|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999, 26 157.
Handelingen II 1998-1999, blz. 3101.
Kamerstukken I 1998-1999, 26 157 (188).
Handelingen I 1998-1999, blz. 735.
MEMORIE
VAN TOELICHTING (eerste lezing)
MEMORIE VAN TOELICHTING (tweede lezing)
WET van 25 februari 1999, Stb.
1999, 133, tot verandering in de Grondwet,
strekkende tot opneming van bepalingen inzake de
Nationale ombudsman. Inwerkingtreding: 25 maart 1999.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat de Wet van 29 januari 1998 (Stb. 1998, 67) heeft
verklaard dat er grond bestaat het daarbij vastgestelde voorstel in overweging te
nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van
bepalingen inzake de Nationale ombudsman;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
Art.
I.
[MvT +
bis]
De Grondwet ondergaat de in
artikel II omschreven veranderingen.
Art.
II.
[MvT
+ bis]
De Grondwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
In artikel 57, tweede lid, wordt na
"lid van de Algemene Rekenkamer" ingevoegd: , Nationale
ombudsman of substituut-ombudsman,.
B. [MvT
+ bis]
Het opschrift van hoofdstuk
4 komt te luiden: Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale
ombudsman en vaste colleges van advies.
C. [MvT
+ bis]
Na artikel 78 wordt een nieuw artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 78a.
-1. De Nationale ombudsman
verricht op verzoek of uit eigen beweging onderzoek naar gedragingen van
bestuursorganen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet
aangewezen bestuursorganen.
-2. De Nationale ombudsman en een substituut-ombudsman worden voor een
bij de wet te bepalen termijn benoemd door de Tweede Kamer der
Staten-Generaal. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de
wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen. In de gevallen bij de wet
aangewezen kunnen zij door de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden
geschorst of ontslagen. De wet regelt overigens hun rechtspositie.
-3. De wet regelt de bevoegdheid en werkwijze van de Nationale
ombudsman.
-4. Bij of krachtens de wet kunnen aan de Nationale ombudsman ook andere
taken worden opgedragen.
D. [MvT
+ bis]
Artikel 108 vervalt.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
25 februari 1999
BEATRIX
De Minister-President,
Minister van Algemene Zaken,
W. Kok
De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
Uitgegeven de vijfentwintigste
maart 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|