|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 1999-2000, 26 415.
Handelingen II 1999-2000, blz. 1299-1309, 1402-1403, 1406-1407.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 415 (63, 63a, 63b, 63c, 63d).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering d.d. 21 december 1999.
WET van 22 december 1999, Stb.
1999, 592, tot wijziging van de Pensioen-
en spaarfondsenwet en enkele andere wetten onder meer met het
oog op verbetering van het toezicht op de
uitvoering van aanvullende pensioenregelingen, invoering van een verbod op
uitstelfinanciering van pensioenaanspraken en verduidelijking van de regels inzake
waardeoverdracht van pensioen en aanspraken op pensioen (wijziging PSW in
verband met toezicht, verbod
op uitstelfinanciering en waardeoverdracht). Inwerkingtreding: 1
januari 2000 (Stb. 1999, 593).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de Pensioen-
en spaarfondsenwet te wijzigen teneinde het toezicht op de uitvoering van aanvullende
pensioenregelingen te verbeteren, om financiering achteraf van
pensioenaanspraken te verbieden, alsmede te komen tot verduidelijking
van de regels inzake waardeoverdracht van pensioen en aanspraken op
pensioen en voorts om in die
wet en andere wetten enkele daarmee
verband houdende en overige wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Beroepswet relevante artikelen, red.]
Art. V.
Van bijlage C bij de Beroepswet vervallen de onderdelen 30 en 31.
Art. XVII.
-1. De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het
eerste lid treedt artikel 5, achtste lid, van de Pensioen-
en spaarfondsenwet in werking één jaar na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst.
1. Bij Besluit
van 22 december 1999,
Stb. 1999, 593, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald
op 1 januari 2000, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
22 december 1999
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de dertigste
december 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|