|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 26 820.
Handelingen II 1999-2000, blz. 1907-1936, 1965-1981, 1995-2019, 2057-2059.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 820 (90, 90a).
Handelingen I 1999-2000, zie vergaderingen d.d. 13, 14 en 21 december 1999.
WET van 22 december 1999, Stb.
1999, 579, houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan
2000). Inwerkingtreding: 1 januari 2000.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het in het kader van het belastingplan 2000 wenselijk
is maatregelen te treffen op het gebied van het werkgelegenheidsbeleid
en inkomensbeleid, een bijdrage te leveren aan een verdere vergroening
van het fiscale stelsel en in samenhang daarmee maatregelen te nemen in het kader van auto en vervoer, met
name ter bevordering van
milieuvriendelijke vervoersmodaliteiten, en voorts enige andere
belastingmaatregelen te treffen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art. I.
De Wet op de
inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
(...)
H.
Artikel 46 wordt als
volgt gewijzigd:
(...)
4. In het elfde lid
opgenomen bedrag wordt vervangen door: ƒ19
050,00.¹
(...)
1. Ingevolge artikel
6, zevende lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering wordt het in artikel 6, eerste lid, onderdeel o,
van die wet vermelde bedrag bij het begin
van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat
krachtens artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt
vastgesteld ter vervanging van het in artikel 46, elfde lid, van die wet
vermelde bedrag. Zie ook artikel IV, red.
Art. IV.
Het in artikel 6, eerste
lid, onderdeel o, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering opgenomen
bedrag wordt vervangen door: ƒ19 050,00.
Art. XXVIII.
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van 1 januari 2000.
-2. Artikel V, onderdeel A,
vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot de heffing over het jaar
dat aanvangt op of na 1 januari 2000.
-3. In afwijking van het
eerste lid treden artikel VII, onderdeel B, D, onder 3, N, O, onder 2, P,
R,
S, onder 1, en X, onder 2, in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan
worden vastgesteld, met dien verstande dat indien het Staatsblad waarin
dat besluit wordt geplaatst na 1 januari 2000 wordt uitgegeven, in dat
besluit bepaald wordt dat artikel VII, onderdeel B, D, onder 3, N, O, onder
2, P, R, S, onder 1, en X, onder 2, terugwerken tot en met 1 januari 2000.
-4. Artikel I, onderdeel
D,
F, H, I en J, artikel II, onderdeel A, B, C en D, artikel III, onderdeel B, en
artikel IV vinden toepassing nadat artikel 66b van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2000 is toegepast.
-5. Artikel VII, onderdeel D,
onder 1 en 3, E, F, K, onder 1 en 2, U, X en Y, vindt toepassing nadat
artikel 37a van de Wet
belastingen op milieugrondslag bij het begin van het
kalenderjaar 2000 is toegepast, met dien verstande dat per 1 januari
2000 de aanpassing op grond van artikel 37a van de Wet
belastingen op milieugrondslag van de in de artikelen 9,
onderdeel b, 10, onderdeel b,
18, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 36i, eerste lid,
onderdeel a tot
en met e, en zevende lid, 36o, tweede lid, en 36r, tweede lid, van
die wet
vermelde bedragen geen toepassing vindt.
-6. In afwijking van het
eerste lid treden de artikelen IX en X in werking met ingang van 1 mei 2000.
-7. In afwijking van het
eerste lid werkt artikel XI, onderdeel A, terug tot en met 12 november 1999,
18.00 uur.
-8. In afwijking van het
eerste lid werkt artikel XVIII terug tot en met 1 januari 1999.
-9. In afwijking van het
eerste lid treden artikel I, onderdeel B en onderdeel L, artikel V,
onderdeel C, en artikel XXIV in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
22 december 1999
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de achtentwintigste
december 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|