|
REGELING van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 mei 2008,
nr. ASEA/LIV/2008/12302, tot aanpassing van het wettelijk
minimumloon per 1 juli 2008
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 14, eerste en tiende lid, van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag;
Besluit:
Art.
1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b
en c, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden met ingang van 1 juli
2008 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. |1356,60;
b. |313,05;
c. |62,61.
Art.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 20 mei 2008.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
TOELICHTING
[20 mei 2008]
Uitgangspunt van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is
dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking
moet komen in de inkomens van werknemers met minimumloon
en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel
van artikel 14 van de WML,
dat uitgaat van een koppeling van het
minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde
contractloonontwikkeling.
Afwijking
van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige
loonontwikkeling dan wel volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen
(artikel 14, vijfde lid, WML).
De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden
actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven de
daarvoor geldende norm niet overschrijdt. Voor 2008 is dit niet het
geval.
In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van
de WML
wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt
uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de
contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde
sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB [Centraal Planbureau, red.]
wordt berekend.
Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen
wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld.
Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging
in 2008 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2008 [Macro Economische Verkenning
2008, red.]. Dit is 0,5 * 3,24 = 1,62. Deze wordt afgetrokken van
de raming voor de contractloonontwikkeling in 2007 zoals gepubliceerd in
het CEP 2008 [Centraal Economisch Plan 2008, red.], zijnde 3,22.
Dit verschil bedraagt 1,60 en vormt het onafgeronde
aanpassingspercentage. Dit wordt vermenigvuldigd met het (onafgeronde) wettelijk
minimumloon zoals berekend voor de aanpassing per 1 januari 2008. Na
(wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1
juli 2008 |1356,60 per maand, |313,05
per week en |62,61 per dag. Het
aanpassingspercentage na afronding is 1,62. De hiermee corresponderende
wettelijke minimumjeugdlonen bedragen op grond van de staffeling
geregeld in het Koninklijk besluit van 29 juni 1983, houdende
vaststelling van een minimumjeugdloonregeling (Stb. 1983, 300)
per 1 juli 2008:
| Leeftijdxx| |
Staffelings-
percentage |
Per
maand |
Per
week |
Per
dag |
| 22
jaar |
85 |
|1153,10 |
|266,10 |
|53,22 |
| 21
jaar |
72,5 |
|
983,55 |
|226,95 |
|45,39 |
| 20
jaar |
61,5 |
|
834,30 |
|192,55 |
|38,51 |
| 19
jaar |
52,5 |
|
712,20 |
|164,35 |
|32,87 |
| 18
jaar |
45,5 |
|
617,25 |
|142,45 |
|28,49 |
| 17
jaar |
39,5 |
|
535,85 |
|123,65 |
|24,73 |
| 16
jaar |
34,5 |
|
468,05 |
|108,00 |
|21,60 |
| 15
jaar |
30 |
|
407,00 |
|
93,90 |
|18,78 |
Volgens artikel 12 van de WML
is bij een
kortere arbeidstijd dan de gebruikelijke het minimum(jeugd)loon
naar
evenredigheid lager. Dit is bijvoorbeeld van toepassing als werknemers
in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per week
onderwijs volgen.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
|
|