|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 477.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2300-2325, 2351-2357, 2393-2395.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 477 (159, 159a, 159b, 159c, 159d, 159e).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1643-1663.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 11 juni 1998, Stb.
1998, 411, houdende bepalingen inzake de financiering van de
loopbaanonderbreking (Wet financiering loopbaanonderbreking).
Inwerkingtreding: 1 oktober 1998 (Stb.
1998, 544).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het,
ter ondersteuning van afspraken die door werkgevers en werknemers in het
bedrijfsleven en de collectieve sector worden gemaakt om werknemers de
mogelijkheid te bieden met instandhouding van de arbeidsovereenkomst hun
loopbaan tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, te onderbreken, wenselijk is
om wettelijke regels te stellen om werknemers die verlof opnemen onder
bepaalde voorwaarden een financiële tegemoetkoming te verlenen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepalingen
Art. 1.
Begripsomschrijvingen [MvT]
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verlof: een, met
instandhouding van de arbeidsovereenkomst, gehele of gedeeltelijke
onderbreking van de arbeid ten behoeve van zorg of educatie waaronder mede
wordt verstaan het vergroten van de arbeidskwalificatie;
b. verlofganger: de
werknemer die op grond van een wettelijk recht of een overeenkomst met zijn
werkgever verlof opneemt;
c. vervanger: de persoon
die, ter vervanging van één of meer verlofgangers:
1º. in dienst treedt van de
werkgever waarbij de verlofganger in dienst is en:
a. als werkzoekende staat
ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996; en
b.¹ een uitkering krachtens
de Werkloosheidswet, de Algemene
nabestaandenwet, de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten ontvangt dan wel een naar aard en strekking
daarmee overeenkomende uitkering; of
c. algemene bijstand
krachtens de Algemene bijstandswet ontvangt, dan wel een uitkering
krachtens de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; of
d. gedurende twee jaar
voorafgaand aan de vervanging niet meer dan 50 dagen of 400 uur op
jaarbasis arbeid heeft verricht;
2º. aan de werkgever
waarbij de verlofganger in dienst is ter beschikking wordt gesteld
door een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die ten doel
heeft om uitkeringsgerechtigden als bedoeld onder 1º in dienst te nemen
en deze ter beschikking te stellen aan andere werkgevers;
d. Onze Minister: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
e. Landelijk instituut
sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale
verzekeringen,
bedoeld in artikel 30 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997;
f. Algemeen
Werkloosheidsfonds: het fonds, bedoeld in artikel 103 van de
Werkloosheidswet.
-2. Bij ministeriële
regeling kan het aantal personen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
c,
onder 1º, onder d, dat jaarlijks als vervanger voor de toepassing van deze wet
in aanmerking kan worden gebracht, worden gemaximeerd.
1. Zie artikel
19, red.
HOOFDSTUK
2
Financiële
tegemoetkoming
Art. 2.
Toekenning
financiële tegemoetkoming [MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen kent aan de verlofganger op diens aanvraag een
financiële tegemoetkoming toe indien aan de in het tweede lid genoemde
voorwaarden is voldaan. Een aanvraag wordt ingediend door middel van
een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen beschikbaar
gesteld aanvraagformulier.
-2. De voorwaarden voor
toekenning van een financiële tegemoetkoming zijn:
a. de verlofganger is
gedurende een periode van ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het
moment waarop hij verlof opneemt in dienst geweest bij dezelfde
werkgever. Artikel 673, eerste lid,¹ van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is van
overeenkomstige toepassing;
b. de verlofganger heeft
gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden voorafgaand
aan het moment waarop hij verlof opneemt geen financiële
tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid ontvangen;
c. de tussen de werkgever en
de verlofganger overeengekomen verlofperiode bedraagt
minimaal twee maanden;
d. het tussen de werkgever
en de verlofganger overeengekomen verlof bedraagt ten minste de helft
van de wekelijkse arbeidsduur van de verlofganger;
e. de werkgever sluit een
arbeidsovereenkomst met een vervanger voor ten minste dezelfde periode
als waarover de verlofganger verlof opneemt en voor het aantal uren dat
de verlofganger verlof opneemt, doch voor ten minste achttien uur per week;
f. de arbeidsovereenkomst
tussen de werkgever en de vervanger vangt niet eerder aan dan één
maand vóór het begin van het verlof en niet later dan één maand daarna.
-3. De afspraak over het
begin en het einde van het verlof, alsmede over het aantal uren verlof per
week, wordt schriftelijk vastgelegd.
-4. Een vervanger mag meer
dan één verlofganger vervangen.
-5. Een verlofganger mag door
meer dan één vervanger worden vervangen.
-6. De voorwaarden gesteld in
het tweede lid, behoudens het in onderdeel e opgenomen
minimum van achttien uur per week, zijn van overeenkomstige toepassing
als er sprake is van een vervanger als bedoeld in artikel
1, eerste
lid, onderdeel c, onder 2º.
-7. Bij collectieve
arbeidsovereenkomst kan worden overeengekomen dat de termijn, bedoeld in
het tweede lid, onderdeel b, niet wordt toegepast. Indien geen
collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is of de collectieve
arbeidsovereenkomst ter zake geen bepaling bevat, kan die termijn buiten
toepassing worden gesteld indien de werkgever daartoe schriftelijk
overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het ontbreken
daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken
daarvan, met de belanghebbende werknemer.
-8. Indien het zevende lid
wordt toegepast, bedraagt de periode waarvoor een financiële
tegemoetkoming wordt toegekend ten hoogste achttien maanden.
-9. In geval van verlof ten
behoeve van de verzorging van een terminale zieke:
a. geldt de in het tweede
lid, onderdeel a, genoemde minimumperiode niet;
b. geldt de in het tweede
lid, onderdeel c, genoemde minimumperiode niet;
c. is de voorwaarde, bedoeld
in het tweede lid, onderdeel e, niet van toepassing;
d. is de voorwaarde, bedoeld
in het tweede lid, onderdeel f, niet van toepassing.
-10. Indien het negende lid
van toepassing is en een proeftijd tussen de verlofganger en de werkgever
is bedongen, geldt in afwijking van dat artikellid, onderdeel a,
juncto het tweede lid, onderdeel a, deze proeftijd als periode die ten minste
vooraf moet zijn gegaan aan het moment waarop de verlofganger
verlof opneemt ten behoeve van de verzorging van een terminale zieke.
1. Zie artikel
18, red.
Art. 3.
Aanvraag
financiële tegemoetkoming [MvT]
-1. De verlofganger dient
uiterlijk vier weken na de aanvang van het verlof een aanvraag om een
financiële tegemoetkoming in bij het Landelijk instituut sociale
verzekeringen. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen beslist binnen
dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
-2. Indien de termijn van
vier weken, bedoeld in het eerste lid, wordt overschreden, vangt de
financiële tegemoetkoming eerst aan op de eerste dag van de kalendermaand
volgend op die waarin de aanvraag is ingediend en wordt deze
slechts verleend voor de resterende duur van het verlof.
Art. 4.
Hoogte en duur
van de financiële tegemoetkoming [MvT]
-1. De financiële
tegemoetkoming wordt, met inachtneming van het tweede lid, verleend voor de
duur van het verlof, maar voor ten hoogste zes maanden. Voor ieder
opgenomen uur verlof per week bedraagt de tegemoetkoming gerekend over
één maand ƒ25,25. Met inachtneming van de vorige volzin kan de
financiële tegemoetkoming per maand in totaal niet meer bedragen
dan ƒ960,00.
-2. De financiële
tegemoetkoming wordt verleend over in de verlofperiode gelegen volle
kalendermaanden.
-3. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen keert de financiële tegemoetkoming uit na afloop
van iedere kalendermaand.
-4. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kan regels stellen inzake de berekening van de
financiële tegemoetkoming in geval van bijzondere arbeidspatronen.
-5. De bedragen, bedoeld in
het eerste lid, kunnen met ingang van 1 januari van enig jaar bij
regeling van Onze Minister worden herzien.
Art. 5.
Voortijdig einde
financiële tegemoetkoming [MvT]
De financiële
tegemoetkoming eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die
waarin de verlofganger arbeid in dienstbetrekking of in de uitoefening van een
bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep
is gaan verrichten of de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de
verlofganger is geëindigd.
Art. 6.
Geen beëindiging
financiële tegemoetkoming bij voortijdige beëindiging
vervanging [MvT]
-1. Indien de
arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger eindigt vóór het
einde van de periode van vervanging, leidt dit niet tot beëindiging van de
financiële tegemoetkoming aan de verlofganger. [MvT]
-2. De werkgever neemt voor
het resterende deel van de overeengekomen verlofperiode binnen drie
weken een nieuwe vervanger in dienst of komt met een reeds bij hem
in dienst zijnde vervanger verhoging van het aantal uren binnen dat
tijdvak overeen. [MvT]
-3. Indien de werkgever niet
binnen de in het tweede lid genoemde termijn een nieuwe vervanger
in dienst heeft genomen of met een reeds bij hem in dienst zijnde
vervanger verhoging van het aantal uren is overeengekomen, verhaalt het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op de werkgever de financiële
tegemoetkoming over de periode vanaf de datum van eindiging van de
arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger en het einde
van de overeengekomen verlofperiode. [MvT]
-4. Het besluit tot verhaal
levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [MvT]
-5. Het eerste tot en met
vierde lid is van overeenkomstige toepassing als er sprake is van een
vervanger als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
c, onder 2º.
Art. 7.
Terugvordering [MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen vordert de financiële tegemoetkoming die
onverschuldigd is betaald van de betrokken verlofganger terug. [MvT]
-2. Indien daarvoor dringende
redenen aanwezig zijn, kan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
[MvT]
-3. Het besluit tot
terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen
waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij
gebreke van tijdige betaling zal worden ten uitvoer gelegd op de wijze
als omschreven in het vijfde tot en met het zevende lid. [MvT]
-4. De verlofganger is
verplicht desgevraagd aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen de
inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. [MvT]
-5. Het besluit tot
terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [MvT]
-6. De artikelen
27g en 36b van de Werkloosheidswet zijn van overeenkomstige toepassing.
[MvT]
-7. In afwijking van het
zesde lid is artikel 27g, negende lid, van de
Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de persoon
die de verplichting, bedoeld
in het vierde lid, niet of niet behoorlijk nakomt. [MvT]
Art. 8.
Onvervreemdbaarheid [MvT]
-1. De financiële
tegemoetkoming is:
a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar voor
verpanding of belening.
-2. Volmacht tot ontvangst
van de financiële tegemoetkoming onder welke vorm of welke benaming
ook verleend, is steeds herroepelijk.
-3. Elk beding strijdig met
dit artikel is nietig.
-4. In afwijking van het
eerste tot en met derde lid betaalt het Landelijk instituut sociale
verzekeringen de financiële tegemoetkoming aan de werkgever teneinde deze
tegemoetkoming door diens tussenkomst te doen uitbetalen aan de
verlofganger, indien:
a. bij collectieve
arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke regeling is bepaald dat de werkgever
tijdens het verlof het loon aan de verlofganger geheel of gedeeltelijk
doorbetaalt; en
b. de werkgever het
Landelijk instituut sociale verzekeringen dit schriftelijk verzoekt en van
dit verzoek melding heeft gedaan aan de verlofganger.
HOOFDSTUK
3
Het
verstrekken van inlichtingen
Art. 9.
Verplichting tot
het verstrekken van inlichtingen [MvT]
-1. Indien de verlofperiode
eerder eindigt dan tussen de werkgever en de verlofganger was
overeengekomen, het aantal overeengekomen verlofuren per week wijzigt
of indien de verlofganger in de overeengekomen verlofperiode arbeid in
dienstbetrekking of als zelfstandige aanvaardt, is de
verlofganger verplicht hiervan onverwijld uit eigen beweging aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen mededeling te doen.
-2. Indien de
arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de vervanger eindigt voordat de
overeengekomen periode van vervanging is geëindigd, of indien de
werkgever niet heeft voldaan aan artikel 6, tweede lid, is die werkgever
verplicht daarvan onverwijld uit eigen beweging aan het Landelijk instituut
sociale verzekeringen mededeling te doen.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing als er sprake is van een vervanger
als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2º.
HOOFDSTUK
4
Boete
Art. 10.
Boete [MvT]
De artikelen 27a tot en met 27g
van de Werkloosheidswet zijn van overeenkomstige toepassing
op de verlofganger en de werkgever die hun verplichtingen, bedoeld in
artikel 9, eerste en tweede lid, niet nakomen.
HOOFDSTUK
5
Financiering
Art. 11.
Algemeen
Werkloosheidsfonds [MvT]
De financiële
tegemoetkoming komt ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
HOOFDSTUK
6
Wijziging
van andere wetten
Art. 12.
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 [MvT]
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 38, eerste lid,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a wordt na
de zinsnede "de Wet arbeid gehandicapte werknemers," ingevoegd: de
Wet financiering loopbaanonderbreking,.
2. In onderdeel b wordt na
de zinsnede "wetten als bedoeld in onderdeel a"
ingevoegd: ,
met uitzondering van de Wet financiering loopbaanonderbreking,.
B. [MvT]
Aan het slot van de tweede
zin van artikel 84, tweede lid, wordt de zinsnede
"en de Algemene Kinderbijslagwet" vervangen door: , de
Algemene Kinderbijslagwet en
de Wet financiering loopbaanonderbreking.
Art. 13.
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 92 worden, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een
puntkomma, drie nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:
f. de bijdrage van het Rijk
in de financiering van de Wet financiering loopbaanonderbreking;
g. de bedragen die het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ontvangt door de toepassing
van de artikelen 6, derde lid, en 7 van de Wet financiering
loopbaanonderbreking;
h. het bedrag van de
uitkeringen dat op grond van artikel 18 van de
Algemene nabestaandenwet
niet tot uitbetaling komt in verband met het ontvangen van een inkomen
als vervanger als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet
financiering loopbaanonderbreking en door de Sociale Verzekeringsbank op
grond van artikel 30, derde lid, van de Wet financiering
volksverzekeringen wordt overgeheveld naar het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
B. [MvT]
Aan artikel 93 wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een
puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
g. de financiële
tegemoetkomingen op grond van de Wet financiering loopbaanonderbreking en de
daaraan verbonden uitvoeringskosten.
Art. 14.
Wet financiering
volksverzekeringen [MvT]
Artikel 30 van de Wet
financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd,
luidende:
c. het bedrag van de
uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet dat op grond
van artikel 18 van die wet niet tot uitbetaling komt in verband
met het ontvangen van een inkomen als vervanger als bedoeld in artikel
1, onderdeel c, van de Wet financiering loopbaanonderbreking.
2. Aan het artikel wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
3. Het in het tweede lid,
onderdeel c, bedoelde bedrag wordt door de Sociale Verzekeringsbank
overgeheveld naar het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ten gunste van
het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Art. 15.
Beroepswet [MvT]
Na onderdeel 24 van
onderdeel C van de bijlage bij de Beroepswet wordt een nieuw onderdeel
ingevoegd, luidende:
24a. Wet financiering
loopbaanonderbreking.
Art. 16.
Coördinatiewet
Sociale Verzekering [MvT]
Aan artikel 6, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel z door
een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
aa. de financiële
tegemoetkoming op grond van de Wet financiering loopbaanonderbreking.
HOOFDSTUK
7
Slotbepalingen
Art. 17.
Overheidspersoneel [MvT]
Ten aanzien van degene die
krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of
publiekrechtelijke aanstelling dan wel ingevolge de Wet
sociale werkvoorziening
werkzaam is in dienst van een publiekrechtelijk lichaam, is deze wet van
overeenkomstige toepassing.
Art. 18.
Overgangsbepaling
Indien het bij koninklijke
boodschap van 7 maart 1997 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van het Burgerlijk
Wetboek, het Buitengewoon Besluit arbeidsverhoudingen
1945 en van enige andere wetten
(flexibiliteit en zekerheid)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 263) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt in artikel
2, tweede lid, onderdeel a, "Artikel 673, eerste lid," vervangen door: Artikel
668a.
Art. 19.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 1 september 1997 ingediende voorstel van wet houdende
vaststelling van nieuwe regels met betrekking tot de (re)integratie van
arbeidsgehandicapten (Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten) (Kamerstukken II 1996-1997, 25 478) tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 1º,
onder b,
vervangen door:
b. een uitkering krachtens
de Werkloosheidswet of de Algemene nabestaandenwet ontvangt of
een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering,
dan wel arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten; of.
Art. 20.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 2 september 1998, Stb. 1998, 544, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 oktober 1998, red.
Art. 21.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet financiering loopbaanonderbreking.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
11 juni 1998
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de veertiende
juli 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|