|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997, 24 776.
Handelingen II 1996-1997, blz. 1658-1708, 1757-1784, 1931-1974, 2187.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 776 (94, 94a, 94b, 94c, 94d, 94e).
Handelingen I 1996-1997, zie vergaderingen d.d. 15 en 22 april 1997.
BESCHIKKING van de Minister
van Justitie van 21 januari 1999, Stb. 1999, 26, houdende
plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen,
zoals deze luidt met ingang van 1 januari 1999
De Minister
van Justitie;
Gelet op artikel XXXVI van de
Aanpassingswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;
Besluit:
De
tekst van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals deze luidt
met ingang van 1 januari 1999, in het Staatsblad te plaatsen als
bijlage bij deze beschikking.
’s-Gravenhage, 21 januari
1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de achtentwintigste
januari 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Tekst van
de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals deze wet luidt op 1 januari
1999
[WET van 24 april 1997, Stb.
1997, 178, houdende overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming
van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen). Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb.
1997,
391), zie artikel LVII.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
te
regelen, de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet in te trekken en in verband
daarmee enige wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:, red.]
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. I.
Algemene begrippen
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
b. Landelijk instituut sociale verzekeringen: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
c. uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als
bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997;
d. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
e. Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 34 van
de Wet financiering volksverzekeringen;
f. Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen: het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, bedoeld in artikel 78 van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
g. Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten: het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 63 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
-2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt
gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners.
-3. Onder Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt
verstaan: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop
berustende bepalingen, zoals die
wet en die bepalingen luidden op
de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, met inbegrip van
alle bij of krachtens wet met betrekking tot bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet getroffen
invoerings- en
overgangsbepalingen die op die dag van kracht waren.
Art. II.
Intrekking AAW
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt
ingetrokken, onverminderd de artikelen VIII, zesde lid,
IX, XIII, XIV, XXIV en
XXV.
-2. De intrekking van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het eerste lid, geldt met uitzondering
van artikel 4,
in combinatie met de artikelen 57, 57a, 58 en 59b van die
wet. Voor bepaalde
categorieën van werknemers kan bij wet worden bepaald dat de
uitzondering, bedoeld in de eerste zin, mede andere artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet betreft, in combinatie met de artikelen 57, 57a, 58 en
59b van die
wet.
-3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de
toepasselijkheid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in
het tweede lid, met betrekking tot voorzieningen op grond van artikel 57, eerste en
tweede lid, onderdeel b en c, van die
wet met ingang
van een bij die regeling te bepalen datum eindigt.
-4. De algemene maatregel van bestuur op grond van
artikel 43 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet getroffen, berust na de inwerkingtreding van deze wet op
artikel 59,
achtste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en
artikel 51,
negende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. III.
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
Titel 4.2 van de Algemene
wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken uit hoofde van de
in artikel II, tweede lid, genoemde artikelen.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en invoeringsbepalingen met betrekking tot de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet en de Werkloosheidswet
Art. IV.
Invoeringsbepaling inzake artikel 82 WAO/64 ZW
-1. Artikel 81, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat luidt op de
dag
van inwerkingtreding van deze wet, is tevens van
toepassing op een persoon als bedoeld in dat onderdeel die vóór de dag
van inwerkingtreding van deze wet, doch niet eerder dan 21 april 1997, de
aldaar bedoelde werkzaamheden is gaan uitoefenen en overigens
voldoet aan de in dat onderdeel gestelde voorwaarden.
-2. In afwijking van artikel
83, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering door
de in het eerste lid bedoelde persoon gedaan binnen drie maanden, te
rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de
vrijwillige verzekering op grond van de Ziektewet, met dien verstande dat in plaats
van het in het eerste lid genoemde artikel 81, eerste lid, onderdeel c, van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt gelezen "artikel 64,
eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet" en dat in plaats van het in
het tweede lid genoemde artikel 83, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gelezen "artikel
66, eerste
lid, onderdeel a, van de Ziektewet".
Art. V.
Beschikkingen inzake
vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering
-1. Beschikkingen van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van artikel 59a
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet worden aangemerkt als
beschikkingen op grond van artikel 81, tweede lid, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. Op verzoek van een belanghebbende die als gevolg van de overgang van de vrijwillige
verzekering op grond van artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet naar de vrijwillige verzekering op grond van hoofdstuk VI van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet:
a. een dagloon heeft op
grond van artikel 84, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dat lager is dan de
grondslag waarnaar zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn berekend op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet; of
b. een premie is
verschuldigd op grond van artikel 84, derde lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering die hoger is dan de premie
die hij op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet was verschuldigd op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet;
stelt het Landelijk
instituut sociale verzekeringen gedurende een periode van vijf jaar vanaf
de dag van inwerkingtreding van deze wet een ander dagloon of een ander
premiebedrag vast dan als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel b,
en derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-3. De vaststelling van het
andere dagloon, bedoeld in het tweede lid, geschiedt zodanig dat het
bedrag dat ten grondslag zou liggen aan de uitkering op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet indien betrokkene op de dag
voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet recht zou hebben gehad
op een uitkering op grond van die
wet, elk jaar na de inwerkingtreding
van deze wet geleidelijk lager wordt vastgesteld. De vaststelling van het
andere premiebedrag, bedoeld in het tweede lid, geschiedt zodanig dat
het premiebedrag zoals dat op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van betrokkene gold op de dag voorafgaande aan
de inwerkingtreding van deze wet, elk jaar na de inwerkingtreding van deze
wet geleidelijk hoger wordt vastgesteld.
-4. Uiterlijk met ingang van
de dag gelegen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet worden het
dagloon en de premie voor de belanghebbende, bedoeld in het tweede lid,
vastgesteld op grond van artikel 84, eerste lid, onderdeel b, en derde lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-5. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid. Bij die
regels kan voor situaties waarin het tweede of derde lid onvoldoende
voorziet, worden afgeweken van die leden.
Art. VI.
Verhoging WAO-uitkering
De persoon die op de dag vóór inwerkingtreding van deze wet recht had op verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
artikel
46a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering behoudt deze verhoging zolang hij daar op
grond van dat artikel recht op zou hebben als dat artikel en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet nog van kracht zouden zijn geweest. De
verhoging wordt aangemerkt als uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
VIa.
Wijziging grondslag AMvB ex WAO
De algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de
dag voorafgaande aan de
inwerkingtreding van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, getroffen, berust na de
inwerkingtreding van die wet op artikel
65, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. VII.
Samenloop AAW- en
WAO-uitkering vrijwillig verzekerden
Artikel 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet, blijft van
toepassing op de persoon, bedoeld in artikel XII, ten aanzien van wie de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet op grond van artikel XIII van toepassing
blijft, met dien verstande dat in artikel 84a
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
in plaats van "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
wordt gelezen: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
Art.
VIII.
Overgang
vermogensbestanddelen AAf en FAOP
-1. Met uitzondering van de
vermogensbestanddelen die noodzakelijk zijn ter financiering van de
toekenningen in het kader van de besluiten van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van de artikelen 57, 57a, 58 en 59b van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met inbegrip van kosten van
uitvoering, beheer en administratie van die besluiten, gaan alle
vermogensbestanddelen die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd
in de vorm van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, over op het
Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen,
overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
-2. De bepalingen betrekking
hebbend op het beheer en de administratie van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, zoals die
vóór de
datum van inwerkingtreding
van deze wet in de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en de Wet
financiering volksverzekeringen voorkomen, blijven van
kracht voor zolang dit beheer en deze administratie nog plaatsvinden ter
uitvoering van hetgeen bij en krachtens het eerste lid is bepaald.
Art.
IX.
AAW-declaraties
De op basis van artikel 8,
derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet bij het
Landelijk instituut sociale verzekeringen ingediende declaraties die op de datum
van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgehandeld, worden met
ingang van die datum afgehandeld door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ten laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art.
X.
Overgangsbepaling inzake artikel
17 Wajong
Artikel 17, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten is niet
van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte die op de
dag vóór de inwerkingtreding van deze wet recht had op
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
buiten Nederland woonde, zolang laatstgenoemde omstandigheid
voortduurt.
Art.
XI.
Overgangsbepaling
inzake artikel 29b ZW
Voor de toepassing van
artikel 29b, eerste lid, van de Ziektewet, zoals dit artikellid luidt na
inwerkingtreding van deze wet, wordt een uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
6 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, genoten of doorgemaakt vóór
de dag van inwerkingtreding van deze wet, aangemerkt als
uitkering of wachttijd als bedoeld in een wet, genoemd in artikel 29b,
eerste lid, van de Ziektewet.
Art. XIa. Overgangsbepaling inzake artikel 90 WAO
Artikel 90, eerste lid, van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat luidt na
inwerkingtreding van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, is slechts van toepassing op
arbeidsongeschiktheid die is ingetreden op of na de dag van inwerkingtreding van
die wet.
HOOFDSTUK
3
Overgangsbepalingen
met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen
§ 1.
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XII.
Personenkring WAZ
-1. De bepalingen van deze
paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op personen die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet waren verzekerd op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en op wie een omstandigheid
als bedoeld in artikel XIII van toepassing is, welke
omstandigheid rechtstreeks voortvloeit uit het hebben verworven van winst
of inkomsten uit werkzaamheden verricht in het bedrijfs- en beroepsleven als:
a. zelfstandige;
b. meewerkende echtgenoot;
c. verzekerde op grond van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat met betrekking
tot deze werkzaamheden een andere wettelijke regeling inzake
tegemoetkoming in de geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem
van toepassing was.
-2. Als zelfstandige dan wel
als meewerkende echtgenoot wordt aangemerkt de persoon die op
grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet winst geniet uit bedrijf of
zelfstandig uitgeoefend beroep of twee personen die op
grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
echtgenoten van elkaar zijn en samenwerken in de uitoefening van een
bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, waarbij ieder van de
echtgenoten een deel van de winst geniet.
Art. XIII.
Toepasselijkheid
AAW- en WAZ-bepalingen op personenkring
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
wet op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van
de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a. wiens
arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en
uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, nog
niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het
recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na afloop van
het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of
binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;
b. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c. vervallen;
d. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a, 37 of 38 van
die wet
in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, met
betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e. wiens
arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en voor
wie de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet op die dag was
verstreken, doch die op die dag geen recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet, uitsluitend omdat een
aanvraag tot toekenning van die uitkering niet was ingediend, met betrekking
tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. De artikelen 3a, 10,
tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, eerste lid, 13, 14, 15, 16, 17, 18,
19, 20, 20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f,
20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33, 37, 39, 40, 41,
41a, 43, 44, 45, 47, 48, 48a, 48b, 50, 52, 53, 55,
56, 61, 62, 63, 65, 78, 86, 87 en 88 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde
persoon.
-3. De toepasselijkheid van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon
niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van
zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan op grond van het
eerste lid.
-4. Ten aanzien van de in het
eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen
8, zevende,
achtste, negende en tiende lid, 9, eerste lid, 10,
12, vijfde lid, 13,
14, 15, 16,
18, 19, 20,
21, 25, 26,
27, 29,
33, 36, 37,
38, 40, 41,
42, 43, 44,
45, 46, 47,
48, 49, 50,
51, 52, 53,
54, 55, 56,
57, 58,
60, 61, 62,
63, 64, 65,
66, 67, 70,
81, 82, 83,
84, 85,
86, 87, 94,
97, 99, 100 en
101 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen van toepassing.
-5. Beschikkingen ten aanzien
van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van bepalingen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
-6. De persoon, bedoeld in
het eerste lid, ten aanzien van wie geen beschikking als bedoeld in
het vijfde lid is genomen, wordt vanaf de dag van inwerkingtreding van
deze wet aangemerkt als verzekerde in de zin van artikel
3, tweede lid,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
-7. Betaling aan een persoon
als bedoeld in het eerste lid van een uitkering waarop over een
periode gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet recht bestond, met
uitzondering van een uitkering op grond van de artikelen 57, 57a, 58 of
59b van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
die plaatsvindt op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet, wordt
aangemerkt als betaling van een uitkering op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-8. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan
wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze
regels kunnen onder meer inhouden:
a. de aanwijzing van andere
categorieën personen dan de in het eerste lid genoemde op wie dit
artikel mede van toepassing is;
b. het buiten toepassing
verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
dan in de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het
tweede lid het alsnog van toepassing verklaren van één of meer artikelen in
dat lid genoemd;
c. het van toepassing
verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen dan de in het vierde lid genoemde, dan wel in
afwijking van het vierde lid het alsnog buiten toepassing verklaren van
één
of meer artikelen in dat lid genoemd;
d. het geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
personen;
e. het van toepassing
verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het
eerste tot en met derde lid voortvloeit.
§ 2.
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XIV.
Van toepassing
blijvende AAW-bepalingen
-1. Voor een persoon die als
verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, recht krijgt
op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die
wet, blijven:
a. de artikelen 5, 12,
tweede tot en met vierde lid, en 23 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op 31 december 1986, van
toepassing indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt;
b. indien onderdeel a niet
van toepassing is, artikel 5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
zoals dat artikel luidde op 31 juli 1993, van toepassing indien hij op
die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op 1 augustus 1993 de
leeftijd van 45 jaar heeft bereikt;
c. de artikelen 24 en 26 van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden
op 31 juli 1993, van toepassing indien hij op die dag recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering en op 1 augustus 1993 de leeftijd
van 50 jaar heeft bereikt.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel
niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties
leidt, zo nodig in afwijking van het eerste lid, artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot een
bij die maatregel te bepalen datum, gelegen vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde duur van toepassing blijven
op een persoon als bedoeld in het eerste lid.
§
3. Overgangsbepalingen ten aanzien van vrijwillig verzekerden op
grond van de Ziektewet
Vervallen
Art.
XV. Vervallen.
Art.
XVI. Vervallen.
Art.
XVII. Vervallen.
§ 4.
Uitkeringsrecht in verband met bevalling op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Art.
XVIII.
Toepasselijkheid WAZ ten aanzien van bevallingsuitkering
De vrouw die verzekerd is op
grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen heeft recht op
uitkering in verband met haar bevalling indien haar
bevalling op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt.
Art. XIX.
Uitzondering
meldingsplicht
Ten aanzien van de vrouw die
vanaf de dag van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen is verzekerd
en wier bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige
binnen drie maanden na de dag van inwerkingtreding van deze wet is te
verwachten, blijft artikel 34 van die wet buiten toepassing.
§ 5.
Overige invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Art.
XX.
AAW-uitkering basis
voor vakantiebijslag
Voor de toepassing van de
artikelen 25 en 26 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt onder
arbeidsongeschiktheidsuitkering of uitkering in verband met bevalling tevens verstaan de arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art. XXI.
Toekenningsperiode
WAZ-uitkering
-1. In afwijking van artikel
35, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt het
tijdvak van toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
tot een nader bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
tijdstip gesteld op vijf jaar. Bij algemene maatregel van bestuur kan voorts
worden bepaald dat na het in de eerste zin bedoelde tijdstip, tot nog
een later tijdstip, een tijdvak van vier jaar in aanmerking wordt genomen.
-2. De wijziging van het
tijdvak, bedoeld in het eerste lid, brengt geen wijziging in de
tijdvakken
zoals die gelden ter zake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend of
voortgezet op een tijdstip gelegen vóór het tijdstip van
wijziging van het tijdvak.
Art. XXII.
AAW- en WAZ-verzekering
één verzekering
Aaneensluitende
verzekeringen op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen gelden als
één verzekering.
HOOFDSTUK
4
Overgangsbepalingen
ten aanzien van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten
§ 1.
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XXIII.
Personenkring
Wajong
-1. De bepalingen van deze
paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op de persoon die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet:
a. verzekerd was op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat ter zake van een
op hem betrekking hebbende situatie als bedoeld in
artikel XXIV enige andere wettelijke regeling inzake tegemoetkoming in de
geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was;
b. op wie op die dag een
situatie als bedoeld in artikel XXIV van toepassing was; en
c. op wie artikel XII niet
van toepassing is.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, wordt mede als verzekerd op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet aangemerkt de persoon die op
de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op
uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
doch op grond van die
wet en de daarop berustende bepalingen niet
als verzekerde werd aangemerkt.
Art. XXIV.
Toepasselijkheid AAW- en Wajong-bepalingen op personenkring
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
wet op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet te zijnen aanzien gold, blijft, met uitzondering van
de in het tweede lid genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a. wiens
arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en
uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet nog
niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het
recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na afloop van
het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of binnen vier
weken na afloop van dat tijdvak;
b. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c. vervallen;
d. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van artikel 32a, 37 of 38 van
die wet
in aanmerking zou komen voor toekenning of heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, met
betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e. wiens
arbeidsongeschiktheid in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en voor
wie de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, op die dag was
verstreken, doch die op die dag geen recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet, uitsluitend omdat een
aanvraag tot toekenning van die uitkering niet was ingediend, met betrekking
tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. De artikelen 3a, 10,
tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20,
20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f,
20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30, 31, 32, 32a, 33,
37, 39, 40, 41, 41a, 43, 44, 45, 47, 48, 48a, 48b, 50, 52, 53, 55, 56, 61, 62, 63,
65, 78, 86, 87 en 88 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon.
-3. De toepasselijkheid van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon
niet of niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van
zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan op grond van het
eerste lid.
-4. Ten aanzien van de in het
eerste lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen
7, 8, 9,
11,
vijfde lid, 12, 13,
14, 15, 16,
17, 18, 19,
20, 21, 22,
23, 27, 29,
30, 31, 33,
34, 35, 36,
37, 38, 39,
40, 41, 42,
43, 44, 45,
46, 47, 48,
49, 50, 51,
52, 53, 54,
55, 56, 57,
58, 59, 62,
66, 66a,
68, 73, 74
en 75 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing.
-5. Beschikkingen ten aanzien
van de in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van bepalingen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-6. Betaling aan een persoon
als bedoeld in het eerste lid van een uitkering waarop over een
periode gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet recht bestond, met
uitzondering van een uitkering op grond van de artikelen 57, 57a, 58 of
59b van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, die plaatsvindt op of na de
dag van inwerkingtreding van deze wet, wordt aangemerkt als
betaling van een uitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
-7. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet voorziet, dan
wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties leidt. Deze
regels kunnen onder meer inhouden:
a. de aanwijzing van andere
categorieën personen dan de in het eerste lid genoemde op wie dit
artikel van toepassing is;
b. het buiten toepassing
verklaren van meer artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
dan in de in het tweede lid genoemde, dan wel in afwijking van het
tweede lid het alsnog van toepassing verklaren van een of meer artikelen in
dat lid genoemd;
c. het van toepassing
verklaren van meer artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten dan de in het vierde lid genoemde, dan wel
in afwijking van het vierde lid het alsnog buiten toepassing verklaren
van één of meer artikelen in dat lid genoemd;
d. het geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
personen;
e. het van toepassing
verklaren van bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
ten aanzien van bepaalde groepen van personen, anders dan uit het
eerste tot en met derde lid voortvloeit.
§ 2.
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XXV.
Van toepassing
blijvende AAW-bepalingen
-1. Voor de persoon die als
jonggehandicapte, bedoeld in artikel 5 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, recht krijgt
op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet blijft artikel 5 van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat artikel luidde op 31 juli 1993, van
toepassing indien hij op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die
wet.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel
niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde consequenties
leidt, zo nodig in afwijking van het eerste lid, artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot een
bij die maatregel te bepalen datum, gelegen vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde duur van toepassing blijven
op een persoon als bedoeld in het eerste lid.
§ 3.
Overige invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Art.
XXVI.
AAW-uitkering
basis voor vakantiebijslag
Voor de toepassing van de
artikelen 21 en 22 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt
onder arbeidsongeschiktheidsuitkering tevens verstaan de arbeidsongeschiktheidsuitkering
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art. XXVII.
Toekenningsperiode
Wajong-uitkering
-1. In afwijking van artikel
28, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt de
periode van toekenning van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering tot een nader bij algemene maatregel van bestuur te
bepalen tijdstip gesteld op vijf jaar. Bij algemene maatregel van bestuur kan
voorts worden bepaald dat na het in de eerste zin bedoelde tijdstip, tot
nog een later tijdstip, een termijn van vier jaar in aanmerking wordt genomen.
-2. De wijziging van de
termijn, bedoeld in het eerste lid, brengt geen wijziging in de
termijnen
zoals die gelden ter zake van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend of
voortgezet op een tijdstip gelegen vóór het tijdstip van
wijziging van de termijn.
Art.
XXVIII.
AAW-verzekering en Wajong één verzekering
Aaneensluitende verzekering
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
jonggehandicapt zijn in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten wordt als één ononderbroken verzekering
dan wel situatie van jonggehandicapt zijn aangemerkt.
HOOFDSTUK
5
Wijziging
van verschillende wetten
Art.
XXIX. Vervallen.
Art.
XXX. Coördinatiewet Sociale Verzekering
Artikel 9 van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te
luiden:
-3. Bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt
geheven, blijft, wat het deel van de premie dat ten gunste komt van het
wachtgeldfonds dat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen voor de
betrokken sector afzonderlijk administreert betreft, het bij dezelfde werkgever
genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag dat wordt verkregen
door vermenigvuldiging van een door Onze Minister
vastgesteld bedrag
met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer
het loon heeft genoten.
2. Het vierde lid wordt
vervangen door:
-4. Bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt
geheven, blijft, wat het door de werkgever en door de werknemer
verschuldigde gedeelte van het deel van de premie dat ten gunste komt van het
Algemeen Werkloosheidsfonds betreft, het bij dezelfde werkgever genoten
loon buiten aanmerking tot een bedrag dat wordt verkregen door
vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag met het
aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het
loon heeft genoten. Het bedrag, genoemd in de eerste zin, kan voor de
werkgever en voor de werknemer verschillend worden vastgesteld.
3. In het zevende lid wordt
de tweede zin vervangen door: Bij die herziening wordt het
voor de premieberekening in aanmerking komende loon vastgesteld
naar evenredigheid van het ten laste van die werkgevers genoten loon en
blijft, bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond
van de Werkloosheidswet wordt vastgesteld, het voor premieberekening in aanmerking komende loon buiten
aanmerking tot een evenredig
deel van het bedrag, bedoeld in het vierde lid.
4. In het achtste lid wordt
de tweede zin vervangen door: In de te stellen regels
wordt uitgegaan van een totaal loonbedrag dat niet hoger is dan het bedrag,
bedoeld in het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid, en waarbij
niet meer dan één keer rekening wordt gehouden met dat bedrag.
Art. XXXI. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Voor de tekst van artikel 79
wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd,
luidende:
-2. Indien bezwaar wordt
gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist het
Landelijk instituut sociale verzekeringen binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan
een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen
eenentwintig weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
B.
Na artikel 79 wordt een
nieuw artikel 79a ingevoegd, luidende:
Art. 79a.
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. XXXII. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
A.
Artikel 6 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de
directeur-grootaandeelhouder.
2. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Het eerste en tweede lid
zijn alleen van toepassing op de aldaar bedoelde
arbeidsverhoudingen.
3. Aan het artikel wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van Financiën, regels
gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel d, wordt verstaan.
B.
In artikel 25, eerste lid,
onderdeel c, wordt "de bedrijfsvereniging" telkens vervangen door
"het
Landelijk instituut sociale verzekeringen" en wordt "haar" vervangen
door: hem.
C.
Artikel 29g, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen,
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
2. In het vierde lid wordt "het tweede of derde lid" vervangen door: het derde lid.
D. Vervallen.
E.
In artikel 81, eerste lid,
onderdeel c, wordt "de drie jaren" vervangen door: één jaar.
F.
Artikel 82 wordt als volgt
gewijzigd:
1. De aanhef van het eerste
lid wordt vervangen door: De in artikel 81, eerste lid, onderdeel c
respectievelijk d, genoemde termijn van één jaar respectievelijk van drie
jaren wordt geacht niet te zijn onderbroken:
2. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. De in artikel 81, eerste
lid, onderdeel c respectievelijk d, genoemde voorwaarde van een
verzekeringsduur van één jaar respectievelijk van drie jaren wordt geacht te
zijn vervuld indien de betrokkene in het genot is van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
G.
In artikel 87d van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt de zinsnede "in
afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht" vervangen
door: in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht.
Art. XXXIII. Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen
Na artikel XXVII van de Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen worden twee nieuwe artikelen
ingevoegd, luidende:
Art. XXVIIa.
-1. In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist de
bedrijfsvereniging binnen dertien weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
-2. Indien bezwaar wordt
gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist de bedrijfsvereniging binnen
zeventien weken of, indien zij advies vraagt aan een deskundige die niet
onder haar verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken
na ontvangst van het bezwaarschrift.
Art. XXVIIb.
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de
behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. XXXIV. Ziektewet
De Ziektewet wordt als volgt
gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de
directeur-grootaandeelhouder.
2. Het tweede lid, onderdeel f, wordt vervangen door:
f. arbeidsongeschiktheid
ter zake waarvan ziekengeld op grond van deze wet of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is toegekend.
3. Aan het artikel wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
4. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van Financiën, regels
gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel d, wordt verstaan.
B.
Na artikel 11 wordt een
nieuw artikel 11a ingevoegd, luidende:
Art. 11a.
-1. Het ziekengeld van de
werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid ter zake waarvan ziekengeld wordt uitgekeerd,
in dienstbetrekking stond tot een werkgever die het in artikel 75a,
eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
bedoelde risico zelf draagt,
wordt uitbetaald door tussenkomst van deze werkgever.
-2. Artikel 11, derde lid, is
van overeenkomstige toepassing.
C.
Artikel 29b, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. De werknemer die in de
drie jaren voorafgaand aan zijn dienstbetrekking:
a. recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten; of
b. de wachttijd van 52
weken, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel
7, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of artikel 6, eerste lid, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, heeft doorgemaakt en
aansluitend aan die wachttijd niet arbeidsongeschikt is als bedoeld in die
wetten;
heeft vanaf de eerste dag
van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte
die gelegen zijn in de drie
jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
D.
Artikel 32 wordt vervangen door:
Art. 32.
-1. Indien de verzekerde ter zake van de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond
van deze wet als op heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
in verband met artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen dan wel artikel 20 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald voor
zover het:
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen dan wel de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten overtreft, indien uitsluitend artikel
21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, onderscheidenlijk artikel
20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, van toepassing is; of
b. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
overtreft, indien zowel artikel 47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
als artikel 21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of artikel 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing zijn, dan wel uitsluitend artikel
47 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
van toepassing is.
-2. Indien de verzekerde ter zake van de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond
van deze wet als op herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
in verband met de artikelen 38 en 39
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
14 en 15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de artikelen 13 en 14
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald voor zover
het:
a. het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
onderscheidenlijk de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten in verband met die herziening is verhoogd, overtreft,
indien uitsluitend artikel 14 of 15
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen onderscheidenlijk artikel
13 of 14 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing is; of
b. het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met
die herziening is verhoogd, overtreft, indien zowel artikel
38 of 39 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
als artikel 14 of 15
van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of artikel 13 of 14
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing zijn, dan wel uitsluitend artikel
38 of 39 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
van toepassing is.
-3. Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen is bevoegd in
bijzondere gevallen van het ziekengeld een hoger bedrag uit te betalen
dan in het eerste en tweede lid is bepaald.
-4. Onze Minister kan met betrekking tot gevallen van samenloop van
ziekengeld met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten regels stellen. Bij
deze regels kan worden afgeweken van het eerste tot en met derde lid.
E.
Artikel 45, eerste lid, onderdeel f, wordt vervangen door:
f. indien met betrekking tot de ongeschiktheid tot werken bij de
uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen onderscheidenlijk de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toepassing wordt gegeven aan artikel
25 of 28, onderdeel a of b,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
artikel 44 of 45,
onderdeel a of b, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen onderscheidenlijk artikel
36 of 37, onderdeel a of b,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;.
F.
In artikel 45g, tweede lid, wordt "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
G.
In artikel 64, eerste lid, onderdeel c, wordt "de drie
jaren" vervangen door: één jaar.
H.
Artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef van het eerste lid wordt vervangen door: De in
artikel 64, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d, genoemde
termijn van één jaar respectievelijk van drie jaren wordt geacht niet
te zijn onderbroken:
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. De in artikel 64, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d,
genoemde voorwaarde van een verzekeringsduur van één jaar
respectievelijk van drie jaren wordt geacht te zijn vervuld, indien de
betrokkene in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
I.
Artikel 69, tweede lid, wordt vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig verzekerde heeft recht op ziekengeld in
verband met haar bevalling.
J.
De derde afdeling wordt vervangen door:
DERDE AFDELING. Bezwaar
§ 1. Algemeen
Art. 73.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten
waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 74.
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid,
van de Algemene wet bestuursrecht beslist
de bedrijfsvereniging binnen dertien weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
§ 2. Geschillen van
geneeskundige aard
Art. 75.
Deze paragraaf is van toepassing op geschillen van geneeskundige aard
omtrent het al dan niet bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid
tot werken.
Art. 75a.
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift twee weken.
Art. 75b.
-1. In afwijking van artikel 7:4, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht
kunnen belanghebbenden nog tijdens het horen nadere stukken indienen.
-2. In afwijking van artikel 7:4, tweede
lid, van de Algemene wet bestuursrecht
worden het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende
stukken:
a. voorafgaand aan het horen aan belanghebbenden gezonden; dan wel
b. ten minste twee dagen voorafgaand aan de hoorzitting voor
belanghebbenden ter inzage gelegd.
-3. In afwijking van artikel 7:10, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht
beslist de bedrijfsvereniging binnen vier weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
Art. XXXV.
Werkloosheidswet
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst van het artikel wordt de aanduiding
"-1." geplaatst.
2. Aan het eind van onderdeel b vervalt "en".
3. De punt aan het eind van onderdeel c wordt vervangen
door een puntkomma, waarna een nieuw onderdeel wordt toegevoegd,
luidende:
d. die directeur-grootaandeelhouder is.
4. Aan het artikel wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder
directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
wordt verstaan.
B.
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten
minste 80%, of een uitkering ontvangt die naar aard en strekking met
één van de genoemde uitkeringen overeenkomt of die een toelage ontvangt
op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet die, al dan niet vermeerderd met één van de
genoemde uitkeringen, 70% of meer bedraagt van het dagloon of de
grondslag waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn
berekend;.
C.
In artikel 27g, tweede lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
D.
In artikel 36b wordt de zinsnede "Het Landelijk instituut
stelt regels gesteld" vervangen door: Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt regels.
E.
In artikel 45, vierde lid, wordt "of de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: , de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
F.
In artikel 52j, eerste lid, vervalt de zinsnede "artikel 6
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en".
Fa.
Aan artikel 58, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de
toepassing van de eerste zin blijft bij het bedrag dat de werkgever op
grond van artikel 83 zou moeten betalen, artikel
9, derde en vierde lid, van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering buiten beschouwing.
G.
Artikel 81 wordt vervangen door:
Art. 81.
-1. De premie is verschuldigd door werkgevers en werknemers.
-2. Het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds
dat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen voor de betrokken
sector afzonderlijk administreert, is verschuldigd door de werkgever.
-3. Het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen
Werkloosheidsfonds is gedeeltelijk verschuldigd door de werkgever en
gedeeltelijk door de werknemer. Bij ministeriële regeling wordt bepaald
welk gedeelte door de werkgever en welk gedeelte door de werknemer is
verschuldigd.
-4. Bij de vaststelling van de door werkgevers en werknemers
verschuldigde premie die ten gunste komt van het Algemeen
Werkloosheidsfonds blijft de premie, bedoeld in artikel
68 van de Ziektewet, buiten beschouwing.
H.
Artikel 85, vierde lid, wordt vervangen door:
-4. De in het derde lid bedoelde vervangende premie is door de werkgever
verschuldigd.
I.
Artikel 86 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de eerste zin wordt de zinsnede "Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming stelt," vervangen door
"Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt".
b. De tweede zin vervalt.
2. Het vierde lid wordt vervangen door:
-4. Indien een herziening van het in het eerste lid bedoelde
premiepercentage of een wijziging in de verdeling van de premie op grond
van artikel 81, derde lid, ingaat op een ander tijdstip dan met ingang
van 1 januari, stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen een
voor alle takken van bedrijf en beroep gemiddeld percentage vast voor
werkgevers respectievelijk werknemers dat zal gelden voor het gehele
kalenderjaar.
3. Het vijfde lid vervalt.
J.
Artikel 89, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. het door de werkgever verschuldigde bedrag, bedoeld in
artikel 52j en in artikel 46 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;.
Ja.
In artikel 90, eerste lid, onderdeel f, wordt "74, zesde
lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen" vervangen door:
74, vijfde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen.
K.
Aan artikel 93 wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van
onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
luidende:
g. de te betalen reïntegratie-uitkeringen ter zake van
proefplaatsingen als bedoeld in artikel 63
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
L.
In artikel 100, tweede lid, onderdeel d, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XXXVI.
Wet
financiering volksverzekeringen
De Wet
financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, onderdeel e, wordt vervangen door:
e. algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering,
bedoeld in artikel 4 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals
deze verzekering gold tot de dag van de inwerkingtreding van de
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f. Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet: de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die
wet en die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.
B.
Artikel 2, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de
verzekering, bedoeld in artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze verzekering gold tot de dag van de
inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.
C.
In artikel 10, tweede lid, vervalt de zinsnede "en de algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering".
D.
In artikel 11 vervalt het derde lid en vervalt "en derde" in
het vierde lid, dat wordt vernummerd tot derde lid.
E.
In artikel 18, vierde lid, onderdeel c, vervalt de zinsnede
"de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering,".
F.
In artikel 25 wordt ", de vrijwillige nabestaandenverzekering en de
vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen
door: en de vrijwillige nabestaandenverzekering.
G.
In artikel 26, eerste lid, wordt de puntkomma aan het einde van
onderdeel a vervangen door een punt en vervallen ": a."
en onderdeel b.
H.
In artikel 27, derde lid, wordt ", de vrijwillige
nabestaandenverzekering en de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: en de
vrijwillige nabestaandenverzekering.
I.
Voor de tekst van artikel 34 wordt de
aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede
lid wordt toegevoegd, luidende:
-2. Het beheer en de administratie in de vorm van een Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in het eerste lid, eindigen met
ingang van de dag gelegen vier jaar na de dag van inwerkingtreding van
de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen.
J.
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt.
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald de
lasten van toekenning uit hoofde van de verzekering voortvloeiend uit
artikel 4, in combinatie met de artikelen 57, 57a, 58 en 59b
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
3. Aan het artikel wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat andere
bedragen dan als bedoeld in het tweede lid uit het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald, voor zover deze andere
bedragen betrekking hebben op lasten uit hoofde van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
K.
Artikel 37 vervalt.
Art. XXXVII.
Toeslagenwet
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid, onderdeel f, wordt vervangen door:
f. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte
verzekering op grond van de Werkloosheidswet,
de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, alsmede een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;.
B.
In artikel 23, tweede lid, wordt "of artikel 40, eerste lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: , artikel
19,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet
arbeidsongeschiktheidverzekering zelfstandigen of artikel
17, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
C.
In artikel 27, eerste lid, wordt "Toeslagen fonds" vervangen
door: Toeslagenfonds.
D.
Aan artikel 38 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Indien het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, verband houdt
met een bezwaar tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen 79, tweede lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, 87d
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en XXVIIa, tweede lid, van de Wet terugdringing
beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen van overeenkomstige
toepassing.
Art. XXXVIII.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 2, eerste lid, onderdeel c,
onder 4º, vervalt
"de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28),".
B.
In artikel 2, eerste lid, onderdeel d,
onder 2º, wordt
"de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, welke is toegekend op grond
van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die
wet"
vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
minder dan 80%.
C.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het
bedrag van de premie dat een werkgever op grond van de Werkloosheidswet
op het overeenkomstige loon van een werknemer die verzekerd is op grond
van die wet inhoudt.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede "een van de socialeverzekeringswetten"
vervangen door: de Werkloosheidswet.
D.
In artikel 20f, vierde lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XXXIX.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onder
3º, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
B.
In artikel 6, tweede lid, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
C.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het
bedrag van de premie dat een werkgever op grond van de Werkloosheidswet
op het overeenkomstige loon van een werknemer die verzekerd is op grond
van die wet inhoudt.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede "één van de socialeverzekeringswetten"
vervangen door: de Werkloosheidswet.
D.
In artikel 20f, vierde lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
E.
Artikel 48, eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van
enige rijksbelasting, premies volksverzekeringen of premie op grond van
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen;.
Art.
XL.
Algemene
bijstandswet
De Algemene bijstandswet wordt als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 2, onderdeel a, vervalt ", de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet".
B.
Artikel 2, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. premies werknemersverzekeringen: de premie op grond van de Werkloosheidswet.
C.
In artikel 8, vierde lid, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
D.
In artikel 14f, vierde lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XLI.
Wet arbeid
gehandicapte werknemers
De Wet arbeid gehandicapte werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:
1. Onderdeel b, onder 1º, wordt vervangen door:
1º. aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;.
2. Vervallen.
3. Na onderdeel b, onder 4º, wordt een subonderdeel
toegevoegd, luidende:
5º. die in verband met arbeidsongeschiktheid, op grond van het
Pensioenreglement van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van
het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van
Oranje-Nassau een uitkering is toegekend;.
B.
Artikel 12 wordt vervangen door:
Art. 12.
-1. De geldelijke bijdragen worden ten gunste gebracht van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel
72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. De geldelijke tegemoetkomingen komen ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art. XLII.
Wet op de
ondernemingsraden
De Wet op de
ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 25, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
eind van onderdeel j door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
k. vaststelling van een regeling met betrekking tot het zelf
dragen van het risico, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. Vervallen.
Art. XLIII.
Arbeidsomstandighedenwet
Artikel 18, eerste lid, onderdeel c, van de
Arbeidsomstandighedenwet wordt vervangen door:
c. het uitvoeren van:
1º. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 24a;
2º. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten;.
Art.
XLIV.
Ziekenfondswet
De Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 3, eerste lid, onderdeel d, wordt de zinsnede
"dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28), berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, ontvangt" vervangen door:
dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten
minste 45%, ontvangt, dan wel een uitkering in verband met bevalling op
grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
ontvangt indien betrokkene op de dag voorafgaande aan de dag waarop
haar recht op die uitkering ingaat, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.
B.
In artikel 4, tweede lid, onderdeel d, wordt "krachtens de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel ingevolge het bepaalde bij of
krachtens artikel 8 of artikel 90 van genoemde
wet geen recht op
toekenning van een zodanige uitkering hebben" vervangen door: op
grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XLV.
Wet op de
toegang tot ziektekostenverzekeringen
In artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de toegang
tot ziektekostenverzekeringen wordt "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
Art. XLVI.
Wet op de
inkomstenbelasting 1964
De Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 5, derde lid, onderdeel d, wordt "artikel 45,
eerste lid, onderdeel g" vervangen door: artikel 45, eerste
lid, onderdeel g en j.
B.
In artikel 8, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel h door een puntkomma, na dit onderdeel
toegevoegd:
i. voordelen bestaande uit uitkeringen en aanspraken op
uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
C.
In artikel 8a, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt
aan het einde van onderdeel f door een puntkomma, na dit
onderdeel toegevoegd:
g. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
D.
Artikel 30a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Tot de inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en
verstrekkingen welke van publiekrechtelijke aard zijn, behoren:
a. uitkeringen ingevolge vrijwillige verzekering op de voet van artikel
45 van de Algemene Ouderdomswet en artikel
63 van de Algemene nabestaandenwet, alsmede
uitkeringen ingevolge artikel 48 van de Algemene
Ouderdomswet;
b. uitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
2. In het tweede lid vervalt "(Stb. 1986, 347)".
E.
Aan artikel 36, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel p door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
q. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
F.
1. In artikel 37, tweede lid, wordt de zinsnede "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89)" vervangen door:
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
2. In het derde lid vervalt "(Stb. 1963, 229)".
G.
In artikel 45, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel i door een puntkomma, na dit onderdeel
toegevoegd:
j. premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
H.
In artikel 46, twaalfde lid, wordt de zinsnede "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
I.
In artikel 48, derde lid, wordt in onderdeel a ", en"
vervangen door een puntkomma en wordt, onder wijziging van de
onderdeelaanduiding b in c, na onderdeel a
ingevoegd:
b. verminderd met de als persoonlijke verplichtingen aan te
merken premies ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen; en.
J.
Na artikel 71 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 72.
Uitkeringen ingevolge artikel 81, tweede
lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
die voortvloeien uit aanspraken op uitkeringen ingevolge artikel 59a
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet zoals die
wet luidde op 31
december 1997, behoren tot de inkomsten in de vorm van bepaalde
periodieke uitkeringen en verstrekkingen welke van publiekrechtelijke
aard zijn.
Art. XLVII. Vervallen.
Art.
XLVIII. Vervallen.
Art.
XLIX. Vervallen.
Art.
L. Vervallen.
Art.
LI. Vervallen.
Art.
LII.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
A.
Aan artikel 5, eerste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt een zin
toegevoegd, luidende: Hoofdstuk IIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
is van overeenkomstige toepassing.
B.
Artikel 6, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Het uitvoeringsorgaan houdt op de uitkering ingevolge deze wet en de
toeslag op deze uitkering ingevolge de Toeslagenwet
een bedrag in dat gelijk is aan het bedrag van de premie die een
werkgever op grond van de Werkloosheidswet
op het overeenkomstige loon van een werknemer die verzekerd is op grond
van die wet inhoudt.
Art. LIII.
Burgerlijk
Wetboek
Het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 197, eerste lid, onderdeel a, van Boek
6 wordt vervangen
door:
a. bij de vaststelling van het totale bedrag waarvoor
aansprakelijkheid naar burgerlijk recht zou bestaan, vereist voor de
berekening van het bedrag waarvoor verhaal bestaat krachtens artikel 107a
en de artikelen 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
68 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, 60 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, 52a van de Ziektewet,
61 van de Algemene
nabestaandenwet, 83b, eerste
lid, van de Ziekenfondswet en 8
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen;.
B.
Artikel 629, vierde lid, eerste zin, van Boek
7 wordt vervangen door: Het loon wordt verminderd met het bedrag van enige geldelijke
uitkering die de werknemer toekomt krachtens enige wettelijk
voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig
fonds waarin de werknemer niet deelneemt.
C.
Aan het slot van artikel 631, derde lid, van Boek 7 wordt een zin
toegevoegd, luidende: Onder enig ander fonds als bedoeld in onderdeel c wordt niet
verstaan een fonds dat tot doel heeft aan de werkgever of aan de
werknemer een uitkering te doen die verband houdt met het recht van de
werknemer op doorbetaling van loon tijdens ziekte, zwangerschap of
bevalling als bedoeld in artikel 629, eerste lid, of met de betaling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel
75a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. LIV.
Wet brutering
overhevelingstoeslag lonen
Aan artikel 2, tweede lid, van de Wet
brutering overhevelingstoeslag lonen wordt een zin toegevoegd, luidende: Daarbij kan dit percentage voor verschillende categorieën
inhoudingsplichtigen of personen verschillend worden vastgesteld.
HOOFDSTUK
6
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
LV.
Wijziging in
verband met Invoeringswet Osv 1997
Indien het bij koninklijke boodschap van 8 oktober 1996 ingediende
voorstel van wet houdende invoering van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 (Invoeringswet
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; Kamerstukken 25 047) in werking is
getreden, wordt in de artikelen 74 en 75b,
derde lid, van de Ziektewet, 79, tweede lid, van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, 87c
en 87d van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel XXVIIa van de Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen "de
bedrijfsvereniging" vervangen door: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Art. LVa.
Overgangsrecht artikel 16, tweede lid, onderdeel a, Wtz
Degene die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ontving en ingevolge artikel 16, tweede lid,
onderdeel a, van de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen, zoals dat onderdeel luidde op de dag
voorafgaande aan de dag met ingang waarvan deze wet in werking is
getreden, niet verplicht verzekerd is ingevolge de Ziekenfondswet,
blijft zolang met toepassing van de artikelen XII en XIII een uitkering
wordt ontvangen en de omstandigheden, bedoeld in artikel 16, tweede lid,
onderdeel a, van de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen, zoals dat onderdeel luidde op de dag
voorafgaande aan de dag met ingang waarvan deze wet in werking is
getreden, op hem van toepassing zijn, uitgezonderd van de verplichte
verzekering ingevolge de Ziekenfondswet.
Art.
LVI.
Van toepassing
blijvend recht inzake bezwaar en beroep
-1. Met betrekking tot de mogelijkheid tot
het maken van bezwaar en het instellen van beroep tegen besluiten, die
geen betrekking hebben op het verzekerd zijn of op de verschuldigde
premie, op grond van:
a. de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de Ziektewet;
c. de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet met uitzondering van de artikelen 57, 57a
en 58;
d. de Toeslagenwet
over de toeslag op een uitkering op grond van de in de onderdelen a
tot en met c genoemde wetten;
e. de Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen;
die zijn bekendgemaakt vóór de datum van inwerkingtreding als bedoeld in
artikel LVII, tweede lid, blijven de wettelijke bepalingen van
toepassing zoals deze golden vóór die datum.
-2. Met betrekking tot de in het eerste
lid bedoelde besluiten die zijn bekendgemaakt binnen dertien weken na de
inwerkingtreding als bedoeld in artikel LVII, tweede lid, en die reeds
aan een heroverweging onderworpen zijn geweest, vindt afdeling
7.1 van de Algemene wet bestuursrecht
geen toepassing.
-3. Met betrekking tot de behandeling van
het beroep of hoger beroep tegen een besluit op grond van de Ziektewet
dat is bekendgemaakt vóór de datum van inwerkingtreding als bedoeld in
artikel LVII, tweede lid, en dat uitsluitend betrekking heeft op het
bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken, blijft het
recht van toepassing zoals het gold vóór die datum.
Art.
LVII.
Inwerkingtreding
-1. Deze wet treedt in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen,
onderdelen of subonderdelen verschillend kan worden vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het eerste lid treden
de artikelen XXXI, XXXIII, XXXIV, onderdeel
H, XXXVII onderdeel B, XLVIII, onderdeel
A, onder 1, LV en LVI in werking met ingang van 1
januari 1997. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, dan
wel het Staatsblad waarin de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 1996, treden de in de eerste zin bedoelde
artikelen in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand
na zowel de datum van uitgifte van Staatsblad waarin deze wet wordt
geplaatst als de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt geplaatst.
-3. Indien de datum van inwerkingtreding
als bedoeld in het tweede lid is gelegen na 1 januari 1997, is afdeling
7.1 van de Algemene wet bestuursrecht
tot die datum niet van toepassing op besluiten die geen betrekking
hebben op de verzekeringsplicht of de verschuldigde premie op grond van:
a. de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de Ziektewet;
c. de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet met uitzondering van de artikelen 57, 57a
en 58;
d. de Toeslagenwet
over de toeslag op een uitkering op grond van de in de onderdelen a
tot en met c genoemde wetten;
e. de Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f. paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP.
1. Bij Besluit
van 2 september 1997, Stb. 1997, 391, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, met uitzondering van het in artikel
XLII, onderdeel A, opgenomen artikel 25, eerste lid, onderdeel k,
van de Wet op
de ondernemingsraden, dat in werking treedt met ingang van
19 september 1997, red.
Art.
LVIII.
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.
[Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de negenentwintigste
april 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager, red.]
|
|