gebrek
een voorziening is toegekend die strekt tot behoud, herstel of
bevordering van de arbeidsgeschiktheid of ten behoeve van wie een subsidie voor
met een voorziening verband houdende kosten is verstrekt;
c. de persoon die bij
indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking op grond van de Wsw behoort
tot
de doelgroep voor de Wsw, doch niet werkzaam is als werknemer in
de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van
de Wsw;
d. voor de duur van vijf
jaar na de datum van beëindiging van een dienstbetrekking op grond
van de Wsw, de persoon die arbeid heeft verricht op grond van de Wsw;
e. voor de duur van vijf
jaar na de datum van een herindicatiebeschikking op grond van de Wsw, de
persoon die na herindicatie niet meer behoort tot de
doelgroep van de Wsw.
-2. De persoon, bedoeld in
het eerste lid, onderdeel a of b, blijft arbeidsgehandicapte in de
zin van deze wet voor de periode van vijf jaar na de datum waarop de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in onderdeel a, in verband met
vermindering van de arbeidsongeschiktheid of de voorziening, bedoeld
in onderdeel b, is geëindigd.
-3. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt tevens onder arbeidsgehandicapte verstaan de persoon die niet behoort tot een
categorie van personen als
bedoeld in het eerste en tweede lid, doch ten aanzien van wie op grond van
een medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld dat hij in
verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of
verrichten van arbeid.
-4. De persoon, bedoeld in
het derde lid, blijft gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen
vanaf de datum van vaststelling, arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet.
Onmiddellijk na afloop van deze periode wordt opnieuw
vastgesteld of hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij
het verkrijgen of verrichten van arbeid.
-5. De persoon die werkzaam
is als werknemer in de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in
artikel 7 van de
Wsw wordt
niet als arbeidsgehandicapte
aangemerkt.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot
het derde lid.
Art. 3. Vaststelling
arbeidsgehandicapte
-1. De vaststelling, bedoeld
in artikel 2, derde lid, geschiedt door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen ten aanzien van de persoon die:
a. recht heeft op
doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, na daarover geadviseerd te zijn door de arbodienst van de
werkgever die het loon bij ziekte van de werknemer doorbetaalt, in welk advies
wordt aangegeven of de werknemer, naar het oordeel van de arbodienst,
arbeidsgehandicapt is, met toepassing van een voorziening de eigen arbeid
kan blijven verrichten of bij dezelfde werkgever, al dan niet met
toepassing van een voorziening, in een andere functie arbeid kan
verrichten;
b. recht heeft op een
uitkering op grond van de ZW, de WW of de
WBIA;
c. verzekerd is op grond van
de WAZ;
d. ingezetene is als bedoeld
in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
e. als overheidswerknemer
als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen recht heeft op bezoldiging of uitkering in
geval van ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van die
wet, na
daarover op overeenkomstige wijze als bedoeld in onderdeel a
geadviseerd te zijn door de arbodienst van de werkgever die de bezoldiging
of de uitkering bij ziekte van de werknemer betaalt;
f. als gewezen
overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van
ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen of recht heeft op een wachtgeld als
bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van die
wet.
-2. De vaststelling, bedoeld
in artikel 2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend
recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene
bijstandswet, de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen geschiedt door
het gemeentebestuur.
-3. De vaststelling, bedoeld
in artikel 2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend
recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en
ten aanzien van de persoon waarvoor de vaststelling, bedoeld in artikel
2, derde lid, niet is opgedragen aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen of de gemeenten geschiedt door de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie indien hij als werkloos werkzoekende bij deze organisatie is
geregistreerd.
-4. Zo nodig in afwijking van
het eerste lid geschiedt de vaststelling, bedoeld in artikel
2, derde
lid, ten aanzien van een persoon die in dienstbetrekking staat als
bedoeld in de Wiw door het gemeentebestuur.
Art. 4. Bevordering
gelijke kansen
-1. Werkgevers, organisaties
van werkgevers en organisaties van werknemers hebben tot taak,
voor zover dat redelijkerwijs in hun
vermogen ligt, gelijke
kansen van arbeidsgehandicapte en niet-arbeidsgehandicapte
werknemers voor deelname aan het arbeidsproces te bevorderen en de nodige
voorzieningen te treffen gericht op het behoud, het herstel of de
bevordering van de arbeidsgeschiktheid van werknemers.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid worden onder werknemers mede begrepen diegenen die beschikbaar zijn of door het treffen van
voorzieningen beschikbaar
kunnen komen voor het als werknemer verrichten van arbeid.
Art. 5.
Quotumverplichting
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat een werkgever die behoort tot
een in die maatregel aangewezen tak van bedrijf of beroep of
gedeelte daarvan, dan wel onderdeel van de openbare dienst, verplicht is
ervoor
zorg te dragen dat het aantal bij hem in dienst zijnde arbeidsgehandicapte
werknemers ten minste een bij die maatregel te bepalen deel uitmaakt van
het totaal van de bij hem in dienst zijnde werknemers. In deze
maatregel kan het in de eerste zin bedoelde deel niet lager worden gesteld dan 3
per 100 en niet hoger dan 7 per 100.
-2. Bij de berekening of op
een bepaalde datum door een werkgever wordt voldaan aan een op
grond van het eerste lid opgelegde verplichting blijven buiten beschouwing
die werknemers die op die datum en in de 52 aan die datum voorafgaande
weken wegens ziekte of gebreken geen arbeid hebben verricht bij
die werkgever. Voor het bepalen van de periode van 52 weken, bedoeld in de
eerste zin, worden perioden gedurende welke wegens ziekte of
gebreken geen arbeid werd verricht, samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-3. Voor zover een werkgever
niet voldoet aan een op grond van het eerste lid opgelegde
verplichting, is hij periodiek een geldelijke bijdrage verschuldigd, afgestemd op
het aantal arbeidsgehandicapte werknemers dat een werkgever in dienst
zou moeten nemen om aan een op grond van het eerste lid opgelegde
verplichting te voldoen.
-4. In de maatregel, bedoeld
in het eerste lid:
a. kunnen werkgevers
waarbij in de regel minder dan een bij de maatregel aangewezen aantal personen werkzaam zijn, van de
verplichting, bedoeld in het
eerste lid, worden uitgezonderd;
b. kan worden geregeld in
hoeverre arbeidsgehandicapte werknemers met wie een arbeidsduur is overeengekomen die korter is dan de normale
arbeidsduur worden
meegeteld bij de berekening of wordt voldaan aan een op grond van het eerste
lid opgelegde verplichting;
c. kan de hoogte van de in
het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage worden vastgesteld;
d. kunnen regels worden
gesteld omtrent de vaststelling, invordering en afdracht van de in het
derde lid bedoelde geldelijke bijdrage;
e. kunnen regels worden
gesteld omtrent een door de werkgever te voeren administratie waaruit
kan worden afgeleid welke dienstbetrekkingen met arbeidsgehandicapte
werknemers bestaan.
Art. 6. Ontheffing
quotumverplichting
-1. Onze Minister kan een
werkgever ontheffing verlenen van een op grond van artikel
5, eerste
lid, opgelegde verplichting indien te verwachten valt dat de
werkgever gedurende langere tijd in redelijkheid niet aan die verplichting
zal kunnen voldoen.
-2. Een ontheffing kan onder
beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen
voorschriften worden verbonden. Aan een ontheffing kan terugwerkende kracht
worden verleend tot aan het tijdstip van de aanvraag. Indien de
werkgever de aan een ontheffing verbonden voorschriften niet naleeft,
kan de ontheffing, zo nodig met terugwerkende kracht, worden ingetrokken.
-3. Een ontheffing als
bedoeld in het eerste lid wordt verleend in overeenstemming met Onze
Minister van Binnenlandse Zaken indien het de burgerlijke openbare
dienst of een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, c, d of e, van de Wet
privatisering ABP betreft, en in overeenstemming met
Onze Minister van Defensie indien
het de militaire dienst
betreft.
Art. 7. Beloning
arbeidsgehandicapte werknemer
-1. Iedere
arbeidsgehandicapte werknemer heeft jegens zijn werkgever aanspraak op een geldelijke
beloning voor de verrichte arbeid die gelijk is aan de geldelijke beloning
die een niet-arbeidsgehandicapte werknemer in een gelijkwaardige functie
bij dezelfde arbeidsduur pleegt te ontvangen.
-2. Indien de
arbeidsprestatie van een arbeidsgehandicapte werknemer in een bepaalde functie
tengevolge van ziekte of gebreken duidelijk minder is dan de
arbeidsprestatie die in de desbetreffende functie als normaal wordt beschouwd,
vermindert het Landelijk
instituut sociale verzekeringen op verzoek van
de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op
een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid,
zo nodig in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald.
-3. Het tweede lid is niet
van toepassing op de arbeidsgehandicapte werknemer werkzaam in openbare dienst. Onder openbare dienst worden
mede begrepen de
instellingen, diensten en bedrijven door de Staat en de openbare lichamen beheerd.
De geldelijke beloning voor de verrichte arbeid van een
arbeidsgehandicapte werknemer werkzaam in openbare dienst kan in het in het
tweede lid bedoelde geval worden verminderd in overeenstemming met de voor
de werknemer geldende bezoldigingsvoorschriften.
-4. Elk beding waarbij een
geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die lager is dan de beloning die voortvloeit uit het
eerste lid, dan wel lager is
dan de beloning vastgesteld op grond van het tweede of derde lid, is
nietig.
HOOFDSTUK
2
Verantwoordelijkheidsverdeling
werkgever, Landelijk instituut sociale verzekeringen, gemeenten en
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
§ 1.
Werkgever
Art. 8. Taak werkgever
-1. De werkgever bevordert de
inschakeling in de arbeid van de tot hem in dienstbetrekking staande arbeidsgehandicapte werknemer, tenzij
vaststaat dat binnen zijn
bedrijf geen andere passende arbeid voor betrokkene voorhanden is. De
vaststelling, bedoeld in de eerste zin, geschiedt door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aan de hand van het door de werkgever
over te leggen reïntegratieplan, bedoeld in artikel 71a
van de WAO.
-2. Uit hoofde van de
uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, treft de werkgever, in
samenwerking met zijn arbodienst en het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, maatregelen gericht op het behoud, het herstel of de bevordering
van de arbeidsgeschiktheid van zijn in het eerste lid bedoelde werknemer. Hij
is uit dien hoofde verplicht de samenstelling en toewijzing van de arbeid,
de inrichting van de arbeidsplaatsen, de productie- en werkmethoden
en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen aan die werknemer aan te
passen, alsmede de inrichting van het bedrijf aan te passen, voor zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van die
werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende
verblijf in het bedrijf.
Art. 9. Niet-naleving
verplichting artikel 8
-1. Onze Minister
kan, na
overleg met het Landelijk
instituut sociale verzekeringen, aan een
werkgever een eis stellen betreffende de wijze waarop de verplichting,
bedoeld in artikel 8, tweede lid, tweede zin, dient te worden nageleefd. Artikel
36, tweede tot en met zesde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is
van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien tussen de
werkgever en werknemers meningsverschil bestaat omtrent de naleving van de
verplichting, bedoeld in artikel 8, tweede lid, tweede zin, kan aan Onze
Minister worden verzocht toepassing te geven aan het eerste lid. Artikel
40 van de Arbeidsomstandighedenwet is daarbij van overeenkomstige
toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste zin kan eveneens worden gedaan
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
-3. Met het toezicht op de
naleving van de in artikel 8, tweede lid, tweede zin, bedoelde
verplichting en van een aan een werkgever gestelde eis als bedoeld in het
eerste lid zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen onder hem
ressorterende ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door
plaatsing in de Staatscourant.
§ 2.
Landelijk instituut
sociale verzekeringen, gemeenten en Arbeidsvoorzieningsorganisatie
Art. 10. Taak Landelijk
instituut sociale verzekeringen
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen heeft tot taak de bevordering van de
inschakeling in het arbeidsproces van de arbeidsgehandicapte werknemer voor wie bij de
eigen werkgever geen passende arbeid meer voorhanden is en
van de arbeidsgehandicapte die:
a. recht heeft op een
uitkering op grond van de ZW, de WAO, de
Wajong, de WW of de
WBIA;
b. verzekerd is op grond van
de WAZ of recht heeft op een uitkering op grond van de WAZ;
c. ingezetene is als bedoeld
in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
d. als gewezen
overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van
ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen of recht heeft op een wachtgeld als
bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van die
wet.
-2. De taak, bedoeld in het
eerste lid, wordt ten aanzien van een arbeidsgehandicapte
werknemer en ten aanzien van een arbeidsgehandicapte die recht heeft op een
uitkering op grond van de ZW of de WAO als bedoeld in het
eerste lid, uitgeoefend met inachtneming van de taak, bedoeld in artikel
75e, vierde lid, van de WAO, van de eigenrisicodrager, bedoeld in
artikel 75 van de WAO.
-3. Uit hoofde van de
uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, verstrekt het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aan arbeidsgehandicapten instrumenten als bedoeld in
hoofdstuk 4 van deze wet en verstrekt het aan werkgevers
instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze wet om indiensttreding
van deze personen te bevorderen.
-4. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen draagt er zorg voor dat voor iedere
arbeidsgehandicapte jonger dan 23 jaar die recht heeft op
een uitkering op grond van
de WAO, de WAZ of de Wajong en die niet tevens recht heeft op
uitkering op grond van hoofdstuk IIa of
IIb van de WW, samen met de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie een traject wordt vastgesteld gericht op de
inschakeling in het arbeidsproces.
-5. Uit hoofde van zijn taak,
bedoeld in het eerste en vierde lid, kan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen arbeidsgehandicapten die niet tevens recht op uitkering
hebben op grond van hoofdstuk IIa of
IIb
van de WW, door tussenkomst van de gemeenten
in aanmerking brengen voor dienstbetrekkingen als
bedoeld in de Wiw. De eerste zin is niet van toepassing indien de arbeidsgehandicapte een jongere is voor wie de
periode van één jaar als
bedoeld in artikel 9 van die wet is verstreken.
-6. De taak, bedoeld in het
eerste lid, houdt niet in de werkzaamheden die op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel
a, van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996
door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden verricht.
Art. 11. Aanvullende taak
Landelijk instituut sociale verzekeringen
Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen heeft mede tot taak te bevorderen dat belemmeringen
worden weggenomen die de ingezetene, bedoeld in artikel 3 van de Wajong, vanwege ziekte of
gebrek ondervindt bij het volgen van onderwijs indien het een persoon betreft die:
a. jonger is dan 17 jaar;
b. studerende is als bedoeld
in artikel 5 van de Wajong;
c. jonger is dan 30 jaar en
uitsluitend vanwege zijn ziekte of gebrek niet kan worden aangemerkt als
studerende als bedoeld in artikel 5 van de Wajong.
Art. 12. Taak gemeenten
-1. De gemeenten hebben tot
taak de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van arbeidsgehandicapten die recht hebben op een
uitkering op grond van de
Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen en van arbeidsgehandicapten die in dienstbetrekking
staan als bedoeld in de Wiw.
-2. Uit hoofde van de
uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, verstrekt het gemeentebestuur, binnen het kader van de uitvoering van de
Wiw, instrumenten gericht op
het behoud, het herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid
aan arbeidsgehandicapten als bedoeld in het eerste lid en verstrekt zij
aan werkgevers de noodzakelijke instrumenten om indiensttreding van deze
personen te bevorderen.
-3. De taak, bedoeld in het
eerste lid, houdt niet in de werkzaamheden die op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel
a, van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996
door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden verricht.
Art. 13. Taak
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
-1. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie
heeft tot taak de bevordering van de inschakeling in het
arbeidsproces van arbeidsgehandicapten die uitsluitend recht hebben op
een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en van
arbeidsgehandicapten die niet vallen onder de verantwoordelijkheid van het
Landelijk
instituut sociale verzekeringen en de
gemeenten, bedoeld in artikel 10 en
12, indien zij als werkloos
werkzoekende zijn
geregistreerd bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
-2. Uit hoofde van de
uitoefening van haar taak, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, binnen het kader van de
uitvoering van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996, instrumenten gericht op het behoud, het herstel of
de bevordering van de arbeidsgeschiktheid aan arbeidsgehandicapten als
bedoeld in het eerste lid en verstrekt zij aan werkgevers de noodzakelijke
instrumenten om indiensttreding van deze personen te bevorderen.
Art. 14. Samenwerking en
uitbesteding taken
-1. Bij de uitoefening van de
taak, bedoeld in artikel 10, werken het Landelijk
instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen
samen met de gemeenten
en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de uitvoering
van de taak, bedoeld in artikel 10, nadere regels worden gesteld.
Daarbij kan worden bepaald dat werkzaamheden gericht op het geschikt
maken van moeilijk plaatsbare arbeidsgehandicapten voor inschakeling in de
arbeid tijdelijk in bepaalde mate aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden opgedragen.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen vermeldt in het plan van werkzaamheden, bedoeld in
artikel 38, vierde lid, van de Osv 1997, op welke wijze dit instituut en
de uitvoeringsinstellingen uitvoering zullen geven aan dit artikel en aan
artikel 10 en 11.
HOOFDSTUK
3
Reïntegratie-instrumentarium
werkgevers
§ 1.
Voorzieningen eigen
werk
Art. 15. Subsidie kosten
voorzieningen eigen werk
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan aan de werkgever, bedoeld in artikel
8, op aanvraag subsidie verstrekken voor kosten van
voorzieningen tot behoud,
herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid van zijn arbeidsgehandicapte
werknemer voor de eigen arbeid.
-2. Een aanvraag als bedoeld
in het eerste lid wordt slechts in behandeling genomen indien de werkgever
gelijktijdig met de aanvraag een reïntegratieplan als
bedoeld in artikel 71a van de WAO overlegt. De verplichting tot het
overleggen van een reïntegratieplan als bedoeld in de eerste zin geldt niet
indien het een subsidieaanvraag betreft als bedoeld in het vierde lid, onderdeel
b.
-3. Onder voorzieningen als
bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan:
a. scholing, training en
begeleiding van de werknemer, bedoeld in het eerste lid;
b. noodzakelijke
aanpassingen van de samenstelling en toewijzing van arbeid, de inrichting van
arbeidsplaatsen, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te
gebruiken hulpmiddelen, alsmede aanpassing van de inrichting van het
bedrijf, voor zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de
deelneming aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in
het bedrijf van de werknemer, bedoeld in het eerste lid.
-4. Een subsidie als bedoeld
in het eerste lid wordt niet verstrekt indien de aanvraag betrekking heeft
op een werknemer voor wie aan de werkgever subsidie is
verstrekt op grond van artikel 16, 17 of
18 van deze wet of op grond van artikel
13b van de Wiw of artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996,
tenzij de subsidieaanvraag:
a. geen verband houdt met
feiten en omstandigheden die aanleiding zijn geweest voor het verstrekken van subsidies als hiervoor bedoeld;
b. betrekking heeft op de
vervanging van een eerder door de werkgever met behulp van een subsidie als bedoeld in
artikel 16, 17 of
18 van deze
wet, artikel
13b van de Wiw of artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 aangeschafte
voorziening als bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot de verstrekking van subsidies als bedoeld in het eerste lid en
kunnen regels worden gesteld omtrent de aan de subsidie te verbinden
verplichtingen. Deze regels bevatten in elk geval voorschriften betreffende de
hoogte of het percentage van de kosten waarvoor een subsidie als
bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt.
§ 2.
Herplaatsingsbudget,
plaatsingsbudget en pakket op maat
Art. 16.
Herplaatsingsbudget
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verstrekt op aanvraag aan de werkgever, bedoeld in
artikel 8, die een tot hem in dienstbetrekking staande voor de eigen arbeid
ongeschikt geworden arbeidsgehandicapte werknemer gedurende ten minste
één jaar na de subsidievaststelling in een andere functie arbeid
laat verrichten, een eenmalige subsidie in de vorm van een
herplaatsingsbudget, ter hoogte van een bedrag van ƒ8000,00.
-2. Een aanvraag als bedoeld
in het eerste lid wordt slechts in behandeling genomen indien de werkgever
gelijktijdig met de aanvraag een reïntegratieplan als
bedoeld in artikel 71a van de WAO overlegt.
-3. Indien de
dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, voor een geringer aantal uren is
aangegaan dan het aantal uren dat voor een voltijddienstbetrekking in
de desbetreffende sector van het bedrijfs- en beroepsleven gebruikelijk
is, of voor bepaalde tijd is aangegaan en binnen een periode van één jaar na
herplaatsing zal eindigen, wordt het bedrag van de subsidie, bedoeld in
het eerste lid, evenredig verlaagd.
-4. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan volgens door hem te stellen regels een subsidie
als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren
indien de aanvraag betrekking heeft op een werknemer voor wie reeds
eerder aan de werkgever een subsidie op grond van dit artikel of op grond van
artikel 15, 17 of 18 van deze wet,
artikel
13b van de Wiw of
artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 is verstrekt.
-5. Het bedrag, bedoeld in
het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden verhoogd of
verlaagd.
Art. 17. Plaatsingsbudget
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verstrekt op aanvraag een subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget aan de werkgever die
met een arbeidsgehandicapte
als bedoeld in artikel 10, of met een arbeidsgehandicapte anders
dan bedoeld in artikel 10, 12 of 13, een dienstbetrekking aangaat
voor de duur van ten minste zes maanden.
-2. De hoogte van de subsidie
bedraagt bij een dienstbetrekking die voor onbepaalde tijd is aangegaan
ƒ12 000,00 voor het eerste jaar van de dienstbetrekking, ƒ8000,00
voor het tweede jaar van de dienstbetrekking en ƒ4000,00 voor het derde jaar
van de dienstbetrekking.
-3. Indien de
dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, voor bepaalde tijd is aangegaan of voor
een geringer aantal uren dan het aantal uren dat voor een
voltijddienstbetrekking in de desbetreffende sector van het bedrijfs- en beroepsleven
gebruikelijk is, wordt het bedrag van de subsidie, bedoeld in het
tweede lid, evenredig verlaagd.
-4. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan volgens door hem te stellen regels een subsidie
als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren
indien de subsidie wordt aangevraagd voor een arbeidsgehandicapte voor wie
reeds eerder aan de werkgever subsidie op grond van dit artikel of op
grond van artikel 15, 16 of 18 van deze wet,
artikel
13b van de Wiw
of
artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 is verstrekt.
-5. De in het tweede lid
bedoelde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden verhoogd of verlaagd.
Art. 18. Pakket op maat
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever, bedoeld in
artikel 16 of 17, die aantoont dat het totaal van de kosten verband houdende met
het in dienst houden of het in dienst nemen van een
arbeidsgehandicapte hoger is dan het bedrag van het herplaatsingsbudget,
respectievelijk van het plaatsingsbudget, in plaats van een subsidie als bedoeld
in
artikel 16 of 17 een pakket op maat verstrekken.
-2. Een aanvraag voor een in
plaats van een herplaatsingsbudget te verstrekken pakket op maat
wordt slechts in behandeling genomen indien de werkgever gelijktijdig
met de aanvraag een reïntegratieplan als bedoeld in artikel 71a
van
de WAO overlegt.
-3. Het pakket op maat,
bedoeld in het eerste lid, kan bestaan uit:
a. een loonkostensubsidie
ten bedrage van ten hoogste 33 1/3 % van het overeengekomen brutoloon per jaar, gedurende maximaal drie jaar;
b. een eenmalige trainings-
en begeleidingssubsidie van ten hoogste ƒ4000,00;
c. een subsidie voor kosten
van scholing;
d. een subsidie voor kosten
die voortvloeien uit noodzakelijke aanpassingen van de
samenstelling en toewijzing van arbeid, de inrichting van
arbeidsplaatsen, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken
hulpmiddelen, alsmede voor de kosten die voortvloeien uit de
aanpassing van de inrichting van het bedrijf, voor zover de behoefte daaraan wordt
opgeroepen door de deelneming van de arbeidsgehandicapte
werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in
het bedrijf;
e. een subsidie voor kosten
van andere voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering
van de arbeidsgeschiktheid dan voorzieningen als bedoeld in de onderdelen
b, c en d.
-4. Een loonkostensubsidie
als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt niet verstrekt zolang
de werknemer waarvoor de subsidie wordt aangevraagd recht heeft op
doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
-5. Indien ter zake van het
aangaan van een dienstbetrekking met een arbeidsgehandicapte als bedoeld in
artikel
10 een pakket op maat wordt
aangevraagd nadat een
herplaatsingsbudget als bedoeld in artikel 16 of een plaatsingsbudget als
bedoeld in artikel 17 is verstrekt, worden laatstgenoemde subsidies
verrekend met het te verstrekken pakket op maat. Een pakket op maat wordt niet
verstrekt indien een aanvraag
daarvoor wordt ingediend
meer dan dertien weken na verstrekking van een subsidie als bedoeld in de
eerste zin.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur:
a. kunnen regels worden
gesteld omtrent de aan de subsidies, bedoeld in het derde lid, onderdeel
a, b, c, d of e, te verbinden verplichtingen;
b. kunnen nadere regels
worden gesteld met betrekking tot de verstrekking van subsidie
als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en kan het in het derde lid,
onderdeel b, bedoelde bedrag worden verhoogd of verlaagd;
c. worden nadere regels
gesteld met betrekking tot de verstrekking van subsidies als bedoeld in het
derde lid, onderdeel c, d en e. Deze regels bevatten in elk geval
voorschriften betreffende de hoogte of het percentage van de kosten
waarvoor een subsidie als bedoeld in het derde lid, onderdeel c,
d en e,
kan worden verstrekt.
Art. 19. Overgang van
onderneming
-1. In geval van overgang van
een onderneming als bedoeld in artikel 662 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij aan de werkgever die
de onderneming overdraagt
een subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 16, 17 of
18, wordt voor de
toepassing van deze wet de subsidie aangemerkt als een subsidie verstrekt
aan de werkgever die de onderneming overneemt.
-2. Indien slechts een deel
van de onderneming overgaat als bedoeld in het eerste lid, vindt het
eerste lid uitsluitend toepassing indien de werknemers waarvoor
subsidies zijn verstrekt als bedoeld in het eerste lid hun werkzaamheden uitoefenen
bij het deel van de onderneming dat wordt overgenomen.
§ 3.
Intrekking, herziening
en terugvordering
Art. 20. Intrekking of
wijziging
-1. Het besluit tot
vaststelling van een subsidie als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 18
wordt ingetrokken of gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als
bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de
Algemene wet
bestuursrecht.
-2. In afwijking van het
eerste lid wordt het besluit tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in
artikel 16 of 17 ingetrokken of gewijzigd indien de dienstbetrekking
eindigt,
of de arbeid in de dienstbetrekking geheel of ten dele niet langer wordt
verricht, binnen de periode waarvoor de subsidie is verstrekt,
tenzij de werkgever aannemelijk maakt dat de kosten die hij heeft gemaakt ten
behoeve van het verrichten van arbeid door de arbeidsgehandicapte
werknemer ten minste gelijk zijn aan het bedrag van de verstrekte subsidie.
-3. Indien de kosten, bedoeld
in het tweede lid, lager zijn dan het bedrag van de verstrekte subsidie, wordt bij de wijziging, bedoeld in het tweede
lid, de subsidie verminderd
met een bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen de kosten van de
werkgever en het bedrag van de subsidie vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal zo nodig herleide werkdagen
dat de arbeidsgehandicapte werknemer in de periode, bedoeld in het
tweede lid, de arbeid in dienstbetrekking niet heeft verricht en de noemer
gelijk is aan het totaal aantal werkdagen in die periode.
Art. 21. Terugvordering
-1. Subsidies als bedoeld in
de artikelen 15 tot en met 18 die onverschuldigd zijn betaald, worden door
het Landelijk
instituut sociale verzekeringen teruggevorderd.
-2. Indien daarvoor dringende
redenen aanwezig zijn, kan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
-3. Het besluit tot
terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de
termijnen waarbinnen moet worden betaald.
-4. De persoon van wie wordt
teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen de inlichtingen te
verstrekken die voor de
terugvordering van belang zijn.
-5. Het besluit tot
terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-6. Artikel 29g, vijfde tot
en met tiende lid, van de WAO is van overeenkomstige toepassing.
-7. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen stelt regels met betrekking tot de
terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld
in dit artikel.
-8. In afwijking van het
eerste lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder voorwaarden die
Onze Minister kan stellen,
besluiten van terugvordering
af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
HOOFDSTUK
4
Reïntegratie-instrumentarium
arbeidsgehandicapten
§ 1.
Voorzieningen voor
arbeidsgehandicapte niet-werknemers
Art. 22. Voorzieningen
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 10, op
aanvraag of ambtshalve voorzieningen toekennen die strekken tot
behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de
arbeidsgeschiktheid bevorderen.
-2. Onder voorzieningen als
bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan:
a. scholing of opleiding;
b. voorzieningen die
noodzakelijk zijn voor het kunnen volgen van scholing of opleiding als
bedoeld in onderdeel a;
c. voorzieningen die
noodzakelijk zijn voor het kunnen verrichten van arbeid op een proefplaats
als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, en voor het kunnen deelnemen
aan andere activiteiten die bevorderlijk zijn voor de inschakeling in
de arbeid.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan op aanvraag aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld
in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, andere voorzieningen toekennen die
strekken tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die
de arbeidsgeschiktheid bevorderen dan de voorzieningen, bedoeld in
het tweede lid, indien zij noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte
verzekerd is voor de WAZ.
-4. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in artikel
11, voorzieningen toekennen die hem in staat stellen onderwijs te volgen.
-5. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, vervoersvoorzieningen
toekennen die strekken tot
verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel
rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede
lid, onderdeel b en c, het derde en het vierde lid.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel
nadere regels gesteld.
§ 2.
Reïntegratie-uitkering WW- en WBIA-gerechtigden
Art. 23.
Reïntegratie-uitkering bij proefplaatsing en scholing
-1. Aan de
arbeidsgehandicapte die recht heeft op een uitkering op grond van de WW
of de WBIA
kan door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen een
reïntegratie-uitkering worden toegekend, indien hij:
a. op een proefplaats bij
een werkgever onbeloonde werkzaamheden gaat verrichten;
b. een naar het oordeel van
het Landelijk instituut sociale verzekeringen noodzakelijke scholing of opleiding gaat volgen.
-2. Met de
arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld de
arbeidsgehandicapte die geen recht heeft op uitkering op grond van de WW omdat hij
niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel
16, eerste lid,
onderdeel b, van de WW, wegens het enkele feit dat hij voorafgaande aan of
aansluitend op het arbeidsurenverlies en het verlies van het recht op doorbetaling van loon als bedoeld in
artikel 16,
eerste lid, onderdeel a, van
de WW deelneemt of gaat deelnemen aan een scholing of opleiding als
bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
-3. Indien de
arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste en tweede lid, recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, de
WAZ of de Wajong,
wordt deze uitkering gedurende de periode waarover de
reïntegratie-uitkering wordt verstrekt, ter zake van de onbeloonde werkzaamheden
niet ingetrokken of herzien.
-4. Een uitkering als bedoeld
in het eerste lid wordt voor de toepassing van andere wetten en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering
van de WW, aangemerkt als
een uitkering op grond van de verplichte verzekering op grond van de
WW.
Art. 24. Toekenning van
de reïntegratie-uitkering
-1. Een aanvraag voor
toekenning van een reïntegratie-uitkering wordt vóór aanvang van de onbeloonde werkzaamheden, scholing of opleiding
als bedoeld in artikel 23,
eerste lid, ingediend.
-2. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kent de reïntegratie-uitkering ter zake van het verrichten
van onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats niet toe,
indien:
a. vaststaat dat de
onbeloonde werkzaamheden, bedoeld in artikel 23, eerste lid, de krachten en
bekwaamheden van de werknemer te boven gaan;
b. de onbeloonde
werkzaamheden, bedoeld in artikel 23, eerste lid, op grond van de WW
met
behoud
van de uitkering kunnen worden verricht;
c. de werkgever waarbij de
proefplaatsing geschiedt geen aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de
werknemer heeft afgesloten;
d. de arbeidsgehandicapte
dezelfde of gelijksoortige werkzaamheden reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij de werkgever of diens
rechtsvoorganger heeft
verricht en ter zake van deze eerste proefplaatsing een reïntegratie-uitkering
is toegekend.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kent de reïntegratie-uitkering ter zake van het volgen
van
scholing of opleiding niet toe indien de arbeidsgehandicapte
dezelfde of een soortgelijke scholing of opleiding reeds heeft gevolgd.
-4. De
reïntegratie-uitkering die is toegekend ter zake van het volgen van scholing of opleiding wordt
beëindigd indien de persoon aan wie hij is toegekend zich onvoldoende
inspant om de scholing of opleiding met een gunstig resultaat af te
ronden.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede
lid, onderdeel c.
Art. 25. Betaling van de
reïntegratie-uitkering
-1. De artikelen 30, eerste lid en tweede lid,
onderdeel a en b, 31, eerste lid,
32, 33, eerste en
tweede lid, 37 en 39 van de WW zijn voor wat betreft de betaling van de
reïntegratie-uitkering van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien de persoon aan wie
een reïntegratie-uitkering ter zake van het volgen van scholing of opleiding is toegekend arbeid gaat verrichten,
wordt de
reïntegratie-uitkering verminderd met 70% van hetgeen hij met die arbeid verdient.
-3. Op de
reïntegratie-uitkering worden geheel in mindering gebracht de inkomsten uit of in verband
met scholing of opleiding voor zover zij meer bedragen dan het door Onze Minister
op grond van artikel 35a van de WW
vastgestelde bedrag.
-4. Artikel 34 van de WW
is
van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een uitkering
op grond van de WW of de WBIA
niet in mindering wordt gebracht op
de reïntegratie-uitkering, tenzij het recht op uitkering voortvloeit uit
het verrichten van arbeid aangevangen na toekenning van een reïntegratie-uitkering als bedoeld in het tweede lid.
Art. 26. Duur van de
reïntegratie-uitkering
-1. De
reïntegratie-uitkering ter zake van het verrichten van onbeloonde werkzaamheden als bedoeld
in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt over een
aaneengesloten periode van zes maanden of zoveel korter als de onbeloonde
werkzaamheden op de proefplaats worden verricht, te rekenen vanaf
de eerste dag van de kalenderweek waarin de werkzaamheden een aanvang
hebben genomen.
-2. De
reïntegratie-uitkering ter zake van het volgen van scholing of opleiding als bedoeld in
artikel 23, eerste lid, onderdeel b, wordt verstrekt over een aaneengesloten
periode van twee jaar of zoveel korter als de scholing of opleiding wordt
gevolgd, te rekenen vanaf de eerste dag van de kalenderweek waarin de
scholing of opleiding een aanvang heeft genomen.
-3. Indien de werkzaamheden
op een proefplaats of de scholing of opleiding, bedoeld in het
eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een
uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van het eerste en
tweede lid buiten beschouwing gelaten.
Art. 27. Hoogte van de
reïntegratie-uitkering
-1. De hoogte van de
reïntegratie-uitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering op grond van de
WW of de WBIA dat zonder toepassing van
artikel 33, derde lid, van
de WW zou zijn betaald indien betrokkene over de uren waarop hij de
werkzaamheden op een proefplaats verricht werkloos zou zijn gebleven of de
uitkering op grond van artikel 19, eerste lid, onderdeel m, van de
WW niet
zou zijn beëindigd wegens het ontvangen van een
reïntegratie-uitkering.
-2. Bij de bepaling van de
hoogte van de reïntegratie-uitkering die is toegekend wegens het
verrichten van onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats wordt geen
rekening gehouden met een eventuele verlaging of eindiging van de
uitkering op grond van de WW of de WBIA die zou zijn opgetreden indien deze
uitkering gedurende de proefplaatsing zou zijn doorbetaald.
-3. De hoogte van de
reïntegratie-uitkering voor de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
23,
tweede lid, is gelijk aan het bedrag dat hij aan uitkering op
grond van de WW zou hebben ontvangen indien hij wel aan de voorwaarde,
bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de WW, zou hebben
voldaan.
§ 3.
Specifieke
instrumenten voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen
Art. 28. Toelagen
arbeidsgehandicapte zelfstandigen
-1. Indien het treffen van
een voorziening tot gevolg heeft dat de arbeidsgehandicapte
zelfstandige geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan verrichten en uit dien
hoofde inkomen derft, heeft hij tijdens de duur van die voorziening aanspraak op
een door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen op aanvraag
toe te kennen toelage die overeenkomt met het bedrag van het gederfde
inkomen, met dien verstande dat de toelage of, indien een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ
wordt genoten, de toelage
vermeerderd met die uitkering, per dag de grondslag, bedoeld in
artikel 8 van de WAZ, niet te boven gaat.
-2. Indien het bedrag per dag
aan gederfd inkomen meer bedraagt dan de grondslag, bedoeld in het eerste lid, kan een hogere toelage worden
verleend dan bedoeld in het
eerste lid.
Art. 29.
Inkomenssuppletie arbeidsgehandicapte zelfstandigen
Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning
door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen van inkomenssuppletie aan
een arbeidsgehandicapte die de uitoefening van zijn bedrijf
of beroep voortzet of die werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten
en wiens inkomen uit dat bedrijf of beroep lager is dan het bij of
krachtens artikel 2 van de WAZ,
artikel 2 van de
Wajong of artikel 18 van de WAO
vastgestelde inkomen of loon dat hij nog zou kunnen verdienen.
Art. 30. Starterskrediet
Ter voorziening in de
behoefte aan bedrijfskapitaal van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
10, die
werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten, kunnen bij
algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met
betrekking tot de verstrekking door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen van gelden in de vorm van een lening of
het door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verlenen van borgtocht, alsmede omtrent
de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te
verbinden verplichtingen. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan worden
bepaald dat de
uitvoeringsinstelling bij wie de aanvraag voor
gelden of borgtocht als bedoeld in de eerste zin wordt ingediend, alvorens
over te gaan tot toekenning namens het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, advies vraagt aan derden over het door een
arbeidsgehandicapte over te leggen bedrijfsplan waaruit de levensvatbaarheid van het
bedrijf of de voorgenomen zelfstandige uitoefening van een beroep
blijkt.
§ 4.
Instrumenten voor
arbeidsgehandicapte werknemers
Art. 31. Voorzieningen
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan aan de arbeidsgehandicapte die arbeid in dienstbetrekking verricht op aanvraag
voorzieningen toekennen die
strekken tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die
de arbeidsgeschiktheid bevorderen.
-2. Onder voorzieningen als
bedoeld in het eerste lid worden verstaan:
a. vervoersvoorzieningen die ertoe strekken dat de arbeidsgehandicapte werknemer zijn werkplek kan
bereiken;
b. noodzakelijke
persoonlijke ondersteuning van de werknemer, bedoeld in het eerste lid,
bij het verrichten van de hem opgedragen taken indien die ondersteuning een
compensatie vormt voor specifiek met de handicap van de werknemer
samenhangende beperkingen;
c. communicatievoorzieningen
voor doven.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan aan de persoon, bedoeld in het eerste lid,
op aanvraag vervoersvoorzieningen toekennen die strekken tot verbetering
van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel
rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel a.
-4. Onder arbeidsgehandicapte
als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van dit
artikel mede verstaan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
10, die
arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten.
-5. De voorzieningen, bedoeld
in het tweede en derde lid, worden niet toegekend aan een persoon
als bedoeld in het eerste en vierde lid indien deze voorzieningen aan hem
kunnen worden toegekend door een gemeente op grond van
artikel 13a, derde lid, van de Wiw of door de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van artikel 4, derde lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel
nadere regels gesteld.
Art. 32. Loonsuppletie
Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning
door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen van loonsuppletie aan een
arbeidsgehandicapte die werk in dienstbetrekking aanvaardt
tegen een lager loon dan het bij of krachtens artikel 2 van de WAZ,
artikel 2 van de Wajong of artikel 18 van de
WAO vastgestelde inkomen of loon
dat hij nog zou kunnen verdienen.
§ 5.
Persoonsgebonden
reïntegratiebudget
Art. 33.
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 22, en
aan de arbeidsgehandicapte werknemer, bedoeld in
artikel 31, op aanvraag in plaats van bij die regeling vast te stellen
reïntegratie-instrumenten als bedoeld in dit hoofdstuk een subsidie
verstrekt in de vorm van een op de arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden
reïntegratiebudget. In deze regeling kunnen regels worden gesteld
omtrent de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te verbinden verplichtingen.
-2. Een ministeriële
regeling als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan vier
weken nadat een ontwerp daartoe aan beide kamers der Staten-Generaal
is voorgelegd.
-3. Onze Minister
zendt
binnen vier jaar na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling als
bedoeld in het eerste lid aan beide Kamers der Staten-Generaal een verslag
over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.
§ 6.
Intrekking, herziening
en terugvordering
Art. 34. Intrekking,
herziening en wijziging
-1. Een besluit tot
toekenning van voorzieningen als bedoeld in artikel 22 en
31 van een reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel
23, van toelagen
als bedoeld in artikel 28,
van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 29 en van loonsuppletie als
bedoeld in artikel 32 wordt ingetrokken of herzien indien de voorzieningen, de
reïntegratie-uitkering, de toelagen, de inkomenssuppletie of de
loonsuppletie als hiervoor bedoeld ten onrechte of tot een te hoog bedrag
zijn verleend.
-2. Het besluit tot
vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 30 of
33 wordt ingetrokken of
gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel
4:49,
eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Algemene wet
bestuursrecht.
Art. 35. Terugvordering
-1. De voorziening of de
kosten van de voorziening, bedoeld in artikel 22 en 31, de reïntegratie-uitkering, bedoeld in
artikel 23, de toelage, bedoeld
in artikel 28, de
inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 29, en de loonsuppletie, bedoeld in
artikel 32, die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 34
onverschuldigd zijn verstrekt, worden door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen teruggevorderd.
-2. Subsidies als bedoeld in
artikel 30 en 33 die onverschuldigd zijn betaald, worden door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
teruggevorderd.
-3. Indien daarvoor dringende
redenen aanwezig zijn, kan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
-4. Het besluit tot
terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de
termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij
gebreke van tijdige betaling zal worden ten uitvoer gelegd op de wijze
als omschreven in het vijfde lid en zesde lid.
-5. De persoon van wie wordt
teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen de inlichtingen te
verstrekken die voor de
terugvordering van belang zijn.
-6. Het besluit tot
terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-7. Artikel 29g
van de WAO
is
van overeenkomstige toepassing.
-8. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen stelt regels met betrekking tot de
terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld
in dit artikel.
-9. In afwijking van het
eerste en tweede lid kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen, onder
voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering
af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze
Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
§ 7.
Verstrekkingen die
onvervreemdbaar en niet voor beslag vatbaar zijn
Art. 36. Onvervreemdbare
verstrekkingen
-1. Onvervreemdbaar en niet
vatbaar voor verpanding of belening zijn:
a. de voorzieningen, bedoeld
in artikel 22 en 31;
b. de uitkering, bedoeld in artikel
23;
c. de toelage, bedoeld in
artikel 28;
d. de inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 29;
e. de gelden, bedoeld in
artikel 30;
f. de loonsuppletie, bedoeld
in artikel 32.
-2. Volmacht tot ontvangst
van een uitkering onder welke vorm of benaming ook verleend, is
steeds herroepelijk.
-3. Elk beding strijdig met
dit artikel is nietig.
Art. 37. Niet voor beslag
vatbare verstrekkingen
Niet vatbaar voor beslag
zijn:
a. de voorzieningen, bedoeld
in artikel 22 en 31;
b. de gelden, bedoeld in
artikel 30.
HOOFDSTUK
5
Uitvoering
en financiering
§ 1.
Uitvoering door
uitvoeringsinstellingen
Art. 38. Vaststelling
arbeidsgehandicapte
-1. De werkzaamheden met
betrekking tot de vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, worden
ten aanzien van:
a. de persoon, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, verricht door de uitvoeringsinstelling
die
de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41 van de Osv
1997, verricht voor de
sector waarbij de werkgever van die persoon is aangesloten of
die deze werkzaamheden verricht voor het sectoronderdeel waartoe die
werkgever behoort;
b. de persoon, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, verricht door de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41 van de Osv
1997, met betrekking
tot de uitkering op grond van de ZW, WW
of WBIA van die persoon
verricht;
c. de persoon, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel c, verricht door de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41 van de Osv
1997, ten aanzien van
die persoon verricht;
d. de persoon, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel d, verricht door de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41 van de Osv
1997, ten aanzien van
die persoon verricht;
e. de persoon, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel e en f, verricht door de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41
van de
Osv 1997, ten aanzien
van die persoon zou verrichten indien die persoon recht op een
uitkering op grond van de WAO zou hebben gehad.
-2. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan regels stellen omtrent het tijdstip waarop
de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, dient plaats te vinden en kan
nadere en zo nodig afwijkende regels stellen omtrent de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden met betrekking tot de vaststelling
verricht.
Art. 39. Bevoegde
uitvoeringsinstelling en aanvraag reïntegratie-instrumenten
-1. Voor de
arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 8, en voor de werkgever bij wie deze
arbeidsgehandicapte in dienst is, worden de uit deze wet voortvloeiende
werkzaamheden verricht door de uitvoeringsinstelling
die de werkzaamheden,
bedoeld in artikel 41 van de Osv 1997, verricht voor de sector
waarbij de werkgever van die arbeidsgehandicapte is aangesloten of die deze
werkzaamheden verricht voor het sectoronderdeel waartoe die werkgever
behoort.
-2. Voor de
arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, de persoon, bedoeld in
artikel 11, en
voor de werkgever die met deze arbeidsgehandicapte een dienstbetrekking
aangaat, worden de uit deze wet voortvloeiende werkzaamheden
verricht door de uitvoeringsinstelling die op grond van de ZW, de
WAO,
de WAZ, de Wajong, de
WW of de WBIA de werkzaamheden, bedoeld in
artikel 41 van de Osv 1997, ten aanzien van de arbeidsgehandicapte
verricht.
-3. Voor de
overheidswerknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel
onder
de werknemersvoorzieningen, die arbeidsgehandicapte is en
voor wie bij de eigen werkgever, bedoeld in artikel 8, geen passende
arbeid meer voorhanden is, alsmede voor de arbeidsgehandicapte gewezen
overheidswerknemer, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, worden, indien deze arbeidsgehandicapten geen
recht hebben op een
uitkering op grond van de WAO, de uit deze wet voortvloeiende werkzaamheden
verricht door de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41
van de Osv 1997, ten aanzien van deze personen zouden
verrichten indien die arbeidsgehandicapten
recht op een uitkering op
grond van de WAO zouden hebben gehad.
-4. De instrumenten, bedoeld
in hoofdstuk 3 en 4 van deze wet, worden ten aanzien van de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 8, aangevraagd
bij de uitvoeringsinstelling
die deze wet voor de betrokken werkgever uitvoert.
-5. De instrumenten, bedoeld
in hoofdstuk 3 en 4 van deze wet, worden ten aanzien van de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 10, of een
persoon als bedoeld in artikel 11, alsmede ten aanzien van de arbeidsgehandicapte, bedoeld in het derde lid,
aangevraagd bij de uitvoeringsinstelling die deze wet voor de
betrokken arbeidsgehandicapte uitvoert.
-6. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen:
a. kan nadere en voor
bijzondere groepen zo nodig van het tweede of derde lid afwijkende regels
stellen omtrent de uitvoeringsinstelling die deze wet uitvoert voor een
arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10 of een persoon als bedoeld
in artikel 11;
b. kan regels stellen
omtrent de termijn waarbinnen een aanvraag als bedoeld in het vierde en
vijfde lid wordt ingediend;
c. kan voor bijzondere
groepen nadere en zo nodig van het vierde en vijfde lid afwijkende regels
stellen omtrent de uitvoeringsinstelling waarbij een aanvraag voor
een instrument als bedoeld in hoofdstuk 3 en 4
van deze wet wordt
ingediend.
Art. 40. Bonusuitkering
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aan uitvoeringsinstellingen
te verstrekken gelden
indien een arbeidsgehandicapte door hun tussenkomst als bedoeld
in artikel 10 in een dienstbetrekking wordt geplaatst.
§ 2.
Financiering
Art. 41. Het
Reïntegratiefonds
Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot
dekking van de uitgaven in de vorm van een Reïntegratiefonds dat deel
uitmaakt van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Art. 42. Middelen tot
dekking van de uitgaven
-1. De middelen tot dekking
van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds worden
verkregen uit:
a. bijdragen uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen, het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en het
Algemeen Werkloosheidsfonds;
b. de gelden die het Landelijk
instituut sociale verzekeringen ontvangt door toepassing van artikel
21, 35 en 46.
-2. De onderlinge verhouding
tussen de ten laste van de verschillende fondsen komende bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
a, wordt
bij ministeriële regeling
vastgesteld. Bij deze regeling kan worden bepaald dat in de middelen tot
dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds mede
wordt voorzien door het Rijk.
-3. De bijdragen, bedoeld in
het eerste lid, onderdeel a, worden vastgesteld door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen, met inachtneming van de op grond
van het tweede lid gestelde regels.
Art. 43. Uitgaven ten
laste van het Reïntegratiefonds
-1. Ten laste van het
Reïntegratiefonds komen de met de uitvoering van artikel
10 en 11 verband
houdende kosten, de met de uitvoering van deze wet verband houdende kosten
van beheer en administratie door de uitvoeringsinstellingen en
de door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verstrekte of toegekende:
a. subsidies, bedoeld in
artikel 15, 16, 17, 18,
30 en 33;
b. voorzieningen, bedoeld in artikel 22 en
31;
c.
reïntegratie-uitkeringen, bedoeld in artikel 23, alsmede de op grond van enige wet over deze
uitkeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in
mindering kunnen worden gebracht;
d. toelagen, bedoeld in
artikel 28, alsmede de op grond van enige wet over deze toelagen verschuldigde premies die niet op deze toelagen in
mindering kunnen worden
gebracht;
e. inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 29, alsmede de op grond van enige wet over deze
suppletie verschuldigde premies die niet op deze suppletie in mindering
kunnen worden gebracht;
f. loonsuppletie, bedoeld in
artikel 32, alsmede de op grond van enige wet over deze suppletie verschuldigde premies die niet op deze suppletie
in mindering kunnen worden
gebracht;
g. uitkeringen, bedoeld in
artikel 29b van de ZW, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen verschuldigde premies die niet
op deze uitkeringen in
mindering kunnen worden gebracht;
h. gelden, bedoeld in
artikel 40.
-2. Tevens komen ten laste
van het Reïntegratiefonds kosten verband houdende met het in aanmerking brengen als bedoeld in
artikel 10, vijfde
lid, van
arbeidsgehandicapten voor een dienstbetrekking in de zin van de Wiw.
Art. 44. Bijzondere
subsidies ten laste van het Reïntegratiefonds
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verstrekt ten laste van het Reïntegratiefonds per
kalenderjaar aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten
die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te
bevorderen een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te
bepalen bedrag.
-2. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan in het belang van deze wet ten laste van het Reïntegratiefonds subsidie verstrekken aan
andere instellingen of organisaties dan de scholingsinstituten, bedoeld in het eerste lid, die ten doel
hebben het nemen of bevorderen van maatregelen die strekken tot behoud,
herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid.
-3. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen vermeldt in het plan van werkzaamheden, bedoeld in
artikel 38, vierde lid, van de Osv 1997 in hoeverre dit instituut van
de diensten van scholingsinstituten als bedoeld in het eerste lid gebruik
zal maken en op welke wijze dit instituut uitvoering zal geven aan het
tweede lid.
HOOFDSTUK
6
Het
verstrekken van inlichtingen en administratieve boete
Art. 45. Het verstrekken
van inlichtingen bij toekenning of verstrekking
reïntegratie-instrumenten
De persoon, of diens
wettelijk vertegenwoordiger, aan wie een reïntegratie-instrument als
bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 is verstrekt of toegekend, of
waarvan verstrekking of toekenning wordt overwogen, is verplicht het Landelijk
instituut sociale verzekeringen op zijn verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te
delen waarvan hem
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de
verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het
reïntegratie-instrument.
Art. 46. Administratieve
boete
-1. Aan de persoon die de
verplichting, bedoeld in artikel 45, niet of niet behoorlijk is nagekomen,
wordt door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen een boete
opgelegd van ten hoogste ƒ5000,00.
-2. De hoogte van de boete
wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten
kan worden en de
omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk
geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
-3. Indien daarvoor dringende
redenen aanwezig zijn, kan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
-4. De persoon aan wie een
boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de uitvoeringsinstelling
die ten aanzien van hem werkzaamheden als
bedoeld in artikel 41
van de Osv 1997 verricht, de inlichtingen te verstrekken die voor de
tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
-5. Voor zover de boete nog
niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van de persoon aan wie zij
is opgelegd.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste en het tweede lid.
Art. 47. Overeenkomstige
toepassing WAO-bepalingen
De artikelen 29b tot en met 29g
van de WAO
zijn bij de toepassing van artikel 46 van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK
7
Bepalingen
in verband met het burgerlijk recht
Art. 48. Samenloop
aanspraken
Bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 10, naar
burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van zijn
arbeidshandicap houdt de rechter rekening met de aanspraken die hij op grond
van deze wet heeft.
Art. 49. Regres
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen heeft voor de op grond van deze wet gemaakte kosten
verhaal op de persoon die in verband met het veroorzaken van de
arbeidshandicap, jegens de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
10, naar
burgerlijk recht tot schadevergoeding verplicht is, doch ten hoogste tot het
bedrag waarover deze bij het ontbreken van de aanspraken op grond van deze wet naar burgerlijk recht verplicht zou
zijn, verminderd met een
bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de
aansprakelijke persoon jegens de arbeidsgehandicapte naar burgerlijk recht
gehouden is.
-2. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan, indien een aanspraak als bedoeld in het
eerste lid wordt toegekend in de vorm van periodieke verstrekkingen,
de contante waarde daarvan vorderen in de vorm van een jaarlijks vast
te stellen afkoopsom die aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt vergoed voor de totale schadelast
tengevolge van het
veroorzaken van de arbeidshandicap.
-3. Het eerste lid geldt ten
aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van een arbeidsgehandicapte,
bedoeld in artikel 10,
onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding
verplichte werknemer die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever
als de arbeidsgehandicapte jegens wie naar burgerlijk recht
verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidshandicap is te
wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever
onderscheidenlijk werknemer.
-4. Voor de toepassing van
het derde lid wordt mede als werkgever beschouwd de persoon die op grond van
artikel
16a van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering mede als werkgever wordt beschouwd.
HOOFDSTUK
8
Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht
Art. 50. Beslistermijnen
-1. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
termijn waarbinnen een beschikking op aanvraag op grond van deze wet dient te
worden gegeven. Deze algemene maatregel van bestuur vervalt met
ingang van 1 januari 1999.
-2. In afwijking van artikel
7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Landelijk
instituut sociale verzekeringen binnen dertien weken na ontvangst
van het bezwaarschrift.
-3. Indien bezwaar wordt
gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken, of indien het advies vraagt
aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid
werkzaam is, binnen eenentwintig weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
Art. 51.
Bezwaarschriftprocedure
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten
waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 52. Medische
besluiten
Ten aanzien van besluiten
waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt, zijn de
artikelen 88 tot en met 88i van de WAO van overeenkomstige toepassing.
Art. 53. Titel
4.2
Algemene wet bestuursrecht
Titel 4.2 van de Algemene
wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken op grond van artikel 22 en
31.
HOOFDSTUK
9
Strafbepalingen
Art. 54.
Strafbepaling
artikel 45
Hij die niet voldoet aan de
verplichting, bedoeld in artikel 45, wordt gestraft met hechtenis van
ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Art. 55.
Strafbepaling
inzake valse opgave/opzettelijk verzwijgen
Hij die op grond van bij of
krachtens deze wet vastgestelde bepalingen gehouden is inlichtingen of gegevens te verstrekken, een aangifte of
mededeling te doen of een
verklaring af te leggen en daarbij opzettelijk een valse opgave doet, dan
wel opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid iets verzwijgt,
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of
geldboete van de vierde categorie.
Art. 56.
Strafbepaling
inzake opzettelijke opgave in strijd met waarheid
Hij die op andere wijze dan
door het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd
is om tot bewijs van enig feit te dienen, opzettelijk een opgave in
strijd met de waarheid doet, zulks met het oogmerk om aldus een
subsidie, voorziening, uitkering, toelage of een suppletie op inkomen of
loon, of een hogere subsidie, voorziening, uitkering, toelage of
suppletie op inkomen of loon, op grond van deze wet te verkrijgen, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de
vierde categorie.
Art. 57.
Overtreding van bepalingen
van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur
voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit
in de zin van dit artikel
aangeduid, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste één maand of een
geldboete van de tweede categorie.
Art. 58.
Misdrijven en
overtredingen
De in artikel 55 en 56
bedoelde strafbare feiten worden als misdrijven, de in artikel 54 en
57
bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd.
Art. 59.
Verval van recht
tot strafvordering
Het recht tot strafvordering
vervalt indien het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een
boete heeft opgelegd.
HOOFDSTUK
10
Wijziging
van andere wetten
Art. 60.
Algemene
bijstandswet [MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 114 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en
opleiding
waarvoor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan
burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel
115 wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, die op een proefplaats
bij een werkgever gedurende
maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet
zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de
duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd
in artikel 113, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever bij wie de proefplaatsing
geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve
van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats
bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 137a worden twee
leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt,
volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
regels, aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s
Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel
111,
eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of derden voor de door deze verleende diensten
gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare
bijstandsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding,
bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor
de diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 61.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
[MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 37 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en
opleiding
waarvoor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan
burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 38
wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten die op een proefplaats
bij een werkgever gedurende
maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet
zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de
duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd
in artikel 35, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever bij wie de proefplaatsing
geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve
van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats
bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 59a worden twee
leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt,
volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
regels, aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s
Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel
34,
eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of derden voor de door deze verleende diensten
gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare
uitkeringsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding,
bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor
de diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 62.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
[MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 37 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en
opleiding
waarvoor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan
burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 38
wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten die op een proefplaats
bij een werkgever gedurende
maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet
zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de
duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd
in artikel 35, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde
werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever bij wie de proefplaatsing
geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve
van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats
bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 59a worden twee
leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt,
volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
regels, aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s
Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel
34,
eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of derden voor de door deze verleende diensten
gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare
uitkeringsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding,
bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor
de diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 63.
Arbeidsvoorzieningswet 1996 [MvT]
De Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden nieuwe
onderdelen toegevoegd, luidende:
j. het Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk
instituut sociale verzekeringen,
bedoeld in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997;
k. dienstbetrekking: een
dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een op grond van
artikel
4 of 5 van die wet daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding;
l. werknemer: de persoon die
in dienstbetrekking werkzaam is.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel a van het
eerste lid wordt in ten zevende, "en om-, her- of bijscholing" vervangen
door: , om-, her- of bijscholing en de instrumenten die de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, de
gemeenten en het Landelijk
instituut sociale verzekeringen ter beschikking staan ter bevordering van de
arbeidsinschakeling van arbeidsgehandicapten als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten;
2. De aanhef van onderdeel b
van het eerste lid wordt vervangen door: ten behoeve van moeilijk plaatsbare werkzoekenden niet tevens zijnde
moeilijk plaatsbare
arbeidsgehandicapten als bedoeld in de artikelen 10 en
12 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
3. In het artikel wordt,
onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw lid
ingevoegd, luidende:
-2. De
Arbeidsvoorzieningsorganisatie kan ter uitvoering van de taak ten behoeve van
arbeidsgehandicapte werkzoekenden, bedoeld in artikel 13 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, overeenkomstig daaromtrent bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur gestelde regels:
a. aan die
arbeidsgehandicapten voorzieningen als bedoeld in artikel 22 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten op aanvraag of ambtshalve toekennen die
strekken tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid en die de
arbeidsgeschiktheid bevorderen;
b. aan die
arbeidsgehandicapten, indien zij werknemer worden anders dan in de zin van de
Wet
inschakeling werkzoekenden, op aanvraag voorzieningen toekennen als
bedoeld in artikel 31 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten gedurende maximaal één jaar na de totstandkoming
van de
dienstbetrekking.
4. In het tot derde
vernummerde lid wordt na "eerste" ingevoegd: en tweede
C. [MvT]
Aan artikel 47, eerste lid,
wordt na "bedoelde taken" een komma geplaatst en de zinsnede ingevoegd: van de uitvoering van artikel
81a.
D. [MvT]
In artikel 48, eerste lid,
wordt "artikel 4, eerste lid, onderdeel b en c" vervangen door: artikel 4,
eerste lid, onderdeel b en c, en tweede lid.
E. [MvT]
Na artikel 81 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 81a.
-1. Ter uitvoering van de in
artikel 13 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
bedoelde taak verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
op aanvraag aan de werkgever
die met de in dat artikel bedoelde arbeidsgehandicapte
werkzoekende een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking
in de zin van de Wet inschakeling werkzoekenden, aangaat voor de duur van
ten minste zes maanden, een subsidiebedrag in de vorm van een
plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
-2. Indien een werkgever
aantoont dat het totaal van de kosten in verband met de
dienstbetrekking met de arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan
het bedrag van het plaatsingsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan op
aanvraag aan hem een subsidie in de vorm van een pakket op maat als
bedoeld in artikel 18 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten
worden
verstrekt.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel
nadere regels gesteld.
F. [MvT]
In artikel 93 wordt "artikel 42" vervangen door: artikel 4, tweede lid, 42 en
81a.
Art. 64.
Invoeringswet
Arbeidsvoorzieningswet 1996 [MvT]
Artikel 18 van de
Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 vervalt.
Art. 65.
Wet inschakeling
werkzoekenden [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 28 november 1996 ingediende voorstel van wet regeling voor de totstandkoming van een gemeentelijk
werkfonds voor voorzieningen
ter bevordering van de toetreding tot het arbeidsproces van langdurig
werklozen en jongeren (Wet inschakeling
werkzoekenden) (Kamerstukken
25 122) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt die wet als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 9, tweede lid,
wordt "ter uitvoering van het eerste lid" vervangen door: ter
uitvoering van een traject.
B.
Na artikel 13 wordt een
nieuwe paragraaf ingevoegd met als opschrift: §
4. Voorzieningen voor
arbeidsgehandicapten
C. [MvT]
Na artikel 13 worden twee
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 13a. Instrumenten
voor arbeidsgehandicapten [MvT]
-1. Indien de persoon,
bedoeld in artikel 2, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, kan de gemeente
ter uitvoering van
artikel 12 van die wet, aan of ten behoeve van de arbeidsgehandicapte
die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene
bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen dan
wel die arbeid verricht in een dienstbetrekking, voorzieningen als bedoeld in
artikel 3 mede inzetten indien zij strekken tot behoud, herstel of
bevordering van de arbeidsgeschiktheid.
-2. De voorzieningen, bedoeld
in het eerste lid, omvatten in ieder geval de voorzieningen, genoemd in
de artikelen 15, 22, tweede en derde lid, en
31, tweede lid, van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-3. Indien de
arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsovereenkomst sluit of
wordt aangesteld om arbeid te verrichten, kan de gemeente op aanvraag
voorzieningen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten verstrekken gedurende maximaal één jaar na de totstandkoming van de
arbeidsverhouding.
-4. Artikel 3, tweede lid, is
van overeenkomstige toepassing.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel
nadere regels gesteld.
Art. 13b. Bijzondere
subsidie aan een werkgever [MvT]
-1. Indien de persoon,
bedoeld in artikel 2, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, verstrekt de gemeente
ter uitvoering van
artikel 12 van die wet op aanvraag aan de werkgever die met de
arbeidsgehandicapte die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van
de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen dan wel die werknemer is, voor de duur van ten minste
zes maanden een arbeidsovereenkomst aangaat of hem aanstelt om
arbeid te verrichten, een subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als
bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
-2. Indien de werkgever
aantoont dat het totaal van de kosten verbonden aan het in dienst hebben van
de in het eerste lid bedoelde arbeidsgehandicapte hoger is dan het bedrag van
het plaatsingsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan aan
hem op aanvraag een subsidie in de vorm van een pakket op maat als
bedoeld in artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden
verstrekt.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel
nadere regels gesteld.
D. [MvT]
Artikel 14, tweede lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "de
artikelen 4 en 5" vervangen door: de
artikelen 4, 5 en
13b.
2. Onderdeel c komt te
luiden:
c. een vast bedrag voor de
voorzieningen, bedoeld in de artikelen 3 en 13a, en de uit die artikelen
voortvloeiende activiteiten van de gemeenten ten behoeve van de
inschakeling in het arbeidsproces, en de extra kosten voor het pakket op maat,
bedoeld in artikel 13b, tweede lid.
Art. 66.
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 [MvT]
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt na
subonderdeel 11 een nieuw subonderdeel toegevoegd, luidende:
12º. het Reïntegratiefonds:
het fonds, bedoeld in artikel 41 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
2. Onderdeel j wordt
vervangen door:
j. verzekerde: de werknemer
in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede de
verzekerde op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Algemene
Ouderdomswet, de Algemene Kinderbijslagwet of de
Algemene nabestaandenwet, voor zover hij geen uitkering of voorziening op
grond van deze wetten of de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten ontvangt;.
3. Onderdeel l wordt
vervangen door:
l. uitkeringsgerechtigde: de
persoon die een uitkering of voorziening ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de
Tijdelijke wet beperking
inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Ziektewet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene
nabestaandenwet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
B. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, wordt de zinsnede "de Wet arbeid gehandicapte
werknemers"
vervangen door: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
2. In het eerste lid,
onderdeel c, wordt de zinsnede "en subonderdeel 9" vervangen door: en
subonderdeel 9 tot en met 12.
C. [MvT]
In artikel 74, vijfde lid,
wordt de zinsnede "subonderdeel 1 tot en met 4" vervangen door:
subonderdeel 1 tot en met 4, 10 en 12.
D. [MvT]
In artikel 84, tweede lid,
wordt de zinsnede "en de Algemene Kinderbijslagwet" vervangen
door: , Algemene Kinderbijslagwet en de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
E. [MvT]
In artikel 107 wordt de
zinsnede "en 24, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet" vervangen
door: 24, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en
artikel 21, zesde lid, 35, vierde lid, en
46, vierde lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
Art. 67.
Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 21 vervalt de
zinsnede ", behalve voor zover hij een reïntegratie-uitkering op
grond van artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
ontvangt".
B. [MvT]
Artikel 29b wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. De werknemer die
onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking arbeidsgehandicapte is in
de
zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten heeft
vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld
over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die gelegen
zijn in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
2. Na het derde lid wordt,
onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende:
-4. Indien de werknemer,
bedoeld in het eerste lid, werkzaam is op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in
artikel 7 van de
Wet sociale werkvoorziening, wordt het
dagloon, bedoeld in het tweede en derde lid, verminderd met het, naar
werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag,
bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale
werkvoorziening.
3. Het tot vijfde lid
vernummerde vierde lid wordt vervangen door:
-5. Dit artikel is niet van
toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de
werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak op betaling van loon kan maken;
b. de werknemer werkzaam is
in een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale
werkvoorziening.
Art. 68.
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan het einde van onderdeel
b van artikel 17a wordt de punt vervangen door een puntkomma en het woord
"of", waarna een onderdeel wordt
toegevoegd, luidend als
volgt:
c. met toepassing van artikel 23, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten een reïntegratie-uitkering ontvangt als bedoeld in
artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
B. [MvT]
In het eerste lid, onderdeel
a, van artikel 17b wordt de zinsnede "of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: of een reïntegratie-uitkering
ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
C. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel b, vervalt de zinsnede "of die een toelage ontvangt op grond van
artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet die, al dan niet vermeerderd met één van de genoemde uitkeringen, 70% of
meer bedraagt van het dagloon of grondslag waarnaar de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend".
2. In het eerste lid,
onderdeel k, vervalt het woord "of".
3. Aan het eerste lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel l door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidend
als volgt:
m. een uitkering ontvangt
als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met het volgen van
scholing of opleiding.
D. [MvT]
In artikel 21, derde lid,
onderdeel b, wordt de zinsnede "wegens andere omstandigheden dan ziekte
of
arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de werknemer een uitkering
ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid" vervangen door: wegens
andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing
of opleiding, ter zake waarvan de werknemer een uitkering
ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, b,
c, d of
m.
E. [MvT]
In artikel 72, derde lid,
wordt de zinsnede "inhoudt dat moeilijk plaatsbare werkloze
werknemers" vervangen door: inhoudt dat moeilijk plaatsbare werkloze
werknemers, niet zijnde arbeidsgehandicapten als bedoeld in artikel
10 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
F.
Aan artikel 73, eerste lid,
wordt, onder vervanging van een punt door een komma, een zinsnede toegevoegd, luidende:
voor zover het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aan de werknemers die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in
artikel
2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten niet al
voorzieningen toekent die overeenkomen met die voorzieningen. De eerste zin is niet van toepassing indien de
uitkeringsgerechtigde een
jongere is voor wie de periode van één jaar als bedoeld in artikel 9 van de
Wet inschakeling werkzoekenden is verstreken.
G. [MvT]
Artikel 93 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt "artikel
29, tweede lid, onderdeel
d, e, f, en g" vervangen door: artikel
29,
tweede lid, onderdeel d, e, en f.
2. Onderdeel g wordt
vervangen door:
g. het op grond van artikel
42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds
af te dragen bedrag.
Art. 69.
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 23, eerste lid,
onderdeel c, wordt vervangen door:
c. degene ten aanzien van
wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3
of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
Hoofdstuk IIa wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het opschrift van hoofdstuk IIa
komt te luiden: HOOFDSTUK IIA.
Garantieregeling voor oudere arbeidsongeschikten, samenloop,
verstrekkingen die onvervreemdbaar zijn en verstrekkingen die niet
vatbaar zijn voor beslag [MvT]
2. De paragrafen 1, 3, 4 en
5 vervallen.
3. Het opschrift boven
artikel 61 vervalt. [MvT]
4. Het opschrift boven
artikel 65 vervalt. [MvT]
5. Het opschrift boven
artikel 65a vervalt. [MvT]
C. [MvT]
Artikel 70 vervalt.
D. [MvT]
Artikel 74 vervalt.
E.
Artikel 75a, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering
wordt toegekend aan een werknemer die:
a. bij het aangaan van de
dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, arbeidsgehandicapte was als
bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
b. tot de dag waarop de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend arbeidsgehandicapte is gebleven; en
c. een periode van zes jaar,
te rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking, bedoeld
onder a, is aangegaan, niet is verstreken.
De periode van zes jaar,
bedoeld onder c, is niet van toepassing indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende
uitkering.
F.
Aan artikel 76c wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw
onderdeel toegevoegd, luidende:
i. bij ministeriële
regeling te bepalen baten voor het Landelijk
instituut sociale verzekeringen, de uitvoeringsinstellingen of de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie in verband met de overgang van personeel en
vermogensbestanddelen naar de Arbeidsvoorzieningsorganisatie voor het verrichten
van
werkzaamheden gericht op de bevordering van inschakeling
in de arbeid van arbeidsgehandicapten in de zin van artikel 2 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
G. [MvT]
Artikel 76d, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van artikel 76f:
a. de door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen,
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die
niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
b. de kosten die zijn
verbonden aan de uitvoering van deze wet;
c. de gelden die door
toepassing van artikel 79 worden overgeheveld naar de Arbeidsongeschiktheidskas;
d. de in artikel XIII van de
Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie bedoelde bonusuitkeringen;
e. de schade, bedoeld in
artikel 75f, tweede lid, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager;
f. het gezamenlijke bedrag
van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakantie-uitkeringen
die niet zijn uitbetaald wegens het genieten van loon als bedoeld in
artikel 44, derde lid, en dat op grond van artikel
44, vierde lid, wordt
afgedragen aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het bedrag aan premies dat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen bij wel-uitbetaling daarover op
grond van enige wet verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen
in mindering kan worden gebracht;
g. het op grond van artikel
42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds
af te dragen bedrag;
h. bij ministeriële
regeling te bepalen kosten in verband met de overgang van personeel en vermogensbestanddelen naar de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
voor het verrichten van werkzaamheden gericht op de bevordering
van inschakeling in de arbeid van arbeidsgehandicapten in de zin van artikel 2 van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
H. [MvT]
Artikel 76f, vierde lid,
wordt vervangen door:
-4. Het eerste lid is niet
van toepassing, indien:
a. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel
71, eerste lid, door
het Landelijk
instituut sociale verzekeringen wordt betaald en op grond
van artikel 71, derde lid, niet op een eigenrisicodrager wordt verhaald;
b. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel 75a, vierde lid,
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt betaald en niet kan
worden verhaald op een kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in
artikel 75; of
c. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft toegekend aan een werknemer die:
1º. bij het aangaan van de
dienstbetrekking waaruit de arbeidsongeschiktheid is ontstaan arbeidsgehandicapte was als bedoeld in
artikel 2 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten;
2º. tot de dag waarop de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend arbeidsgehandicapte is gebleven; en
3º. een periode van zes
jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking, bedoeld
onder a, is aangegaan, niet is verstreken.
De periode van zes jaar,
bedoeld onder 3°, is niet van toepassing indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond
van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende
uitkering.
I. [MvT]
Artikel 76g vervalt.
J. [MvT]
Artikel 77b wordt vervangen
door:
Art. 77b.
-1. De basispremie is niet
verschuldigd over het loon van een werknemer die
arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het totaalbedrag van de
premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte werknemers die tot hem in
dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som van
de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
ten minste gelijk is aan 5 procent van de premieplichtige
loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar.
-2. De basispremie is voor twee derde deel niet verschuldigd over het loon van de
werknemer die arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2
van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het
totaalbedrag van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte
werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en
de som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten minste gelijk is aan 4 procent, doch minder dan
5 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat
kalenderjaar.
-3. De basispremie is voor een derde deel niet verschuldigd over het loon van de
werknemer die arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2
van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het
totaalbedrag van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte
werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de
som
van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
ten minste gelijk is aan 3 procent, doch minder dan 4 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat
kalenderjaar.
-4. Indien het eerste, tweede
of derde lid toepassing vindt, kent het Landelijk
instituut sociale verzekeringen voorts een korting toe op de door
de werkgever in het in dat
lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is
aan een percentage van het premieplichtige loon van de werkgever in dat
kalenderjaar, doch:
a. bij toepassing van het
eerste lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van ten hoogste
vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat
kalenderjaar;
b. bij toepassing van het
tweede lid, tot een bedrag dat gelijk is aan twee derde deel van een percentage van ten hoogste
vijftienmaal het
gemiddelde premieplichtige
loon per werknemer in dat kalenderjaar;
c. bij toepassing van het
derde lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een derde deel van een percentage van ten hoogste
vijftienmaal het
gemiddelde premieplichtige
loon per werknemer in dat kalenderjaar.
-5. Bij de vaststelling van
het in het vierde lid bedoelde premieplichtige loon van de werkgever blijft
het bedrag aan loon van de arbeidsgehandicapte werknemers, bedoeld in het
eerste, tweede of derde lid, buiten beschouwing.
K. [MvT]
Artikel 77c wordt vervangen
door:
Art. 77c.
-1. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kent aan de werkgever die één of meer opdrachten verleent aan een bedrijf waar arbeid wordt
verricht onder aangepaste
omstandigheden als bedoeld in de Wet sociale
werkvoorziening, een korting
toe op de door hem verschuldigde basispremie indien hij aantoont dat de
netto toegevoegde waarde die met de opdrachten is gemoeid ten
minste gelijk is aan 3 procent van zijn premieplichtige loonsom in
het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend. De netto
toegevoegde waarde, bedoeld in de eerste zin, wordt jaarlijks bij ministeriële
regeling vastgesteld op een percentage van de omzet die met de opdrachten
is gemoeid, welk percentage verschillend kan worden vastgesteld
afhankelijk van de aard van de opdracht en de omstandigheden waaronder die
wordt uitgevoerd.
-2. De korting, bedoeld in
het eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde,
bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan het
premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde waarde, bedoeld
in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 5 procent van de
premieplichtige loonsom van de werkgever in het kalenderjaar waarin de
opdrachten zijn verleend.
-3. De korting, bedoeld in
het eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde,
bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan twee derde van
het premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde
waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 4 procent,
doch minder dan 5 procent, van de premieplichtige loonsom van
de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-4. De korting, bedoeld in
het eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde,
bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan een derde van
het premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde
waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 3 procent,
doch minder dan 4 procent, van de premieplichtige loonsom van
de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-5. Indien het tweede, derde
of vierde lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut sociale verzekeringen voorts een korting toe op de door
de werkgever in het in het
eerste lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is
aan een percentage van het premieplichtige loon van de werkgever in dat
kalenderjaar, doch:
a. bij toepassing van het
tweede lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van ten hoogste
vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat
kalenderjaar;
b. bij toepassing van het
derde lid, tot een bedrag dat gelijk is aan twee derde deel van een percentage van ten hoogste
vijftienmaal het
gemiddelde premieplichtige
loon per werknemer in dat kalenderjaar;
c. bij toepassing van het
vierde lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een derde deel van een percentage van ten hoogste
vijftienmaal het
gemiddelde premieplichtige
loon per werknemer in dat kalenderjaar.
L.
[MvT]
Artikel 77d wordt vervangen
door:
Art. 77d.
Aan de werkgever die
aantoont dat hij in een kalenderjaar werknemers in dienst heeft die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in artikel 2
van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en in dat jaar één of meer
opdrachten verleent aan een
bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden
als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening, en die niet in aanmerking
komt voor een korting als bedoeld in de artikelen 77b
en 77c, wordt:
a. door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen, overeenkomstig
artikel 77b, vierde lid,
onderdeel c, en artikel 77c, vierde en vijfde lid, onderdeel
c, een korting
toegekend op de door hem verschuldigde basispremie en is hij,
b. overeenkomstig artikel 77b, derde lid, de basispremie niet verschuldigd over het loon
van de tot hem in dienstbetrekking staande arbeidsgehandicapte
werknemers, bedoeld in artikel 77b, indien hij aantoont dat de
som van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in artikel 77c,
eerste lid, en het totaalbedrag, bedoeld in artikel 77b, eerste lid, ten minste
gelijk is aan 5 procent van zijn premieplichtige loonsom in het kalenderjaar
waarin de opdracht is verleend.
M. [MvT]
Artikel 77e wordt vervangen
door:
Art. 77e.
-1. Het gemiddelde
premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 77b
en artikel
77c,
wordt vastgesteld door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen.
-2. De in artikel 77b, vierde
lid, en artikel 77c, vijfde lid, bedoelde percentages worden bij
ministeriële regeling vastgesteld.
-3. Met betrekking tot de
artikelen 77b, 77c en 77d
kunnen bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
Art. 70.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 41, eerste lid,
onderdeel e, wordt vervangen door:
e. de verzekerde ten aanzien
van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten
als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt
overwogen.
B. [MvT]
In artikel 70, tweede lid,
vervalt de zinsnede "alsmede de verzekerde ten aanzien van wie een voorziening, een toelage of vergoeding, dan wel een
inkomenssuppletie als
bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel e, wordt verleend of
overwogen".
C. [MvT]
Artikel 80 wordt vervangen
door:
Art. 80. Uitgaven ten
laste van Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen komen:
a. de op grond van deze wet
te betalen uitkeringen;
b. de op grond van enige wet
over de uitkeringen op grond van deze wet door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
c. het op grond van artikel 58, vierde lid, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
d. het op grond van artikel
42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds
af te dragen bedrag;
e. de aan de uitvoering van
deze wet verbonden kosten.
D. [MvT]
Artikel 88 vervalt.
Art. 71. Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
De onderdelen c en d van
artikel 33, eerste lid, worden vervangen door:
c. de jonggehandicapte ten
aanzien van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten
als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt
overwogen;
d. de ingezetene die de
leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie of ten
behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of
hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn
toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
In artikel 62, tweede lid,
vervalt de zinsnede "alsmede de jonggehandicapte of de
ingezetene die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt, ten aanzien
van wie een voorziening, een toelage of vergoeding als bedoeld in
artikel 33, eerste lid, onderdeel d of e, wordt verleend of
overwogen".
C. [MvT]
Artikel 65, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komen:
a. de op grond van deze wet
te betalen uitkeringen;
b. de op grond van enige wet
over de uitkeringen op grond van deze wet door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
c. het op grond van artikel 50, vierde lid, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
d. het op grond van artikel
42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds
af te dragen bedrag;
e. de aan de uitvoering van
deze wet verbonden kosten.
D. [MvT]
Artikel 67 vervalt.
Art. 72.
Beroepswet [MvT]
In onderdeel C van de
bijlage bij de Beroepswet worden na onderdeel 11 twee onderdelen ingevoegd, luidende:
11a. Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
11b. Artikel 4, tweede lid,
en 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996.
Art. 73.
Wet op de
economische delicten [MvT]
In artikel 1, onder 4°, van
de Wet op
de economische delicten wordt "de Wet arbeid gehandicapte werknemers, artikel 6, tweede tot en met
vierde lid, voor zover daarin
van de Arbeidsomstandighedenwet de artikelen 36, derde en zesde
lid, derde zin, en 40, vijfde tot en met zevende zin, van overeenkomstige
toepassing zijn verklaard" vervangen door: de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover daarin
artikel 36, tweede en zesde lid, en 40 van de Arbeidsomstandighedenwet van
overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
Art. 74.
Wet
privatisering ABP [MvT]
Artikel 67 van de Wet
privatisering ABP vervalt.
HOOFDSTUK
11
Overgangsbepalingen
Art. 75.
Overgangsbepaling artikel 57, 57a, 58 en 59b AAW [MvT]
-1. Artikel 57 van de AAW
en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijven van toepassing
op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of
in aanmerking is gebracht voor een voorziening tot behoud,
herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, zolang die voorziening wordt
verstrekt.
-2. Artikel 57a van de AAW
en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijven van toepassing
op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of
in aanmerking is gebracht voor vergoeding van kosten als bedoeld in
dat artikel, zolang deze vergoeding niet daadwerkelijk geheel is
verleend.
-3. Artikel 58 van de AAW,
zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet blijft van toepassing op de persoon die vóór die datum een
aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een toelage of
vergoeding, zolang die toelage of vergoeding wordt verleend.
-4. Artikel 59b van de AAW
en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijven van toepassing
op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of
in aanmerking is gebracht voor inkomenssuppletie.
-5. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat de toepasselijkheid van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het eerste lid:
a. met betrekking tot
voorzieningen op grond van artikel 57, eerste en tweede lid, onderdeel b, van
die wet
met ingang van een bij die regeling te bepalen datum eindigt;
b. met betrekking tot
voorzieningen op grond van artikel 57, tweede lid, onderdeel c, toegekend aan
personen die buiten het Rijk verblijven, wordt voortgezet indien voor de
voortzetting van deze voorziening een nieuw besluit van het Landelijk
instituut sociale verzekeringen noodzakelijk is.
Art. 76.
Overgangsbepaling artikel 60, 62, 63 en 64 WAO [MvT]
-1. Artikel 60 van de WAO
en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijven van toepassing
op de persoon aan wie vóór die datum loonsuppletie is toegekend,
zolang die suppletie duurt. [MvT]
-2. Artikel 62 van de WAO
en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijven van toepassing
op de werkgever aan wie vóór die datum een loonkostensubsidie is
toegekend, zolang die subsidie duurt. [MvT]
-3. Artikel 63 van de WAO
en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijven van toepassing
op de persoon aan wie vóór die datum een reïntegratie-uitkering is
toegekend, zolang de in het vijfde lid van dat artikel bedoelde periode van
ten hoogste drie maanden niet is verstreken. [MvT]
-4. Artikel 64 van de WAO,
zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet, blijft van toepassing op de financiering van de kosten
van opleiding of scholing die vóór die datum door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen werden gefinancierd, zolang die financiering niet
geheel heeft plaatsgevonden. [MvT]
Art. 77.
Overgangsbepaling reïntegratie-instrumenten werkgever [MvT]
-1. Het verstrekken van een
subsidie aan de werkgever voor kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel
15 vindt niet plaats voor zover ter zake
van deze voorzieningen
artikel 75, eerste of tweede lid, toepassing vindt.
-2. Het verstrekken van een
subsidie in de vorm van een herplaatsingsbudget als bedoeld in artikel 16
of
een pakket op maat als bedoeld in artikel 18 vindt niet
plaats indien de in artikel 16 bedoelde hervatting in een andere functie is
aangevangen of overeengekomen voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze
wet.
-3. Het verstrekken van een
subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17
of een pakket op maat als bedoeld in artikel 18 vindt niet
plaats indien een dienstbetrekking is aangevangen of aangegaan voorafgaande aan
de inwerkingtreding van deze wet.
Art. 78.
Overgangsbepaling reïntegratie-instrumenten arbeidsgehandicapten
[MvT]
-1. Toekenning van
voorzieningen als bedoeld in artikel 22 en 31
en van toelagen als bedoeld in
artikel 28 vindt uitsluitend plaats voor zover ten aanzien van de
arbeidsgehandicapte artikel 75, eerste of derde lid, geen toepassing
vindt of ten
aanzien van de werkgever van de arbeidsgehandicapte werknemer artikel
75, tweede
lid, geen toepassing vindt. De eerste zin is van
overeenkomstige toepassing op de verstrekking van een subsidie in de vorm van een
persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 33.
-2. Toekenning van een
reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, vindt
uitsluitend plaats indien de werkzaamheden op een proefplaats of de scholing
of opleiding zijn aangevangen op of na de dag waarop deze wet in werking
treedt.
-3. Toekenning van
inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 29 vindt uitsluitend plaats aan een
persoon die op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet
arbeidsgehandicapte is geworden in de zin van artikel 2.
-4. Toekenning van
loonsuppletie als bedoeld in artikel 32 vindt uitsluitend plaats ter
zake
van een dienstbetrekking die is aangevangen op of na de dag waarop deze wet
in werking treedt.
Art. 79.
Overgangsbepaling Reïntegratiefonds [MvT]
-1. Na inwerkingtreding van
deze wet komen ten laste van het Reïntegratiefonds:
a. de op grond van artikel
57, 57a, 58 en 59b van de AAW
toegekende voorzieningen, vergoedingen, toelagen en inkomenssuppleties, bedoeld
in artikel 75;
b. de op grond van artikel
60, 62, 63 en
64 van de WAO toegekende loonsuppleties, loonkostensubsidies, reïntegratie-uitkeringen en kosten
van scholing of opleiding,
bedoeld in artikel 76.
-2. De middelen tot dekking
van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld
in het eerste lid, onderdeel a, worden verkregen uit een bijdrage
uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.
-3. De middelen tot dekking
van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld
in het eerste lid, onderdeel b, worden verkregen uit een bijdrage
uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
-4. Ten laste van het
Reïntegratiefonds kunnen komen bij ministeriële regeling te bepalen kosten
verband houdende met de invoering van deze wet, die betrekking hebben
op:
a. de taakuitoefening door
het Landelijk instituut sociale verzekering op grond van artikel
82;
b. vóór de datum van
inwerkingtreding door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen op
grond van artikel 16, tweede lid, van de Wet arbeid gehandicapte
werknemers gestarte taakuitoefening, die na de datum van inwerkingtreding
van deze wet nog voortduurt.
Art. 80.
Overgangsbepaling regres [MvT]
Artikel 49 is uitsluitend
van toepassing indien de arbeidshandicap, bedoeld in artikel
49,
eerste lid, veroorzaakt is op of na de datum van inwerkingtreding van deze
wet.
Art. 81.
Overgangsbepaling artikel 29b Ziektewet [MvT]
Artikel 29b van de ZW, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van
deze wet, blijft van toepassing op de persoon die geen
arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2.
Art. 82.
Overgangsbepaling arbeidstoeleidingstaken [MvT]
-1. In verband met de
intrekking van de Wet arbeid gehandicapte werknemers kan met het oog
op een goede overgang van taken van het Landelijk
instituut sociale verzekeringen naar gemeenten en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
bij ministeriële regeling worden bepaald dat de taakuitoefening van het Landelijk instituut sociale verzekeringen op
grond van deze wet zich mede
uitstrekt tot de bevordering van de inschakeling in het
arbeidsproces van arbeidsgehandicapten als bedoeld in artikel 12 en
13 voor
wie vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel
16,
tweede en derde lid, van de Wet arbeid gehandicapte werknemers een
aanvang is gemaakt met arbeidsbemiddeling.
-2. In de ministeriële
regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald in hoeverre
uitoefening van de taak van het Landelijk instituut sociale verzekeringen zich
uitstrekt tot het verstrekken van instrumenten als bedoeld in deze wet door
dit instituut in plaats van door de gemeenten of de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 83.
Overgangsbepaling artikel 75a WAO [MvT]
Onder
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 75a, derde lid, van de
WAO wordt
uitsluitend verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend aan een werknemer
ter zake van arbeidsongeschiktheid uit een dienstbetrekking die
op of na 1 januari 1998 is aangegaan.
Art. 84.
Overgangsbepaling artikel 76f WAO [MvT]
Onder
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 76f, vierde lid, onderdeel
c, van de WAO wordt uitsluitend
verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering
toegekend aan een werknemer ter zake van arbeidsongeschiktheid
uit een dienstbetrekking die op of na 1 januari 1998 is aangegaan.
Art. 85.
Beschikkingen
reïntegratie-instrumenten WAO en AAW [MvT]
-1. Beschikkingen op grond
van artikel 60, 62,
63 en 64 van de WAO worden na inwerkingtreding
van deze wet aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.
-2. Beschikkingen op grond
van artikel 57, 57a, 58 en 59b van de AAW
worden na inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als beschikkingen
op grond van deze wet.
Art. 86.
Beschikkingen
Wet arbeid gehandicapte werknemers [MvT]
Beschikkingen op grond van
artikel 6 en 8 van de Wet arbeid gehandicapte werknemers, zoals deze wet
luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden na de
inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als beschikkingen
op grond van deze wet.
Art. 87.
Titel 4.2 van
de Algemene wet bestuursrecht [MvT]
Titel 4.2 van de Algemene
wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken als bedoeld in
dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK
12
Slotbepalingen
Art. 88.
Vervallen
artikel 4, 57, 57a, 58 en 59b AAW
Artikel 4, 57, 57a, 58 en 59b van de AAW
vervallen.
Art. 89.
Intrekking Wet
arbeid gehandicapte werknemers
De Wet arbeid gehandicapte
werknemers wordt ingetrokken.
Art. 90.
Zolang artikel 46, zesde
lid, van deze wet niet in werking is getreden, wordt aan het tweede lid van
dat artikel een zin toegevoegd, luidende:
Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen stelt regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Art. 91.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet houdende wijzigingen van het
Wetboek van
Strafrecht en
andere wetten met het oog op
de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige
strafbepalingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te
voldoen aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken
(concentratie strafbaarstelling frauduleuze
gedragingen; Kamerstukken 23
993) tot wet wordt verheven en in werking is getreden, vervallen de
artikelen 54, 55, 56 en 58 en wordt aan
artikel 57 een zin toegevoegd,
luidende:
De in de eerste zin bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.
Art. 92.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 19 juni 1998, Stb. 1998, 369, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 1998, met uitzondering van artikel
46, zesde lid, en artikel 88 voor zover dat betrekking heeft op artikel
57, eerste lid (blindengeleidehond) en tweede lid, onderdeel k
(doventolk), van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, welke artikelen
op een later bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking
treden (zie daartoe het Besluit
van 19 juni 1998), red.
Art. 93.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
23 april 1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de zesentwintigste
mei 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|