|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 26 498.
Handelingen II 1998-1999, blz. 5990-5994.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 498 (49, 49a, 49b, 49c).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering d.d. 7 december 1999.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 9 december 1999, Stb.
1999, 542, houdende wijziging van de Algemene bijstandswet in verband
met de evaluatie van de bijstandverlening aan zelfstandigen.
Inwerkingtreding 1 april 2000 (Stb. 2000,
51).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om de Algemene bijstandswet te wijzigen in verband met de
evaluatie van de bijstandverlening aan zelfstandigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene bijstandswet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 8 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het tweede lid wordt "18 maanden" vervangen door: 36 maanden.
2. Aan het slot van het
tweede lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt als volgt: Verlenging
van deze termijn is mogelijk indien de belanghebbende om redenen van medische of
sociale aard niet volledig beschikbaar is voor de
uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep.
3. Onder vernummering van
het zesde lid tot zevende lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
-6. Bijstandverlening aan
een persoon die algemene bijstand ontvangt, die voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in
verband hiermee niet
beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking kan gedurende een
voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden worden voortgezet. In een
zodanig geval:
a. is artikel 113, eerste
lid, onderdeel a, b, c, d en f, niet van toepassing;
b. is de belanghebbende
verplicht zich te onderwerpen aan begeleiding door een door burgemeester
en wethouders aangewezen derde; en
c. kan tot een bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen maximumbedrag bijstand worden verleend ter voorziening in met
de voorbereiding
samenhangende kosten.
4. In het zevende lid wordt "aan zelfstandigen van algemene bijstand
en bijstand ter voorziening
in de behoefte aan bedrijfskapitaal" vervangen door: van bijstand als
bedoeld in dit artikel.
B. [MvT]
In artikel 14, eerste lid,
wordt "een verplichting als bedoeld in artikel
65, derde of vierde
lid" vervangen door: een verplichting als bedoeld in artikel
8, zesde lid, onderdeel
b,
artikel 65, derde of vierde lid.
C. [MvT]
Na artikel 23 wordt een
artikel ingevoegd, dat luidt als volgt:
Art. 23a.
-1. Bijstand als bedoeld in
artikel 8, zesde lid, onderdeel c, heeft voorlopig de vorm van een renteloze
geldlening.
-2. Indien de belanghebbende
in aansluiting op de voorbereidingsperiode:
a. geen bedrijf of beroep
als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een
bedrag om niet;
b. een bedrijf of beroep als
zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een rentedragende geldlening. De bij en krachtens
artikel 22 gestelde regels
zijn op deze geldlening van overeenkomstige toepassing.
D. [MvT]
In artikel 134, eerste lid,
onderdeel b, wordt na "bedrijfskapitaal" ingevoegd: alsmede in de kosten,
bedoeld in artikel 8, zesde lid, onderdeel b.
E. [MvT]
Artikel 137, eerste lid,
wordt gewijzigd als volgt:
1. In de aanhef wordt "uitvoeringskosten" vervangen door: kosten.
2. Onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma wordt een nieuw
onderdeel toegevoegd, dat luidt als volgt:
c. aan derden opgedragen
begeleiding van belanghebbenden aan wie algemene bijstand als bedoeld in artikel 8, tweede of zesde lid, wordt
verleend.
F. [MvT]
In artikel 144, eerste lid,
wordt "de artikelen 8, tweede, vijfde en zesde lid" vervangen door: de
artikelen 8, tweede, vijfde en zevende lid.
Art.
II.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 26 januari 2000, Stb. 2000, 51, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 april 2000, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
9 december 1999
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries
Uitgegeven de eenentwintigste
december 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|