|
19 december 1995/nr.
BZ/UK/95/4375
Directie Bijstandszaken
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 5, zesde en zevende lid, van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel
5, zesde en
zevende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Besluit:
Art. I.
De bedragen, genoemd in artikel 5, derde, vierde en vijfde lid,
van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers, worden gewijzigd
als volgt:
A.
In het derde lid, onderdeel a, wordt "ƒ904,12" vervangen door:
ƒ963,32.
B.
In het vierde lid wordt "ƒ1627,41" vervangen door: ƒ1733,97; "ƒ1265,77" vervangen door:
ƒ1348,65; "ƒ1076,76" vervangen door: ƒ1120,93 en "ƒ937,40" vervangen door:
ƒ982,05.
C.
In het vijfde lid wordt "ƒ1578,10" vervangen door: ƒ1677,49; "ƒ1189,39" vervangen door:
ƒ1264,29; "ƒ876,72" vervangen door: ƒ931,95 en "ƒ488,01" vervangen door:
ƒ518,74.
Art.
II.
De bedragen, genoemd in de artikelen 5 en 8 ¹ van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, worden als volgt
gewijzigd:
A.
In artikel 5, tweede en
derde lid, wordt "ƒ36 800,00" vervangen door: ƒ37 800,00.
B.
In artikel 5, vijfde lid, wordt "ƒ904,12" vervangen door: ƒ963,32; "ƒ1627,41" vervangen door:
ƒ1733,97 en "ƒ1265,77" vervangen door: ƒ1348,65.
1. Volgens de redactie
dient "de artikelen 5 en 8" te worden vervangen door:
artikel 5, tweede, derde en vijfde lid,.
Art.
III.
In artikel 8, tweede lid,¹ wordt "ƒ202 000,00" vervangen door:
ƒ204 000,00.
1. Volgens de redactie
dient na "tweede lid," te worden ingevoegd: van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Art.
IV.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 1996.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 19 december
1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[19 december 1995]
In de
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), herplaatst in Stb.
1995, 205, en de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), herplaatst in Stb.
1995, 206, zijn per 1 januari 1996 nettobedragen
opgenomen waaraan de op grond van
artikel 5 van de Ioaw en Ioaz vast te
stellen grondslagen netto gelijk
dienen te zijn. Deze
wijziging is aangebracht bij de
Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet. De noodzaak ontstond door het
intrekken van de Algemene Bijstandswet
en de daarop steunende algemene
maatregelen van bestuur. De tot dusverre gehanteerde verwijzing naar
het Bijstandsbesluit landelijke
normering diende derhalve te
vervallen.
De in Stb. 205 en 206
genoemde bedragen zijn - evenals de
in de Algemene bijstandswet (Stb.
1995, 199) - genoemde bedragen op niveau 1 januari 1992. Op grond van artikel
56, tweede lid, van de
Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet (Stb. 1995,
200) dienen deze bedragen
met ingang van de datum van
inwerkingtreding van de Algemene bijstandswet te worden herzien op de in
de Ioaw en Ioaz voorgeschreven wijze
voor zover de ontwikkeling van
het nettominimumloon en het nettominimumjeugdloon
gerekend vanaf 1 januari 1992 daartoe aanleiding
geven. Dit besluit strekt daartoe.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|
|