|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 264.
Handelingen II 1997-1998, blz. 1101-1134, 1352-1372, 1668-1687, 1915.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 264 (133, 133a, 133b, 133c, 132f).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1488-1504, 1508-1526 en vergadering d.d.
12 mei 1998.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 14 mei 1998, Stb.
1998, 306, houdende regels voor de niet-openbare
arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van
arbeidskrachten (Wet allocatie arbeidskrachten
door intermediairs). Inwerkingtreding: 1 juli 1998 (Stb.
1998, 384).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de wettelijke regulering
betreffende de niet-openbare arbeidsbemiddeling in een aparte wet onder te
brengen, omdat dit niet meer past bij de regulering in de
Arbeidsvoorzieningswet 1996, en dat de algemene vergunningsplicht voor het
ter beschikking stellen van arbeidskrachten wordt afgeschaft, maar dat
wel enige regulering op het terrein van het ter beschikking stellen van
arbeidskrachten dient te worden vastgelegd;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
1
Inleidende
bepalingen
Art. 1.
Begripsbepalingen [MvT]
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996;
b. het Centraal Bestuur: het
Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 12 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996;
c. Onze Minister: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. arbeidsbemiddeling:
dienstverlening in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van een
werkgever, een werkzoekende, dan wel beiden, inhoudende het
behulpzaam zijn bij het zoeken van arbeidskrachten onderscheidenlijk
arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst
naar burgerlijk recht dan wel een aanstelling tot ambtenaar
wordt beoogd;
e. ter beschikking stellen
van arbeidskrachten: het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder
diens toezicht of leiding,
anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst,
verrichten van arbeid;
f. onderneming: de
onderneming, bedoeld in de Wet
op de ondernemingsraden.
-2. In afwijking van het
eerste lid, onderdeel d, wordt onder arbeidsbemiddeling niet verstaan: het
openbaar maken van gegevens betreffende werkzoekenden of
arbeidsplaatsen door middel van drukpers, radio, televisie of een ander
communicatiemedium.
-3. In afwijking van het
eerste lid, onderdeel e, wordt onder ter beschikking stellen van
arbeidskrachten niet verstaan:
a. het ten behoeve van een
geleverde zaak of tot stand gebracht werk ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
b. het bij wijze van
hulpbetoon zonder winstoogmerk ter beschikking stellen van
arbeidskrachten
die bij degene die hen ter beschikking stelt, ten behoeve van arbeid in
diens onderneming in dienst zijn;
c. het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het verrichten van arbeid in een
onderneming die door dezelfde ondernemer in stand wordt gehouden als die de
arbeidskrachten ter beschikking stelt.
-4. Met arbeidsbemiddeling
wordt gelijkgesteld de dienstverlening met het doel de totstandkoming
van overeenkomsten tot het verrichten van arbeid, niet zijnde
arbeidsovereenkomsten, te bevorderen ten behoeve van beroepsbeoefenaars op
het gebied van kunsten, amusement en beroepssport.
HOOFDSTUK
2
Arbeidsbemiddeling
Art. 2.
Vergunning voor
niet-openbare arbeidsbemiddeling [MvT]
-1. Het is slechts toegestaan
met vergunning van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
arbeidsbemiddeling te verlenen.
-2. Het eerste lid geldt niet
voor zover arbeidsbemiddeling ingevolge de wet wordt verleend.
Art. 3.
Verplichtingen
vergunninghouder [MvT]
-1. De vergunninghouder
bedingt voor de verleende arbeidsbemiddeling geen tegenprestatie van de werkzoekende.
-2. Voor zover aan hem bekend
is of redelijkerwijs bekend kan zijn dat in een bedrijf of onderneming,
of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of
bedrijfsbezetting bestaat, verleent de vergunninghouder geen bemiddeling tot het
plaatsen van werkzoekenden in dat bedrijf of die onderneming, of wel dat
gedeelte daarvan, waar de werkstaking, uitsluiting of
bedrijfsbezetting heerst.
-3. De vergunninghouder
verleent aan alle personen die tot de categorieën behoren die hij
bemiddelt
zijn diensten gelijkelijk.
Art. 4.
Vergunning voor
bepaalde categorieën [MvT]
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld voor de vergunning tot arbeidsbemiddeling, bedoeld in dit hoofdstuk, van
bepaalde categorieën van
werkzoekenden of werkgevers. Deze regels hebben in ieder geval
betrekking op arbeidsbemiddeling als bedoeld in artikel 1, vierde lid.
Art. 5.
Beschikkingsbevoegdheid [MvT]
-1. Het Centraal Bestuur
beslist over het verlenen van de vergunning.
-2. Het Centraal Bestuur
stelt regels vast omtrent de voorschriften die aan de vergunninghouder
worden opgelegd.
-3. De regels, bedoeld in het
tweede lid, betreffen in elk geval de administratie die de
vergunninghouder voert en de gegevens die hij minstens eenmaal per jaar
verstrekt aan het Centraal Bestuur ten behoeve van een doelmatig toezicht
op de naleving van dit hoofdstuk.
Art. 6.
Weigering
vergunning [MvT]
Het Centraal Bestuur weigert
slechts de vergunning indien gegronde vrees bestaat dat artikel 3
en de regels, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zullen worden overtreden of
dat anderszins het belang van goede verhoudingen op de
arbeidsmarkt of het belang van de betrokken arbeidskrachten zal worden
geschaad.
Art. 7.
Intrekking
vergunning [MvT]
Het Centraal Bestuur kan de
vergunning intrekken, indien:
a. de verstrekte gegevens
zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere
beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens
bekend waren geweest;
b. de vergunninghouder in
strijd handelt met artikel 3 of met de regels, bedoeld in
artikel 5, tweede
lid, of anderszins schade toebrengt aan het belang van goede
verhoudingen op de arbeidsmarkt of de belangen van de betrokken
arbeidskrachten, hetzij indien gegronde vrees bestaat voor zodanig handelen.
HOOFDSTUK
3
Ter
beschikking stellen van arbeidskrachten
Art. 8.
Loonverhoudingsnorm [MvT]
-1. Degene die
arbeidskrachten ter beschikking stelt is aan deze arbeidskrachten loon en
overige vergoedingen verschuldigd overeenkomstig het loon en de overige
vergoedingen die worden toegekend aan werknemers werkzaam in
gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming bij welke de
terbeschikkingstelling plaatsvindt.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien in een collectieve arbeidsovereenkomst, van
toepassing op de onderneming die de arbeidskracht ter
beschikking stelt, of bij of krachtens wet is bepaald welk loon en overige
vergoedingen degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt aan die
arbeidskrachten verschuldigd is.
-3. Het eerste lid is
eveneens niet van toepassing indien op de onderneming bij welke de terbeschikkingstelling
plaatsvindt een collectieve arbeidsovereenkomst van
toepassing is die bepalingen bevat op grond waarvan de werkgever zich
ervan moet verzekeren dat aan arbeidskrachten die aan zijn onderneming ter
beschikking zijn gesteld loon en overige vergoedingen worden
betaald overeenkomstig de bepalingen van die collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 9.
Verbod
tegenprestatie arbeidskracht
Bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten wordt voor de terbeschikkingstelling geen
tegenprestatie bedongen van de arbeidskracht die ter beschikking wordt
gesteld.
Art. 10.
Verbod ter
beschikking stellen bij arbeidsconflict [MvT]
Degene die arbeidskrachten
ter beschikking stelt, stelt, voor zover hem bekend is of redelijkerwijze
bekend kan zijn dat in een bedrijf of onderneming, of een gedeelte daarvan, een
werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting bestaat, geen
arbeidskrachten ter beschikking voor het verrichten van werkzaamheden
in dat bedrijf of die onderneming, ofwel dat gedeelte daarvan, waar
de werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.
Art. 11.
Informatie
veiligheid [MvT]
Degene die arbeidskrachten
ter beschikking stelt, verschaft aan degene die ter beschikking wordt
gesteld informatie over de verlangde beroepskwalificatie alsmede het document, bedoeld
in artikel 4, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet,
voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt.
Art. 12.
Speciaal regime [MvT]
-1. Indien het belang van
goede verhoudingen op de arbeidsmarkt of het belang van de betrokken arbeidskrachten bescherming behoeven, worden
bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur voor één of meer bepaalde sectoren van het
bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt regels gesteld voor het
ter beschikking stellen van arbeidskrachten.
-2. Ter bescherming van in
het eerste lid genoemde belangen kan bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur bepaald worden dat het ter beschikking stellen van
arbeidskrachten in één of meer bepaalde sectoren van het bedrijfsleven of
segmenten van de arbeidsmarkt slechts is toegestaan met vergunning
van Onze Minister.
HOOFDSTUK
4
Onderzoek
en toezicht
Art. 13.
Aanwijzing
toezichthouders [MvT]
-1. Met het toezicht op de
naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij
besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
-2. Van een besluit als
bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Art. 14.
Bevoegdheden
toezichthouders [MvT]
De toezichthouders zijn
bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning
binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. Zij beschikken niet
over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en
5:19 van
de Algemene wet bestuursrecht.
Art. 15.
Onderzoek op
terrein ter beschikking stellen van arbeidskrachten [MvT]
Indien uit onderzoek naar de
naleving van hoofdstuk 3 blijkt dat niet aan de daar genoemde
artikelen wordt voldaan, doet Onze Minister
hiervan mededeling aan de
betrokken arbeidskracht, voor zover het zijn aanspraken betreft, aan de
betrokken werkgever, aan de ondernemingsraad of
personeelsvertegenwoordiging en aan de daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking
komende organisaties van werkgevers en werknemers. De mededeling
aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en aan organisaties van
werkgevers en werknemers bevat geen gegevens waaruit
de identiteit van de in het onderzoek betrokken werknemers kan worden afgeleid.
HOOFDSTUK
5
Wijziging
van andere wetten
Art. 16.
Aansprakelijkheid van inleners voor betaling premie [MvT]
De Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 16a
komt te
luiden:
Art. 16a. [MvT]
-1. Ingeval een werknemer met
instandhouding van de dienstbetrekking tot zijn werkgever, de
uitlener, door deze ter beschikking is gesteld aan een derde, de inlener, om
onder diens toezicht of leiding werkzaam te zijn, is de inlener hoofdelijk
aansprakelijk voor de premie en de voorschotpremie welke de uitlener is
verschuldigd in verband met het verrichten van die werkzaamheden door
die werknemer.
-2. Onder inlener wordt mede
verstaan:
a. de doorlener, zijnde
degene aan wie een werknemer ter beschikking is gesteld en die deze
werknemer vervolgens ter beschikking stelt aan een derde om onder diens
toezicht of leiding werkzaam te zijn;
b. de in onderdeel a
bedoelde derde aan wie door een doorlener een werknemer ter beschikking is
gesteld om onder toezicht of leiding van die derde werkzaam te zijn.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel wordt de verhoging, bedoeld in artikel
12, tweede lid, niet
als premie beschouwd.
-4. Indien een inlener
ingevolge een schriftelijke overeenkomst met de uitlener ten behoeve van de
voldoening van socialeverzekeringspremies, loonbelasting en
omzetbelasting in verband met het verrichten van werkzaamheden door een ter
beschikking gestelde werknemer, alsmede dat ter beschikking stellen,
een bedrag heeft overgemaakt op een rekening die door die uitlener ten
behoeve van de betaling van socialeverzekeringspremies, loonbelasting en
omzetbelasting wordt gehouden bij een kredietinstelling die is geregistreerd ingevolge artikel 52, tweede lid,
onderdeel a, b of c, van de Wet
toezicht kredietwezen 1992, wordt het bedrag waarvoor de
aansprakelijkheid van de inlener uit hoofde van het eerste en tweede lid en van artikel
34, eerste en tweede lid, van de Invorderingswet
1990 met betrekking tot die
werkzaamheden en dat ter beschikking stellen in eerste aanleg bestaat,
verminderd met dat overgemaakte bedrag.
-5. Het vierde lid is niet
van toepassing voor zover de inlener wist of redelijkerwijs moest
vermoeden dat de uitlener in gebreke zou blijven het op de in dat lid bedoelde
rekening gestorte bedrag aan te wenden voor de betaling van
socialeverzekeringspremies, loonbelasting of omzetbelasting.
-6. De aansprakelijkheid op
grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de premie of
voorschotpremie verschuldigd door de uitlener, indien aannemelijk
is dat de niet-betaling door de uitlener noch aan hem, noch aan een inlener
is te wijten.
-7. De inlener die hoofdelijk
aansprakelijk is, kan slechts worden aangesproken wanneer de
uitlener met de betaling van de premie of de voorschotpremie in gebreke
is.
-8. De artikelen 10 tot en
met 16 zijn ten aanzien van de inlener van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat in artikel 10, onderdeel
a, in plaats van "een
loonadministratie te voeren" wordt gelezen: een administratie te
voeren aan
de hand waarvan het door de werknemer genoten loon kan worden
vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen voor dit artikellid nadere
regels worden gesteld.
-9. De inlener wordt ter zake
van de toepassing van de artikelen 10 tot en met
16, alsmede ter zake van
het instellen van bezwaar en beroep tegen een beslissing betreffende
verschuldigde premie, mede als werkgever in de zin van deze wet
beschouwd.
-10. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing
van het vierde lid.
-11. Dit artikel is niet van
toepassing indien de werkzaamheden die door de ter beschikking gestelde
werknemer zijn verricht ondergeschikt zijn aan een tussen de uitlener
en de inlener, dan wel tussen de doorlener en de inlener, gesloten
overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak.
2. Aan artikel 16f
wordt een
lid toegevoegd, luidende: [MvT]
-4. Indien verhaal op de
uitlener door een inlener die ingevolge artikel
16a premie of
voorschotpremie heeft voldaan geheel of gedeeltelijk onmogelijk blijkt en ter
zake van de niet-betaalde premie of voorschotpremie twee of meer inleners
ingevolge dat artikel hoofdelijk aansprakelijk zijn, dragen dezen onderling
voor gelijke delen in het onverhaald gebleven deel bij. In
afwijking in zoverre van de vorige volzin bedraagt de bijdrage niet meer dan het
bedrag waarvoor ieders aansprakelijkheid ingevolge artikel
16a bestaat. Een als gevolg van de toepassing van de vorige volzin ontstaan
tekort wordt met inachtneming van de eerste volzin over de anderen verdeeld.
Degene die meer heeft bijgedragen dan overeenkomt met zijn op de
voet van de vorige volzinnen bepaalde aandeel heeft voor dat
meerdere verhaal op degene die minder dan zijn dienovereenkomstig bepaalde
aandeel heeft bijgedragen. Blijkt verhaal op één of meer van degenen op
wie verhaal kan worden genomen geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan
wordt dat tekort met inachtneming van de voorgaande volzinnen over de
anderen verdeeld.
3. Indien het bij
koninklijke boodschap van 28 september 1996 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de
Invorderingswet 1990 in verband met de invoering van de opdrachtgeversaansprakelijkheid en de kopersaansprakelijkheid in de
confectiesector en invoering
van een vrijwaringsregeling in de ketenaansprakelijkheid (Kamerstukken 25 035) tot
wet is verheven en in werking is getreden, wordt in de eerste
volzin van artikel 16f na "artikel" ingevoegd:
16a,. [MvT]
Art. 17.
Aansprakelijkheid van inleners voor betaling belasting [MvT]
De Invorderingswet
1990 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 34 komt te
luiden:
Art. 34. [MvT]
-1. Ingeval een werknemer met
instandhouding van de dienstbetrekking tot zijn inhoudingsplichtige,
de uitlener, door deze ter beschikking is gesteld aan een derde, de
inlener, om onder diens toezicht of leiding werkzaam te zijn, is de
inlener hoofdelijk aansprakelijk voor de loonbelasting welke de uitlener
verschuldigd is in verband met het verrichten van die werkzaamheden door
die werknemer alsmede voor de omzetbelasting welke de uitlener, dan wel
- ingeval doorlening plaatsvindt - de in het tweede lid bedoelde
doorlener verschuldigd is in verband met dat ter beschikking stellen.
-2. Onder inlener wordt mede
verstaan:
a. de doorlener, zijnde
degene aan wie een werknemer ter beschikking is gesteld en die deze
werknemer vervolgens ter beschikking stelt aan een derde om onder diens
toezicht of leiding werkzaam te zijn;
b. de in onderdeel a
bedoelde derde aan wie door een doorlener een werknemer ter beschikking is
gesteld om onder toezicht of leiding van die derde werkzaam te zijn.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel wordt niet als belasting beschouwd de verhoging, bedoeld in de
artikelen 21 en 22 van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
-4. Indien een inlener
ingevolge een schriftelijke overeenkomst met de uitlener ten behoeve van de
voldoening van loonbelasting, omzetbelasting en socialeverzekeringspremies in verband met het verrichten van werkzaamheden door een ter
beschikking gestelde werknemer, alsmede met dat ter beschikking stellen, een bedrag heeft overgemaakt op een rekening die door die
uitlener ten behoeve van de betaling van loonbelasting, omzetbelasting en
socialeverzekeringspremies wordt gehouden bij een kredietinstelling
die is geregistreerd ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdeel a,
b of c,
van de Wet
toezicht kredietwezen 1992, wordt het bedrag waarvoor de
aansprakelijkheid van de inlener uit hoofde van het eerste en tweede lid,
alsmede artikel 16a, eerste en tweede lid, van de
Coördinatiewet Sociale
Verzekering, met betrekking tot die werkzaamheden en dat ter
beschikking stellen in eerste aanleg bestaat, verminderd met dat overgemaakte bedrag.
-5. Het vierde lid is niet
van toepassing voor zover de inlener wist of redelijkerwijs moest
vermoeden dat de uitlener in gebreke zou blijven het op de in dat lid bedoelde
rekening gestorte bedrag aan te wenden voor de betaling van loonbelasting,
omzetbelasting of socialeverzekeringspremies.
-6. De aansprakelijkheid op
grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de
loonbelasting en de omzetbelasting verschuldigd door de uitlener, indien
aannemelijk is dat het niet betalen door de uitlener noch aan hem, noch aan een
inlener is te wijten.
-7. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing
van het vierde lid.
-8. Dit artikel is niet van
toepassing indien de werkzaamheden die door de ter beschikking gestelde
werknemer zijn verricht ondergeschikt zijn aan een tussen de uitlener
en de inlener, dan wel tussen de doorlener en de inlener, gesloten
overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak.
2. In artikel 55 wordt,
onder vernummering van het eerste tot en met derde lid tot tweede tot en
met vierde lid, een eerste lid ingevoegd, luidende: [MvT]
-1. Indien verhaal op de
uitlener door een inlener die ingevolge artikel 34 belasting heeft voldaan
geheel of gedeeltelijk onmogelijk blijkt en ter zake van de belastingschuld
twee of meer inleners ingevolge dat artikel hoofdelijk aansprakelijk
zijn, dragen dezen onderling voor gelijke delen in het onverhaald gebleven deel
bij. In afwijking in zoverre van de vorige volzin bedraagt de bijdrage
niet meer dan het bedrag waarvoor ieders aansprakelijkheid ingevolge
artikel 34 bestaat. Een als gevolg van de toepassing van de vorige
volzin ontstaan tekort wordt met inachtneming van de eerste volzin over de
anderen verdeeld. Degene die meer heeft bijgedragen dan overeenkomt
met zijn op de voet van de vorige volzinnen bepaalde aandeel heeft voor
dat meerdere verhaal op degene die minder dan zijn dienovereenkomstig
bepaalde aandeel heeft bijgedragen. Blijkt verhaal op één of meer van
degenen op wie verhaal kan worden genomen geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan wordt dat tekort met inachtneming
van de voorgaande volzinnen
over de anderen verdeeld.
3. Indien het bij
koninklijke boodschap van 28 september 1996 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de
Invorderingswet 1990 in verband met de invoering van de opdrachtgeversaansprakelijkheid en de kopersaansprakelijkheid in de
confectiesector en invoering
van een vrijwaringsregeling in de ketenaansprakelijkheid (Kamerstukken 25 035) tot
wet is verheven en in werking is getreden, wordt in de eerste
volzin van artikel 55 na "33, eerste lid, onderdeel a, b of
c,"
ingevoegd: 34,. [MvT]
Art. 18.
Wijziging Wet op
de economische delicten [MvT]
In artikel 1, onder 4º,
van de Wet
op de economische delicten wordt "de
Arbeidsvoorzieningswet, de artikelen 82, eerste lid, 83, 85, 86 eerste lid, 90, 91, 93
eerste lid, en 94, eerste lid." vervangen door: de Wet allocatie arbeidskrachten
door intermediairs, de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 12, tweede
lid.
Art. 19.
Wijziging
Arbeidsvoorzieningswet en Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996
[MvT]
1. Artikel 1, eerste lid, onderdeel h en
i, tweede, derde en vierde lid, en de paragrafen 3 en 4 van afdeling 2 van hoofdstuk III van de Arbeidsvoorzieningswet
vervallen.
2. De artikelen
19, 20, 21
en 34 van de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 vervallen.
HOOFDSTUK
6
Overige en
slotbepalingen
Art. 20.
Beroep
Tegen een op grond van deze
wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het
College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Art. 21.
Publicatie
regels
Regelingen van het Centraal Bestuur op grond van deze wet worden in de
Staatscourant geplaatst.
Art. 22.
Overgang [MvT]
De vergunningen op grond van afdeling 2 van hoofdstuk III, paragraaf 3, van de
Arbeidsvoorzieningswet, zoals die bepalingen vóór de datum van inwerkingtreding van
deze wet luidden, die na de datum van inwerkingtreding van deze
wet voortduren, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding
van deze wet aangemerkt als vergunningen op grond van hoofdstuk 2 van
deze wet.
Art. 23.
Evaluatie [MvT]
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze
wet aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Art. 24.
Tijdstip
inwerkingtreding
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.
Art. 25.
Tijdelijke
werking voor arbeidsbemiddeling in culturele en sportsector [MvT]
Artikel 1, vierde lid, en de
tweede volzin van artikel 4 vervallen op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 24 juni 1998, Stb. 1998, 384, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 1998, red.
Art. 26.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
14 mei 1998
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de vierde
juni
1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|