|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999,
25 836.
Handelingen II 1998-1999, blz. 1781.
Kamerstukken I 1998-1999, 25 836 (83, 83a, 83b, 83c, 83d).
Handelingen I 1998-1999, zie vergadering d.d. 26 januari 1999.
WET van 28 januari 1999, Stb.
1999, 30, tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten in diverse
wetten alsmede intrekking van enkele wetten die geen betekenis meer
hebben (Reparatiewet I). Inwerkingtreding: 17 februari 1999 (Stb.
1999, 40).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is in diverse wetten enkele wijzigingen van wetstechnische of
ondergeschikte aard aan te brengen in verband met geconstateerde
wetstechnische gebreken en leemten en enkele wetten in te trekken die
geen feitelijke betekenis meer hebben;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art. III.
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 3:15, onderdeel b, wordt "op andere wijze
wijze" vervangen
door: op andere wijze.
B.
In artikel 3:29, derde lid,
wordt "3;22" vervangen door: 3:22.
Ba.
In artikel 4:55, tweede lid,
wordt "Het voorschot" vervangen door: De voorschotten.
Bb.
In artikel 4:71, eerste lid,
onderdeel d, wordt "bekostigigd" vervangen door: bekostigd.
Bc.
Indien de Wet van 25 juni
1998 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van
schulden van natuurlijke personen (Stb. 1998, 445) in werking treedt of is
getreden, wordt in artikel 5:35, tweede lid, na "faillissement" ingevoegd:
, toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
C.
In onderdeel B van de
bijlage vervalt onderdeel 2 en wordt onderdeel 4 vernummerd tot onderdeel 2.
Art. IV.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 5, vierde lid,
laatste volzin, vervalt.
B.
In artikel 8, tweede lid,
tweede volzin, vervalt "8d, derde lid, laatste zinsnede, en vierde
lid,".
Art.
XXIII.
In artikel 15, vierde lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt "de ontvanger, bedoeld
in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Invorderingswet
1990 (Stb. 221) en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdeel d, van die
wet" vervangen door: de ontvanger, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet
1990, en
door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
j, van die wet.
Art.
LXXIX.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van het Wetboek
van Strafrecht en andere wetten met het oog op
de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige
strafbepalingen inzake het verstrekken van onware
gegevens en het nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen om
tijdig gegevens te verstrekken (concentratie
strafbaarstelling frauduleuze gedragingen) (Kamerstukken 23 993) tot wet wordt verheven, komt
artikel XXXI van die wet te luiden:
Art. XXXI.
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.
Art.
CXIb.
De Wet inburgering nieuwkomers wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 1º, wordt "na een vergunning als bedoeld in artikel 9a van die wet
een vergunning als bedoeld in artikel 9 van die wet heeft verkregen"
vervangen door: , nadat hem eerst op grond van artikel 9a van die wet was
toegestaan in Nederland te verblijven, thans op grond van artikel 9 of 10,
eerste lid, onderdeel b, van die wet is toegestaan in Nederland te verblijven.
B.
In artikel 2, tweede lid,
onderdeel b, wordt "vergunning tot verblijf" vervangen door: beschikking,
bedoeld in artikel 15d van de Vreemdelingenwet.
C.
In artikel 14 wordt "aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel
65" vervangen door:
aangifte van adreswijziging als bedoeld in artikel 66.
Art.
CXII.
In artikel 4, onderdeel b,
van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt na "lid" een komma
geplaatst en vervalt na "graad" de tweede komma.
Art.
CLa.
Indien het tijdstip van
aanvang van fase 2 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen is gelegen vóór het tijdstip waarop artikel XIII van het
bij koninklijke boodschap van 23 april 1998 ingediende voorstel van wet,
houdende wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met wijzigingen in
de taak, samenstelling en werkwijze van de in die wetten geregelde
bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten in verband daarmee
(uitvoeringsorganen volksgezondheid) (Kamerstukken
26 011) tot wet is verheven
en in werking is getreden, wordt in artikel
76, onderdeel B, van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen "negende" vervangen door
"tiende" en de aanduiding "-10." door: -11.
Art.
CLXV.
Artikel III van de Wet
uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid,
onderdeel B, wordt "629b" vervangen door: 629.
2. In het tweede lid wordt "het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering"
vervangen door: de Wet
tarieven in burgerlijke zaken.
Art.
CXCII.
Artikel 2 van de Wet
voorzieningen gehandicapten wordt gewijzigd als volgt:
1. In het tweede lid wordt "erkend" vervangen door: toegelaten.
2. In het derde lid wordt "Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur" vervangen door:
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Art. CC.
De Ziekenfondswet wordt
gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 3, tiende lid, wordt
gewijzigd als volgt:
1. In de aanhef wordt "onderdeel b" vervangen door: onderdeel
d.
2. De laatste volzin
vervalt.
B.
In artikel 8a, tweede lid,
tweede volzin, vervalt "8e, derde lid, laatste zinsnede en vierde
lid,".
Art.
CCIV.
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 4 februari 1999, Stb. 1999, 40, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 17 februari 1999, met uit zondering van
artikel CLXIV, red.
Art.
CCV.
Deze wet wordt aangehaald als: Reparatiewet I.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage,
28 januari 1999
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de zestiende
februari 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|