|
BEKENDMAKING van de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 23 december 2009, nr. IVV/FB/2009/27807, betreffende herziening van
de bedragen, genoemd in de Wet
werk en inkomen kunstenaars, met ingang van 1 januari 2010
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt op grond van de artikelen
18, zevende lid, en 18a, derde
lid, van de
Wet werk en inkomen kunstenaars bekend dat met
ingang van 1 januari 2010 in de
Wet werk en inkomen kunstenaars:
1.
In artikel 6,
tweede lid, "€|302,69" wordt
herzien in: €|310,23 en "€|543,73"
in: €|557,27;
2. in artikel
7, tweede lid, onderdeel e, "€|46
100,00"
wordt herzien in: €|46 200,00;
3. in artikel
7, derde lid, "€|5455,00"
wordt herzien in: €|5480,00 en "€|10
910,00" telkens in: €|10 960,00;
4. in artikel 8, onderdeel a, "€|1150,80" wordt herzien
in: €|1157,66; "€|1444,72"
in: €|1443,14 en "€|1510,48"
in: €|1520,20;
5. in artikel
15, eerste
lid, "€|726,59" wordt herzien
in: €|732,78; "€|1012,93"
in: €|1014,75 en "€|1071,44"
in: €|1081,90;
6. in artikel
16, tweede lid, onderdeel b, "€|1521,52" wordt herzien
in: €|1525,24; "€|1972,36"
in: €|1973,26 en "€|2098,84"
in: €|2111,13.
Den Haag, 23
december 2009.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen,
I.D. Nijboer.
TOELICHTING
[23 december 2009]
De bedragen, genoemd in de
artikelen 8,
15 en 16 van de Wet werk en inkomen kunstenaars
(Wwik), dienen te worden herzien voor zover de ontwikkeling van het nettominimumloon,
alsmede de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de
gezinsconsumptie
[lees: consumentenprijsindex, red.], daartoe aanleiding geven.
Het (bruto) wettelijk
minimumloon is bij Regeling van 20 november
2009, Stcrt. 2009, 18656, per 1 januari 2010 vastgesteld op €|1407,60
per maand. In verband hiermee wijzigt het nettominimumloon,
bedoeld in artikel 18 van de Wwik,
en worden de bedragen, genoemd in de artikelen
8,
15 en 16,
herzien. Ingevolge het bepaalde in artikel 18,
zevende lid, van de Wwik
dient van de herziening van de bedragen mededeling te worden gedaan in
de Staatscourant.
De brutobedragen worden zodanig herzien dat
deze netto gelijk zijn aan de van het nettominimumloon afgeleide
bedragen, inclusief vakantie-uitkering. Bij de vaststelling van de brutobedragen
is ten aanzien van de loonheffing rekening gehouden met de in de
loonbelastingtabel verwerkte algemene heffingskorting. Bij de
vaststelling van de bedragen voor alleenstaande ouders is daarnaast
rekening gehouden met de alleenstaandeouderkorting. Omdat de Wwik geen
gesplitste uitbetaling kent, is naast de algemene heffingskorting
rekening gehouden met de minstverdienendepartnerkorting.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen,
I.D. Nijboer.
|
|