|
BESLUIT van 1 juni 1999, Stb.
1999, 240, tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van
enige bepalingen van de Wet van 27 maart 1999 tot wijziging van de Ziekenfondswet,
de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in
verband met wijzigingen in de taak, samenstelling en werkwijze van de in
die wetten geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten
in verband daarmee (uitvoeringsorganen
volksgezondheid) (Stb. 1999, 185)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport van 25 mei 1999, Z/VU-991420;
Gelet op artikel XXIII van de Wet van 27 maart
1999 tot wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in
verband met wijzigingen in de taak, samenstelling en werkwijze van de in
die wetten geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten
in verband daarmee (uitvoeringsorganen
volksgezondheid) (Stb. 1999, 185);
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Enig
artikel.
De artikelen
I, IV , V, VI,
VII, VIII,
wat betreft de wijziging van artikel 2, eerste lid , onderdeel r,
van de Ambtenarenwet, IX, onder b tot en met
v,
XI, XII, wat betreft de
wijziging van de zinsnede met betrekking tot de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten in artikel 1, onder 4º, van de Wet
op de economische delicten, XIII, XIV, eerste lid,
XV, XVI, XIX, eerste
lid, XX, eerste lid en vierde lid, voor zover het betreft het College
voor zorgverzekeringen en XXI van de Wet van 27 maart 1999 tot
wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband
met wijzigingen in de taak, samenstelling en werkwijze van de in die
wetten geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten
in verband daarmee (uitvoeringsorganen
volksgezondheid) (Stb. 1999, 185) treden in werking met
ingang van 1 juli 1999.
Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de
uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 1 juni 1999
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de zeventiende
juni 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|