|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 721.
Handelingen II 1997-1998, blz. 4737-4749, 4775-4785, 4984.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 721 (303, 303a, 303b, 303c, 303d).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 23 juni 1998.
WET van 24 juni 1998, Stb.
1998, 370, tot wijziging van de Wet
op de loonbelasting 1964, de Wet
op de vennootschapsbelasting 1969 en de Coördinatiewet
Sociale Verzekering (aanpassing heffing ter zake van
aandelenoptierechten). Inwerkingtreding: 26 juni 1998.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de regeling in de loonbelasting en vennootschapsbelasting
ter zake van aandelenoptierechten welke in het kader van de
dienstbetrekking zijn verkregen, aan te passen en een aanpassing in de Coördinatiewet
Sociale Verzekering aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art.
III.
Aan artikel 8, tweede lid, van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt toegevoegd: Met betrekking tot de
waardering van niet ter beurze genoteerde aandelenoptierechten worden
bij ministeriële regeling regels gesteld.
Art.
IV.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang
van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst.
-2. Met betrekking tot aandelenoptierechten
die zijn overeengekomen vóór de dag waarop deze wet in werking treedt,
blijven:
a. de regels met betrekking tot
aandelenoptierechten van de Wet
op de loonbelasting 1964 zoals die
luidden op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze wet in werking
treedt van kracht;
b. de regels met betrekking tot
aandelenoptierechten krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 zoals die
luidden op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze wet in werking
treedt van kracht voor de duur van vijf jaren met ingang van de dag
waarop deze wet in werking treedt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 juni 1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de vijfentwintigste
juni 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|