St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige



Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  ZFW  EN  CSV  PER  1  JANUARI  2001
 
 
17 oktober 2000, Stcrt. 2000, 203
Inwerkingtreding: 1 januari 2001
(T.a.v. artt. 3a:1 Zfw II Wet zelfstandigen in Zfw en art. 9:2 CSV)

 

  
 

 

 
17 oktober 2000/nr. Z/F-2110977

     De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 3a, eerste lid, eerste volzin, van de Ziekenfondswet artikel II van de Wet van 28 oktober 1999, houdende uitbreiding van de kring van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen voor wie, gelet op hun inkomen, toegang tot de sociale ziektekostenverzekering is aangewezen en tijdelijke wijziging van de indexering van de loongrens alsmede wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (zelfstandigen in Zfw) (Stb. 1999, 461), en artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;
     Gezien het rapport van het College voor zorgverzekeringen van 28 september 2000 (VERZ/20048521);

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag wordt verhoogd tot ƒ65 700,00.

 

Art. 2.
Het in artikel 3c, eerste lid, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag wordt verhoogd tot ƒ41 800,00.

 

Art. 3.
Het in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag wordt verhoogd tot ƒ42 000,00.

 

Art. 4.
Het in artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering genoemde bedrag wordt verhoogd tot ƒ226,00.

 

Art. 5.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
.

 

 

 

TOELICHTING
[17 oktober 2000]

 

     In de Wet van 28 oktober 1999, houdende uitbreiding van de kring van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen voor wie, gelet op hun inkomen, toegang tot de sociale ziektekostenverzekering is aangewezen en tijdelijke wijziging van de indexering van de loongrens alsmede wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (zelfstandigen in Zfw) (Stb. 1999, 461) is geregeld dat zelfstandigen per 1 januari 2000 toegang tot de ziekenfondsverzekering krijgen. De instroom van zelfstandigen in de ziekenfondsverzekering zal worden gecompenseerd door een even grote uitstroom van werknemers en hun medeverzekerden uit de ziekenfondsverzekering. In artikel II van de Wet van 28 oktober 1999 is daartoe een bepaling opgenomen die regelt dat de gebruikelijke methodiek, waarbij de loongrens van de ziekenfondsverzekering wordt aangepast op grond van de ontwikkeling van de loonindex, tijdelijk wordt vervangen door een indexering op grond van de prijsindex (tabelcorrectiefactor). In het algemeen is de ontwikkeling van de prijsindex lager dan die van de loonindex.
     Deze tijdelijke wijziging van de indexeringsmethodiek wordt toegepast tot aan het jaar waarin het beoogde evenwicht tussen de instroom en de uitstroom van ziekenfondsverzekerden wordt bereikt. In dat laatste jaar vindt nog een zogenaamde "finetuning" plaats door middel van een eenmalige nominale aanpassing van het bedrag van de loongrens en wel zodanig dat aan het einde van dat kalenderjaar het beoogde nieuwe evenwicht zal zijn bereikt. Eén en ander moet worden toegepast op een zodanige wijze dat er nooit een nominale verlaging van de loongrens zal optreden.
     Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) constateert in zijn rapport van 28 september 2000 dat het beoogde evenwicht nog niet is bereikt. Dit betekent dat de aanpassing van de loongrens niet mag geschieden volgens de normale aanpassingssystematiek, zoals neergelegd in artikel 3a van de Ziekenfondswet. Artikel II van de Wet van 28 oktober 1999 zal derhalve net als voor het jaar 2000 ook voor het jaar 2001 toegepast dienen te worden. Het CVZ verwacht tevens dat in het jaar 2001 het beoogde evenwicht niet zal worden bereikt. Dit betekent dat een zogenoemde "finetuning" door middel van een eenmalige nominale aanpassing van het bedrag van de loongrens nog niet aan de orde is. Voor het jaar 2001 wordt derhalve wederom de tabelcorrectiefactor toegepast.
     De loongrens voor het jaar 2000 was onafgerond ƒ64 509,32. Verhoging van dat bedrag met de tabelcorrectiefactor (prijsindex) voor 2001 (1,7%) levert voor het jaar 2001 een bedrag op van ƒ64 509,32 x 1,017 = ƒ65 605,98.
     Op grond van artikel 3a, derde lid, van de Ziekenfondswet wordt dit bedrag op een veelvoud van ƒ100,- naar boven afgerond en dat leidt derhalve tot een loongrens van ƒ65 700,- voor het jaar 2001.
     Artikel II, zesde lid, van de Wet van 28 oktober 1999 bepaalt dat de tabelcorrectiefactor ook op de zogenaamde opt-in-grens voor particulier verzekerden van 65 jaar of ouder en op de inkomensgrens voor zelfstandigen dient te worden toegepast.
     De opt-in-grens voor particulier verzekerden van 65 jaar of ouder voor het jaar 2000 was onafgerond ƒ41 023,16. Verhoging van dat bedrag met de tabelcorrectiefactor voor 2001 (1,7%) levert voor het jaar 2001 een bedrag op van ƒ41 023,16 x 1,017 = ƒ41 720,55. Ook hier geldt artikel 3a, derde lid, van de Ziekenfondswet en derhalve wordt het bedrag afgerond op ƒ41 800,-.
     De inkomensgrens voor zelfstandigen voor het jaar 2000 was ƒ41 200,-. Verhoging van dat bedrag met de tabelcorrectiefactor voor het jaar 2001 (1,7%) levert voor het jaar 2001 een bedrag op van ƒ41 200,- x 1,017 = ƒ41 900,40. Met toepassing van artikel 3a, derde lid, van de Ziekenfondswet wordt dit bedrag afgerond op ƒ42 000,-.
     Het maximumpremiedagloon, genoemd in artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de methode neergelegd in artikel 3a van de Ziekenfondswet. Op grond van het genoemde artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering dient aanpassing van het bedrag van de loongrens zelf ook te leiden tot aanpassing van het bedoelde maximumpremiedagloon. Artikel II van de Wet van 28 oktober 1999 brengt hierin geen verandering. Dit betekent dat het maximumpremiedagloon aangepast wordt aan de hand van het indexcijfer van CAO-lonen per maand, inclusief bijzondere uitkeringen, sector particuliere bedrijven.
     Vervolgens speelt bij het vaststellen van het maximumpremiedagloon voor het jaar 2001 het vervallen van de overhevelingstoeslag met ingang van 1 januari 2001 een rol. In beginsel maken werkgevers en werknemers (collectief of individueel) afspraken over de gevolgen hiervan voor het brutoloon. Als vangnet voor het ontbreken van dergelijke afspraken wordt één algemeen wettelijk bruteringspercentage vastgesteld. Dit percentage is vastgesteld op 1,9.
     Voor het vaststellen van het maximumpremiedagloon voor het jaar 2001 voor de overige werknemersverzekeringen worden de huidige maximumpremiedaglonen eerst verhoogd met het algemeen wettelijk bruteringspercentage van 1,9 en vervolgens geïndexeerd. Het ligt voor de hand om ook voor het maximumpremiedagloon voor de ziekenfondsverzekering die handelwijze toe te passen.
     Het maximumpremiedagloon was voor het jaar 2000 ƒ215,-. Toepassing van het bruteringspercentage leidt tot: ƒ215,- x 1,019 = ƒ219,08. Het aanpassen van dit bedrag met het loonindexcijfer voor 2001 (3,31%) levert voor het jaar 2001 een bedrag op van ƒ219,08 x 1,0331 = ƒ226,33, afgerond ƒ226,- per dag.

 

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x