|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 618.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2300-2325 2351-2357 2394-2395.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 618 (165, 159a, 159b, 159c, 159d, 159e).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1643-1663.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 11 juni 1998, Stb.
1998, 412, tot wijziging van de Ziektewet, de WAO, de
WW en enkele
andere wetten in verband met het wegnemen van belemmeringen in
socialeverzekeringswetten bij het opnemen van onbetaald verlof.
Inwerkingtreding: 1 oktober 1998 (Stb. 1998,
554).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is bestaande belemmeringen in socialeverzekeringswetten bij
het opnemen van onbetaald
verlof weg te nemen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw
onderdeel toegevoegd, luidende:
h. onbetaald verlof: een
tussen werkgever en werknemer overeengekomen periode van verlof waarbij
op grond van artikel 6, tweede lid, geen dienstbetrekking aanwezig
is.
B. [MvT]
Artikel 6, tweede lid,
onderdeel c, vervalt.
C. [MvT]
In artikel 29, tweede lid,
onderdeel c, wordt de zinsnede "de verzekerde van wie de
dienstbetrekking" vervangen door: de verzekerde van wie de
privaatrechtelijke
dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3,.
D. [MvT]
In artikel 44 wordt, onder
vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Het eerste lid blijft
buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk voorafgaande
aan het tijdstip waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken
onbetaald verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft
genoten, behoudens voor zover het betreft ongeschiktheid tot werken in
de zin van het eerste lid, die bestond op de dag voorafgaande aan de
eerste dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt
aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking
van minder dan één maand opvolgen.
E. [MvT]
Aan artikel 46, eerste lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende:
Indien de verzekering berust op een privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld
in artikel 3, ontstaat de in
de eerste zin bedoelde aanspraak op ziekengeld eerst na het eindigen van
die dienstbetrekking.
Art.
II. Wijziging Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
[MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw
onderdeel toegevoegd, luidende:
j. onbetaald verlof: een
tussen werkgever en werknemer overeengekomen periode van verlof waarbij
op grond van artikel 6, tweede lid, geen dienstbetrekking aanwezig
is.
B. [MvT]
Artikel 6, tweede lid,
onderdeel c, vervalt.
C. [MvT]
Aan artikel 17, eerste lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende:
Indien de verzekering berust op een privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld
in artikel 3, is de eerste
zin eerst na het eindigen van die dienstbetrekking van toepassing.
D. [MvT]
Aan artikel 18, tweede lid,
worden twee zinnen toegevoegd, luidende:
De eerste zin blijft buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk
voorafgaande aan het tijdstip waarop de verzekering een aanvang nam ononderbroken onbetaald
verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft genoten,
behoudens voor zover het betreft gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de
zin van het eerste lid die bestond op de dag voorafgaande aan de eerste
dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt
aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking
van minder dan één maand opvolgen.
E. [MvT]
Artikel 30 wordt als volgt
gewijzigd:
1º. Onder vernummering van
het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Het eerste lid blijft
buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk voorafgaande
aan het tijdstip waarop de verzekering een aanvang nam ononderbroken
onbetaald verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft
genoten, behoudens voor zover het betreft arbeidsongeschiktheid in de
zin van het eerste lid die bestond op de dag voorafgaande aan de eerste
dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt
aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking
van minder dan één maand opvolgen.
2º. In het derde lid wordt
de zinsnede "De in het vorige lid" vervangen door: De in het eerste lid.
F. [MvT]
Aan artikel 75a, derde lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel b door
een puntkomma, een nieuw onderdeel c toegevoegd, luidende:
c. de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een vervanger als bedoeld in de
Wet financiering loopbaanonderbreking indien de verlofganger die
hij vervangt in de verlofperiode arbeidsongeschikt is geworden en ter
zake van
die ongeschiktheid recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft verkregen.
G. [MvT]
Aan artikel 76f, vierde lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel d door
een puntkomma, een nieuw onderdeel e toegevoegd, luidende:
e. indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een vervanger als bedoeld in
de
Wet financiering loopbaanonderbreking, indien de verlofganger die
hij vervangt in de verlofperiode arbeidsongeschikt is geworden en ter
zake
daarvan recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering
heeft verkregen.
Art.
III. Wijziging Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw
onderdeel toegevoegd, luidende:
i. onbetaald verlof: een
tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van
de arbeidstijd overeengekomen verlof waarin de werknemer geen arbeid
jegens de werkgever verricht.
B.
[MvT]
Aan artikel 16, tweede lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende:
Voor de vaststelling van de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in de eerste en
tweede zin, worden weken,
tot een maximum van 78 weken, waarin de werknemer onbetaald verlof
heeft genoten, niet in aanmerking genomen, tenzij dit leidt tot een
lager aantal uren dan wanneer die weken wel in aanmerking zouden worden genomen.
C.
[MvT]
In artikel 17a, eerste lid,
vervalt na onderdeel a het woord "of" en wordt de punt aan het eind van
onderdeel b vervangen door een puntkomma, waarna een onderdeel wordt
toegevoegd, luidende:
c. wegens het genieten van
onbetaald verlof geen arbeid heeft verricht, tot een maximum van 78 weken.
D.
[MvT]
Artikel 17b wordt als volgt
gewijzigd:
1º. Onder vernummering van
het zesde en zevende lid tot zevende en achtste lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-6. Voor de toepassing van
artikel 17, onderdeel b, onder 1º, worden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer
onbetaald verlof heeft
genoten, gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen.
2º. In het achtste lid,
onderdeel a, wordt de zinsnede "dagen waarover geen loon is
ontvangen"
vervangen door: dagen waarover, anders dan bedoeld in het zesde lid,
geen loon is ontvangen.
E.
[MvT]
Aan artikel 45, eerste lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende:
Voor de vaststelling van de periode van 26 weken, bedoeld in de eerste zin,
worden weken, tot een
maximum van 78 weken, waarin de werknemer onbetaald verlof heeft
genoten, niet in aanmerking genomen, tenzij dit leidt tot een lager verdiend
loon dan wanneer die weken wel in aanmerking zouden worden
genomen.
Art.
IV. Wijziging Ziekenfondswet [MvT]
Artikel 3, vierde lid,
onderdeel d, van de Ziekenfondswet wordt vervangen door:
d. geen rekening gehouden
met de wijzigingen van het loon die tijdens de duur van de dienstbetrekking plaatsvinden of hebben plaatsgevonden
als gevolg van het genieten
van onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel h, van de
Ziektewet of als gevolg van het genieten van ouderschapsverlof in de zin
van artikel 644 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de op de
verzekerde van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke regeling inzake onbetaald
verlof of ouderschapsverlof;.
Art. V.
Wijziging Algemene bijstandswet [MvT]
Aan artikel 9, tweede lid,
van de Algemene bijstandswet wordt, onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma, een nieuw
onderdeel toegevoegd,
luidende:
e. die onbetaald verlof
geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet of die
gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan
middelen daarvan het gevolg is, tenzij belanghebbende alleenstaande
ouder is voor wie de verplichtingen op grond van artikel
107, tweede lid, niet gelden en hij verlof geniet als
bedoeld in artikel 644 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.
VI. Wijziging Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers [MvT]
Artikel 6, eerste lid, van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
1º. Aan het eind van
onderdeel b vervalt "of".
2º. Onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma wordt een nieuw onderdeel
d toegevoegd, luidende:
d. onbetaald verlof geniet
als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet of die met
die persoon gehuwd is, ter hoogte van het bedrag van het verlies van
inkomen uit arbeid als gevolg van het genieten van dat verlof, tenzij
belanghebbende alleenstaande ouder is voor wie de verplichtingen op grond van
artikel 36, tweede lid, niet gelden en hij verlof geniet als bedoeld in artikel 644 van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek.
Art.
VII. Wijziging
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen [MvT]
Artikel 6, derde lid, van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
1º. Aan het eind van
onderdeel c vervalt "of".
2º. Onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma wordt een nieuw onderdeel
e toegevoegd, luidende:
e. onbetaald verlof geniet
als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet
of die met
die persoon gehuwd is, ter hoogte van het bedrag van het verlies van
inkomen uit arbeid als gevolg van het genieten van dat verlof, tenzij
belanghebbende alleenstaande ouder is voor wie de verplichtingen op grond van
artikel 36, tweede lid, niet gelden en hij verlof geniet als bedoeld in artikel 644 van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek.
Art.
VIII. Wijziging Toeslagenwet [MvT]
Artikel 4 van de Toeslagenwet komt als volgt te luiden:
Art. 4.
Geen recht op toeslag heeft
de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel
1, onderdeel
i, van de Werkloosheidswet of die met die persoon gehuwd is, ter
hoogte van het bedrag van het verlies van inkomen uit arbeid als
gevolg van het genieten van dat verlof.
Art.
IX. Overgangsbepaling Ziektewet [MvT]
-1. De artikelen 29 en
46 van
de Ziektewet, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de persoon
wiens aanspraak op ziekengeld is ontstaan vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, met betrekking tot die aanspraak.
-2. Artikel I, onderdeel C en
E, is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in het eerste lid.
Art.
X. Overgangsbepaling
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
-1. Artikel 17 van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van
toepassing op de persoon wiens aanspraak op arbeidsongeschiktheidsuitkering
is ontstaan vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, met betrekking
tot die aanspraak.
-2. Artikel II, onderdeel C,
is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in het eerste lid.
Art.
XI. Overgangsbepaling
Werkloosheidswet [MvT]
-1. De artikelen 16,
17a en 17b
van de
Werkloosheidswet, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet, blijven van
toepassing op de persoon wiens recht op uitkering, bedoeld in artikel 17 van de
Werkloosheidswet, is ontstaan vóór de datum van inwerkingtreding van
deze wet, met betrekking tot dat recht.
-2. Artikel III, onderdeel
B,
C en D, is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in het eerste lid.
Art.
XII. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 15 september 1998, Stb. 1998, 554, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 oktober 1998, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
11 juni 1998
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de veertiende
juli 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|