St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  FISCALE  BEHANDELING  VAN  PENSIOENEN

Versie 29 april 1999

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999, 26 020.
Handelingen II 1998-1999, blz. 1968, 2148.
Kamerstukken I 1998-1999, 26 020 (104, 104a, 104b, 104c, 104d, 104e).
Handelingen I 1998-1999, zie vergadering d.d. 27 april 1999.

 

 

WET van 29 april 1999, Stb. 1999, 211, houdende aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Coördinatiewet Sociale Verzekering en in samenhang daarmee enige andere wetten naar aanleiding van de voorstellen van de werkgroep Fiscale behandeling pensioenen (Wet fiscale behandeling van pensioenen). Inwerkingtreding: 1 juni 1999.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Coördinatiewet Sociale Verzekering en in samenhang daarmee enige andere wetten aan te passen naar aanleiding van het rapport van de werkgroep Fiscale behandeling pensioenen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. V.
In de Coördinatiewet Sociale Verzekering worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A.
Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid, onderdeel j, onder 1º, wordt "verplichte bijdrage" vervangen door: bijdrage.
2. Het derde lid wordt vervangen door:
-3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder pensioenregeling onderscheidenlijk regeling voor vervroegde uittreding verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Het vierde lid vervalt. Het vijfde tot en met het dertiende lid worden vernummerd tot onderscheidenlijk vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde en twaalfde lid.
4. In het in vierde lid vernummerde vijfde lid vervalt "en het vierde".
5. In het in zevende lid vernummerde achtste lid wordt in onderdeel a "zesde en zevende lid" vervangen door: vijfde en zesde lid.
B.
Artikel 6a vervalt.

 

Art. VIII.
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de eerste kalendermaand volgend op die waarin zij in het Staatsblad is gepubliceerd.
-2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel VII in werking op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip, dat evenwel niet kan liggen vóór 1 maart 2001. De in dat artikel bedoelde maatregel wordt niet genomen voordat overleg is gepleegd met de sociale partners en voordat vier weken zijn verstreken nadat het ontwerp daarvan is voorgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens één der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van die maatregel bij wet wordt geregeld.
-3. Indien deze wet niet op 1 januari 1999 in werking treedt, worden in het in artikel I opgenomen artikel 38b van de Wet op de loonbelasting 1964 de volgende wijzigingen aangebracht:
a. de datum van 1 januari 1999 wordt vervangen door de datum van inwerkingtreding van deze wet;
b. de datum van 1 januari 2004 wordt vervangen door de datum die ligt vijf kalenderjaren na de datum van inwerkingtreding van deze wet;
c. de datum van 31 december 1998 wordt vervangen door de datum die onmiddellijk voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze wet.
-4. Deze wet wordt aangehaald als: Wet fiscale behandeling van pensioenen.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze wet in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 29 april 1999

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst

 

Uitgegeven de zevenentwintigste mei 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x