|
22 november 2001/nr. SV/VP/01/78487
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen
12,
eerste lid, en 30, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
Besluit:
Art. 1.
De in artikel 9, tiende lid, onderdeel a,
b en c, van de Algemene Ouderdomswet
genoemde bedragen worden vervangen door €|869,24,
€|598,07
onderscheidenlijk €|1077,54.
Art. 2.
De in artikel 29, zesde lid, onderdeel a,
b, c en d, van de Algemene Ouderdomswet
genoemde bedragen worden vervangen door €|62,08, €|55,87, €|43,45
onderscheidenlijk €|31,04.
Art. 3.
Deze regeling treedt in werking
met ingang van 1 januari 2002.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 22
november 2001.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
[22 november 2001]
1. Inleiding
Deze regeling strekt ertoe
het ouderdomspensioen en de vakantie-uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet
(AOW) per 1 januari 2002 aan te passen. Deze
aanpassing is noodzakelijk in verband met
de onverkorte nettokoppeling van de uitkeringen op grond van de AOW aan het
wettelijk minimumloon. Het brutominimumloon wordt met ingang van 1
januari 2002 verhoogd met 2,22% en vastgesteld in euro's. De fiscale ouderenkorting en de
aanvullende ouderenkorting blijven voor de berekening van de loonheffing
buiten beschouwing, waardoor de feitelijk betaalde nettopensioenen hoger
zullen zijn dan die volgens de koppelingssystematiek worden vastgesteld.
Ingeval sprake is van een AOW-gerechtigde met jongere partner, zal bij
de loonheffing op het AOW-pensioen met toeslag slechts eenmaal de
algemene heffingskorting (voor personen van 65 jaar of ouder) worden
verrekend. Dit beïnvloedt dus het feitelijk te ontvangen
netto-AOW-pensioen.
Daar staat tegenover dat de jongere partner zelf het bedrag van de
algemene heffingskorting (voor personen jonger dan 65 jaar) ontvangt via
een voorlopige teruggaaf van de belastingdienst.
Het totale bedrag van de te ontvangen heffingskortingen kan echter niet
hoger zijn dan de te betalen loonheffing door beide partners.
2. Vaststelling
pensioenbedragen AOW
In artikel 9 van de
AOW is
het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen
voor een ongehuwde
pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per
maand;
- het netto-ouderdomspensioen
voor een gehuwde pensioengerechtigde
gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen
voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan
18 jaar en voor wie hij of zij
kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is
aan 90% van het nettominimumloon per
maand.
Voorts heeft de gehuwde
pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder
bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is
afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of
beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van
inkomen uit arbeid wordt een gedeelte
niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze
vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon
plus een derde gedeelte van het meerdere aan
bruto-inkomen. Deze vrijlating geldt niet voor
inkomen in verband met arbeid.
In artikel 9, negende lid,
van de AOW is bepaald dat de volledige
brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
Ingevolge artikel 12 van
de AOW dienen de pensioenbedragen,
genoemd in artikel 9, tiende lid, van
de AOW, telkens te worden herzien indien en
voor zover in de hiervoor genoemde
nettokoppelingen een verstoring optreedt.
In onderstaand overzicht
zijn de nieuwe nettovergelijkingen
weergegeven in eurobedragen:
| xxxxxxxxxxxxxxxxx |
Minimumloon |
AOWrgehuwd |
AOWrongehuwd |
AOWrongehuwd,
kind <18 jaar |
|
Bruto per maand
|
1206,60xxr |
598,07xxx
|
869,24xxxx |
1077,54xxxx |
|
Premie Zfw ¹ |
20,51xxr |
50,01xxx |
72,55xxxx |
90,10xxxx |
|
Premie WW ² |
0,73xxr |
xxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxxx |
|
Loonheffing ³ |
138,66xxr |
24,71xxx |
64,00xxxx |
45,41xxxx |
|
Netto per maand
|
1046,70xxr |
523,35xxx |
732,69xxxx |
942,03xxxx |
1. Premie Zfw:
1,7%
werknemersdeel en 6,25% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt
de premie 7,95%.
2. Premie WW: 4,95% met een
franchise van €|55,- per dag.
3. Loonheffing: 32,35%
heffingstarief 1e schijf voor personen jonger dan 65 jaar;
37,85% heffingstarief 2e
schijf voor personen jonger dan 65 jaar;
14,45% heffingstarief 1e
schijf voor personen van 65 jaar of ouder;
19,95% heffingstarief 2e
schijf voor personen van 65 jaar of ouder.
Bij bovenstaande
vergelijking moeten nog de volgende
kanttekeningen worden gemaakt.
Voor de berekening van de
loonheffing is ten aanzien van gehuwde
pensioengerechtigden van wie ook de echtgenoot 65 jaar of ouder is, uitgegaan
van een fictief bedrag. Dit bedrag wordt
berekend door de loonheffing vast te
stellen over een bedrag van tweemaal het
gehuwdenpensioen volgens de tabel voor boven-65-jarigen, rekening houdend
met tweemaal de algemene heffingskorting
(65+) en zonder rekening te houden
met de ouderenkortingen. De helft van de aldus berekende loonheffing wordt
in mindering gebracht op het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in
werkelijkheid niet voorkomen.
Voor het vaststellen van de
loonheffing op het ouderdomspensioen van
een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind jonger dan 18 jaar
wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting (65+) en de
alleenstaandeouderkorting (65+). Ten aanzien van de overige ongehuwde pensioengerechtigden
wordt de loonheffing bepaald
met inachtneming van eenmaal de
algemene heffingskorting (65+).
De volledige brutotoeslag op
het ouderdomspensioen voor een
gehuwde met een echtgenoot jonger
dan 65 jaar is gelijk aan het
bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.
3. Vaststelling
vakantie-uitkeringen AOW
Op grond van artikel
29,
eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering
de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde
pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering
van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde
pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de
nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde
pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van
het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde
pensioengerechtigde zonder toeslag of met een echtgenoot van 65 jaar of
ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het
minimumloon per maand.
In artikel 30 van
de AOW
is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29
van de AOW,
telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde
nettogelijkheden een verstoring optreedt.
In onderstaand overzicht zijn de nieuwe
nettovergelijkingen in eurobedragen weergegeven:
| xxxxxxxxxxxxxxxxx |
Minimumloon |
AOWrgehuwd |
AOWrongehuwd |
AOWrongehuwd,
kind <18 jaar |
|
Bruto per maand
|
96,52xxx |
31,04xxx| |
43,45xxxx| |
55,87xxxxr |
|
Premie Zfw |
1,64xxx |
xxx| |
xxxx| |
xxxxr |
|
Premie WW |
4,77xxx |
xxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxxx |
|
Loonheffing |
37,00xxx |
4,48xxx| |
6,27xxxx| |
8,07xxxxr |
|
Netto per maand
|
53,11xxx |
26,56xxx| |
37,18xxxx| |
47,80xxxxr |
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|