|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 1999-2000, 26 726.
Handelingen II 1999-2000, blz. 1555.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 726 (93, 93a, 93b, 93c).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering d.d. 20 december 1999.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 22 december 1999, Stb. 1999, 596, tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met
wijziging van de instroom in de wachtgeldfondsen alsmede enkele andere
wijzigingen in de Werkloosheidswet. Inwerkingtreding: 31 december 1999,
zie artikel V, eerste lid.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om de eis dat 26 weken in dezelfde sector gewerkt moet zijn
om de eerste zes maanden van de werkloosheidsuitkering ten laste van het
wachtgeldfonds te brengen te laten vervallen en enkele andere
wijzigingen in de Werkloosheidswet aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
De punt aan het slot van de
artikelen 1, onderdeel g en i, en 6, eerste
lid, onderdeel b, wordt
telkens vervangen door een puntkomma.
B.
[MvT]
In artikel 7, eerste lid, vervalt "van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid".
C.
In artikel 10, onderdeel a,
wordt "h." vervangen door: h:.
D.
[MvT]
Artikel 11 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "(Stb. 1967,
473)".
2. In het derde lid vervalt "(Stb. 1987,
89)".
E.
[MvT]
Artikel 14 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "(Stb. 1966,
64)".
2. In het tweede lid vervalt "(Stb. 1968,
657)".
F.
[MvT]
Artikel 16, negende lid,
komt te luiden:
-9. Indien bij het intreden
van het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, niet wordt
voldaan aan één van de overige in dat lid bedoelde voorwaarden, of de werknemer
geen recht op uitkering heeft op grond van artikel
19, wordt, in
afwijking van het achtste lid, voor de toepassing van deze wet en de daarop
berustende bepalingen als eerste werkloosheidsdag aangemerkt
de dag van de kalenderweek waarop aan de overige voorwaarden als
bedoeld in het eerste lid wordt voldaan en artikel 19 niet meer aan het
recht op uitkering in de weg staat.
G.
[MvT]
Artikel 19, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel c vervalt "(Stb. 1967,
99)".
2. In onderdeel d vervalt "(Stb. 1972,
313)".
H.
[MvT]
In artikel 20, eerste lid,
onderdeel d, wordt de zinsnede "zodra zich een omstandigheid voordoet als
bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, of 19a"
vervangen door: zodra de
werknemer geen recht op uitkering heeft op grond van artikel
19.
I.
[MvT]
Artikel 24 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het vijfde lid wordt "het eerste en derde
lid" vervangen door: het eerste en vierde lid. [MvT]
2. In het zevende lid wordt "Het Landelijk instituut sociale verzekeringen"
vervangen door: Onze Minister. [MvT]
J.
[MvT]
In artikel 26, derde lid,
wordt "Het Landelijk instituut sociale verzekeringen" vervangen door:
Onze Minister.
K.
[MvT]
In artikel 27, derde lid,
wordt "de artikelen 24, eerste lid, onderdeel
b, onder 1º of 4º, vijfde
lid, of 26" vervangen door: artikel
24, eerste lid, onderdeel b, onder 1º of 4º, of zesde lid, of
artikel 26.
L.
[MvT]
In artikel 34, eerste lid,
onderdeel c, vervalt "(Stb. 1969, 594)".
M.
[MvT]
In artikel 35b wordt "zouden" vervangen door: zou.
N.
[MvT]
In artikel 52c vervalt "19a,".
O.
[MvT]
In artikel 52e wordt de
zinsnede "De artikelen 22 tot en met 28, eerste lid,
29" vervangen door: De
artikelen 22 tot en met 27g, 28, eerste en
derde lid,.
P.
[MvT]
In artikel 55, eerste lid,
wordt "artikel 39 van de Organisatiewet sociale verzekeringen" vervangen
door: artikel 41 van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997.
Q.
[MvT]
In artikel 64, onderdeel b, vervalt
"(Stb. 1893, 140)".
R.
[MvT]
Artikel 90 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden: [MvT]
a. de op grond van deze wet
over de eerste zes maanden vanaf de eerste werkloosheidsdag te
betalen uitkering aan de werknemer die in de kalenderweek onmiddellijk
voorafgaande aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies in de
sector werkzaam is geweest waarvoor het wachtgeldfonds is ingesteld,
waarbij, voor de bepaling van de periode van zes maanden, perioden waarin
de werknemer geen recht op uitkering heeft, buiten beschouwing
worden gelaten;.
2. De punt aan het slot van
onderdeel c wordt vervangen door een puntkomma.
3. Na onderdeel e vervalt "en".
S.
[MvT]
In artikel 103 vervalt "69,
eerste lid,".
T.
[MvT]
Artikel 116 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "24, zesde lid, 26, derde
lid,". [MvT]
2. In het tweede lid wordt "artikel
86, eerste lid" vervangen door: artikel
86, vierde lid. [MvT]
3. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende: [MvT]
-4. Een door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen krachtens de algemene maatregel van
bestuur op grond van artikel 69 vastgesteld subsidieplafond behoeft de
goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring
onthoudt aan een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
vastgesteld subsidieplafond, stelt hij dat subsidieplafond zelf vast.
Art. II.
Tijdelijke wijziging Werkloosheidswet [MvT]
Gedurende de periode van 1
januari 1999 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt in
artikel 116, eerste lid, van de Werkloosheidswet
"24, zesde lid" vervangen door: 24, zevende lid.
Art. III.
Overgangsrecht regels op grond van artikel 24, zevende lid, van de
Werkloosheidswet [MvT]
De door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen gestelde regels op grond van de artikelen
24,
zevende lid, en 26, derde lid, van de Werkloosheidswet, zoals die
artikelen luidden op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
deze wet, gelden als regels die door Onze Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid zijn gesteld.
Art. IV.
Overgangsrecht goedkeuring subsidieplafonds [MvT]
Een subsidieplafond dat door
het Landelijk
instituut sociale verzekeringen is vastgesteld vóór de dag
van inwerkingtreding van deze wet wordt geacht door Onze
Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid te zijn goedgekeurd op grond
van artikel 116, vierde lid, van de Werkloosheidswet.
Art. V.
Inwerkingtreding [MvT]
-1. Deze wet treedt in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel
R, onder 1, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2000.
-2. Deze wet werkt wat
betreft artikel I, onderdeel O, terug tot en met 1 juli 1998.
-3. Deze wet werkt wat
betreft artikel I, onderdeel S, terug tot en met 31 december 1998.
-4. Deze wet werkt wat
betreft de artikelen I, onderdeel I, onder 1, en K,
en II terug tot en met 1
januari 1999.
-5. Indien de datum van
uitgifte van het Staatsblad, bedoeld in het eerste lid, gelegen is na 31
december 1999, werkt deze wet wat artikel I, onderdeel R,
onder 1,
betreft terug tot en met 1 januari 2000.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
22 december 1999
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de dertigste
december 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|