St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BEKENDMAKING  HERZIENING  BEDRAGEN  WWB  PER  15  APRIL 2005


 
25 april 2005, Stcrt. 2005, 85
Inwerkingtreding: n.v.t.
(T.a.v. art. 38:5 Wwb)
(Zie ook: Wwb-normen 15 april 2005 t/m 31 december 2005)

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt op grond van artikel 38, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand bekend dat met ingang van 15 april 2005:

 

 

1. In artikel 19, derde lid, "4,4 procent" wordt herzien in: 4,8 procent.
2.
In artikel 20, eerste lid, "€|198,67" wordt herzien in: €|199,39; "€|397,34" in: €|398,78 en "€|773,59" in: €|776,37.
3. In artikel 20, tweede lid, "€|428,64" wordt herzien in: €|430,18; "€|627,31" in: €|629,57 en "€|1003,56" in: €|1007,16.
4. In artikel 21 "€|574,92" wordt herzien in: €|576,98; "€|804,88" in: €|807,77 en "€|1149,83" in: €|1153,96.
5. In artikel 22 "€|866,63" wordt herzien in: €|869,52; "€|1091,51" in: €|1095,23; "€|1216,06" in: €|1221,02 en "€|1216,06" in: €|1221,02.
6. In artikel 23, eerste lid, "€|256,02" wordt herzien in: €|256,95 en "€|398,25" in: €|399,69.
7. In artikel 25, tweede lid, "€|229,97" wordt herzien in: €|230,79.

 

 

Den Haag, 25 april 2005.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de wnd. directeur Werk en Bijstand,
W. Meijerink.

 

 

 

TOELICHTING
[25 april 2005]

 

     De normbedragen, genoemd in de artikelen 20 tot en met 25 van de Wet werk en bijstand (Wwb), dienen te worden herzien voor zover de ontwikkeling van het nettominimumloon en de nettovakantieaanspraak op minimumvakantiebijslag daartoe aanleiding geeft.
     Bij de Wet van 24 maart 2005 tot aanvulling van het inkomen van ouderen met een bescheiden inkomen en aanpassing berekening vakantie-uitkering voor uitkeringsgerechtigden (Wet inkomensaanvulling 2005) (Stb. 2005, 192) is de definitie van het begrip nettominimumloon, bedoeld in artikel 37 van de Wwb, herzien. Dit resulteert in een verhoging van het nettominimumloon met €|4,13 per maand, alsmede in een gewijzigde verhouding tussen maand- en vakantie-uitkering.
     Hieronder volgt de berekening van het nettominimumloon (A) alsmede van de bijstandsnorm per 15 april 2005 voor gehuwden, een alleenstaande ouder en een alleenstaande van 21 jaar tot 65 jaar (B).

 

A. Berekening nettominimumloon per 1 april 2005 [15 april 2005, red.]:

Brutominimumloonxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx   1365,98x
Af: premie Zfw 19,80x  
     premie AWf 6,39x  
     loonheffing 185,83x 212,02x
Nettominimumloon ex artikel 37 Wwb   1153,96x

 

B. Berekening van de bijstandsnorm per maand voor gehuwden, een alleenstaande ouder en een alleenstaande van 21 tot 65 jaar per 1 april 2005 [15 april 2005, red.]:

gehuwden, beide partners 21 jaar of ouder: 1153,96
hierin begrepen vakantietoeslag: 4,8% ¹ van 1153,96 = 55,39

alleenstaande ouder 21 jaar of ouder: 70% van 1153,96 = 807,77
hierin begrepen vakantietoeslag: 4,8% ¹ van 807,77 = 38,77

alleenstaande 21 jaar of ouder: 50% van 1153,96 = 576,98
hierin begrepen vakantietoeslag: 4,8% ¹ van 576,98 = 27,70

1. Het percentage, genoemd in artikel 19, derde lid, van de Wwb geeft de verhouding weer tussen de nettoaanspraak op vakantietoeslag en het maandloon inclusief vakantietoeslag die bij het nettominimumloon bestaat.

Nettovakantie-uitkering: 55,12
Nettominimumloon: 1153,96
Verhouding: 55,12/1153,96 x 100% = 4,7766%, afgerond 4,8%


     Bovenvermelde Wet van 24 maart 2005 kent een overgangsbepaling. Deze houdt in dat de effecten van de nieuwe definitie voor in april 2005 lopende uitkeringen ook hun uitwerking hebben over de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 april 2005. De ontstane verschillen in deze periode worden in de maand april bij de uitbetaling van de uitkering betrokken. Aangezien het gewijzigde nettominimumloon met name zijn weerslag vindt in de vakantie-uitkering die in de bijstandsnorm is begrepen, wordt bij de uitbetaling van de bijstandsuitkering in de maand april 2005 een percentage van 5,8% vakantie-uitkering verondersteld.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de wnd. directeur Werk en Bijstand,
W. Meijerink
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x