|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 336.
Handelingen II 1997-1998, blz. 3363.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 336 (292, 292a, 292b).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 9 juni 1998.
WET van 11 juni 1998, Stb.
1998, 394, houdende regels ter afwending van de gevaren van
infectieziekten (Infectieziektenwet). Inwerkingtreding: 1 april
1999 (Stb. 1999, 143).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het vanuit het oogpunt van de volksgezondheid
noodzakelijk is voorzieningen te treffen ter afwending van de gevaren die
voortvloeien uit het optreden van infectieziekten bij mensen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Algemene wet
bestuursrecht relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
VII
Overige
bepalingen
Art. 39.
Onderdeel H van de bijlage
bij de Algemene wet bestuursrecht komt te luiden:
H. Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
1. De artikelen 20, eerste
lid, 38, 39 en 40 en hoofdstuk IV van de Wet
bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
2. De artikelen 14 en 16 van
de Infectieziektenwet.
Art. 43.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 19 maart 1999,
Stb. 1999, 143, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald
op 1 april 1999, red.
Art. 44.
Deze wet wordt aangehaald
als: Infectieziektenwet.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
11 juni 1998
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de zevende
juli
1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|