St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  VASTSTELLING  WETTELIJK  MINIMUMLOON  PER  1  JULI  2006
 
 
19 mei 2006, Stcrt. 2006, 117
Inwerkingtreding: 1 juli 2006
(T.a.v. art. 14:1 en 14:10 WML)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 mei 2006, nr. ASEA/LIV/05/78276,Ή houdende vaststelling van de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste  lid, van de
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met ingang van 1 juli 2006 Ή

1. Nr. ASEA/LIV/05/78276 betreft het nummer van de Regeling van 16 november 2005, Stcrt. 2005, 228, red.

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 14, eerste en tiende lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden met ingang van 1 juli 2006 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. €|1284,60;
b. €|296,45;
c. €|59,29.

 

Art. 2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2006.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 19 mei 2006.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

TOELICHTING
[19 mei 2006]

 

     Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.
     Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling dan wel volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven de daarvoor geldende norm niet overschrijdt. Voor 2006 is dit niet het geval.
     In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB [Centraal Planbureau, red.] wordt berekend.
     Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2006 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2006 [Macro Economische Verkenning 2006, red.]. Dit is 0,5 * 1,23 = 0,615. Deze wordt afgetrokken van de raming voor de contractloonontwikkeling in 2006 zoals gepubliceerd in het CEP 2006 [Centraal Economisch Plan 2006, red.], zijnde 1,54. Dit verschil bedraagt 0,93 en vormt het onafgeronde aanpassingspercentage. Dit wordt vermenigvuldigd met het (onafgeronde) WML zoals berekend voor de aanpassing per 1 januari 2006. Na (wettelijke) afronding bedraagt het bruto WML per 1 juli 2006 €|1284,60 per maand, €|296,45 per week en €|59,29 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,94. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen bedragen op grond van de staffeling geregeld in het Koninklijk besluit van 29 juni 1983, houdende vaststelling van een minimumjeugdloonregeling (Stb. 1983, 300) per 1 juli 2006:

Wettelijke minimumjeugdlonen per 1 juli 2006:

Leeftijdxx| Staffelings-
percentage
Per maand Per week Per dag
22 jaar 85 €|1091,90 €|252,00 €|50,40
21 jaar 72,5 €931,35 €|214,95 €|42,99
20 jaar 61,5 €790,05 €|182,30 €|36,46
19 jaar 52,5 €674,40 €|155,65 €|31,13
18 jaar 45,5 €584,50 €|134,90 €|26,98
17 jaar 39,5 €507,40 €|117,10 €|23,42
16 jaar 34,5 €443,20 €|102,30 €|20,46
15 jaar 30 €385,40 €88,95 €|17,79

 
     Volgens artikel 12 van de WML is bij een kortere arbeidstijd dan de gebruikelijke het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager. Dit is bijvoorbeeld van toepassing als werknemers in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per week onderwijs volgen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x