|
rblz.|1|
Kamerstukken II
1998-1999, 26 722
Verbetering
van een aantal wetten (Veegwet
SZW 1999)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
Algemeen deel
1.1.
Inleiding
Bij
deze wet worden in diverse wetten verbeteringen aangebracht. Het betreft hier met name
taalkundige verbeteringen, het corrigeren van onjuiste verwijzingen en
het laten vervallen van artikelleden of onderdelen daarvan die als gevolg
van eerdere wetswijzigingen overbodig zijn geworden.
Daarnaast wordt voorzien
in een wijziging die in vrijwel alle socialeverzekeringswetten gevolgen heeft. Het
betreft het opschorten van het vervallen van het Besluit
beslistermijnen socialeverzekeringswetten.
Bij het opstellen van
deze wet is een strenge selectie gemaakt ten aanzien van de op te nemen wetswijzigingen. Beoogd wordt hiermee uitvoering te
geven aan de toezegging
van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gedaan tijdens de
behandeling van de Veegwet SZW 1998 in de Eerste Kamer om geen
inhoudelijke voorstellen meer te zullen opnemen in een voor louter
technische onderwerpen bedoelde veegwet (Kamerstukken II 1998-1999, 26 239,
nrs.
109a I en 109c I). Gevolg hiervan is echter dat er, naast deze wet, in de
loop van het jaar nog een aantal kleinere, meer inhoudelijke wetten, bij
de Kamer zal worden ingediend teneinde andere onvolkomenheden in wetten
weg te nemen.
1.2. Opschorten intrekking
Besluit beslistermijnen socialeverzekeringswetten
In bijna alle
socialeverzekeringswetten is geregeld dat bij algemene maatregel van bestuur
(AMvB)
regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de termijn
waarbinnen een beschikking op aanvraag dient te worden gegeven. Deze
regels zijn neergelegd in het Besluit beslistermijnen socialeverzekeringswetten. Omdat het de bedoeling is de beslistermijnen in de
formele wetten zelf op te nemen [zie Wet
beslistermijnen sociale verzekeringen, red.], is in de socialeverzekeringswetten telkens bepaald dat dit
besluit op 1 januari 2000 vervalt.
De meeste nu geldende - in het besluit neergelegde
- termijnen zijn langer dan de "redelijke
termijn" (acht weken) uit de Algemene wet
bestuursrecht. Het was de
bedoeling bij het opnemen van termijnen in de rblz.|2|
socialeverzekeringswetten
tegelijkertijd waar mogelijk de huidige termijnen te bekorten.
Inmiddels is echter
gebleken dat een wijziging van beslistermijnen tot aanzienlijke automatiseringsaanpassingen bij de
uitvoeringsinstellingen
zal leiden. Om geen
onnodige millenniumrisico’s te lopen, is besloten de termijnen niet per 1
januari 2000 te wijzigen. Aangezien het weinig zinvol is per 1 januari 2000 de
bestaande termijnen in de formele wetten op te nemen (waarna deze later
dan weer bij wet ingekort zouden moeten worden), kan ook de
vervaldatum van 1 januari 2000 voor het Besluit beslistermijnen socialeverzekeringswetten
niet gehandhaafd worden.
Op zich zou het mogelijk
zijn een nieuwe vervaldatum - bijvoorbeeld 1 januari 2001 - in de socialeverzekeringswetten op te nemen. Echter, zoals
op te maken valt uit het
kabinetsstandpunt "Structuur uitvoering werk en inkomen" (Kamerstukken
II 1998-1999, 26 448, nr. 1) is het kabinet voornemens de uitvoering van de werknemersverzekeringen (en de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen (WAZ) en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
(Wajong)) over een aantal jaren ingrijpend
te wijzigen. Indien ook het parlement zich in de voorgestelde wijzigingen
kan vinden, zullen alle beslistermijnen opnieuw moeten worden bezien en
zullen bovendien nieuwe beslistermijnen geregeld moeten worden.
Om te voorkomen dat per 1 januari 2001 bij wet termijnen gesteld moeten
worden die kort daarop weer gewijzigd moeten worden, is ervoor gekozen
in de voorliggende bepalingen te regelen dat het besluit vervalt op
een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Dit geeft de meeste flexibiliteit:
al naargelang de (na 1 januari 2000 gelegen) datum waarop de nieuwe,
kortere beslistermijnen kunnen worden ingevoerd en de datum
waarop de wetgeving inzake de nieuwe uitvoeringsorganisatie
werknemersverzekeringen gereed is, kan besloten worden de kortere
termijnen tijdelijk te regelen via een aanpassing van het Besluit beslistermijnen
socialeverzekeringswetten, dan wel - indien
deze data ver genoeg uit
elkaar liggen - deze tijdelijk in de bestaande socialeverzekeringswetten
op te nemen.
Om te voorkomen dat het
Besluit beslistermijnen socialeverzekeringswetten toch op 1 januari 2000
vervalt, dienen de in voorliggend wetsvoorstel neergelegde
wijzigingen vóór 1 januari 2000 in te gaan.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1.
Algemene
bijstandswet (Abw)
Onderdeel A
(artikel 50,
derde lid, van de Abw)
In
artikel 26 van de Wet
inschakeling werkzoekenden (Wiw) zijn in artikel
113, eerste lid, van de Abw de onderdelen e, f en g vervangen door twee
nieuwe onderdelen,
luidende: e. mee te werken aan een onderzoek naar
de geschiktheid voor
scholing of opleiding en aan een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht;
f. beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de
Wiw,
mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen, daarvan
gebruik te maken en daartoe op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen.
In verband hiermee wordt de in
artikel 50,
derde lid, onderdeel b,
van de Abw thans nog voorkomende verwijzing naar
artikel 113, eerste
lid, onderdeel g, van de Abw aangepast.
Onderdeel B
(artikel 118,
tweede lid, van de Abw)
In
artikel 118 van de Abw
is de verplichting van het gemeentebestuur opgenomen om elk
kalenderjaar een plan en een beleidsverslag als rblz.|3|
bedoeld in artikel 110
van de Gemeentewet vast te stellen. Ingevolge artikel 110, derde lid,
van de Gemeentewet geldt een verplichting tot het vaststellen van een plan
of een beleidsverslag voor ten hoogste vier jaren, tenzij de bijzondere wet
anders bepaalt. Zoals in de toelichting op artikel 118 van de
Abw is
aangegeven (Kamerstukken II 1993-1994, 22 545, nr. 18), zal het kabinet bij de
evaluatie van de Abw bezien of voortzetting van de in dat artikel
opgenomen verplichting noodzakelijk is. Het is evenwel niet ondenkbaar dat de in
artikel 110, derde lid, van de Gemeentewet
opgenomen termijn van
vier jaren is verstreken voordat het besluit over voortzetting van de in
artikel 118 van de Abw opgenomen verplichting genomen is. Teneinde
buiten twijfel te stellen dat ook na het verstrijken van de periode van vier
jaren de in artikel 118 van de Abw
opgenomen verplichting (in
afwachting van de evaluatie van de Abw) van kracht blijft, wordt aan artikel 118,
tweede lid, een zinsnede toegevoegd.
Onderdeel C
(artikel 143,
eerste lid, van de Abw)
Artikel XVI van de Wet
van 9 april 1998 (terugvordering en verhaal in
verband met herziening van het debiteurenbeleid) (Stb. 1998, 278) beoogde in artikel
143, eerste lid,
van de Algemene bijstandswet (Abw) "de
artikelen 14a, vierde lid, 65,
vijfde lid, 86, tweede lid, 121 en
122" te vervangen door: de artikelen 14a,
vierde lid, 65, vijfde lid, 86, tweede lid,
101, 121 en 122. De datum van
inwerkingtreding van het hiervoor bedoelde artikel XVI was in het
Besluit van 24
juni 1998, Stb. 1998, 386, bepaald op 1 januari 1999. Door een tussentijdse vernummering van
artikel
14a, vierde lid, van de Abw tot vijfde lid
(Veegwet SZW 1998; datum inwerkingtreding: 31 december 1998) kon de
wijziging (van artikel XVI van de Wet van 9 april
1998) strikt genomen niet
meer plaatsvinden. Om elk misverstand ten aanzien van de vigerende
tekst van artikel 143, eerste lid, van de Abw
uit te sluiten, wordt dit lid
nu in zijn geheel vervangen.
Artikel 2.
Algemene
Kinderbijslagwet (AKW)
Artikel 5b
van de AKW
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Artikel 3.
Algemene
nabestaandenwet (Anw)
Onderdeel A
(artikel 33,
vijfde lid, van de Anw)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Onderdeel B (vernummering
artikel 33a van de Anw)
In de
Wet van 26 maart
1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te
koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland
(Stb. 1998, 203) is in de Anw een nieuw artikel 33a
opgenomen inzake de
opschorting van de betaling van een Anw-uitkering indien degene aan wie een
uitkering is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt. Abusievelijk is dit artikel
opgenomen in de afdeling
betreffende het geldend maken van een uitkering in plaats van
in de afdeling betreffende de betaling van de uitkering. Deze omissie
wordt in dit onderdeel gecorrigeerd.
Onderdeel C (diverse
leden in de artikelen 46a, 53,
54 en 55 van de
Anw)
Dit onderdeel betreft een
terminologische correctie. Als gevolg van een rblz.|4|
aantal recente
wijzigingen van de Anw wordt in diverse artikelen van
die wet de term
"de Sociale Verzekeringsbank" gebruikt terwijl deze term in
artikel 1, onderdeel
c,
van die wet al gedefinieerd is als "de Bank".
Onderdeel D
(artikel 53,
tweede lid, van de Anw)
Dit onderdeel betreft een
taalkundige correctie die voor zich spreekt.
Onderdeel E
(artikelen 67, vierde lid, en 68 van de
Anw)
Bij de inwerkingtreding
van de Anw is in artikel 68 een overgangsbepaling opgenomen. Deze bepaling
is inmiddels uitgewerkt en kan om deze reden vervallen. In
verband hiermee kan ook artikel 67, vierde lid, waarin wordt verwezen naar een
uitkering op grond van artikel 68, vervallen.
Artikel 4.
Algemene
Ouderdomswet (AOW)
Onderdeel A
(artikel 5
van de AOW)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Onderdelen B en
C
(artikel 9, elfde lid, en 12, eerste lid, van de
AOW)
Zowel in
artikel 9,
negende lid, als in artikel 9, elfde lid, van de
AOW wordt, weliswaar met
andere woorden, de hoogte van de volledige brutotoeslag bepaald.
Het elfde lid kan derhalve, omdat het overbodig is, vervallen. Als gevolg
hiervan kan ook de verwijzing in artikel 12, eerste lid, naar
artikel 9, elfde
lid, vervallen.
Onderdeel D (vernummering
artikel 16a van de AOW)
In de
Wet van 26 maart
1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te
koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland
(Stb. 1998, 203) is in de AOW een nieuw
artikel 16a opgenomen inzake de
opschorting van de betaling van het ouderdomspensioen indien degene aan wie een
ouderdomspensioen is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt.
Abusievelijk is dit
artikel opgenomen tussen de artikelen betreffende het geldend maken van een
uitkering in plaats van bij artikelen betreffende de betaling van de uitkering. Deze omissie wordt in dit onderdeel gecorrigeerd.
Onderdeel E
(artikel 17a,
eerste lid, van de AOW)
Dit onderdeel betreft een
correctie van artikel 17a, eerste lid,
onderdeel a en c, van de AOW.
Gebleken is dat bij het opstellen van het nader gewijzigde voorstel van
wet houdende wijziging van de socialeverzekeringswetten
in verband met de nader
vaststelling van een stelsel van administratieve sancties,
alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van
ten onrechte betaalde uitkeringen en invordering daarvan (Wet boeten,
maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid) (Kamerstukken
II 1994-1995, 23 909, nr. 16), de tweede nota van wijziging op dat voorstel
niet juist is verwerkt, waardoor de verwijzing in artikel 17a
van de AOW naar artikel 49 is vervallen. Dit onderdeel voorziet in een correctie hiervan.
rblz.|5|
Onderdeel F
(artikel 17i,
negende lid, van de AOW)
Dit onderdeel betreft een
correctie van artikel 45, onderdeel C, van de
Veegwet SZW 1998.
Abusievelijk is in dat onderdeel een niet-bestaand artikel 17j
van de AOW gewijzigd.
Artikel 5.
Coördinatiewet
Sociale Verzekering (CSV)
Onderdeel A
(artikel 3c van de CSV)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting
Onderdeel B
(artikel 6,
eerste en twaalfde lid, van de CSV)
Bij de
Wet
fiscale behandeling van pensioenen is verzuimd
artikel 6, eerste lid, onderdeel e, onder
2º, en twaalfde lid, van de CSV aan te passen. Het eerste en derde lid van
dit onderdeel voorzien alsnog in deze aanpassing. Abusievelijk is in artikel
6 van de CSV
de fiscale term "inhoudingsplichtige" opgenomen in
plaats
van de socialeverzekeringsterm "werkgever". Het tweede lid van dit
onderdeel corrigeert deze omissie.
Artikel 6.
Invoeringswet
herinrichting Algemene Bijstandswet
Artikel 16, eerste lid,
van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet
Met deze bepalingen wordt
bereikt dat indien het wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene
bijstandswet
in verband met de financiering van gemeentelijke
toeslagen als bedoeld in artikel 33 van de Algemene bijstandswet
(Kamerstukken II 1997-1998, 25 761) ¹ niet op of vóór 1 januari 2000 tot wet is verheven
of wel tot wet is verheven maar op die datum niet in werking is
getreden, de wijze van financiering door het Rijk van de door gemeenten toe te
kennen toeslagen op grond van artikel 33 van de
Algemene bijstandswet op
de thans geldende wijze nog één jaar kan worden voortgezet.
1. Bij brief van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 december 2000
(Kamerstukken II 2000-2001, 25 761, nr. 12) is in verband met de
inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2001 van de Wet
financiering Abw, Ioaw en Ioaz het genoemde wetsvoorstel ingetrokken; zie hoofdstuk 2 (Achtergrond vorming van een
FWI) van de
memorie
van toelichting bij de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz,
red.
Artikel 7.
Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen (Invoeringswet
Pemba)
Onderdelen A en
B
(artikel XIII, achtste lid, en LVII, tweede lid, van de
Invoeringswet Pemba)
Deze onderdelen
betreffen
taalkundige correcties die voor zich spreken.
Artikel 8.
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997)
Onderdeel A
(artikel 56,
tweede lid, van de Osv 1997)
Dit onderdeel betreft een
taalkundige correctie die voor zich spreekt.
Onderdeel B
(artikel 114
van de Osv 1997)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Artikel 9.
Toeslagenwet
(TW)
(Artikel 1a
van de TW)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
rblz.|6|
Artikel 10.
Werkloosheidswet (WW)
(Artikel 2a
van de
WW)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Artikel 11.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Onderdelen A en
D (artikelen 3a
en 55a van de WAZ)
In deze onderdelen worden
de genoemde WAZ-artikelen, net als de andere artikelen van de
WAZ, van een opschrift voorzien.
Onderdeel B
(artikel 22,
vijfde lid, van de WAZ)
Artikel
3, derde lid, van
de WAZ is met ingang van 1 juli 1998 vernummerd tot vierde lid. Verzuimd
is daarbij artikel 22
aan deze vernummering aan te passen. Tevens is
verzuimd een verwijzing naar de op dat moment nieuwe delegatiebepaling in
artikel 3, vijfde lid, op te nemen. Deze omissies worden in deze wet
hersteld met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 1998.
Onderdeel H
(artikel 95
van de WAZ)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Overige onderdelen (artikelen
23, tweede lid, 58, tweede lid, 75, vierde lid,
84, 86 en 99c
van de WAZ)
De onderdelen betreffen
taalkundige correcties die voor zich spreken.
Artikel 12.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Onderdeel A
(artikel 6a van de Wajong)
In dit onderdeel wordt
artikel 6a van de Wajong, net als de andere artikelen van de
Wajong,
van een opschrift voorzien.
Onderdeel B
(artikel 50,
eerste en tweede lid, van de Wajong)
In
artikel 50, eerste en
tweede lid, van de Wajong wordt verwezen naar de definitie van de term
arbeid in artikel 2, vierde lid, van de Wajong. Deze definitie staat
echter in het vijfde lid van artikel 2 en niet in het vierde lid. Dit onderdeel
corrigeert deze onjuiste verwijzing. De correctie werkt terug tot en met 1
januari 1998, de datum van inwerkingtreding van de Wajong.
Onderdeel C
(artikel 69
van de Wajong)
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Artikel 13.
Wet
financiering volksverzekeringen (Wfv)
Onderdeel A
(artikel 1 van de Wfv)
Bij de
Wet van 29 april
1998 tot wijziging van de Wet financiering volksverzekeringen
houdende regels omtrent de maximering van het premiepercentage en de
mogelijkheid van verstrekking van rijksbijdragen voor de algemene
ouderdomsverzekering, alsmede omtrent de vorming van een Spaarfonds AOW
rblz.|7|
(Stb. 1998, 262) is abusievelijk aan artikel 1 van de
Wfv een tweede onderdeel
f toegevoegd. In dit onderdeel wordt dit laatst toegevoegde onderdeel
f
verletterd tot onderdeel g.
Onderdeel B
(artikel 35,
tweede lid, van de Wfv)
Als gevolg van het
in werking treden van artikel 79 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten dienen de lasten die voortvloeien uit het toekennen van
voorzieningen op grond van artikel 57 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) niet meer ten laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds te komen.
Het vervallen van het
tweede lid van artikel 35 van de Wfv
is hier een uitvloeisel van.
Artikel 14.
Wet
incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement
Dit onderdeel betreft een
correctie van artikel LVII, eerste lid, van de
Veegwet SZW 1997. In die
wet was abusievelijk een nieuw onderdeel e (met dezelfde inhoud
betreffende de onverenigbaarheid van de functies van bestuurder van het
College van toezicht sociale verzekeringen, bestuurder van de Sociale Verzekeringsbank en bestuurder van het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen met het lidmaatschap van de Staten-Generaal en het
Europees Parlement) aan het eerste in plaats van aan het tweede lid van
artikel 1 van de Wet
Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement toegevoegd. De correctie heeft terugwerkende kracht tot en met 31
december 1997, de datum van inwerkingtreding van de Veegwet SZW
1997.
Artikel
15 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers (Ioaw) en artikel 16 Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz)
[zie artt. 16 en 17
van de wet, red.]
Onderdelen A
(artikelen 42, tweede lid, van de Ioaw en
42, tweede lid van de Ioaz)
[zie
artt. 16, onderdeel A, en 17,
onderdeel A, van de
wet, red.]
Voor de toelichting op deze onderdelen wordt verwezen naar de
toelichting op de voorgestelde wijziging van artikel
118, tweede lid,
van de Abw (artikel I, onderdeel B, van
deze wet).
Onderdelen B (artikelen
64a van de Ioaw
en 64a van de Ioaz)
[zie artt. 16, onderdeel
B, en 17, onderdeel B, van de
wet, red.]
In de artikelen 64a van de Ioaw
en 64a van de Ioaz
wordt thans nog
verwezen naar artikel 32 van de Ioaw
respectievelijk artikel 32 van de Ioaz. De artikelen
32 van de Ioaw en
32 van de Ioaz
zijn inmiddels (bij
Wet van 25 april 1996 tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere
vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot
wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan [Wet boeten,
maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid, red.]
(Stb. 1996, 248)) komen
te vervallen. In verband hiermee worden ook de artikelen 64a
en de Ioaw
en 64a van de Ioaz
geschrapt.
Artikel 17.
Wet
minimumloon en minimum vakantiebijslag (WML) [zie
art. 18 van de wet, red.]
(Artikel 6, eerste lid,
van de WML)
Artikel 6, eerste lid,
van de WML
verwijst ten onrechte naar artikel 34a, eerste lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964. In dit onderdeel wordt dit gecorrigeerd.
rblz.|8|
Artikel 18.
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) [zie
art. 19
van de wet, red.]
Onderdeel A (artikel
9,
onder 1º, van de WAO)
[zie
art. 19, onderdeel A, van de wet, red.]
Bedoeld onderdeel
g kan
vervallen omdat het betreffende onderdeel g in artikel
4, eerste lid,
waarnaar in artikel 9 wordt verwezen, is vervallen.
Onderdeel G (artikel 71a,
zesde lid, en 75e, vijfde lid, van de
WAO)
[zie art.
19, onderdeel G,
van de wet, red.]
In de
Veegwet SZW 1998 is in
artikel 29a van de WAO, onder vernummering van de
daaropvolgende
artikelleden, een nieuw derde lid ingevoegd. Verzuimd is toen de
verwijzing naar die vernummerde artikelleden in artikel 71a
en 75e van de WAO
aan te passen. Dit onderdeel voorziet daarin.
Onderdeel H (artikel 87
van de WAO)
[zie
art. 19, onderdeel H,
van de wet, red.]
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Overige onderdelen
(artikelen 23, eerste lid, 29g, derde lid,
36a, eerste lid,
80 en aanduiding
hoofdstuk IIa van de WAO) [zie art. 19,
van de wet, red.]
Deze onderdelen betreffen
taalkundige correcties die voor zich spreken.
Artikel 19.
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea) [zie
art. 20 van de wet, red.]
Onderdeel A (artikel
1,
eerste lid, van de Wet Rea) [zie
art. 20, onderdeel A, van de wet, red.]
Bij het opstellen van de
Arbeidsomstandighedenwet
1998 is verzuimd artikel
1 van de Wet Rea aan te passen. Dit onderdeel voorziet hier alsnog in. De
Arbeidsomstandighedenwet 1998 zal op een bij koninklijk besluit te bepalen datum
in werking treden. De inwerkingtreding van de wijziging van artikel
1 van de Wet Rea wordt daarom gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
Onderdelen B en F
(artikel 43, eerste lid, en 81, eerste, tweede en derde lid, van de
Wet Rea) [zie art.
20, onderdeel B en F, van de wet, red.]
Deze onderdelen betreffen
terminologische correctie. Als gevolg van een aantal recente
wijzigingen van de Wet Rea wordt in diverse artikelen van
die wet de term
Ziektewet
gebruikt, terwijl deze term in artikel 1, eerste lid, van
die wet al
gedefinieerd is als ZW. Hetzelfde geldt ten aanzien van de aanduiding van de
Wet
sociale werkvoorziening die ook reeds in artikel 1 als
Wsw is gedefinieerd.
Onderdeel C (artikel
46,
derde lid, van de Wet Rea) [zie
art. 20, onderdeel C, van de wet, red.]
Dit onderdeel betreft een
correctie die voor zich spreekt.
Onderdeel D (artikel
49,
vierde lid, van de Wet Rea) [zie
art. 20, onderdeel D, van de wet, red.]
Dit onderdeel betreft een
taalkundige correctie.
Onderdeel E (artikel
50,
eerste lid, van de Wet Rea) [zie
art. 20, onderdeel E, van de wet, red.]
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
rblz.|9|
Artikel 20.
Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA)
[zie art.
21 van de wet, red.]
In
artikel XI, vijfde
lid, van de Wet TBA is geregeld dat de termijnen op grond waarvan
beschikkingen op aanvraag van de stimuleringsuitkering als bedoeld in hoofdstuk
II van de Wet TBA moeten worden gegeven, bij AMvB worden geregeld.
Deze AMvB vervalt met ingang van 1 januari 2000. In diverse onderdelen van
deze wet is voor de overige socialeverzekeringswetten geregeld dat deze
AMvB niet per 1 januari 2000, maar op een bij koninklijk besluit
geregelde datum vervalt. (Voor de redenen van deze wijziging wordt verwezen
naar
paragraaf 1.2 van het algemeen gedeelte van deze
toelichting).
Artikel XI, vijfde lid, van de Wet TBA hoeft echter niet op deze wijze te worden
aangepast, aangezien inmiddels geen stimuleringsuitkeringen meer kunnen worden
verstrekt. Met het oog hierop komt het betreffende artikellid
(gelijktijdig met de bedoelde wijziging in de overige socialeverzekeringswetten)
te vervallen.
Artikel 21.
Ziektewet (ZW) [zie
art. 22 van de wet, red.]
Onderdeel A (artikel 2b
van de ZW) [zie art.
22, onderdeel A, van de wet, red.]
Zie
paragraaf 1.2 van het
algemeen gedeelte van deze toelichting.
Onderdeel B (artikel 7
van de ZW) [zie art.
22, onderdeel B, van de wet, red.]
De verwijzing naar een
Staatsblad is overbodig indien een wet, zoals in casu de Werkloosheidswet,
een citeertitel heeft en kan daarom worden geschrapt.
Onderdeel C (artikel 8b,
eerste lid, van de ZW) [zie
art. 22, onderdeel C, van de wet, red.]
Dit onderdeel betreft een
correctie in artikel 8b van de ZW. De term "Onze
Minister" is immers
reeds in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de ZW
gedefinieerd.
Onderdeel D (artikel 33b,
tweede lid, van de ZW) [zie
art. 22, onderdeel D, van de wet, red.]
Dit onderdeel betreft een
correctie van een onjuiste verwijzing naar artikel 36 in
artikel 33b, tweede
lid, die per 1 januari 1999 ontstaan is.
Onderdeel E (artikel
38,
vierde lid, en 38a, zesde lid, van de ZW)
[zie art. 22, onderdeel
E, van de wet, red.]
In de
Veegwet SZW 1998 is in
artikel 45a van de ZW, onder vernummering van de
daaropvolgende
artikelleden, een nieuw derde lid ingevoegd. Verzuimd is toen de
verwijzing naar die vernummerde artikelleden in artikel 38 en
38a van de
ZW aan te passen. Dit onderdeel voorziet daarin.
Onderdeel F (artikel
39,
derde lid, van de ZW) [zie
art. 22, onderdeel F, van de wet, red.]
Dit onderdeel betreft
naast een taalkundige correctie nog een terminologische correctie.
Bij de inwerkingtreding
van de Osv 1997 zijn de bedrijfsverenigingen opgeheven en vervangen
door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
rblz.|10|
Onderdelen G en H
(artikel 45, derde lid, en 45a, derde lid, van de ZW)
[zie art. 22, onderdeel
G en H, van de wet, red.]
In de
Veegwet SZW 1998 is
zowel aan artikel 45 als 45a
een nieuw derde lid toegevoegd.
Daarin wordt bepaald dat
in bepaalde gevallen waarin de mededelingsplicht van artikel 49 ZW
is
overtreden, kan worden volstaan met het geven van een waarschuwing in
plaats van een maatregel of boete. Aangezien de mededelingsplicht van
artikel 31, eerste lid, van de ZW grotendeels kan worden gezien als een verbijzondering van de inlichtingenplicht van
artikel 49 van de ZW,
werd beoogd dat aldus ook bij overtreding van de mededelingsplicht van
artikel 31, eerste lid, van de ZW een waarschuwing kan worden opgelegd. Door
artikel 31, eerste lid, nu ook met zoveel woorden in artikel
45,
derde lid, en 45a, derde lid, op te nemen, wordt dit verduidelijkt.
Tevens is van de
gelegenheid gebruik gemaakt een andere onjuiste verwijzing in artikel
45,
derde lid, van de ZW te corrigeren.
Onderdeel I (artikel 45g,
derde lid, van de ZW) [zie
art. 22, onderdeel I, van de wet, red.]
Dit onderdeel bevat een
taalkundige correctie en spreekt voor zich.
Onderdeel J (artikel
80,
tweede lid, van de ZW) [zie
art. 22, onderdeel J, van de wet, red.]
Met de inwerkingtreding
per 1 maart 1996 van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht
bij ziekte zijn de zogenaamde ziekengeldkassen opgeheven. Verzuimd is
toen de verwijzing naar de afdelingskassen te schrappen. Dit onderdeel
voorziet daar alsnog in.
Artikel 22.
Inwerkingtreding [zie
art. 23 van de wet, red.]
Uitgangspunt is dat
deze
wet in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Voor zover er sprake is van
een andere inwerkingtredingsdatum of inwerkingtreding met terugwerkende kracht,
wordt voor een toelichting daarop verwezen naar de
toelichting bij het betreffende onderdeel.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
|