|
25 september 1995/nr. ASEA/HVI/95/0756
Directie Algemene Sociaal-Economische Aangelegenheden
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 14, eerste lid, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag;
Besluit:
Art.
1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b
en c, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden
met ingang van 1 januari 1996 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. 2184,00;
b. 504,00;
c. 100,80.
Art.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
s-Gravenhage, 25
september 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[25 september 1995]
Uitgangspunt van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, zoals
gewijzigd bij de Wet van 14 november 1991, Stb. 1991, 624 (Wet
koppeling met afwijkingsmogelijkheid, hierna te noemen WKA), is dat de
algemene welvaartsontwikkeling niet alleen ten goede moet komen aan
degenen die werken, maar ook, indien mogelijk, tot uitdrukking moet
komen in de inkomens van inactieven. Dit uitgangspunt is vervat in de
hoofdregel van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag die bestaat
uit een koppeling van het minimumloon
en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.
De WKA beoogde duidelijkheid te verschaffen aan
minimumloners en uitkeringsgerechtigden inzake hun inkomensontwikkeling.
De toevoeging "indien mogelijk" geeft aan dat de minimumlonen
en uitkeringen niet onveranderlijk automatisch aan de
contractloonstijging kunnen worden gekoppeld. Gestreefd moet worden, zo
staat in de memorie van toelichting bij de WKA, naar een zodanige
economische ontwikkeling dat een structurele inkomensverbeterende
toepassing van de koppeling mogelijk blijft.
Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien
sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling dan wel
volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen
(artikel 14, vijfde lid, Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag). De
toelichting bij de WKA gaat ervan uit dat het laatste het geval is
indien de verhouding tussen inactieven en actieven de norm van 82,6
overschrijdt. Blijft de I/A-verhouding onder de norm, dan geldt de
hoofdregel.
Voor 1996 raamt het Centraal Planbureau (Macro
Economische Verkenning 1996 [MEV 1996, red.], september 1995) de
verhouding inactieven/actieven op 81,4, hetwelk 1,2 procentpunt lager is
dan de I/A-norm. Dit gegeven leidt tot koppeling in 1996.
Wat het minimumloon betreft, wordt de
aanpassing geregeld in artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag. Hierbij wordt uitgegaan van
het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in
de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector, en bij de
overheid, zoals deze door het Centraal Planbureau wordt bekendgemaakt.
Voor 1996 wordt de gemiddelde
contractloonstijging geraamd op 1,9% (MEV 1996, september 1995).
Toepassing van de voorgeschreven berekeningsmethodiek, waarbij geen
rekening is gehouden met de voorgeschreven wettelijke afronding,
resulteert in een verhoging van het minimumloon van 0,95% per 1 januari
1996. Na de genoemde voorgeschreven wettelijke afronding stijgt het
minimumloon per 1 januari 1996 met 0,96% tot 2184,00 per maand, 504,00
per week en 100,80 per dag.
De hiermee corresponderende jeugdlonen bedragen
op grond van de staffeling geregeld in het Koninklijk besluit van 29
juni 1983, Stb. 1983, 300, per 1 januari 1996:
Minimumjeugdlonen per 1
januari 1996:
| Leeftijdxx| |
Percentage
minimumloon |
Per
maand |
Per
week |
Per
dag |
| 22
jaar |
85 |
1856,40 |
428,40 |
85,68 |
| 21
jaar |
72,5 |
1583,40 |
365,40 |
73,08 |
| 20
jaar |
61,5 |
1343,20 |
310,00 |
62,00 |
| 19
jaar |
52,5 |
1146,60 |
264,60 |
52,92 |
| 18
jaar |
45,5 |
x993,70 |
229,30 |
45,86 |
| 17
jaar |
39,5 |
x862,70 |
199,10 |
39,82 |
| 16
jaar |
34,5 |
x753,50 |
173,90 |
34,78 |
| 15
jaar |
30 |
x655,20 |
151,20 |
30,24 |
Alle genoemde bedragen hebben een brutokarakter.
Volgens artikel 12 van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag is bij een kortere arbeidstijd dan de
gebruikelijke het minimum(jeugd)loon
naar evenredigheid lager. Dit is onder meer van toepassing wanneer
werknemers in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per
week onderwijs volgen.
Per 1 juli 1996 zullen de minimumlonen wederom
worden aangepast. Het aanpassingspercentage per die datum is nog niet
bekend, omdat, conform de WKA, hiervoor de ontwikkeling van de
contractlonen bepalend is zoals deze voor 1996, blijkens bekendmaking in
het Centraal Economisch Plan in dat jaar, nader wordt geraamd.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|
|