|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 26 238.
Handelingen II 1998-1999, blz. 3253-3265, 3302-3304, 3369.
Kamerstukken I 1998-1999, 26 238 (201, 201a, 201b).
Handelingen I 1998-1999, blz. 1300.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 12 mei 1999, Stb.
1999, 239, tot wijziging van enkele wetten in verband met invoering van
het regresrecht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en
versterking van het regresrecht in de Ziekenfondswet, alsmede enkele
technische wijzigingen (Wet invoering en versterking regresrecht in
AWBZ en Zfw). Inwerkingtreding: 1 juli 1999, zie artikel
VII.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is het regresrecht van de uitvoeringsorganen van de sociale
ziektekostenverzekeringen uit te breiden naar de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
en het regresrecht in de Ziekenfondswet te versterken,
alsmede enkele technische wijzigingen in deze wetten aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde tot en met
zesde lid worden vervangen door:
-3. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een
andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie
hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn
gesteld;
b. uit hun relatie een kind
is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door
de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die
naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende
welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het
vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals
bedoeld in het vierde lid.
B.
In artikel 6, tweede lid,
wordt de zinsnede "als verstrekking aan de verzekerden mag worden
verleend" vervangen door: als verstrekking aan de verzekerden wordt
verleend.
C.
[MvT]
De artikelen 13 en 15
vervallen.
D.
[MvT]
Na hoofdstuk IX wordt een
nieuw hoofdstuk IXa ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IXA. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht
Art. 65a. [MvT]
Bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak
kan maken ter zake van een feit dat aanleiding geeft tot het verlenen van
zorg, bedoeld in artikel 6, houdt de rechter
rekening met de aanspraken
die de verzekerde krachtens deze wet heeft.
Art. 65b. [MvT]
-1. Behoudens toepassing van
het derde lid, eerste volzin, heeft een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan voor de krachtens deze wet gemaakte
kosten verhaal op degene die in verband met het in artikel
65a bedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding
is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag waarvoor deze bij het
ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht
aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag gelijk aan dat van de
schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde
naar burgerlijk recht is gehouden.
-2. Voor zover de geldswaarde
van de in het eerste lid bedoelde verleende zorg niet kan
worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze
Minister kan hieromtrent nadere regels stellen.
-3. De Ziekenfondsraad kan
met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die
verzekeraars aan de Ziekenfondsraad te betalen afkoopsom voor de voor de
komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de
schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De
overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan dat vóór de aanvang van de
onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan de Ziekenfondsraad te
kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste
lid gebruik te maken. De Ziekenfondsraad stelt vóór aanvang van de periode
waarvoor een afkoopsom is overeengekomen, ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen op de hoogte van de
totstandkoming van bedoelde overeenkomst.
Art. 65c. [MvT]
-1. Indien de verzekerde in
dienstbetrekking werkzaam is, geldt artikel
65b, ten aanzien van de naar
burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de
verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht
tot schadevergoeding verplichte persoon, die in dienstbetrekking staat
tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht
verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het feit als
genoemd in artikel 65a is te wijten aan opzet of
bewuste roekeloosheid van
die werkgever onderscheidenlijk persoon.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt mede als werkgever beschouwd degene die
krachtens het eerste lid van artikel 16a
van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering mede als werkgever wordt beschouwd, ongeacht de bij
het tweede lid van dat artikel bedoelde uitzonderingen.
Art. 65d. [MvT]
-1. Een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan kan van hem die, zonder daartoe
gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet
gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem die daaraan
opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of
gedeeltelijk het bedrag vorderen van de verstrekkingen of van de
uitkeringen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend. Voor zover de
geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde zorg niet vaststaat, kan
deze worden vastgesteld op een geschat bedrag.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende
de in het eerste lid bedoelde terugvordering.
E.
Artikel 98 komt te
vervallen.
Art. II.
[MvT]
De Ziekenfondswet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede tot en met
vierde lid worden vervangen door:
-2. Voor de toepassing van
deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot:
geregistreerde partner;
b. echtgenoten:
geregistreerde partners;
c. gehuwd: als partner
geregistreerd;
d. gehuwde: als partner
geregistreerde.
-3. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt als gehuwd of als echtgenoot mede
aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde
meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft
een bloedverwant in de eerste graad.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in
dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door
middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke
huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd
zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn
gesteld;
b. uit hun relatie een kind
is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door
de ander;
c. zij zich wederzijds
verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een
geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een
registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die
naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding,
bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende
welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het
vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen
wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals
bedoeld in het vierde lid.
B.
[MvT]
Artikel 3 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, vervalt "zoals deze gold".
2. Het eerste lid, onderdeel b,
komt als volgt te luiden:
b. degene die naar de
omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en:
- een uitkering ontvangt
ingevolge de Algemene nabestaandenwet; dan wel
- een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
ten minste 45%; dan wel
- een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid
van ten minste 45%; of
- een uitkering ontvangt
in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen indien betrokkene op de dag voorafgaande aan de dag
waarop haar recht op die uitkering ingaat verzekerde was;.
C.
[MvT]
Aan artikel 3c wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-5. Het eerste lid geldt niet
voor degene die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de
maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, deelnam aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren als bedoeld in
artikel 4, zestiende lid, onderdeel b, of als gezinslid in de zin van die regeling
werd aangemerkt.
D.
In artikel 14a, eerste lid,
wordt "de verplichte verzekering" vervangen door: de verzekering.
E.
In artikel 15, vijfde lid,
tweede volzin, wordt "deze bedrijfsvereniging" vervangen door: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen.
F.
[MvT]
In artikel 73b, eerste lid,
vervalt "organen als bedoeld in artikel 19, vijfde
lid, van de Algemene
Ouderdomswet welke ingevolge een vergunning van de Sociale
Verzekeringsbank belast zijn met de betaalbaarstelling van pensioenen ingevolge de
Algemene Ouderdomswet,".
G.
[MvT
+
bis]
Artikel 83b wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid, eerste
volzin, wordt "Het ziekenfonds heeft" vervangen door: Behoudens
toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een ziekenfonds". [MvT]
2. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Voor zover de geldswaarde
van de in het eerste lid bedoelde verleende verstrekkingen
niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat
bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen. [MvT]
-3. De Ziekenfondsraad kan
met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die
verzekeraars aan de Ziekenfondsraad te betalen afkoopsom voor de voor de
komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de
schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De
overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een ziekenfonds dat
vóór
de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan
de Ziekenfondsraad te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid
in het eerste lid gebruik te maken. De Ziekenfondsraad stelt vóór
aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom is overeengekomen,
ziekenfondsen op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde
overeenkomst. [MvT]
H.
[MvT]
Na artikel 83c wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 83d.
-1. Een ziekenfonds kan van hem die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als
verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van
hem die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent
onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag
vorderen van de verstrekkingen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend.
Voor zover de geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde
verstrekkingen niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld op een geschat bedrag.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende
de in het eerste lid bedoelde terugvordering.
Art. III.
[MvT]
In artikel 197, eerste lid,
van Boek 6 van
het Burgerlijk Wetboek wordt na "Ziekenfondswet"
ingevoegd: , 65b van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Art. IV.
[MvT]
Artikel 65b van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
is uitsluitend van toepassing indien het
feit dat aanleiding geeft tot het verlenen van zorg als bedoeld in artikel
6 van die wet veroorzaakt is op of na de
datum van inwerkingtreding van
deze wet.
Art. V.
[MvT]
Degenen die naar de
omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig zijn en die bij
de inwerkingtreding van de Wet van 24 december 1997, houdende
wijziging van de Ziekenfondswet in verband met aanpassing van
de
gronden voor de ziekenfondsverzekering (herstructurering
Ziekenfondswet), de leeftijd van 65 jaar hadden bereikt en medeverzekerd waren
ingevolge de Ziekenfondswet, worden geacht te hebben voldaan aan de in artikel
3, eerste lid, onderdeel c, en zevende lid, van de Ziekenfondswet genoemde
voorwaarden.
Art. VI.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 23 april 1998 ingediende voorstel van wet houdende
wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet
tarieven gezondheidszorg en
de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met wijzigingen in de taak,
samenstelling en werkwijze van de in die wetten geregelde
bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten in verband daarmee
(uitvoeringsorganen volksgezondheid) (Kamerstukken
26 011), tot wet wordt verheven, wordt
het voorstel van wet ¹ als volgt gewijzigd:
1. In artikel I, onderdeel D,
in het derde lid van artikel 65b, en in
artikel II, onderdeel G, onder 3 ², wordt
"De Ziekenfondsraad" onderscheidenlijk "de
Ziekenfondsraad" vervangen
door "Het College" onderscheidenlijk "het College".
2. In artikel I vervalt
onderdeel E.
1. Volgens de redactie
dient "voorstel van wet" te worden vervangen door: deze wet.
2. Volgens de redactie dient "onder 3" te worden
vervangen door: onder 2, het derde lid,.
Art. VII.
[MvT]
-1. Deze wet treedt,
behoudens het bepaalde in het tweede lid, in werking op 1 juli 1999.
-2. Artikel V treedt in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari
1998.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
12 mei 1999
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de zeventiende
juni 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|