|
REGELING van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2009,
nr. ASEA/SAS/2009/26094, tot aanpassing van het wettelijk
minimumloon per 1 januari 2010
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ή
1. Volgens de redactie dient
na "De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;" op een nieuwe regel te
worden toegevoegd: Gelet op artikel 14, eerste en tiende lid, van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag;.
Besluit:
Art.
1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b
en c, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden met ingang van 1 januari
2010 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. |1407,60;
b. |324,85;
c. |64,97.
Art.
2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 20 november 2009.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
TOELICHTING
[20 november 2009]
Uitgangspunt van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is
dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking
moet komen in de inkomens van werknemers met minimumloon
en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel
van artikel 14 van de WML,
dat uitgaat van een koppeling van het
minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde
contractloonontwikkeling.
Afwijking
van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige
loonontwikkeling dan wel volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen
(artikel 14, vijfde lid, WML).
De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden
actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven de
daarvoor geldende norm niet overschrijdt. Voor 2010 is dit niet het
geval.
In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van
de WML
wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt
uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de
contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde
sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB [Centraal Planbureau, red.]
wordt berekend.
Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen
wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld.
Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging
in 2010 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2010 [Macro Economische Verkenning
2010, red.]. Dit is 0,5 * 1,39 = 0,69. Dit bedrag wordt aangepast
aan het zogenaamde naijleffect uit 2009 (conform artikel 14, zevende lid,
van de WML).
Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals
deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal
Economisch Plan in dat jaar, was geraamd en de ontwikkeling van de
contractlonen zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens
bekendmaking in de Macro Economische Verkenning in dat jaar, nader is
geraamd. Dit verschil bedraagt -0,03. Het onafgeronde
aanpassingspercentage bedraagt daarom 0,66 (0,69 - 0,03). Dit wordt
vermenigvuldigd met het (onafgeronde) wettelijk minimumloon zoals
berekend voor de aanpassing per 1 juli 2009. Na (wettelijke) afronding
bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2010 |1407,60
per maand, |324,85 per week en |64,97
per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,64.
Wettelijke minimumjeugdlonen
per 1 januari 2010:
| Leeftijdxx| |
Staffelings-
percentage |
Per
maand |
Per
week |
Per
dag |
| 22
jaar |
85 |
|1196,45 |
|276,10 |
|55,22 |
| 21
jaar |
72,5 |
|1020,50 |
|235,50 |
|47,10 |
| 20
jaar |
61,5 |
|
865,65 |
|199,75 |
|39,95 |
| 19
jaar |
52,5 |
|
739,00 |
|170,55 |
|34,11 |
| 18
jaar |
45,5 |
|
640,45 |
|147,80 |
|29,56 |
| 17
jaar |
39,5 |
|
556,00 |
|128,30 |
|25,66 |
| 16
jaar |
34,5 |
|
485,60 |
|112,05 |
|22,41 |
| 15
jaar |
30 |
|
422,30 |
|
97,45 |
|19,49 |
Volgens artikel 12 van de WML
is bij een
kortere arbeidstijd dan de gebruikelijke het minimum(jeugd)loon
naar
evenredigheid lager. Dit is bijvoorbeeld van toepassing als werknemers
in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per week
onderwijs volgen.
De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in
bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een landelijk wettelijk
minimumuurloon kent de
wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van
het aantal uren dat als normale arbeidsuur geldt. Onder normale
arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsuur die in de desbetreffende sector
is afgesproken als volledige dienstbetrekking. In de meeste CAOs is
deze arbeidsduur voor een fulltimedienstverband gesteld op 36, 38 dan
wel 40 uur per week.
Onderstaand schema geeft de afgeronde
brutobedragen per uur aan berekend op basis van het wettelijk
minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40
uur per week.
Brutominimumloon per uur per
1 januari 2010 bij een gebruikelijke arbeidsduur van:
| Leeftijdxx| |
36
uur per week |
38
uur per week |
40
uur per week |
| 23
jaar of ouder |
9,02 |
8,55 |
8,12 |
| 22
jaar |
7,67 |
7,27 |
6,90 |
| 21
jaar |
6,54 |
6,20 |
5,89 |
| 20
jaar |
5,55 |
5,26 |
4,99 |
| 19
jaar |
4,74 |
4,49 |
4,26 |
| 18
jaar |
4,11 |
3,89 |
3,70 |
| 17
jaar |
3,56 |
3,38 |
3,21 |
| 16
jaar |
3,11 |
2,95 |
2,80 |
| 15
jaar |
2,71 |
2,56 |
2,44 |
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
|
|