|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 25 822.
Handelingen II 1997-1998, blz. 5842.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 822 (368).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 29 juni 1998.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 1 juli 1998, Stb.
1998, 451, tot wijziging van de Algemene bijstandswet in verband met de
verlening van bijstand aan zelfstandigen die zich uit hoofde van hun
bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland bevinden.
Inwerkingtreding: 25 september 1998 (Stb. 1998,
555).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te
stellen omtrent de verlening van bijstand aan zelfstandigen, die zich
uit hoofde van hun bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland
bevinden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Na artikel 25 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 25a.
De bijstand die met
toepassing van artikel 144a wordt verleend, heeft voorlopig de vorm van een
renteloze geldlening. Het bepaalde bij en krachtens artikel
23, tweede
lid, is op deze geldlening van overeenkomstige toepassing.
B. [MvT]
Na artikel 144 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 144a.
-1. Bij zeer dringende
redenen van tijdelijke aard kan aan de zelfstandige die als
ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente is
ingeschreven en die zich uit hoofde van zijn bedrijf of beroep
tijdelijk in het buitenland bevindt, door Onze Minister bijstand worden verleend
volgens door hem te stellen regels.
-2. Hoofdstuk VI, paragraaf 2, en hoofdstuk VII zijn van toepassing op terugvordering en verhaal
van kosten van bijstand die door Onze Minister is verleend, met dien
verstande dat het Rijk in plaats van de gemeente treedt.
Art.
II.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 9 september 1998, Stb. 1998, 555, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 25 september 1998, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
1 juli 1998
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de drieëntwintigste
juli 1998
De Minister van Justitie a.i.,
H.F. Dijkstal
|
|