|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 26 812.
Handelingen II 1999-2000, blz. 1959-1965, 2059.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 812 (89, 89a, 89b).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering d.d. 20 december 1999.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 22 december 1999, Stb.
1999, 594, houdende wijziging van de Ziektewet, de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en enkele andere wetten in verband met
de inwerkingtreding van de Wet beperking export uitkeringen
(Wijzigingswet
beperking export uitkeringen). Inwerkingtreding: 1 januari 2000.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is in verband met de
inwerkingtreding van de Wet
beperking export uitkeringen in een aantal wetten enkele
wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
Wijziging van de Ziektewet [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 19a van de Ziektewet wordt vervangen door:
Art. 19a.
-1. Geen recht op ziekengeld
heeft de verzekerde gedurende de periode dat hij niet in Nederland
woont.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de verzekerde woont in een land waarin op grond van
een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie recht op ziekengeld kan bestaan.
-3. Indien het recht op
ziekengeld op grond van het eerste lid is geëindigd dan wel niet is
ontstaan, wordt betrokkene vanaf de dag:
a. dat hij in Nederland
woont; of
b. waarop een verdrag in
werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond
waarvan recht op ziekengeld kan bestaan;
weer als verzekerde
aangemerkt indien hij op die dag aan de overige voorwaarden, bedoeld in
artikel 19, voldoet. Deze verzekerde heeft aanspraak op heropening dan
wel toekenning van het recht op ziekengeld voor de resterende periode,
bedoeld in artikel 29, vijfde lid, artikel
29a, eerste lid, dan wel artikel 29a, zevende lid, met inachtneming van de bepalingen van deze wet.
Artikel 44, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de verzekerde die
werkzaamheden verricht in het algemeen belang en niet in Nederland woont;
b. de verzekerde die op de
Nederlandse Antillen of Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde verzekerde.
-5. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-6. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op ziekengeld kan bestaan.
Art. II.
Wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
[MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 20 wordt vervangen
door:
Art. 20.
-1. De verzekerde, bedoeld in
artikel 19, heeft geen recht op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
zou ingaan, is gelegen in een periode dat hij niet in Nederland woont.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de verzekerde op die dag woont in een land waarin op
grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering
kan bestaan.
-3. De persoon die op grond
van het eerste lid geen recht op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft alsmede de persoon die op grond van
artikel 19a van de
Ziektewet geen recht heeft op ziekengeld, wordt vanaf de dag:
a. dat hij in Nederland
woont; of
b. waarop een verdrag in
werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond
waarvan recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering
kan bestaan;
weer als verzekerde
aangemerkt en heeft met inachtneming van de bepalingen van deze wet
recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering indien hij op die
dag
arbeidsongeschikt is. Artikel 19, vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing. De artikelen 18, tweede tot en met vierde lid, en
30, eerste
lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing.
-4. De persoon, bedoeld in
het derde lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt
is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na die
dag, wordt vanaf die dag weer als verzekerde aangemerkt en heeft met
inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Artikel 19,
vierde lid, is van
overeenkomstige toepassing. Artikel 30, eerste lid, onderdeel
b, is niet van
toepassing.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de verzekerde die
werkzaamheden verricht in het algemeen belang en niet in Nederland woont;
b. de verzekerde die op de
Nederlandse Antillen of Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde verzekerde.
-6. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-7. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan.
B. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 43b wordt vervangen
door:
Art. 43b.
-1. De
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken indien de verzekerde niet meer in
Nederland woont dan wel niet in Nederland verblijft, vanaf de dag dat
dit verblijf onafgebroken drie maanden heeft geduurd.
-2. Artikel 20, tweede,
vijfde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
C. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 47a, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. De persoon wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel
43b, eerste lid, is
ingetrokken, heeft vanaf de dag:
a. dat hij in Nederland
woont; of
b. waarop een verdrag in
werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond
waarvan recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan;
met inachtneming van de
bepalingen van de wet aanspraak op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering indien hij op die dag arbeidsongeschikt is.
Artikel 20, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. III.
Wijziging van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
In artikel 3, tweede lid,
onderdeel c en onderdeel f, wordt de zinsnede "artikel
7a, tweede of
derde lid" vervangen door: artikel 7a, derde of vierde lid.
B. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 7a wordt vervangen
door:
Art. 7a. Geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering bij niet in Nederland wonen
-1. De verzekerde, bedoeld in
artikel 7, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
zou ingaan, is gelegen in een periode dat hij niet in Nederland woont.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de verzekerde op die dag woont in een land waarin op
grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan.
-3. De verzekerde die op
grond van het eerste lid geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
heeft, heeft vanaf de dag:
a. dat hij in Nederland
woont; of
b. waarop een verdrag in
werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond
waarvan recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan;
met inachtneming van de
bepalingen van deze wet recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien hij op die dag
arbeidsongeschikt is. Artikel 7, zevende lid, is
van overeenkomstige toepassing.
-4. De verzekerde, bedoeld in
het derde lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt
is, doch ten aanzien van wie dat wel het geval is binnen vier weken na die
dag, heeft met inachtneming van de bepalingen van deze wet
recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Artikel 7, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de verzekerde die tevens
werkzaamheden verricht in het algemeen belang en niet in Nederland
woont;
b. de verzekerde die op de
Nederlandse Antillen of Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde verzekerde.
-6. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-7. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
kan bestaan.
C. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 19a wordt vervangen
door:
Art. 19a. Einde van het
recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering bij niet in Nederland wonen
-1. Het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt indien de verzekerde niet meer in
Nederland woont dan wel niet in Nederland verblijft, vanaf de dag dat
dit verblijf onafgebroken drie maanden heeft geduurd.
-2. Artikel 7a, tweede,
vijfde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
D. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 21a wordt als volgt
gewijzigd:
1. Aan het
artikelopschrift wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: en na de inwerkingtreding
van een verdrag.
2. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. De verzekerde wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel
19a, eerste lid,
is geëindigd, heeft vanaf de dag:
a. dat hij in Nederland
woont; of
b. waarop een verdrag in
werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond
waarvan recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan;
met inachtneming van de
bepalingen van deze wet aanspraak op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering indien hij op die dag arbeidsongeschikt is.
Artikel 7a, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
E. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Het artikelopschrift van
artikel 22a wordt vervangen door: Geen recht op uitkering in verband met
bevalling bij niet in Nederland wonen.
Art. IV.
Wijziging van de Toeslagenwet [MvT
+ bis + bis]
De Toeslagenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis + bis]
Artikel 4 wordt vervangen
door:
Art. 4.
Geen recht op toeslag heeft
de persoon die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel
1,
onderdeel i, van de Werkloosheidswet of die met die persoon gehuwd is, ter
hoogte van het bedrag van het verlies van inkomen uit arbeid als
gevolg van het genieten van dat verlof.
B. [MvT
+ bis + bis]
Na artikel 4 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 4a.
-1. Geen recht op toeslag
heeft de persoon, bedoeld in artikel 2, gedurende de periode dat hij
niet in Nederland woont.
-2. De persoon, bedoeld in
artikel 2, die op grond van het eerste lid geen recht heeft op toeslag,
heeft vanaf de dag dat hij in Nederland woont recht op toeslag indien hij aan
de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid,
voldoet.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar
met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
Art. V.
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 8a wordt vervangen
door:
Art. 8a.
-1. Geen recht op toeslag
heeft de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel
8, eerste lid, die
niet in Nederland woont.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de pensioengerechtigde woont in een land waarin op
grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie recht op toeslag kan bestaan.
-3. Voor de pensioengerechtigde wiens recht op toeslag op grond van het eerste lid niet is
ontstaan of is geëindigd, ontstaat respectievelijk herleeft het recht op
toeslag op de eerste dag van de maand:
a. waarin hij in Nederland
woont; of
b. waarop een verdrag in
werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond
waarvan recht op toeslag kan bestaan;
en hij voldoet aan de
voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de pensioengerechtigde,
bedoeld in artikel 8, eerste lid, die werkzaamheden verricht in
het algemeen belang en niet in Nederland woont;
b. de pensioengerechtigde,
bedoeld in artikel 8, eerste lid, die op de Nederlandse Antillen of
Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde pensioengerechtigde.
-5. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-6. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op toeslag kan bestaan.
B. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 9a wordt vervangen
door:
Art. 9a.
-1. In afwijking van artikel
9 is voor de pensioengerechtigde die niet in Nederland woont het bruto-ouderdomspensioen gelijk aan het bedrag,
bedoeld in artikel 9, tiende
lid, onderdeel b, onverminderd artikel
13, eerste lid.
-2. Artikel 8a, tweede en
vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de pensioengerechtigde,
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of
c, die werkzaamheden
verricht in het algemeen belang en niet in Nederland woont;
b. de pensioengerechtigde,
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a of
c, die op de Nederlandse
Antillen of Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde pensioengerechtigde.
-4. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op ouderdomspensioen bestaat
alsof de pensioengerechtigde in Nederland woont.
Art. VI.
Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet [MvT
+ bis + bis
+ bis]
Artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet wordt vervangen door:
Art. 7b.
-1. Geen recht op
kinderbijslag heeft de verzekerde die op de eerste dag van een kalenderkwartaal
niet in Nederland woont. Evenmin heeft de verzekerde recht op
kinderbijslag ten behoeve van het eigen kind, het aangehuwde kind of het
pleegkind indien dat kind op de eerste dag van een kalenderkwartaal niet in
Nederland woont.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de verzekerde dan wel dat kind op de eerste dag van
een kalenderkwartaal woont in een land waarin op grond van een verdrag of
een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op
kinderbijslag kan bestaan.
-3. Het eerste lid is niet
van toepassing op de verzekerde indien hij dan wel het eigen kind, het
aangehuwde kind of het pleegkind op de eerste dag van een kalenderkwartaal
niet in Nederland woont doch langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijft.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de verzekerde die
werkzaamheden verricht in het algemeen belang en niet in Nederland woont;
b. de verzekerde die op de
Nederlandse Antillen of Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde verzekerde.
-5. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-6. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op kinderbijslag kan bestaan.
Art. VII.
Wijziging van de Algemene nabestaandenwet [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
De Algemene nabestaandenwet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 32a wordt vervangen
door:
Art. 32a.
-1. Geen recht op
nabestaandenuitkering ontstaat voor de nabestaande indien hij op de dag van het
overlijden van de verzekerde niet in Nederland woont. Geen recht
op halfwezenuitkering ontstaat voor de nabestaande indien hij of de
halfwees op de dag van het overlijden van de verzekerde niet in Nederland
woont. Geen recht op wezenuitkering ontstaat voor het kind
indien het op de dag van het overlijden van de verzekerde niet in Nederland
woont.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de nabestaande, de nabestaande of de halfwees onderscheidenlijk het kind op de dag van het
overlijden van de verzekerde
woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering onderscheidenlijk wezenuitkering
kan bestaan.
-3. Voor de persoon, bedoeld
in het eerste lid, ontstaat, onverminderd artikel
15, 23 of 27, recht
op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering vanaf de dag
dat:
a. de nabestaande in
Nederland woont en hij voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, of de voorwaarden, bedoeld in artikel
66a,
tweede lid;
b. de nabestaande en de
halfwees in Nederland wonen en de nabestaande voldoet aan de
voorwaarden, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid;
c. het kind in Nederland
woont en het voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel
26,
eerste en tweede lid.
-4. Het derde lid is van
overeenkomstige toepassing indien de nabestaande, de nabestaande
en de halfwees onderscheidenlijk het kind niet in Nederland wonen,
vanaf de dag waarop een verdrag in werking is getreden dan wel een besluit
van een volkenrechtelijke organisatie van kracht is geworden in het
land waar betrokkene woont, op grond waarvan recht op
nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering onderscheidenlijk wezenuitkering kan bestaan.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het eerste lid
afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
a. de nabestaande of het kind indien de nabestaande, de halfwees of het kind werkzaamheden
verricht in het algemeen belang en niet in Nederland woont;
b. de nabestaande of het kind indien de nabestaande, de halfwees of het kind op de Nederlandse
Antillen of Aruba woont; of
c. de gezinsleden van de in
de onderdelen a of b bedoelde nabestaande of het kind.
-6. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met wonen in Nederland onderscheidenlijk niet wonen
in Nederland gelijkgesteld het langer dan drie maanden onafgebroken in
Nederland verblijven onderscheidenlijk het langer dan drie maanden
onafgebroken niet in Nederland verblijven. Voor de toepassing van de eerste
zin worden perioden van verblijf samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-7. Onze Minister maakt de
landen bekend waarin op grond van een verdrag of een besluit van
een volkenrechtelijke organisatie recht op nabestaandenuitkering,
halfwezenuitkering dan wel wezenuitkering kan bestaan.
B. [MvT
+ bis + bis
+ bis + bis]
Artikel 32b wordt vervangen
door:
Art. 32b.
-1. Het recht op
nabestaandenuitkering eindigt op de eerste dag dat de nabestaande niet in
Nederland woont. Het recht op halfwezenuitkering eindigt op de eerste dag dat
de nabestaande of de halfwees niet in Nederland woont. Het recht
op wezenuitkering eindigt op de eerste dag dat het kind niet in
Nederland woont.
-2. Voor de persoon, bedoeld
in het eerste lid, herleeft, onverminderd artikel
15, 23 of 27, het
recht op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering op de dag
dat:
a. de nabestaande in
Nederland woont en hij voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, of de voorwaarden, bedoeld in artikel
66a,
tweede lid;
b. de nabestaande en de
halfwees in Nederland wonen en de nabestaande voldoet aan de
voorwaarden, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid;
c. het kind in Nederland
woont en het voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel
26,
eerste en tweede lid.
-3. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing indien de nabestaande, de nabestaande
en de halfwees onderscheidenlijk het kind niet in Nederland wonen,
vanaf de dag waarop een verdrag in werking is getreden dan wel een besluit
van een volkenrechtelijke organisatie van kracht is geworden in het
land waar betrokkene woont, op grond waarvan recht op
nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering onderscheidenlijk wezenuitkering kan bestaan.
-4. Artikel 32a, tweede,
vijfde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. VIII.
Wijziging van de Wet beperking export uitkeringen [MvT]
De Wet beperking export uitkeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In het artikelopschrift van
de artikelen VIII, IX,
X, XI, XIII en
XIV wordt de zinsnede "buiten
Nederland" telkens vervangen door: bij wonen niet in Nederland.
B. [MvT]
In de artikelen VIII, IX,
X, XI, XIV en
XV wordt de zinsnede "woont buiten
Nederland" telkens
vervangen door: niet woont in Nederland.
C. [MvT]
In artikel XI wordt de
zinsnede "artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde
lid," vervangen
door: artikel 4a.
D. [MvT]
Artikel XII wordt vervangen
door:
Art. XII. Overgangsbepaling Algemene Ouderdomswet en recht op
ouderdomspensioen bij wonen niet in Nederland
-1. Artikel 8a van de
Algemene Ouderdomswet is gedurende drie jaren na inwerkingtreding van deze
wet niet van toepassing op de pensioengerechtigde die op de dag vóór de
inwerkingtreding van deze wet niet in Nederland woont en op die
dag op grond van artikel 8 van de Algemene Ouderdomswet recht heeft op
een toeslag.
-2. Artikel 9a van de
Algemene Ouderdomswet is gedurende drie jaren na inwerkingtreding van deze
wet niet van toepassing op de pensioengerechtigde die op de dag vóór de
inwerkingtreding van deze wet niet in Nederland woont en op die
dag op grond van artikel 9, tiende lid, van de
Algemene Ouderdomswet
aanspraak heeft op een bruto-ouderdomspensioen gelijk aan het bedrag,
bedoeld in artikel 9, tiende lid, onderdeel a of
c.
-3. Het eerste en tweede lid
is van overeenkomstige toepassing op de pensioengerechtigde die op
en na 1 februari 1994 recht heeft op ouderdomspensioen op grond
van artikel II van de Wet van 23 oktober 1993 tot wijziging van de
Algemene Ouderdomswet
(wijziging in de verhouding van
ouderdomspensioen en toeslag, Stb. 1993, 592) en op de dag vóór de inwerkingtreding van
deze wet niet in Nederland woont.
E. [MvT]
In artikel XIII wordt de
zinsnede "buiten Nederland woont" telkens vervangen door: niet in
Nederland woont.
Art.
IX.
Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 2000. Indien het Staatsblad waarin deze wet
wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2000, treedt zij in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2000.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
22 december 1999
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de dertigste
december 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|