|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 1999-2000, 26 553.
Handelingen II 1998-1999, blz. 5905-5927, 5939-5940.
Kamerstukken I 1998-1999, 26 553 (329); 1999-2000, 26 553 (28, 28a, 28b,
28c).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering d.d. 5 oktober 1999.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 28 oktober 1999, Stb.
1999, 461, houdende uitbreiding van de kring van verzekerden
ingevolge de Ziekenfondswet met
zelfstandigen voor wie, gelet op hun inkomen,
toegang tot de sociale ziektekostenverzekering is
aangewezen en tijdelijke wijziging van de
indexering van de loongrens alsmede wijziging
van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (zelfstandigen
in Zfw). Inwerkingtreding: 5 november 1999 en 1 januari 2000 (Stb.
1999, 462).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is om zelfstandigen, voor wie
gelet op hun inkomen, toegang tot de sociale ziektekostenverzekering is
aangewezen, onder de ziekenfondsverzekering te brengen en de daaruit
voortvloeiende toename van het aantal ziekenfondsverzekerden te
compenseren door middel van een tijdelijke wijziging van de
indexeringsmethodiek van de loongrens voor de ziekenfondsverzekering;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
In de Ziekenfondswet worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
A. [MvT]
Aan artikel 3 van de
Ziekenfondswet wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-12. Het eerste lid van dit
artikel is niet van toepassing op degene die uitsluitend vanwege de
hoogte van zijn inkomen niet verzekerd is ingevolge artikel
3d. Op
degene die in de loop van een kalenderjaar voor het eerst verzekerd is
geworden ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is
de eerste volzin van
toepassing met ingang van 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.
B. [MvT]
Na artikel 3c wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3d.
-1. Verzekerd gedurende een
kalenderjaar is de zelfstandige die verzekerd is ingevolge
artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen en wiens inkomen niet meer bedraagt dan ƒ41 200,00.
-2. De inspecteur van de
rijksbelastingdienst verstrekt bij voor bezwaar vatbare beschikking aan de
persoon, bedoeld in of krachtens het eerste lid, een verklaring waaruit
blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid blijven buiten beschouwing wijzigingen in het inkomen
die door de inspecteur van de rijksbelastingdienst na 1 oktober worden
vastgesteld.
-4. Voor de toepassing van
het eerste en het derde lid wordt onder inkomen verstaan voor
binnenlands belastingplichtigen het inkomen bedoeld in artikel 3, eerste
lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en voor buitenlands
belastingplichtigen het binnenlandse inkomen, bedoeld in artikel 48,
eerste lid, van die wet, met dien verstande dat indien de berekening van het
inkomen tot een negatief bedrag leidt, dat inkomen op nul wordt gesteld. Bij
ministeriële regeling wordt bepaald over welk tijdvak het inkomen in
aanmerking wordt genomen en kunnen nadere regels worden gesteld ter
uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.
-5. Artikel 3a is van
overeenkomstige toepassing op het bedrag, genoemd in het eerste lid.
-6. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan uitbreiding of beperking worden gegeven aan
de in het eerste lid bedoelde verzekering.
C. [MvT]
Artikel 4, zestiende lid,
onderdeel a, komt te luiden:
a. de verzekerde ingevolge
het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3,
eerste lid, of 3d dan wel
degene die uitsluitend in verband met overschrijding van de voor
de ziekenfondsverzekering geldende loon- of inkomensgrens niet verzekerd
is ingevolge genoemde artikelen dan wel bij of krachtens de
artikelen 3, eerste of negende lid, dan wel 3b
van de ziekenfondsverzekering is
uitgezonderd, tenzij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders
wordt bepaald.
D. [MvT]
Artikel 5 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het eerste lid wordt,
na de eerste volzin, toegevoegd: De verzekerde ingevolge artikel
3d, eerste
lid, legt daartoe de verklaring, bedoeld in artikel
3d, tweede lid,
over.
2. In het derde lid, tweede
volzin, wordt "degenen, bedoeld in artikel
3, eerste lid, onderdeel b, c en d"
vervangen door: degenen, bedoeld in de artikelen
3, eerste lid,
onderdeel b, c en d, en 3d.
E. [MvT]
Na artikel 15 worden twee
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 15a. [MvT]
-1. Onverminderd hetgeen bij
of krachtens artikel 17 omtrent de daar
bedoelde nominale premie
is bepaald, is de verzekerde, bedoeld in artikel
3d, eerste lid, een
premie verschuldigd tot een door Onze Minister en
Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage over het
inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde lid.
-2. Het inkomen wordt voor de
premieheffing ten hoogste in aanmerking genomen tot het bedrag,
genoemd in artikel 3d, eerste lid, zoals dat geldt
voor het kalenderjaar waarop
de verzekering betrekking heeft.
-3. De verschuldigde
procentuele premie wordt geheven en ingevorderd door de rijksbelastingdienst
overeenkomstig de voor de heffing en de invordering van de
inkomstenbelasting geldende regels, met dien verstande dat de artikelen
64, 65 en 66a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 buiten toepassing
blijven.
-4. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt ten aanzien van degene die bij of krachtens artikel
3d, eerste lid, verzekerd is en die tevens ingevolge artikel 3
verzekerd is, de reeds uit hoofde van artikel
15, eerste lid, en bij of krachtens
artikel 18 betaalde procentuele premie in mindering gebracht tot maximaal de
ingevolge het eerste lid verschuldigde premie.
-5. De aanslag
ziekenfondspremie en de aanslag inkomstenbelasting kunnen op één aanslagbiljet
worden verenigd. In dat geval worden de bedragen van de aanslagen
afzonderlijk vermeld.
-6. Met betrekking tot het
eerste tot en met vijfde lid kunnen bij ministeriële regeling door
Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën
nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
-7. Indien een herziening van
het in het eerste lid bedoelde premiepercentage ingaat op een ander tijdstip
dan met ingang van 1 januari, stelt Onze Minister, in
overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een
gemiddeld premiepercentage vast dat zal gelden voor het gehele
kalenderjaar.
Art. 15b. [MvT]
-1. De ontvanger van de rijksbelastingdienst
stort de ingevolge artikel
15a ontvangen bedragen in de
Algemene Kas.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan Onze Minister in overeenstemming met
Onze Minister van Financiën regels stellen betreffende de afdracht en
de verantwoording van de ontvangen bedragen.
F.
In artikel 17, eerste lid,
wordt "bij of krachtens artikel 15" vervangen
door "bij of krachtens de
artikelen 15 of 15a" en wordt
"bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel
a,"
vervangen door: artikel 3, eerste lid, onderdeel
a, of artikel 3d,.
G.
Na artikel 75 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 76.
Met betrekking tot bezwaar
tegen een beschikking als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, met
betrekking tot beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar,
alsmede met betrekking tot beroep in cassatie ter zake van de
desbetreffende rechterlijke uitspraak, gelden dezelfde regels als die welke van
toepassing zijn op bezwaar, beroep of beroep in cassatie als bedoeld in
hoofdstuk V van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
Art. II.
[MvT]
-1. De toename van het aantal
ziekenfondsverzekerden als gevolg van de inwerkingtreding van deze
wet wordt gecompenseerd door een tijdelijke wijziging van de
indexeringsmethodiek, bedoeld in artikel 3a, eerste en
tweede lid, van de
Ziekenfondswet.
-2. De indexering op grond
van de ontwikkeling van het indexcijfer der lonen, bedoeld in artikel
3a, eerste en tweede lid, van de
Ziekenfondswet, wordt vervangen door een
indexering op grond van de tabelcorrectiefactor tot het begin van het
kalenderjaar in de loop waarvan de compensatie, bedoeld in het
eerste lid, zou worden bereikt bij een ongewijzigde voortzetting
van de in dat lid bedoelde tijdelijke wijziging van de indexeringsmethodiek.
-3. Bij de eerste keer dat de
gewijzigde indexeringsmethodiek, bedoeld in het tweede lid, wordt
toegepast, wordt het sedert 1 januari 1999 ontstane verschil tussen de
indexering, bedoeld in artikel 3a, eerste en
tweede lid, van de
Ziekenfondswet en de indexering op grond van de tabelcorrectiefactor,
bedoeld in artikel 66b, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
zoals bedoeld in dit artikel, mede in aanmerking genomen bij de vaststelling
van het bedrag, bedoeld in artikel 3a, eerste
lid, van de
Ziekenfondswet.
-4. Voor het kalenderjaar
waarin de compensatie, bedoeld in het eerste lid, zou worden bereikt bij
ongewijzigde voortzetting van de tijdelijke wijziging van de
indexeringsmethodiek, wordt bij algemene maatregel van bestuur het bedrag,
bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel
a, 3c, eerste lid en 3d, eerste
lid, van de
Ziekenfondswet, op zodanige wijze vastgesteld dat de
compensatie, bedoeld in het eerste lid, aan het einde van dat kalenderjaar is
gerealiseerd.
-5. Toepassing van dit
artikel vindt slechts plaats voor zover het in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van
de
Ziekenfondswet bedoelde bedrag zoals dat voor het voorafgaande
kalenderjaar werd vastgesteld, niet lager zal zijn.
-6. Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op de bedragen, bedoeld in de artikelen
3c,
eerste lid, en 3d, eerste lid.
-7. Voor de toepassing van
dit artikel is artikel 3a, eerste lid, eerste
volzin, derde en vierde lid,
van de
Ziekenfondswet van overeenkomstige toepassing.
-8. Voor de toepassing van
artikel 9, tweede lid, tweede volzin, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering wordt een herziening van het in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van
de
Ziekenfondswet genoemde bedrag ingevolge dit artikel gelijkgesteld
met een herziening ingevolge artikel 3a
van de
Ziekenfondswet.
Art. III.
[MvT]
De Wet op de
inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 8, eerste lid,
wordt, onder verlettering van onderdeel j tot onderdeel k, een nieuw
onderdeel j ingevoegd, luidende:
j. voordelen bestaande uit
verstrekkingen en aanspraken op verstrekkingen op grond van de
Ziekenfondswet;
B.
Aan artikel 8a, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel g door
een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
h. premies ingevolge de
Ziekenfondswet.
Art. IV.
[MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 1 november 1999, Stb. 1999, 462, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel II,
met uitzondering van het zesde lid, voor zover het betreft het van
overeenkomstige toepassing zijn op het bedrag, bedoeld in artikel
3d,
eerste lid, van de Ziekenfondswet, bepaald op 5
november 1999 en van de artikelen I, II, zesde
lid, voor zover het betreft het van overeenkomstige toepassing zijn op het
bedrag, bedoeld in artikel 3d,
eerste lid, van de Ziekenfondswet, III
en IV op 1 januari 2000, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
28 oktober 1999
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de vierde
november
1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|