St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  AANPASSING  WETTELIJK  MINIMUMLOON  PER  1  JANUARI  2008
 
 
15 oktober 2007, Stcrt. 2007, 207
Inwerkingtreding: 1 januari 2008
(T.a.v. art. 14:1 en 14:10 WML)

 

  
•
•
•
•
 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 oktober 2007, nr. ASEA/LIV/07/32981, houdende aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2008

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 14, eerste en tiende lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden met ingang van 1 januari 2008 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. €|1335,00;
b. €|308,10;
c. €|61,62.

 

Art. 2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 15 oktober 2007.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
.

 

 

 

TOELICHTING
[15 oktober 2007]

 

     Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.
     Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling dan wel volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven de daarvoor geldende norm niet overschrijdt. Voor 2008 is dit niet het geval.
     In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB [Centraal Planbureau, red.] wordt berekend.
     Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2008 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2008 [Macro Economische Verkenning 2008, red.]. Dit is 0,5 * 3,24 = 1,62. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde naijleffect uit 2007 (artikel 14, eerste lid, onderdeel b, WML). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor het voorafgaande jaar, zoals bekendgemaakt in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor het voorafgaande jaar, zoals bekendgemaakt in de Macro Economische Verkenning in dat jaar, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt 0,23. Het onafgeronde aanpassingspercentage bedraagt daarom 1,39 (1,62 - 0,23). Dit wordt vermenigvuldigd met het (onafgeronde) wettelijk minimumloon zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2007. Na (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2008 €|1335,00 per maand, €|308,10 per week en €|61,62 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 1,37.

Wettelijke minimumjeugdlonen per 1 januari 2008:

Leeftijdxx| Staffelings-
percentage
Per maand Per week Per dag
22 jaar 85 €|1134,75 €|261,85 €|52,37
21 jaar 72,5 €967,90 €|223,35 €|44,67
20 jaar 61,5 €821,05 €|189,45 €|37,89
19 jaar 52,5 €700,90 €|161,75 €|32,35
18 jaar 45,5 €607,45 €|140,20 €|28,04
17 jaar 39,5 €527,35 €|121,70 €|24,34
16 jaar 34,5 €460,60 €|106,30 €|21,26
15 jaar 30 €400,50 €92,40 €|18,48

 
     Volgens artikel 12 van de WML is bij een kortere arbeidstijd dan de gebruikelijke het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager. Dit is bijvoorbeeld van toepassing als werknemers in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per week onderwijs volgen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x