|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999, 26
011.
Handelingen II 1998-1999, blz. 1260-1269, 1592.
Kamerstukken I 1998-1999, 26 011 (86, 86a, 86b, 86c).
Handelingen I 1998-1999, blz. 1087-1097.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 27 maart 1999, Stb. 1999,
185, tot wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met
wijzigingen in de taak, samenstelling en werkwijze van de in die wetten
geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten in
verband daarmee (uitvoeringsorganen volksgezondheid).
Inwerkingtreding: 1 juli 1999 (Stb. 1999,
240); 1 januari 2000 (Stb. 1999, 471);
1 juli 2001 (Stb. 2001, 288).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de
algehele herziening van het adviesstelsel aanleiding geeft de taak,
samenstelling en werkwijze van een aantal bestuursorganen op het terrein
van de volksgezondheid te wijzigen en dat het derhalve wenselijk is
daartoe de Ziekenfondswet, de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet
ziekenhuisvoorzieningen alsmede enige andere wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
I
Wijziging
van de Ziekenfondswet
Art. I.
[MvT]
De Ziekenfondswet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te
luiden:
c. het College: het College,
bedoeld in artikel 1a;.
2. Onder vervanging van de
punt aan het slot door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
i. algemene verzekering
bijzondere ziektekosten: de verzekering ingevolge de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten;
j. Algemene Kas: de kas,
bedoeld in artikel 1q, eerste lid.
B. [MvT]
Na artikel 1 worden drie
nieuwe hoofdstukken ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IA. Het College voor zorgverzekeringen
Art. 1a. [MvT
+
bis]
-1. Er is een College voor zorgverzekeringen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College is gevestigd in een door
Onze Minister te bepalen
plaats.
-2. Het College is belast met
de taken die hem zijn opgedragen bij of krachtens deze wet, de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, de Wet
financiering volksverzekeringen, de Overgangswet
verzorgingshuizen, de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen 1998, de Wet
tarieven gezondheidszorg, de Wet
ziekenhuisvoorzieningen, een andere wet of een internationale overeenkomst.
-3. De taken van het College
worden, tenzij anders bepaald, uitgevoerd door het bestuur. Het College wordt, behoudens voor zover het betreft
taken van de Commissie,
genoemd in artikel 1u, eerste lid, in en buiten rechte vertegenwoordigd door
de voorzitter.
Art. 1b. [MvT
+
bis]
-1. Het bestuur van het College bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden, onder
wie de voorzitter.
-2. Onze Minister benoemt,
schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden. Benoeming
vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de
uitoefening van de taken van het College alsmede op grond van maatschappelijke
kennis en ervaring. Van een besluit tot benoeming, schorsing of
ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen functies of werkzaamheden worden aangewezen die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het
bestuur van het College.
-4. Bij de samenstelling van
het bestuur van het College wordt gestreefd naar evenredige deelneming
van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele
minderheidsgroepen.
-5. De leden worden benoemd
voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal
en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
-6. Het lidmaatschap eindigt
tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
-7. Bij ministeriële
regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan
leden van het bestuur van het College en leden van
commissies vastgesteld en kunnen nadere regels over hun rechtspositie
worden vastgesteld.
Art. 1c. [MvT
+
bis]
-1. Het College stelt een
bestuursreglement vast. Daarin worden in ieder geval regels gesteld omtrent
de wijze waarop besluiten worden voorbereid, genomen en
uitgevoerd.
-2. In het bestuursreglement
kan het College voorzien in de instelling van commissies, in welk
geval in het bestuursreglement tevens regels worden gesteld omtrent de
samenstelling en taken van de ingestelde commissies. In commissies
kunnen ook personen deelnemen die geen lid van het College zijn.
-3. Vergaderingen van het
bestuur en van commissies van het College zijn openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is
bepaald.
-4. Het bestuursreglement
behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Art. 1d. [MvT
+
bis]
-1. Het College benoemt,
schorst en ontslaat het personeel.
-2. Het College stelt met
betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van het personeel regels vast.
Art. 1e. [MvT
+
bis]
Het College zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan
Onze Minister een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar. Het werkprogramma
behoeft de instemming van
Onze Minister. Onze Minister zendt het werkprogramma aan beide
kamers der Staten-Generaal. Het College stelt het werkprogramma algemeen
verkrijgbaar.
Art. 1f. [MvT
+
bis]
Het College zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan
Onze Minister een begroting van zijn
beheerskosten voor het volgende kalenderjaar, alsmede een meerjarenraming. De
begroting en de meerjarenraming behoeven de instemming van Onze
Minister.
Art. 1g. [MvT
+
bis]
Het College zendt jaarlijks vóór 1 juli aan
Onze Minister een verslag van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid
en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder, alsmede gegevens
omtrent de uitvoering van het werkprogramma in het
afgelopen kalenderjaar. Onze Minister zendt het verslag aan beide kamers
der
Staten-Generaal. Het College stelt het verslag algemeen
verkrijgbaar.
Art. 1h. [MvT
+
bis]
-1. Het College brengt
jaarlijks vóór 1 juli aan Onze Minister een financieel verslag over zijn
beheerskosten over het afgelopen kalenderjaar uit, dat vergezeld gaat van
een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de
ontvangsten en uitgaven, afgegeven door een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een rapport van de accountant over de ordelijkheid
en controleerbaarheid van
het gevoerde financiële beheer.
-2. Het financieel verslag
behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers der
Staten-Generaal. Het College stelt
het financieel verslag algemeen verkrijgbaar.
Art. 1i. [MvT]
Bij ministeriële regeling
kunnen regels worden gesteld over de inrichting van de begroting,
het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.
Art. 1j. [MvT
+
bis]
De beheerskosten van het College worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels
tot ten hoogste de in de begroting aangegeven bedragen gedekt uit de
Algemene Kas en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, bedoeld in
artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen.
Art. 1k. [MvT
+
bis]
Onze Minister kan
beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening
van de taken van het College.
Art. 1l. [MvT
+
bis]
-1. Een besluit van het
bestuur van het College of van de commissie, bedoeld in
artikel 1u, kan
bij koninklijk besluit worden vernietigd.
-2. Van een besluit tot
vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Art. 1m. [MvT
+
bis]
Het College geeft aan de
ziekenfondsen en aan de rechtspersonen, bedoeld in artikel
14, aan
de ziektekostenverzekeraars en de uitvoerende organen, bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, aan de rechtspersonen, bedoeld in
artikel 16 van die wet, aan personen en instellingen die vormen van
hulp of zorg kunnen verlenen, alsmede op verzoek van Onze Minister aan verzekerden voorlichting omtrent het
beleid op het terrein van de
ziektekostenverzekering.
Art. 1n. [MvT
+
bis]
-1. Het College rapporteert
desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid op het terrein
van de
ziekenfondsverzekering of de algemene verzekering bijzondere ziektekosten.
-2. Het College signaleert
gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de ziekenfondsverzekering of
de algemene verzekering
bijzondere ziektekosten.
Art. 1o. [MvT
+
bis]
Het College bevordert de
afstemming van de uitvoering van de ziekenfondsverzekering en
van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en bevordert de
afstemming van de uitvoering van die verzekeringen met de
uitvoering van het beleid op andere terreinen van sociale zekerheid.
Art. 1p. [MvT
+
bis]
-1. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat het College
ten laste van de Algemene Kas
dan wel
ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten,
bedoeld in artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen,
overeenkomstig in die regeling gestelde regels subsidies verstrekt:
a. voor voorzieningen ten
aanzien waarvan het voornemen bestaat deze te doen opnemen in de aanspraken ingevolge deze wet of de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. voor voorzieningen die
aan verzekerden ingevolge deze wet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten kunnen worden geboden in plaats
van een voorziening waarop
ingevolge die wetten aanspraak bestaat;
c. voor activiteiten welke
ten doel hebben verbetering van de zorgverlening te bevorderen;
d. ten behoeve van
verzekerden ingevolge deze wet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
om hen de mogelijkheid te geven om in plaats van het tot gelding
brengen van een aanspraak ingevolge die wetten zelf te voorzien in
de zorg die zij behoeven;
e. voor onderzoek met
betrekking tot de uitvoering van deze wet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
f. voor andere bij die
regeling aan te wijzen doeleinden, verband houdende met de verzekering ingevolge deze wet of de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten of
de volksgezondheid in het algemeen.
-2. In een regeling als
bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen bevoegdheden met betrekking tot de verstrekking
van subsidies worden
uitgeoefend door één of meer door het College aan te wijzen rechtspersonen als
bedoeld in artikel 14 van deze wet of artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten.
-3. Onze Minister maakt
jaarlijks voor elke categorie van subsidies het subsidieplafond voor het
komende jaar bekend.
Art. 1q. [MvT
+
bis]
-1. Er is een Algemene Kas,
waarin gestort worden de gelden, bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel
a, met uitzondering van de nominale
premies, bedoeld in de
artikelen 17 en 18, tweede lid, alsmede de gelden, bedoeld in
artikel 14a,
eerste lid, onderdeel b, en tweede lid.
-2. Het College is belast met
het beheer van de Algemene Kas.
-3. De middelen van de
Algemene Kas worden aangewend:
a. ten behoeve van gehele of
gedeeltelijke dekking van de kosten van de ziekenfondsverzekering;
b. ten behoeve van uitgaven
voor de ziekenfondsverzekering, voortvloeiende uit enige andere wettelijke
regeling of uit overeenkomsten;
c. ten behoeve van het
verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 1p;
d. ten behoeve van het
vormen van een reserve, overeenkomstig bij ministeriële regeling te
stellen regels.
-4. Indien personen onder de
werking van deze wet vallen op wie de regeling van artikel 415 van het Wetboek
van Koophandel van toepassing
is en krachtens artikel 5,
eerste lid, een ziekenfonds wordt aangewezen waarbij bedoelde personen
zich bij uitsluiting aanmelden, wordt bij algemene maatregel van
bestuur een afzonderlijke kas ingesteld waarin de gelden worden gestort
welke zijn opgebracht voor bij dit ziekenfonds verzekerde personen. Bij of
krachtens die algemene maatregel worden regelen gesteld omtrent het
beheer, de verantwoording, de verslaglegging en de rekenplichtigheid aan
Onze Minister alsmede omtrent de aanwending van de middelen
van de in de eerste volzin bedoelde kas.
Art. 1r. [MvT
+
bis]
-1. Het College houdt de
financiële middelen die deel uitmaken van de Algemene Kas in rekening-courant bij
Onze Minister van Financiën.
-2. Het College kan, voor de
uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken over de
financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van
Financiën houdt.
-3. In afwijking van het
eerste lid kan het College een deel van de in het eerste lid bedoelde financiële middelen buiten de in het eerste lid
bedoelde rekening-courant
houden.
-4. Onze Minister van
Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met het
College, de omvang van het in het derde lid bedoelde deel van de
financiële middelen vast.
-5. Bij een tekort aan
financiële middelen maakt het College gebruik van de kredietfaciliteiten die
door Onze Minister van Financiën worden verleend.
-6. Onze Minister van
Financiën informeert dagelijks het College ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot:
a. de slotstanden per dag;
b. alle dagelijks geboekte
mutaties of transacties in de rekening-courant.
-7. Het College informeert
Onze Minister van Financiën ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot de prognoses van de
saldi van de
rekening-courant.
-8. Onze Minister van
Financiën brengt voor het beheer van de rekening-courant geen kosten in rekening.
-9. Onze Minister van
Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met het
College, regels omtrent de rente die over de saldi van de in het eerste
lid bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in
rekening wordt gebracht.
-10. Onze Minister van
Financiën kan in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met het College, regels stellen omtrent het eerste,
zesde en zevende lid.
Art. 1s. [MvT
+
bis]
-1. Het College zendt met
betrekking tot de Algemene Kas en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, bedoeld in
artikel 38 van de
Wet
financiering volksverzekeringen, jaarlijks vóór 31 december aan Onze Minister
een financieel
verslag over de uitgaven en ontvangsten in het voorafgaande kalenderjaar en
de toestand van die kas en dat fonds per 31 december van dat jaar. Artikel
1i is van overeenkomstige toepassing.
-2. Het financieel verslag
gaat vergezeld van:
a. een verklaring over de
getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van
Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek;
b. een verklaring van de
accountant over de rechtmatigheid van het beheer met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten van de Algemene
Kas en van het Algemeen
Fonds Bijzondere Ziektekosten;
c. een rapport van de
accountant over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financieel
beheer;
d. een rapport over de mate
waarin de uitgaven en ontvangsten van de Algemene Kas en van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten zijn
gedekt door
rechtmatigheidsverklaringen of rechtmatigheidsrapportages van derden.
-3. Het financieel verslag
behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers der
Staten-Generaal. Het College stelt
het financieel verslag algemeen verkrijgbaar.
-4. Het College rapporteert
Onze Minister gevraagd en ongevraagd omtrent:
a. de benodigde omvang van
de ten laste van de Algemene Kas en het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten, bedoeld in artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen, besteedbare middelen voor de ziekenfondsverzekering
onderscheidenlijk de algemene verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de hoogte van de premie,
bedoeld in artikel 15, eerste lid, en van de premie, bedoeld in
artikel 39, eerste lid, onderdeel
a, van de Wet
financiering volksverzekeringen.
Art. 1t. [MvT
+
bis]
-1. Het College
is tegenover
personen of instellingen die ter zake van aan verzekerden verleende verstrekkingen op grond van deze wet
vorderingen hebben op een
ziekenfonds, aansprakelijk voor de betaling daarvan wanneer dat
ziekenfonds verkeert in de toestand dat het heeft opgehouden te betalen.
-2. Het Rijk is tegenover het
College aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid.
HOOFDSTUK IB. Toezicht
Art. 1u. [MvT
+
bis]
-1. Het College
heeft een
Commissie toezicht uitvoeringsorganisatie, verder te noemen: Commissie. De Commissie bestaat uit ten hoogste vijf
leden, waaronder de
voorzitter, die geen deel uitmaken van het bestuur van het College. Artikel
1b,
tweede tot en met zevende lid, en de artikelen 1e
en
1g zijn van
overeenkomstige toepassing.
-2. De Commissie is belast
met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
deze wet door de ziekenfondsen en de naleving van het bepaalde bij of
krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
en de Wet
financiering volksverzekeringen
door de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoerende organen alsmede op het functioneren van de genoemde
organisaties.
-3. De Commissie wijst de
ambtenaren aan die zijn belast met het uitvoeren van het toezicht;
van het besluit tot aanwijzing van ambtenaren wordt mededeling gedaan door
plaatsing in de Staatscourant.
-4. In een krachtens deze
wet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Wet financiering volksverzekeringen of een andere wet vast te
stellen algemene maatregel
van bestuur of ministeriële regeling kan het nemen van een voor de
toepassing van die wetten te nemen besluit, voor zover dat voor een goede
uitoefening van taken door de Commissie wenselijk is, worden opgedragen aan de Commissie.
-5. De Commissie wordt in en
buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter van de Commissie.
Art. 1v. [MvT
+
bis]
-1. Bij besluit van de
Commissie kan worden vastgesteld dat een besluit of een handeling van een
ziekenfonds of van een ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan als
bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten of het
achterwege blijven van een zodanig besluit of een zodanige handeling in strijd
is met:
a. daarbij aangegeven
wettelijke voorschriften, voorschriften van het College
daaronder begrepen;
b. het belang van de
ziekenfondsverzekering, de algemene verzekering bijzondere ziektekosten of
de gezondheidszorg.
-2. Een besluit als in het
eerste lid bedoeld wordt door de Commissie niet genomen indien tegen
het besluit, de handeling of het achterwege blijven van een besluit of
handeling van het ziekenfonds de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan een
wettelijke voorziening openstaat.
-3. Een besluit als in het
eerste lid bedoeld wordt onverwijld ter kennis van het daarbij betrokken
ziekenfonds, de daarbij betrokken ziektekostenverzekeraar of het daarbij betrokken
uitvoerend orgaan gebracht.
-4. Het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan handelt overeenkomstig het
besluit van de Commissie en maakt, voor zover zulks mogelijk is,
ongedaan hetgeen in strijd met dat besluit is geschied, één en ander
binnen vier weken nadat het besluit hem ter kennis is gebracht.
-5. Beslissingen tot
toekenning van verstrekkingen of vergoedingen aan verzekerden worden niet
ingevolge het vierde lid ingetrokken of gewijzigd.
-6. De Commissie is bevoegd
tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het
vierde lid bedoelde verplichtingen.
Art. 1w. [MvT
+
bis]
-1. Indien naar het oordeel
van de Commissie bij een ziekenfonds sprake is van wanbeheer of een toestand dreigt te ontstaan waarin het
ziekenfonds zijn taak niet naar
behoren vervult, kan de Commissie besluiten dat vanaf een bepaald tijdstip
alle of bepaalde organen van dat ziekenfonds hun bevoegdheden slechts
mogen uitoefenen met toestemming van één of meer door de Commissie
aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze
personen. De Commissie brengt een zodanig besluit onverwijld ter
kennis van Onze Minister.
-2. Het ziekenfonds is
verplicht de door de Commissie aangewezen personen alle medewerking te verlenen.
Artikel 39 is van overeenkomstige
toepassing.
-3. De Commissie of de door
haar aangewezen personen kunnen de betrokken organen van het ziekenfonds, al dan niet onder beperkingen,
toestaan bepaalde
handelingen zonder de in het eerste lid bedoelde toestemming te verrichten.
-4. De door de Commissie
aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende een bij het
besluit aan te geven tijdvak van ten hoogste twee jaren vanaf het
tijdstip, bedoeld in het eerste lid. De Commissie is bevoegd deze
termijn telkens voor ten hoogste één jaar te verlengen.
-5. De Commissie kan te allen
tijde de door haar aangewezen personen door andere vervangen.
-6. Voor schade tengevolge
van handelingen welke zijn verricht in strijd met een besluit als bedoeld
in het eerste lid zijn degenen die deze handelingen als orgaan van
het ziekenfonds hebben verricht persoonlijk aansprakelijk tegenover het
ziekenfonds. Het ziekenfonds kan de ongeldigheid van deze handelingen
inroepen indien de wederpartij wist dat de vereiste toestemming ontbrak
of daarvan niet onkundig kon zijn.
Art. 1x. [MvT
+
bis]
De Commissie is bevoegd,
optredende voor een ziekenfonds of voor een ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan als bedoeld in de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, een schadevergoeding te vorderen van een bestuurder
of gewezen bestuurder voor schade veroorzaakt door diens
nalatigheid of wanbeheer. De Commissie neemt een hiertoe strekkend besluit niet dan met een meerderheid van ten
minste twee derde der
uitgebrachte stemmen. De eerste en tweede volzin zijn ten aanzien van
ziekenfondsen eveneens van toepassing ten aanzien van degenen, bedoeld in
artikel 1w, zesde lid, eerste volzin, voor schade als in dat lid bedoeld.
HOOFDSTUK IC. Het verstrekken van gegevens en inlichtingen aan
Onze Minister en aan andere uitvoeringsorganen
Art. 1y. [MvT
+
bis]
-1. Het College verstrekt
desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage
vorderen van zakelijke
gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak
redelijkerwijs nodig is.
-2. Indien de inlichtingen
die het College Onze Minister desgevraagd verstrekt over een ziekenfonds zulks naar het oordeel van Onze Minister
noodzakelijk maken, kan Onze
Minister door boekenonderzoek of anderszins de nadere
inlichtingen over dat ziekenfonds welke hij behoeft, bij dat ziekenfonds doen
inwinnen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten opzichte
van
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten.
Art. 1z. [MvT
+
bis]
Het College verstrekt
desgevraagd aan het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet
tarieven gezondheidszorg, en aan het College bouw
ziekenhuisvoorzieningen en het College sanering ziekenhuisvoorzieningen,
bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, de voor de uitoefening van hun
taak benodigde inlichtingen. De bedoelde colleges kunnen inzage
vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de
vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
C. [MvT]
In de artikelen 3, vierde
lid, 8, eerste lid, 8c, onderdeel a,
9, tweede lid, en 45, eerste lid, onderdeel
b, vervallen telkens de Staatsbladaanduidingen.
D. [MvT]
In de artikelen 5, eerste
lid, 13, tweede lid, 38,
40, vierde lid, 73b, eerste lid,
73c, vierde lid, 74, eerste, derde, vierde en vijfde lid, en
79 wordt telkens "De
Ziekenfondsraad" onderscheidenlijk "de Ziekenfondsraad" vervangen door
"Het College" onderscheidenlijk "het College".
E. [MvT]
Artikel 8a wordt
gewijzigd als volgt:
1. De tweede volzin van het
tweede lid vervalt.
2. Het derde lid komt als
volgt te luiden:
-3. Het College
beslist op
aanvragen om toelating.
F. [MvT]
Artikel 8e vervalt.
G. [MvT]
In artikel 8f wordt "de
ingevolge artikel 8a, vierde lid, verstrekte gegevens" vervangen door:
de gegevens, verstrekt bij de aanvraag om toelating.
H. [MvT]
In artikel 8h wordt "Onze Minister" vervangen door: het
College.
I. [MvT]
In artikel 8i, tweede
volzin, vervalt ", aanhef en onder a,".
J. [MvT]
In artikel 11a, tweede
lid, vervalt de tweede volzin.
K. [MvT]
Artikel 14 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In de eerste volzin wordt "naar regelen, gesteld door de
Ziekenfondsraad en onder verantwoordelijkheid aan dat
college" vervangen
door: overeenkomstig door
het College
vast te stellen beleidsregels.
2. In de tweede volzin wordt "De Ziekenfondsraad" vervangen door
"Het College" en
vervalt ", bedoeld in artikel 71".
L. [MvT]
In de artikelen 14a,
tweede lid, en 15, vijfde lid, vervalt ", bedoeld in
artikel 71".
M. [MvT]
De artikelen 34 tot en
met 37 komen te luiden als volgt:
Art. 34. [MvT]
-1. Een rechtspersoon welke
als ziekenfonds werkzaam is, moet daartoe zijn toegelaten door het College.
-2. Afdeling 3.4 van de
Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
-3. Toelating als ziekenfonds
wordt verleend indien de aanvrager een stichting of onderlinge waarborgmaatschappij is:
a. die ingevolge haar
statuten ten doel heeft in een daarin aangegeven werkgebied het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitsluitend uit te oefenen
ter uitvoering van deze wet
en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. die direct noch indirect
beoogt winst te maken;
c. die in haar statuten
waarborgen biedt voor een redelijke mate van invloed van de verzekerden op het
bestuur;
d. die voldoet aan de
overige bij of krachtens deze wet aan ziekenfondsen gestelde eisen; en
e. waarvan ook overigens is
te verwachten dat zij de taak van een ziekenfonds naar behoren zal uitoefenen.
-4. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de mate van invloed die verzekerden ten minste op het bestuur
van een ziekenfonds dienen
te hebben.
Art. 35. [MvT]
-1. Bij de beschikking tot
toelating als ziekenfonds kunnen aan het ziekenfonds met het oog op
een goede uitvoering van deze wet en de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten verplichtingen worden opgelegd.
-2. Ook op een later tijdstip
kunnen aan het ziekenfonds met het oog op een goede uitvoering van deze wet en de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten verplichtingen
worden opgelegd. Een beschikking als bedoeld
in de eerste volzin treedt niet in werking dan na verloop van vier
weken na de dag waarop zij is bekendgemaakt.
Art. 36. [MvT]
-1. De toelating wordt
ingetrokken, indien het ziekenfonds:
a. niet meer voldoet aan de eisen vervat in artikel
34, derde lid, of de aan hem opgelegde
verplichtingen; of
b. in ernstige mate handelt
in strijd met de bij enig wettelijk voorschrift ten aanzien van ziekenfondsen gestelde eisen of anderszins zijn taak niet
naar behoren vervult.
-2. Op aanvraag van het
ziekenfonds wordt de toelating met ingang van een daarbij te bepalen datum
ingetrokken.
-3. Het College
regelt de
gevolgen van de intrekking van de toelating en de afwikkeling der lopende
zaken.
Art. 37. [MvT]
Van beschikkingen ingevolge
de artikelen 34, 35, tweede lid, en
36 wordt mededeling gedaan in de Staatscourant, onder vermelding van het
werkgebied van het betrokken
ziekenfonds.
N. [MvT]
Na artikel 38a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 38b.
-1. De toestemming van het College
is vereist voor de overdracht van verbintenissen van een ziekenfonds aan een ander ziekenfonds.
-2. Aan deze toestemming
kunnen voorwaarden worden verbonden.
-3. Bij de samenvoeging van
ziekenfondsen tot een nieuw ziekenfonds gaan alle rechten welke derden hebben jegens elk der ziekenfondsen
welke ophouden te bestaan,
over op het nieuwe ziekenfonds.
O. [MvT]
Artikel 39, eerste lid,
wordt gewijzigd als volgt:
1. De woorden "de
Ziekenfondsraad" worden vervangen door: het College
2. De vermelding "artikel 62a" wordt vervangen door:
artikel
1y, tweede lid.
P. [MvT]
Artikel 41 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en vierde
lid wordt "de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
2. Het derde lid, onderdeel c,
vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt.
Q. [MvT]
Artikel 42 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het vijfde lid worden "de
Ziekenfondsraad" en
"De Ziekenfondsraad" vervangen door "het College" en
"Het College".
2. Het zevende lid, onderdeel c,
vervalt; de puntkomma aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een punt.
3. Het achtste lid komt te
luiden:
-8. Van besluiten als bedoeld
in het vijfde, zesde en zevende lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
R.
In artikel 43b, eerste
lid, vervalt ", bedoeld in artikel 71".
S. [MvT]
Artikel 44 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het vijfde lid wordt "Onze Minister kan, gehoord de
Ziekenfondsraad,"
vervangen door: Het College
kan.
2. In het tiende lid wordt "Onze Minister" vervangen door: het
College.
T. [MvT]
Artikel 44a komt te
luiden:
Art. 44a.
-1. Het College
stelt ten
behoeve van te sluiten overeenkomsten als bedoeld in artikel
44,
eerste lid, voor categorieën van personen of instellingen een
modelovereenkomst vast.
-2. Alvorens een
modelovereenkomst vast te stellen, hoort het College de daarbij betrokken
organisaties van ziekenfondsen en van personen en instellingen.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing indien het overleg tussen de organisaties, bedoeld in
artikel 46, eerste lid, binnen de termijn van zes maanden, bedoeld in
artikel 44, achtste lid, heeft geleid tot de in
artikel 46, tweede lid, bedoelde
overeenstemming en de uitkomst daarvan voldoet aan artikel
45, eerste lid,
en deze uitkomst de goedkeuring van het College heeft verkregen.
U. [MvT]
Artikel 46 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Onverminderd artikel 44,
derde lid, wordt omtrent de inhoud van de in het eerste lid van dat artikel bedoelde overeenkomsten overleg
gepleegd tussen de betrokken
organisaties van ziekenfondsen en van personen en instellingen.
2. In het tweede lid wordt "de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
V. [MvT]
Artikel 46a wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt "naar het oordeel van Onze Minister
representatieve
organisaties" vervangen
door: betrokken organisaties.
2. In het tweede lid wordt "de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
W. [MvT]
Artikel 47 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid worden "De
Ziekenfondsraad" en
"artikel 42, achtste lid," vervangen door "Het
College" onderscheidenlijk
"artikel 42, vijfde lid,".
2. In het derde lid wordt "Onze Minister, gehoord de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
X.
[MvT]
In artikel 49, eerste
lid, vervalt de zinsnede "dan wel indien deze overeenkomsten niet de
vereiste goedkeuring verwerven, of indien het besluit tot goedkeuring door
Ons wordt vernietigd".
Y.
[MvT]
Hoofdstuk V en de
artikelen 50 tot en met 73a vervallen; het opschrift van hoofdstuk
Va wordt
vervangen door: HOOFDSTUK V. Het verstrekken van inlichtingen voor de
uitvoering van deze wet.
Z.
[MvT]
Het opschrift van hoofdstuk VI komt te luiden: HOOFDSTUK VI. Bezwaar en
beroep. Tevens vervalt de vermelding "§ 1. Recht van bezwaar en beroep".
AA.
[MvT]
Artikel 77 komt te
luiden:
Art. 77.
Voor zover in deze wet niet anders is bepaald, kan een belanghebbende tegen beschikkingen van
Onze Minister, van het bestuur van het College, van de commissie, bedoeld in
artikel 1u, en van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1p,
tweede lid, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State.
BB. [MvT]
Na artikel 79 vervallen
de vermelding "§ 2.
Schorsing en vernietiging van besluiten" en artikel
81.
CC.
[MvT]
In artikel 86 vervalt "door Onze Minister".
DD.
[MvT]
In artikel 87 wordt "het eerste lid van
artikel 39 of het vierde lid van artikel 41 dan wel het
tweede lid van artikel 68a" vervangen door: artikel 1w, tweede lid,
artikel 39,
eerste lid, of artikel 41, vierde lid,.
EE.
[MvT]
Artikel 93a wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en tweede
lid vervalt telkens "Ons".
2. In het derde lid vervalt "en 101, tweede lid,".
FF.
[MvT]
Na artikel 93a worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 94.
[MvT]
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het
College
uit de wet
voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
Art. 95.
[MvT]
Onze Minister
zendt binnen
vijf jaar na de inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens
telkens na vier jaar aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag
over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het College.
GG. [MvT]
Artikel 107 komt te luiden:
Art. 107.
Deze wet wordt aangehaald
als: Ziekenfondswet.
HOOFDSTUK
II
Wijziging
van de Wet tarieven gezondheidszorg
Art.
II. [MvT]
De Wet
tarieven gezondheidszorg wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 1 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Het eerste lid wordt
gewijzigd als volgt:
a. Onderdeel b komt te
luiden:
b. het College: het College
tarieven gezondheidszorg, bedoeld in artikel 18; .
b. Onderdeel c vervalt.
c. Onderdeel d komt te
luiden:
d. het College van Beroep:
het College van Beroep voor het bedrijfsleven, bedoeld in artikel 2 van de
Wet
bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie;
d. In onderdeel e, onder 1,
vervalt de Staatsbladaanduiding.
2. Het zesde lid vervalt.
B. [MvT
+ bis]
In artikel 2 vervalt de
aanduiding "-1." voor het eerste lid. Tevens vervalt het tweede lid.
C. [MvT
+ bis]
Artikel 2a wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid wordt
gewijzigd als volgt:
a. De zinsnede "en Onze
Minister van Economische Zaken kunnen" wordt vervangen door: kan.
b. Het woord "hun" wordt
vervangen door: zijn.
2. In het tweede lid wordt ", Onze Minister van Economische Zaken, en
Onze Minister die het op grond van zijn verantwoordelijkheid voor het
beleid ten aanzien van een
categorie van organen voor gezondheidszorg of daarmee gelijkgestelde
voorzieningen of instellingen mede aangaat, kunnen" vervangen door:
kan.
D. [MvT]
In de artikelen 4, eerste
lid, en 5, eerste lid, wordt "Centraal orgaan" telkens vervangen door:
College.
E. [MvT
+ bis]
Artikel 6 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste en tweede
lid wordt "Centraal orgaan" telkens vervangen door: College.
2. Het derde lid wordt
gewijzigd als volgt:
a. De vermelding "Centraal orgaan" wordt telkens vervangen door: College.
b. De zinsnede "aan Onze
Minister van Economische Zaken, aan Onze Minister
die het op grond van zijn verantwoordelijkheid voor het beleid
ten aanzien van een
categorie van organen voor gezondheidszorg of daarmee gelijkgestelde
voorzieningen of instellingen mede aangaat," vervalt.
3. In het vierde lid wordt "Centraal orgaan" telkens vervangen door: College.
F.
[MvT]
In artikel 7 wordt "Centraal orgaan" telkens vervangen door: College.
G.
[MvT]
In artikel 8, eerste tot
en met vierde lid, wordt "Centraal orgaan" telkens vervangen door:
College.
H.
[MvT
+ bis]
Het opschrift van titel 4
en de artikelen 11 tot en met 14 komen te luiden:
TITEL 4. Beleidsregels
Art. 11. [MvT
+ bis]
-1. Het College stelt
beleidsregels vast omtrent de hoogte, de opbouw en de wijze van berekening
van een tarief of van onderdelen van een tarief. Het College kan in
een beleidsregel opnemen aan wie een tarief in het onderlinge verkeer
tussen organen voor gezondheidszorg in rekening dient te worden gebracht.
-2. Beleidsregels als bedoeld
in het eerste lid kunnen gericht zijn op het tot stand brengen van afhankelijkheid tussen de hoogte van een tarief of
tarieven en het totaal van
in enige periode in rekening gebrachte dan wel te brengen tarieven.
Art. 12. [MvT
+ bis]
-1. Een beleidsregel als
bedoeld in artikel 11, eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Een zodanige beleidsregel wordt daartoe gezonden aan Onze Minister.
-2. Goedkeuring kan slechts
worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de volksgezondheid.
-3. Het besluit omtrent
goedkeuring wordt binnen acht weken na verzending bekendgemaakt.
Het nemen van een besluit omtrent goedkeuring kan eenmaal voor
ten hoogste vier weken worden verdaagd.
-4. Indien binnen de in het
derde lid genoemde termijn geen besluit tot goedkeuring of verdaging, dan wel binnen de termijn waarvoor het besluit
is verdaagd, geen besluit
omtrent goedkeuring is genomen, wordt een besluit tot goedkeuring
geacht te zijn genomen.
-5. De beleidsregels liggen
voor een ieder bij het College ter inzage. Het College doet van de terinzagelegging mededeling in de
Staatscourant en
in één of meer dag- of
nieuwsbladen die landelijk worden verspreid.
Art. 13. [MvT
+ bis]
-1. Onze Minister kan
beleidsregels vaststellen ten aanzien van de onderwerpen waaromtrent ingevolge artikel 11, eerste en tweede lid,
door het College
beleidsregels worden of kunnen worden vastgesteld.
-2. Onze Minister kan in de
beleidsregels bepalen dat het College ter vervanging van een reeds goedgekeurd of vastgesteld tarief ambtshalve
een ander tarief dient vast
te stellen.
-3. Onze Minister kan in de
beleidsregels bepalen dat de kosten van door hem aangewezen rechtshandelingen waaruit financiële verplichtingen
voor een orgaan voor
gezondheidszorg kunnen voortvloeien, bij de beoordeling van een verzoek
om goedkeuring of vaststelling van een tarief niet in aanmerking
worden genomen indien het verzoek niet vergezeld gaat van een verklaring van het College dat het met het
verrichten van de
rechtshandeling heeft ingestemd.
-4. In het geval, bedoeld in
het derde lid, worden tevens door Onze Minister beleidsregels
gesteld over de wijze waarop een verzoek om een verklaring als in dat lid
bedoeld, wordt ingediend en over de procedure volgens welke het College op
een zodanig verzoek beslist.
Art. 14. [MvT
+ bis]
Alvorens overeenkomstig
artikel 13 een beleidsregel wordt vastgesteld, wordt de zakelijke inhoud
van het voorgenomen besluit schriftelijk medegedeeld aan de beide
kamers der Staten-Generaal. Het besluit wordt niet eerder vastgesteld dan
nadat tien dagen zijn verstreken na die mededeling. Van de
vaststelling wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
I.
[MvT
+ bis]
De artikelen 16 en 17
vervallen.
J. [MvT
+ bis]
In artikel 17a vervalt de
aanduiding "-1." voor het eerste lid. Tevens vervalt het tweede lid.
K.
[MvT
+ bis]
Artikel 17b, derde lid,
vervalt.
L.
[MvT]
In de artikelen 17c en 17d wordt "Centraal orgaan" telkens vervangen door: College.
M.
[MvT]
In artikel 17e wordt "17" vervangen door: 14.
N.
[MvT]
In artikel 17f, tweede
lid, wordt "Centraal orgaan" vervangen door: College.
O.
[MvT
+ bis]
Het opschrift van hoofdstuk III komt te luiden: HOOFDSTUK III. Het
College tarieven gezondheidszorg.
P.
[MvT
+ bis]
De artikelen 18 tot en met 29 worden vervangen door de artikelen 18 tot
en met 29c, luidende:
Art. 18. [MvT
+ bis]
-1. Er is een College tarieven gezondheidszorg, dat
rechtspersoonlijkheid bezit. Het College is gevestigd in een door Onze Minister
te bepalen plaats.
-2. Het College is belast met de taken die hem bij of krachtens deze wet
of een andere wet zijn opgedragen.
-3. Het College wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de
voorzitter.
Art. 19. [MvT
+ bis]
-1. Het College bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen
leden, onder wie de voorzitter.
-2. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de
overige leden. Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die
nodig is voor de uitoefening van de taken van het College alsmede op
grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot
benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden worden
aangewezen die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het
College.
-4. Bij de samenstelling van het College wordt gestreefd naar evenredige
deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele
minderheidsgroepen.
-5. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan
tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
-6. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op
eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
-7. Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en
verblijfkosten en verdere vergoedingen aan leden van het College en
leden van commissies vastgesteld en kunnen nadere regels over hun
rechtspositie worden vastgesteld.
Art. 20. [MvT
+ bis]
-1. Het College stelt een bestuursreglement vast. Daarin worden in ieder
geval regels gesteld omtrent de wijze waarop besluiten worden
voorbereid, genomen en uitgevoerd.
-2. In het bestuursreglement kan het College voorzien in de instelling
van commissies, in welk geval in het bestuursreglement tevens regels
worden gesteld omtrent de samenstelling en taken van de ingestelde
commissie. In commissies kunnen ook personen deelnemen die geen lid van
het College zijn.
-3. Vergaderingen van het College en van commissies van het College zijn
openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is
bepaald.
-4. Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Art. 21. [MvT
+ bis]
-1. Het College benoemt, schorst en ontslaat het personeel.
-2. Het College stelt met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van het
personeel regels vast.
Art. 22. [MvT
+ bis]
Het College zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister
een
werkprogramma voor het volgende kalenderjaar. Het werkprogramma behoeft
de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het werkprogramma
aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College stelt het
werkprogramma algemeen verkrijgbaar.
Art. 23. [MvT
+ bis]
Het College zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister
een
begroting van zijn beheerskosten voor het volgende kalenderjaar, alsmede
een meerjarenraming. De begroting en de meerjarenraming behoeven de
instemming van Onze Minister.
Art. 24. [MvT
+ bis]
Het College zendt jaarlijks vóór 1 juli aan Onze Minister
een verslag
van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de
doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder,
alsmede gegevens over de uitvoering van het werkprogramma in het
afgelopen kalenderjaar. Onze Minister zendt het verslag aan beide kamers
der Staten-Generaal. Het College stelt het verslag algemeen
verkrijgbaar.
Art. 25. [MvT
+ bis]
-1. Het College brengt jaarlijks vóór 1 juli aan Onze Minister
een
financieel verslag over zijn beheerskosten over het afgelopen
kalenderjaar uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de
getrouwheid en de rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven,
afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een rapport van de accountant over
de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële
beheer.
-2. Het financieel verslag behoeft de instemming van Onze Minister.
Onze Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College stelt het financieel verslag algemeen
verkrijgbaar.
Art. 26. [MvT
+ bis]
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de
inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten
voor de accountantscontrole.
Art. 27. [MvT
+ bis]
De beheerskosten van het College komen tot ten hoogste het in de
begroting aangegeven bedrag ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten, bedoeld in artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen. Op grond van de begroting worden maandelijks uit het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten voorschotten verleend.
Art. 28. [MvT
+ bis]
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de
werkwijze en de uitoefening van de taken van het College.
Art. 29. [MvT
+ bis]
-1. Een besluit van het College kan bij koninklijk besluit worden
vernietigd.
-2. Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door
plaatsing in de Staatscourant.
Art. 29a. [MvT
+ bis]
-1. Het College rapporteert desgevraagd aan Onze Minister
omtrent de
uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid met betrekking
tot tarieven op het gebied van de gezondheidszorg.
-2. Het College signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister
feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de tarieven voor de
gezondheidszorg.
Art. 29b. [MvT
+ bis]
Het College verstrekt desgevraagd aan Onze Minister
de voor de
uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan
inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat
voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Art. 29c. [MvT
+ bis]
Het College verstrekt desgevraagd aan het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet, en aan het College bouw
ziekenhuisvoorzieningen en het College sanering ziekenhuisvoorzieningen,
bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, de voor de uitoefening van
hun taak benodigde inlichtingen. De bedoelde colleges kunnen inzage
vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de
vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Q. [MvT
+ bis
+ bis]
Artikel 30 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het derde lid wordt gewijzigd als volgt:
a. De vermelding "Centraal orgaan"
wordt vervangen door: College.
b. De zinsnede ", Onze
Minister van Economische Zaken of aan Onze Minister
die het op grond van zijn
verantwoordelijkheid voor het beleid ten aanzien van een categorie van
organen voor gezondheidszorg of daarmee gelijkgestelde voorzieningen of
instellingen mede aangaat," vervalt.
2. In het vierde en vijfde lid vervallen de
woorden "in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken".
3. Het achtste lid vervalt.
R.
[MvT]
Artikel 33 wordt gewijzigd als volgt:
1. De Staatsbladaanduiding vervalt.
2. Na "College" wordt toegevoegd:
van Beroep.
3. "Centraal orgaan" wordt
vervangen door: College.
S. [MvT
+ bis]
In artikel 34, eerste lid, wordt "Centraal orgaan" vervangen
door: College.
T.
[MvT]
Artikel 35 wordt gewijzigd als volgt:
1. In de aanhef wordt "Centraal orgaan"
vervangen door: College.
2. Onderdeel c wordt gewijzigd als
volgt:
a. "17, eerste lid," wordt
vervangen door: 13, derde lid,.
b. Na "College" wordt toegevoegd:
van Beroep.
U.
[MvT
+ bis]
De artikelen 37 tot en met 40 vervallen.
V.
[MvT
+ bis]
In artikel 41, tweede lid, vervalt "in overeenstemming met Onze Minister
die het mede aangaat,".
W.
[MvT]
In artikel 43, vierde lid, wordt "13" vervangen door: 11.
X.
[MvT]
In artikel 44 wordt "Centraal orgaan" vervangen door: College.
Y.
[MvT
+ bis]
De artikelen 45 en 46 komen te luiden als volgt:
Art. 45. [MvT
+ bis]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van
deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het
College uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren
nakomt.
Art. 46. [MvT
+ bis]
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit
artikel en vervolgens telkens na vier jaar aan de beide kamers der
Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid
van het functioneren van het College.
Z.
[MvT
+ bis]
De artikelen 47 tot en met 54 vervallen.
AA.
[MvT
+ bis]
Artikel 55 komt te luiden:
Art. 55.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tarieven gezondheidszorg.
HOOFDSTUK
III
Wijziging
van de Wet ziekenhuisvoorzieningen
Art.
III. [MvT]
De Wet ziekenhuisvoorzieningen wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:
1. Onderdeel b komt te luiden:
b. het College bouw: het College bouw ziekenhuisvoorzieningen,
bedoeld in artikel 2;.
2. Onderdeel e komt te luiden:
e. bed of plaats: capaciteitsmaat waarmee wordt uitgedrukt het
aantal patiënten dat gelijktijdig in het kader van een klinische
behandeling of verpleging in een ziekenhuisvoorziening kan worden
opgenomen;.
3. In onderdeel f wordt na "werkweek"
een punt geplaatst. De daaropvolgende tekst van het eerste lid vervalt.
B.
[MvT]
Artikel 2 wordt vervangen door de artikelen 2 tot en met 2o:
Art. 2. [MvT]
-1. Er is een College bouw ziekenhuisvoorzieningen, dat
rechtspersoonlijkheid bezit. Het College bouw is gevestigd in een door Onze Minister
te bepalen plaats.
-2. Het College bouw is belast met de taken die hem bij of krachtens
deze wet of een andere wet zijn opgedragen.
-3. Het College bouw wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de
voorzitter.
Art. 2a. [MvT]
-1. Het College bouw bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen
leden, onder wie de voorzitter.
-2. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de
overige leden. Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die
nodig is voor de uitoefening van de taken van het College alsmede op
grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot
benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden worden
aangewezen die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het
College.
-4. Bij de samenstelling van het College wordt gestreefd naar evenredige
deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele
minderheidsgroepen.
-5. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan
tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
-6. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op
eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
-7. Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en
verblijfkosten en verdere vergoedingen aan leden van het College en
leden van commissies vastgesteld en kunnen nadere regels over hun
rechtspositie worden vastgesteld.
Art. 2b. [MvT]
-1. Het College bouw stelt een bestuursreglement vast. Daarin worden in
ieder geval regels gesteld omtrent de wijze waarop besluiten worden
voorbereid, genomen en uitgevoerd.
-2. In het bestuursreglement kan het College voorzien in de instelling
van commissies, in welk geval in het bestuursreglement tevens regels
worden gesteld omtrent de samenstelling en taken van de ingestelde
commissie. In commissies kunnen ook personen deelnemen die geen lid van
het College zijn.
-3. Vergaderingen van het College en van commissies van het College zijn
openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is
bepaald.
-4. Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Art. 2c. [MvT]
-1. Het College bouw benoemt, schorst en ontslaat het personeel.
-2. Het College bouw stelt met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van
het personeel regels vast.
Art. 2d. [MvT]
Het College bouw zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister
een
werkprogramma voor het volgende kalenderjaar. Het werkprogramma behoeft
de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het werkprogramma
aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College stelt het
werkprogramma algemeen verkrijgbaar.
Art. 2e. [MvT]
Het College bouw zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister
een
begroting van zijn beheerskosten voor het volgende kalenderjaar, alsmede
een meerjarenraming. De begroting en de meerjarenraming behoeven de
instemming van Onze Minister.
Art. 2f. [MvT]
Het College bouw zendt jaarlijks vóór 1 juli aan Onze Minister
een
verslag van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de
doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder,
alsmede gegevens omtrent de uitvoering van het werkprogramma in het
afgelopen kalenderjaar. Onze Minister zendt het verslag aan beide kamers
der Staten-Generaal. Het College stelt het verslag algemeen
verkrijgbaar.
Art. 2g. [MvT]
-1. Het College bouw brengt jaarlijks vóór 1 juli aan Onze Minister
een
financieel verslag over zijn beheerskosten over het afgelopen
kalenderjaar uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de
getrouwheid en de rechtmatigheid van de ontvangsten en de uitgaven,
afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een rapport van de accountant over
de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële
beheer.
-2. Het financieel verslag behoeft de instemming van Onze Minister. Onze
Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College stelt het financieel verslag algemeen
verkrijgbaar.
Art. 2h. [MvT]
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de
inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten
voor de accountantscontrole.
Art. 2i. [MvT]
De beheerskosten van het College bouw komen tot ten hoogste het in de
begroting aangegeven bedrag ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten, bedoeld in artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen. Op grond van de begroting worden maandelijks uit het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten voorschotten verleend.
Art. 2j. [MvT]
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de
werkwijze en de uitoefening van de taken van het College bouw.
Art. 2k. [MvT]
-1. Een besluit van het College bouw kan bij koninklijk besluit worden
vernietigd.
-2. Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door
plaatsing in de Staatscourant.
Art. 2l. [MvT]
-1. Het College bouw:
a. rapporteert desgevraagd aan Onze Minister
omtrent de
uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid met betrekking
tot ziekenhuisvoorzieningen;
b. geeft aan de provincies op hun verzoek inlichtingen met
betrekking tot de bouwkundige en functionele staat van de
ziekenhuisvoorzieningen;
c. geeft aan Onze Minister desgevraagd advies over aanvragen om
een verklaring als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.
-2. Het College signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister
feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de infrastructuur van de
gezondheidszorg.
Art. 2m. [MvT]
-1. Er is een College sanering ziekenhuisvoorzieningen, verder te
noemen: het College sanering, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het
College sanering is gevestigd in een door Onze Minister
te bepalen
plaats.
-2. Het College sanering is belast met de taken die hem bij of krachtens
deze wet, de Wet
ambulancevervoer of een andere wet zijn opgedragen.
-3. De artikelen 2a tot en met 2k, met uitzondering van
artikel 2d, zijn ten aanzien van het College sanering van
overeenkomstige toepassing.
Art. 2n. [MvT]
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan Onze Minister
de voor de uitoefening van zijn taak benodigde
inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens
en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak
redelijkerwijs nodig is.
Art. 2o. [MvT]
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan
elkaar en aan het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de
Ziekenfondswet, en het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de
Wet tarieven
gezondheidszorg, de voor de uitoefening van hun taak
benodigde inlichtingen. De bedoelde colleges kunnen inzage vorderen van
zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van
hun taak redelijkerwijs nodig is.
C.
[MvT]
In de artikelen 3, derde en vierde lid, 4, eerste lid, 5, eerste lid, 5a
en 23, tweede lid, wordt telkens "Onze Minister van Onderwijs en
Wetenschappen" vervangen door: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen.
D.
[MvT]
Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het zevende lid vervalt en het achtste
lid wordt vernummerd tot zevende lid.
2. In het zesde en zevende lid (nieuw)
wordt telkens "College" vervangen door: College bouw.
E.
[MvT]
Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te
luiden:
a. een ziekenhuisvoorziening te bouwen zonder vergunning van het
College bouw;.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede
"kennis is gegeven aan Onze Minister" vervangen door: kennis
is gegeven aan het College bouw.
F.
[MvT]
Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"artikel 10, zevende lid" vervangen door: artikel 10, zesde
lid.
2. In het eerste lid, onderdeel b en c,
en tweede lid wordt telkens "Onze Minister" vervangen door:
het College bouw.
G.
[MvT]
In artikel 9, tweede lid, wordt "College" vervangen door:
College bouw.
H.
[MvT]
Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en tweede lid wordt
telkens "College" vervangen door: College bouw.
2. Het vijfde lid komt te luiden:
-5. Indien het algemeen belang dit vereist, kan Onze Minister
bij het
afgeven van de verklaring bepalen dat binnen een door hem te bepalen
termijn een aanvraag om goedkeuring van stukken als bedoeld in artikel
7, eerste lid, onderdeel b of c, of om een vergunning als
bedoeld in artikel 6 niet in behandeling wordt genomen.
3. Het achtste lid wordt vernummerd tot
zevende lid. In het zevende lid (nieuw) wordt "Onze Minister van
Onderwijs, en Wetenschappen" vervangen door: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen.
4. Een nieuw achtste lid wordt toegevoegd,
luidende:
-8. Onze Minister kan de verklaring in bijzondere gevallen onder
beperkingen verlenen. In bijzondere gevallen kunnen aan de verklaring
voorschriften worden verbonden.
I.
[MvT]
Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt "artikel
10, vijfde lid" vervangen door: artikel 10, vijfde en achtste lid.
2. In het eerste en derde lid wordt "College"
vervangen door: College bouw.
J.
[MvT]
Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid wordt "College"
vervangen door: College bouw.
2. In het vierde lid wordt "artikel
10, vierde en vijfde lid" vervangen door: artikel 10, vierde en
achtste lid.
K.
[MvT]
Artikel 13 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het tweede lid wordt "Onze Minister" vervangen door: Het College bouw.
2. In het derde lid wordt "College"
vervangen door: College bouw.
L.
[MvT]
Artikel 14 vervalt.
M.
[MvT]
Artikel 15 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het vierde lid vervalt.
2. Het vijfde lid wordt vernummerd tot
vierde lid; in het vierde lid (nieuw) wordt na de tweede volzin de
volgende volzin ingevoegd: Aan een vergunning is in elk geval het
voorschrift verbonden dat de eindafrekening ter goedkeuring wordt
voorgelegd aan het College bouw.
3. Het zesde lid vervalt.
N.
[MvT]
Na artikel 15 wordt een artikel 15a ingevoegd, dat luidt als
volgt:
Art. 15a.
-1. Het College bouw stelt bouwmaatstaven vast, inhoudende een nadere
omschrijving van de in artikel 15, tweede lid, genoemde criteria.
-2. De bouwmaatstaven behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Het
College bouw zendt daartoe de vastgestelde bouwmaatstaven aan Onze
Minister.
-3. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht
of het belang van de volksgezondheid.
-4. Het besluit omtrent goedkeuring wordt binnen acht weken na
verzending bekendgemaakt. Het nemen van een besluit omtrent goedkeuring
kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
-5. Indien binnen de in het derde lid genoemde termijn geen besluit tot
goedkeuring of verdaging, dan wel binnen de termijn waarvoor het besluit
is verdaagd, geen besluit omtrent goedkeuring is genomen, wordt een
besluit tot goedkeuring geacht te zijn genomen.
-6. De bouwmaatstaven liggen voor een ieder bij het College bouw ter
inzage. Het College bouw doet van de terinzagelegging mededeling in de
Staatscourant en in één of meer dag- of nieuwsbladen die landelijk
worden verspreid.
O.
[MvT]
Artikel 16 komt te luiden:
Art. 16.
-1. Van een beschikking houdende weigering of verlening van een
vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-2. Tevens wordt van de beschikking mededeling gedaan door toezending
van een afschrift aan Onze Minister en aan gedeputeerde staten van de
provincies die omtrent de verklaring advies hebben uitgebracht of deze
hebben afgegeven.
P.
[MvT]
Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid vervalt de zinsnede
",
dan wel, bij toepassing van artikel 15, zesde lid, met de bouw mocht
worden begonnen".
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. Een vergunning vervalt door intrekking van de verklaring ingevolge
artikel 13, derde lid.
Q.
[MvT
+ bis]
Na artikel 17 wordt een artikel 17a ingevoegd, dat luidt als
volgt:
Art. 17a.
-1. Het bestuur van een ziekenhuisvoorziening dat voornemens is om
gebouwen of terreinen, of delen daarvan, blijvend niet meer voor de
ziekenhuisvoorziening te gebruiken, doet hiervan onverwijld mededeling
aan het College sanering.
-2. Het College sanering kan binnen acht weken na ontvangst van de
mededeling beslissen dat het bestuur van de ziekenhuisvoorziening de
gebouwen of terreinen niet kan verhuren, vervreemden of aan enig beperkt
recht onderwerpen zonder zijn goedkeuring. Daarbij kan het College
sanering bepalen dat bij verkoop het boekresultaat wordt gestort in het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
-3. Een rechtshandeling die is verricht in strijd met dit artikel is
vernietigbaar. De vernietigbaarheid kan worden ingeroepen door het
College sanering.
R.
[MvT
+ bis]
Artikel 18a wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Onze Minister kan bepalen:
a. dat een ziekenhuisvoorziening moet worden gesloten;
b. dat het aantal bedden of plaatsen in een ziekenhuisvoorziening
moet worden verminderd met een door hem aan te geven aantal;
c. dat de uitoefening van door hem aan te geven medische
specialismen in een ziekenhuisvoorziening moet worden verminderd met een
door hem aan te geven aantal functie-eenheden dan wel dient te worden
beëindigd,
indien één en ander niet past in een plan voor ziekenhuisvoorzieningen.
2. In het tweede lid wordt "College"
vervangen door: College bouw.
3. In het derde lid wordt "Onze
Minister van Onderwijs en Wetenschappen" vervangen door: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen.
S.
[MvT
+ bis]
Artikel 18b komt te luiden als volgt:
Art. 18b.
-1. Een ziekenhuisvoorziening wendt zich tot het College sanering binnen
zes weken na het onherroepelijk worden van een beslissing tot:
a. intrekking van een verklaring op grond van artikel 13, derde
lid;
b. wijziging van beperkingen of voorschriften dan wel het stellen
van nieuwe beperkingen of voorschriften op grond van artikel 15, vierde
lid;
c. beëindiging van de uitvoering van bijzondere medische
verrichtingen of beëindiging van het gebruik van apparatuur op grond
van artikel 6, vijfde lid, van de Wet
op bijzondere medische verrichtingen;
d. sluiting van de ziekenhuisvoorziening dan wel vermindering van
het aantal bedden of plaatsen van de ziekenhuisvoorziening of van het
aantal functie-eenheden van een medisch specialisme dan wel de
beëindiging
van de uitoefening van een medisch specialisme op grond van artikel 18a,
eerste lid.
-2. Het College sanering stelt de financiële gevolgen van sanering vast
ter zake van een beslissing als bedoeld in het eerste lid alsmede ter
zake van de uitvoering van een voornemen als bedoeld in artikel 17a.
-3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling kan inhouden dat het
College sanering subsidie verstrekt ter voorziening in de financiële
gevolgen van de sanering.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot:
a. hetgeen onder financiële gevolgen van sanering moet worden
verstaan;
b. de hoogte, de opbouw en wijze van berekening van de subsidie;
c. de aanvraag van de subsidie en de besluitvorming daarover;
d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
e. de verplichtingen van de subsidieontvanger;
f. de vaststelling van de subsidie;
g. de betaling en terugvordering van de subsidie en het verlenen
van voorschotten.
-5. In de in het vierde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan
worden bepaald dat het College sanering nadere regels stelt over daarbij
aangewezen onderwerpen. De door het College sanering gestelde regels
behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
-6. Een beschikking tot subsidievaststelling wordt niet genomen dan
nadat het College voor zorgverzekeringen is gehoord.
-7. De betaling van de subsidie of het voorschot geschiedt door het
College voor zorgverzekeringen ten laste van het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels
stellen.
-8. Indien het College sanering vaststelt dat de financiële gevolgen
van de sanering een positief saldo voor de betrokken
ziekenhuisvoorziening inhouden, is die ziekenhuisvoorziening verplicht
dat saldo te storten in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Bij
of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde
lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld.
-9. Van besluiten als bedoeld in het tweede lid doet het College
sanering mededeling aan Onze Minister.
-10. Onze Minister doet jaarlijks verslag aan de Staten-Generaal omtrent
de door het College sanering ingevolge het tweede lid genomen besluiten.
-11. Het College sanering is tevens belast met het toezicht op de
sanering. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde
lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld.
T.
[MvT]
Artikel 19 wordt gewijzigd als volgt:
1. De zinsnede "15, vijfde lid"
wordt vervangen door: 15, vierde lid, 17a, tweede lid.
2. De zinsnede "18b, tweede
lid, onderdeel d, en vijfde lid" wordt vervangen door: 18b,
zesde lid.
U.
[MvT]
In artikel 22, eerste lid, wordt de punt aan het slot vervangen door een
komma en wordt toegevoegd: behoudens wat betreft de gegevens betreffende
de bouwkundige en functionele staat van de ziekenhuisvoorziening, welke
gegevens aan het College bouw worden verstrekt.
V.
[MvT]
Artikel 27 vervalt.
W.
[MvT]
In artikel 29, eerste lid, onderdeel e, vervalt het zinsdeel ",
onder a".
X.
[MvT
+ bis]
Na artikel 29 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 29a. [MvT
+ bis]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van
deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het
College bouw dan wel het College sanering uit de wet voortvloeiende
verplichtingen niet naar behoren nakomt.
Art. 29b. [MvT
+ bis]
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet
en vervolgens telkens na vier jaar aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het
functioneren van het College bouw en het College sanering.
HOOFDSTUK
IV
Wijziging
van andere wetten
Art.
IV. [MvT]
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:
1. Onderdeel f komt te luiden:
f. het College: het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet:.
2. In onderdeel g wordt "bedoeld
in artikel 51" vervangen door: , bedoeld in artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen.
B.
[MvT]
In de artikelen 4, 7, derde lid,
14, tweede lid, 37,
40, aanhef en onder
b, 56, eerste lid, 58, eerste, derde, vierde en vijfde lid, en
64
wordt telkens "De
Ziekenfondsraad" onderscheidenlijk "de
Ziekenfondsraad" vervangen door "Het College"
onderscheidenlijk "het College" .
C.
[MvT]
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. De tweede volzin van het tweede lid
vervalt.
2. Het derde lid komt als volgt te luiden:
-3. Het College beslist op aanvragen om toelating.
3. Het vierde lid vervalt; het vijfde lid
wordt vernummerd tot vierde lid.
D.
In de artikelen 8b, onderdeel a, en
43, eerste lid, onderdeel b,
vervallen de Staatsbladaanduidingen.
E.
[MvT]
Artikel 8d wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste en tweede lid vervallen.
2. Het zesde en zevende lid worden
vernummerd tot eerste en tweede lid.
F.
[MvT]
In artikel 8e wordt "de ingevolge
artikel 8, vierde lid,
verstrekte gegevens" vervangen door: de gegevens, verstrekt bij de
aanvraag om toelating.
G.
[MvT]
In artikel 8g wordt "Onze Minister" vervangen door: het
College.
H. [MvT]
In artikel 8h, tweede volzin, vervalt ", aanhef en onder b,".
I. [MvT]
In artikel 12a, tweede lid, vervalt de tweede volzin.
J. [MvT]
De artikelen 33 tot en met 36 komen te luiden als volgt:
Art. 33. [MvT]
-1. Een rechtspersoon welke als ziektekostenverzekeraar werkzaam is,
moet daartoe zijn toegelaten door het College.
-2. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
-3. Toelating als ziektekostenverzekeraar wordt verleend indien de
aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is:
a. die ingevolge haar statuten ten doel heeft in een daarin
aangegeven werkgebied het ziektekostenverzekeringsbedrijf uit te oefenen;
b. die voldoet aan de overige bij of krachtens deze wet aan
ziektekostenverzekeraars gestelde eisen; en
c. waarvan ook overigens is te verwachten dat zij de taak van een
ziektekostenverzekeraar naar behoren zal uitoefenen.
Art. 34. [MvT]
-1. Bij de beschikking tot toelating als ziektekostenverzekeraar kunnen
aan de ziektekostenverzekeraar met het oog op een goede uitvoering van
deze wet verplichtingen worden opgelegd.
-2. Ook op een later tijdstip kunnen aan de ziektekostenverzekeraar met
het oog op een goede uitvoering van deze wet verplichtingen worden
opgelegd. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin treedt niet in
werking dan na verloop van vier weken na de dag waarop zij is
bekendgemaakt.
Art. 35. [MvT]
-1. De toelating wordt ingetrokken, indien de ziektekostenverzekeraar:
a. niet meer voldoet aan de eisen vervat in artikel
33, derde
lid, of de aan hem opgelegde verplichtingen; of
b. in ernstige mate handelt in strijd met de bij enig wettelijk
voorschrift ten aanzien van ziektekostenverzekeraars gestelde eisen of
anderszins zijn taak niet naar behoren vervult.
-2. Op aanvraag van de ziektekostenverzekeraar wordt de toelating met
ingang van een daarbij te bepalen datum ingetrokken.
-3. Het College
regelt de gevolgen van de intrekking van de toelating en
de afwikkeling der lopende zaken.
Art. 36. [MvT]
Van beschikkingen ingevolge de artikelen 33,
34, tweede lid, en 35 wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant, onder vermelding van het
werkgebied van de betrokken ziektekostenverzekeraar.
K. [MvT]
In artikel 38, eerste en tweede lid, wordt "Onze Minister"
vervangen door: het College.
L. [MvT]
Na artikel 38 wordt ingevoegd artikel 38a, luidende als volgt:
Art. 38a.
Artikel 38b van de Ziekenfondswet is ten aanzien van
ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen van
overeenkomstige toepassing.
M. [MvT]
Artikel 39, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:
1. De woorden "de
Ziekenfondsraad"
worden vervangen door: het College.
2. De vermelding "bedoeld in het in
artikel 49, derde lid, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel
62a van de Ziekenfondswet" wordt vervangen door: bedoeld in
artikel 1y, tweede lid, van de Ziekenfondswet.
N. [MvT]
Artikel 41 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het vierde lid worden "de
Ziekenfondsraad" en "De Ziekenfondsraad" vervangen door
"het College" en "Het College".
2. In het zesde lid vervalt onderdeel c;
de puntkomma aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door
een punt.
3. Het zevende lid komt te luiden:
-7. Van besluiten als bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
O. [MvT]
Artikel 42 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het zesde lid wordt "Onze Minister kan, gehoord de
Ziekenfondsraad," vervangen door: Het College
kan.
2. In het elfde lid wordt "de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
P. [MvT]
Artikel 42a komt te luiden:
Art. 42a.
-1. Het College
stelt ten behoeve van de te sluiten overeenkomsten als
bedoeld in artikel 42, eerste lid, voor categorieën van personen of
instellingen een modelovereenkomst vast.
-2. Alvorens een modelovereenkomst vast te stellen, hoort het College de
daarbij betrokken organisaties van ziekenfondsen en
ziektekostenverzekeraars en een vertegenwoordiging van de uitvoerende
organen enerzijds en organisaties van personen en instellingen
anderzijds.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing indien het overleg tussen de
organisaties, bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen de termijn van
zes maanden, bedoeld in artikel 42, negende lid, heeft geleid tot de in
artikel 44, tweede lid, bedoelde overeenstemming en de uitkomst daarvan
voldoet aan artikel 43, eerste lid, en deze uitkomst de goedkeuring van
het College heeft verkregen.
Q. [MvT]
Artikel 44 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Onverminderd artikel 42, vierde lid, wordt omtrent de inhoud van de
in het eerste lid van dat artikel bedoelde overeenkomsten overleg
gepleegd tussen de betrokken organisaties van ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en een vertegenwoordiging van de uitvoerende
organen enerzijds en van personen en instellingen anderzijds.
2. In het tweede lid wordt "de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
R. [MvT]
Artikel 44a wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt "naar het
oordeel van Onze Minister
representatieve organisaties" vervangen
door: betrokken organisaties.
2. In het tweede lid wordt "de
Ziekenfondsraad" vervangen door: het College.
S. [MvT]
Artikel 45 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid vervallen de vierde,
vijfde en zesde volzin.
2. In het derde lid wordt "De
Ziekenfondsraad" vervangen door: Het College.
3. In het vijfde lid wordt "Onze Minister" vervangen door "het College".
T. [MvT]
In artikel 47, eerste lid, vervalt de zinsnede "dan wel indien deze
overeenkomsten niet de vereiste goedkeuring verwerven, of indien het
besluit tot goedkeuring bij koninklijk besluit wordt vernietigd".
U. [MvT]
Het opschrift van hoofdstuk VII komt te luiden: HOOFDSTUK VII. Beheer
van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
V. [MvT]
De artikelen 48 en 49 komen te luiden:
Art. 48. [MvT]
De rijksbelastingdienst biedt jaarlijks vóór 1 november een verklaring
aan het College
aan omtrent de rechtmatigheid van ontvangsten over het
afgelopen kalenderjaar betreffende de ingevolge de Wet
financiering volksverzekeringen geheven premies Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten.
Art. 49. [MvT]
-1. Het College
is tegenover personen of
instellingen die ter zake van
aan verzekerden verleende verstrekkingen op grond van deze wet
vorderingen hebben op een ziekenfonds of een ziektekostenverzekeraar,
aansprakelijk voor de betaling daarvan wanneer dat ziekenfonds of die
ziektekostenverzekeraar verkeert in de toestand dat hij heeft
opgehouden te betalen.
-2. Het Rijk is tegenover het College aansprakelijk voor de betalingen,
bedoeld in het eerste lid.
W. [MvT]
De artikelen 50, 51 en
55 vervallen.
X. [MvT]
Het opschrift van hoofdstuk IX komt te luiden: HOOFDSTUK
IX. Bezwaar en
beroep. Tevens vervalt de vermelding "§ 1. Recht van bezwaar en beroep".
Y. [MvT]
Artikel 62 komt te luiden:
Art. 62.
Voor zover in deze wet niet anders is bepaald, kan een belanghebbende
tegen beschikkingen van Onze Minister, van het bestuur van het
College
en van de commissie, bedoeld in artikel 1u, van de Ziekenfondswet, beroep instellen bij de
Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State.
Z. [MvT]
Na artikel 64 vervallen de vermelding "§ 2. Schorsing en
vernietiging van besluiten" en artikel 65.
AA. [MvT]
In artikel 68 wordt de passage beginnende met "bedoeld in" en
eindigende met "van de Ziekenfondswet" vervangen door: bedoeld
in de artikelen 39 en 56 en in artikel
1w, tweede lid, van de Ziekenfondswet.
BB. [MvT]
In artikel 76a, eerste en tweede lid, vervalt telkens "Ons".
CC. [MvT]
Ingevoegd worden artikel 78 en artikel
79, luidende:
Art. 78. [MvT]
Artikel 94 van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
Art. 79. [MvT]
Deze wet wordt aangehaald als: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
DD. [MvT]
De artikelen 97 en 98 vervallen.
Art.
V. [MvT]
De Wet
financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1, onderdeel b en d, vervalt de
Staatsbladaanduiding.
B. [MvT]
In artikel 38 wordt "De
Ziekenfondsraad" vervangen door: Het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet, verder te
noemen: het College.
C.
[MvT]
Artikel 39 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid wordt ingevoegd een
onderdeel f, luidende:
f. subsidies verstrekt ingevolge artikel 1p
van de Ziekenfondswet
en subsidies verstrekt ingevolge artikel 7 van de Wet
op bijzondere medische verrichtingen, voor zover zulks ingevolge die
artikelen is bepaald.
2. De onderdelen g en h van
het derde lid vervallen en de onderdelen i en j worden
verletterd tot onderdelen g en h.
3. Het vierde lid vervalt.
4. Het zesde lid wordt vernummerd tot
vierde lid.
5. Het zevende lid, dat wordt vernummerd
tot vijfde lid, wordt voorts gewijzigd als volgt:
a. In de eerste volzin wordt de zinsnede
"de regeling die de
Ziekenfondsraad
ter vervanging van die regeling
overeenkomstig het derde lid, onderdeel h, en het vierde lid
vaststelt." vervangen door: de regeling die ingevolge artikel 1p
van de Ziekenfondswet ter vervanging van die regeling is
vastgesteld.
b. De vierde en vijfde volzin komen te
luiden: Het College
neemt een specificatie van de ontvangsten en uitgaven op in
het financieel verslag, bedoeld in artikel 1s
van de Ziekenfondswet. Onze Minister
voornoemd stelt de bijdrage uiterlijk drie
maanden na ontvangst van het financieel verslag vast.
D. [MvT]
In artikel 40 wordt "De
Ziekenfondsraad" onderscheidenlijk
"de Ziekenfondsraad" telkens vervangen door "Het College"
onderscheidenlijk "het College".
E. [MvT]
In artikel 41 wordt "De
Ziekenfondsraad" onderscheidenlijk
"de Ziekenfondsraad" telkens vervangen door "Het College"
onderscheidenlijk "het College".
F. [MvT]
Artikel 42 vervalt.
G. [MvT]
In artikel 47 wordt "de
Ziekenfondsraad" telkens vervangen
door: het College.
H. [MvT]
Artikel 51 komt te luiden:
Art. 51.
Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen beschikkingen van het
bestuur van het College, genomen krachtens een algemene maatregel van
bestuur als bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, beschikkingen
van het bestuur van het College, genomen krachtens artikel
40, derde en
vierde lid, alsmede tegen beschikkingen van de commissie, bedoeld in
artikel 1u van de Ziekenfondswet.
Art.
VI. [MvT]
De Overgangswet
verzorgingshuizen wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:
g. het College: het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet.
B. [MvT]
In de aanduiding van hoofdstuk II, alsmede in de artikelen 2, eerste,
tweede en derde lid, 3, eerste, tweede en derde lid, 6, eerste en tweede
lid, 7, eerste en tweede lid, 8, 9, 10, 12, eerste lid, 13, eerste lid,
14, 15, eerste lid, 16, eerste, derde en zesde lid, 17, 19, 20, eerste
en derde lid, 23, 31 en 69, tweede lid, onderdeel a en b,
wordt telkens "de
Ziekenfondsraad" onderscheidenlijk "De
Ziekenfondsraad" vervangen door "het College"
onderscheidenlijk "Het College".
C. [MvT]
Artikel 57, tweede lid, komt te luiden:
-2. In het derde lid wordt de puntkomma aan het eind van onderdeel g
vervangen door een punt en vervalt onderdeel h.
Art.
VII. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 3, onder a, van
de Wet
medezeggenschap cliënten zorginstellingen komt te luiden:
a. door het College voor zorgverzekeringen
op grond van de
Ziekenfondswet.
Art.
VIII. [MvT]
Artikel 2, eerste lid, van de Ambtenarenwet
wordt gewijzigd als volgt:
1. Onderdeel r komt te luiden:
r. de voorzitter en de leden van het bestuur van het College voor zorgverzekeringen
en van de commissie, bedoeld in artikel 1u
van
de Ziekenfondswet, en het personeel van het bedoelde
college;.
2. Onderdeel s komt te luiden:
s. de voorzitter en de leden van het College bouw
ziekenhuisvoorzieningen en van het College sanering
ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, en
het personeel van de bedoelde colleges;.
3. Onderdeel u komt te luiden:
u. de voorzitter en de leden van het College tarieven
gezondheidszorg, bedoeld in de Wet
tarieven gezondheidszorg, en het
personeel van het bedoelde college;.
Art.
IX. [MvT]
In de navolgende wetten wordt in de daarbij genoemde onderdelen,
artikelen en artikelonderdelen telkens "de
Ziekenfondsraad"
onderscheidenlijk "De Ziekenfondsraad" vervangen door "het
College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a
van de
Ziekenfondswet" onderscheidenlijk "Het College voor
zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a
van de Ziekenfondswet":
a. Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet: artikel 45, eerste en derde lid;
b. Algemene
bijstandswet: artikel 122, eerste lid, onderdeel b, en
artikel 125, eerste lid, onderdeel e;
c. Algemene militaire pensioenwet:
artikel V 2, tweede lid;
d. Algemene
nabestaandenwet:
artikel 57, tweede lid;
e. Algemene
Ouderdomswet: artikel 20, eerste en derde lid;
f. Algemene
pensioenwet politieke ambtsdragers: artikel 119, tweede lid;
g. Liquidatiewet
ongevallenwetten:
de tekst boven paragraaf 3 en artikel 30;
h. Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997: artikel 80, derde lid,
artikel 84, tweede lid, en
artikel 95, onderdeel a;
i. Tijdelijke verstrekkingenwet
maatschappelijke dienstverlening: artikelen 3 en 17;
j. Toeslagenwet: artikel
22;
k. Toeslagwet
Indonesische pensioenen 1956: artikel 31, tweede lid;
l. Werkloosheidswet:
artikel 39,
eerste en derde lid;
m. Wet
aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps: artikel 27a, eerste lid;
n. Wet gemeentelijke zorg voor
houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf: artikel 20,
onderdeel b;
o. Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen: artikel
45,
eerste lid, onderdeel b, en artikel 48, eerste lid, onderdeel e;
p. Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers: artikel
45,
eerste lid, onderdeel b, en artikel 48, eerste lid, onderdeel e;
q. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering: artikel
54, eerste en derde lid;
r. Wet van 11 december 1997,
houdende wijziging van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en
enige andere wetten in verband met het integreren van het middelenbeheer
van de sociale fondsen (geïntegreerd
middelenbeheer): artikel V;
s. Wet van 20 december 1995 tot
wijziging van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten en enige andere
wetten in verband met afschaffing van verzekeraarsbudgettering ten
aanzien van de kosten van AWBZ-verstrekkingen (Stb. 1995, 681):
artikel VI, tweede, derde, vierde en vijfde lid;
t. Ziektewet: artikel
40, eerste
en derde lid;
u. Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen: artikel
57, eerste en
derde lid;
v. Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten: artikel
49,
eerste en derde lid.
Art.
X. [MvT]
In de Wet
ambulancevervoer wordt na artikel 12 een artikel 12a
ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 12a.
Het College sanering zorgvoorzieningen, bedoeld in de Wet
ziekenhuisvoorzieningen, kan subsidie verstrekken ter voorziening in de
financiële gevolgen van:
a. wijziging of opheffing van de vestigingsplaats van een
centrale post ingevolge artikel 4;
b. sanering van ambulancevervoer ingeval een vergunning is
ingetrokken op grond van artikel 12, eerste lid. Artikel 18b,
vierde tot en met elfde lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen is van
overeenkomstige toepassing.
Art.
XI. [MvT]
Artikel 7 van de Wet
op bijzondere medische verrichtingen wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het tweede tot en met vijfde lid komen
te luiden:
-2. Het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de
Ziekenfondswet, is
belast met het verstrekken van subsidies voor ontwikkelingsgeneeskundige
projecten die passen in het in het eerste lid bedoelde overzicht.
-3. Subsidie wordt slechts verstrekt indien het project wordt uitgevoerd
door, of overeenkomstig een samenwerkingsovereenkomst met, een
academisch ziekenhuis, een universiteit of een andere gelijkwaardige
onderzoeksinstelling.
-4. De subsidies worden verstrekt overeenkomstig bij ministeriële
regeling van Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen te stellen regels.
-5. Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen maken vóór 1 november van ieder jaar bekend welk bedrag in
totaal beschikbaar is ten behoeve van subsidieverstrekking, bedoeld in
het tweede lid, gedurende het daarop volgende jaar; zij bepalen daarbij
welk deel van dat bedrag ten laste van het Rijk wordt gebracht en welk
deel ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, bedoeld
in artikel 38 van de Wet
financiering volksverzekeringen.
2. Het zesde en zevende lid vervallen.
Art.
XII. [MvT]
In artikel 1, onder 4º, van de Wet
op de economische delicten wordt:
a. in de zinsnede met betrekking tot de Wet
ziekenhuisvoorzieningen "15, vijfde en zesde lid, 18a"
vervangen door: 15, vierde lid, 18a, 18b, eerste en
achtste lid;
b. in de zinsnede met betrekking tot de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten "de artikelen 5a,
tweede lid, en 41b," vervangen door:
artikel 5a,
tweede lid,.
Art.
XIII. [MvT]
Artikel 76 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel
A, onder a, wordt de
zinsnede "achter de zinsnede "(Stb.
1977, 492)"" vervangen door: aan het slot.
2. In onderdeel B komt de aanhef te luiden
"Aan het slot van artikel 3 wordt een nieuw lid toegevoegd,
luidende:" en wordt de aanduiding "-10." vervangen door:
-11..
HOOFDSTUK
V
Overgangsbepalingen
Art.
XIV. [MvT]
-1. De
Ziekenfondsraad, bedoeld in artikel
50 van de Ziekenfondswet, zoals die
wet luidde onmiddellijk
vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon
gehandhaafd en is het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de
Ziekenfondswet, zoals deze door de inwerkingtreding van deze wet is
komen te luiden. Besluiten krachtens delegatie genomen door een orgaan
van de Ziekenfondsraad worden na inwerkingtreding van deze wet
toegerekend aan het bevoegde orgaan van het College.
-2. Het Centraal orgaan tarieven
gezondheidszorg, bedoeld in artikel 18 van de Wet
tarieven gezondheidszorg, zoals die
wet luidde onmiddellijk vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd en is
het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet
tarieven gezondheidszorg, zoals deze door de inwerkingtreding van deze wet is
komen te luiden.
-3. Het College voor
ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in artikel 2 van de Wet
ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde onmiddellijk vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon
gehandhaafd en is het College bouw ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in
de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals deze door de inwerkingtreding van
deze wet is komen te luiden.
-4. De Commissie sanering
ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in artikel 18b van de Wet
ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde onmiddellijk vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, is het College sanering
ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen,
zoals deze door de inwerkingtreding van deze wet is komen te luiden.
Art.
XV. [MvT]
-1. Een toelating van een instelling door Onze Minister
ingevolge artikel 8a van de Ziekenfondswet
of
artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten vóór het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met toelating door
het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de
Ziekenfondswet,
ingevolge artikel 8a van de Ziekenfondswet
onderscheidenlijk
artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, zoals deze door
de inwerkingtreding van deze wet zijn komen te luiden.
-2. Een aanvraag om toelating, vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij Onze Minister ingediend
ingevolge artikel 8a van de Ziekenfondswet
of artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten, wordt gelijkgesteld met een aanvraag ingediend bij het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in
de Ziekenfondswet, zoals deze door de inwerkingtreding van deze wet zijn
komen te luiden.
Art.
XVI. [MvT]
-1. Een toelating van een ziekenfonds
onderscheidenlijk ziektekostenverzekeraar door Onze Minister
ingevolge
artikel 34 van de Ziekenfondswet onderscheidenlijk
artikel 33 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met toelating door het
College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet, ingevolge
artikel 34 van de Ziekenfondswet onderscheidenlijk
artikel 33 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals deze door de
inwerkingtreding van deze wet zijn komen te luiden.
-2. Een aanmelding van een uitvoerend
orgaan bij Onze Minister ingevolge artikel 38 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet wordt gelijkgesteld met aanmelding bij het College voor
zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet, ingevolge artikel 38
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals deze door de
inwerkingtreding van deze wet is komen te luiden.
-3. Een aanvraag om toelating als
ziekenfonds onderscheidenlijk ziektekostenverzekeraar, vóór het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet bij Onze Minister ingediend ingevolge
artikel 34 van de Ziekenfondswet onderscheidenlijk
artikel 33 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, wordt gelijkgesteld met een
aanvraag ingediend bij het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in
de Ziekenfondswet, zoals deze door de inwerkingtreding van deze wet is
komen te luiden.
Art.
XVII. [MvT]
-1. Een richtlijn, door het Centraal orgaan
tarieven gezondheidszorg goedgekeurd of vastgesteld vóór het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet, wordt gelijkgesteld met een
beleidsregel als bedoeld in artikel 11 van de Wet
tarieven gezondheidszorg, zoals deze door de inwerkingtreding van deze wet is
komen te luiden.
-2. Een aanwijzing, door Onze Minister
gegeven vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt
gelijkgesteld met een beleidsregel als bedoeld in artikel 13 van de Wet
tarieven gezondheidszorg, zoals deze door de inwerkingtreding van deze
wet is komen te luiden.
Art.
XVIII. [MvT]
-1. Een vergunning als bedoeld in artikel 6
van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, afgegeven door
Onze Minister wordt gelijkgesteld met een vergunning afgegeven door het
College bouw ziekenhuisvoorzieningen.
-2. Een goedkeuring van het programma van
eisen of van het schetsontwerp als bedoeld in artikel 7 van de Wet
ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde onmiddellijk vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, afgegeven door Onze Minister
wordt gelijkgesteld met zodanige goedkeuring afgegeven door het College
bouw ziekenhuisvoorzieningen.
-3. De bouwmaatstaven, door Onze Minister
vastgesteld op grond van artikel 15, vierde lid, van de Wet
ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde onmiddellijk vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden gelijkgesteld met
door Onze Minister goedgekeurde bouwmaatstaven op grond van artikel 15a
van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals deze door de inwerkingtreding
van deze wet is komen te luiden.
Art.
XIX. [MvT]
-1. Rechtsgedingen die zijn ingesteld door
of tegen Onze Minister worden voor zover het betreft bevoegdheden van
Onze Minister die samenhangen met de vervulling van de taken die door
deze wet zijn overgegaan naar het College voor zorgverzekeringen,
bedoeld in de Ziekenfondswet, met ingang van de inwerkingtreding van
deze wet voortgezet door of tegen dat college.
-2. Rechtsgedingen die zijn ingesteld door
of tegen Onze Minister worden voor zover het betreft bevoegdheden van
Onze Minister die samenhangen met de vervulling van de taken die door
deze wet zijn overgegaan naar het College bouw ziekenhuisvoorzieningen,
bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, met ingang van de
inwerkingtreding van deze wet voortgezet door of tegen dat college.
Art.
XX. [MvT]
-1. De vaststelling door het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de
Ziekenfondswet, van een
bestuursreglement als bedoeld in artikel 1c
onderscheidenlijk een
werkprogramma als bedoeld in artikel 1e
en een begroting als
bedoeld in artikel 1f van die wet, vindt plaats zo spoedig
mogelijk onderscheidenlijk vindt voor het eerst plaats ten aanzien van
het kalenderjaar na dat waarin deze wet in het Staatsblad is geplaatst.
-2. De vaststelling door het College
tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet
tarieven gezondheidszorg,
van een bestuursreglement als bedoeld in artikel 20 onderscheidenlijk
een werkprogramma als bedoeld in artikel 22 en een begroting als bedoeld
in artikel 23 van die
wet, vindt plaats zo spoedig mogelijk
onderscheidenlijk vindt voor het eerst plaats ten aanzien van het
kalenderjaar na dat waarin deze wet in het Staatsblad is geplaatst.
-3. De vaststelling door het College bouw
ziekenhuisvoorzieningen en het College sanering ziekenhuisvoorzieningen,
bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, van een bestuursreglement als
bedoeld in artikel 2b onderscheidenlijk een werkprogramma als
bedoeld in artikel 2d en een begroting als bedoeld in artikel 2f
van die wet, vindt plaats zo spoedig mogelijk onderscheidenlijk vindt
voor het eerst plaats ten aanzien van het kalenderjaar na dat waarin
deze wet in het Staatsblad is geplaatst.
-4. Onze Minister
stelt voor het College
voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet, het College
tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet tarieven gezondheidszorg,
het College bouw ziekenhuisvoorzieningen en het College sanering
ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, een
voorlopig bestuursreglement vast. Het voorlopig reglement geldt totdat
het bestuursreglement van het betrokken college de goedkeuring van Onze
Minister heeft verkregen.
Art.
XXI. [MvT]
Voor zover de artikelen XIV tot en met XX daarin niet voorzien, stelt
Onze Minister regels met betrekking tot de gevolgen van de
inwerkingtreding van deze wet. Deze regels gelden tot en met 31 december
van het kalenderjaar na dat waarin zij inwerking zijn getreden. Van het
vaststellen van deze regels wordt kennisgegeven aan de beide kamers der
Staten-Generaal.
HOOFDSTUK
VI
Slotbepalingen
Art.
XXII.
-1. De tekst van de Ziekenfondswet, de
Wet tarieven
gezondheidszorg, de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten en de
Wet ziekenhuisvoorzieningen wordt in het Staatsblad geplaatst.
-2. Vóór de plaatsing van de tekst van de
Ziekenfondswet, de Wet tarieven gezondheidszorg, de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in het
Staatsblad stelt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de
nummering van de artikelen, hoofdstukken en paragrafen van deze wetten
opnieuw vast en brengt hij de in deze wetten voorkomende aanhalingen van
de artikelen, hoofdstukken en paragrafen met de nieuwe nummering in
overeenstemming.
Art.
XXIII.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor verschillende artikelen verschillend kan zijn.¹
1. Zie Besluit
van 1 juni 1999, Stb. 1999, 240, Besluit
van 3 november 1999, Stb. 1999, 471 en Besluit
van 11 juni 2001, Stb. 2001, 288. Ingevolge artikel
VI van de Wet knelpunten Ziekenfondswet is artikel XXII komen te
vervallen, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
27 maart 1999
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de negenentwintigste
april 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|