St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  AANPASSING  WETTELIJK  MINIMUMLOON  PER  1  JANUARI  2002
 
 
2 oktober 2001, Stcrt. 2001, 192
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 14:1 WML)

 

 

 

 
2 oktober 2001/nr. ASEA/LIV/01/61232
Directie Algemene Sociaal-Economische Aangelegenheden

 

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden met ingang van 1 januari 2002 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. €|1206,60;
b. €|278,40;
c. €|56,68.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

 

 

’s-Gravenhage, 2 oktober 2001.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend
.

 

 

 

TOELICHTING
[2 oktober 2001]

 

     Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (hierna te noemen WML), zoals gewijzigd bij Wet van 14 november 1991, Stb. 1991, 624 (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid, hierna te noemen WKA), is dat de algemene welvaartsontwikkeling ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers en uitkeringsgerechtigden op minimumniveau, tenzij dit niet tot een structurele inkomensverbetering zou leiden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van de WML die bestaat uit een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.
     Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling dan wel een bovenmatige volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij de WKA geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven de actuele norm overschrijdt. Voor 2002 geldt dat deze I/A-verhouding onder de geformuleerde norm van 82,6 blijft.
     In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML wordt de reguliere aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector, en bij de overheid, zoals dat door het CPB [Centraal Planbureau, red.] wordt berekend.
     Het reguliere aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2002 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2002 [Macro Economische Verkenning 2002, red.]. Dit is 0,5 * 3,76 = 1,88. Hierbij wordt opgeteld het verschil in de contractloonraming voor 2001 tussen hetgeen is gepubliceerd in de MEV 2002 en het CEP 2001 [Centraal Economisch Plan 2002, red.]. Dit verschil bedraagt 0,36 (4,39 minus 4,03), zodat het onafgeronde aanpassingspercentage 2,24 bedraagt. Na (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2002 €|1206,60 per maand, €|278,40 per week en €|55,68 per dag. Het aanpassingspercentage bedraagt na afronding 2,22.
     De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen bedragen op grond van de staffeling geregeld in het Koninklijk besluit van 29 juni 1983, Stb. 1983, 300, per 1 januari 2002:

Wettelijke minimumjeugdlonen per 1 januari 2002:

Leeftijdxx| Percentage
minimumloon
Per maand Per week Per dag
22 jaar 85 €|1025,60 €|236,70 €|47,34
21 jaar 72,5 €874,80 €|201,90 €|40,38
20 jaar 61,5 €742,10 €|171,30 €|34,26
19 jaar 52,5 €633,50 €|146,20 €|29,24
18 jaar 45,5 €549,00 €|126,70 €|25,34
17 jaar 39,5 €476,60 €|110,00 €|22,00
16 jaar 34,5 €416,30 €96,10 €|19,22
15 jaar 30 €362,00 €83,50 €|16,70

 
     Volgens artikel 12 van de WML is bij een kortere arbeidstijd dan de gebruikelijke het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager. Dit is bijvoorbeeld van toepassing als werknemers in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per week onderwijs volgen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x